Carpe diem

Carpe diem

zaterdag 23 november 2013

Tweewielers


Zweden is het fietsland bij uitstek - althans dat vinden ze zelf - en er gaat niets boven een Zweedse tweewieler. En veiligheid boven alles natuurlijk dus hier wordt niet gefietst zonder fietshelm. Tot de leeftijd van 15 jaar is het dragen van een fietshelm verplicht en ben je ouder dan 15 en je fietst zonder helm dan ben je óf een eigenwijze buitenlander óf levensmoe. Al menigmaal ben ik voor gek versleten omdat ik het waag om te fietsen zonder helm en ik ben zelfs al een keer op mijn criminele gedrag door een snotneus van een een jaar of vier gewezen. "Ach kreng, zal ik jou eens effe op het spoor gooien".
En het ergste zijn de randdebielen die met hun fietshelm op in de trein gaan zitten. Echt, een touw en een boom dan kan ik gaan hangen want dat is de enige optie als ik met een fietshelm op in een trein ga zitten.

Maar kijk je vervolgens naar de staat van de Zweedse tweewieler dan begrijp je meteen waarom een Zweed een helm draagt als hij fietst. Maximaal drie versnellingen terwijl het hier wemelt van de heuveltjes. Dus met een snelheid van pak 'm beet 8 km per uur wordt er gepeddeld. Bij die snelheid lig ik zelf zeker binnen enkele ogenblikken aan het asfalt te likken.
Geen verlichting want verlichting op een fiets is hier een extra optie als je het kreng koopt en het is het eerste waar de koper voor bedankt. Hun jas is behangen met reflectors maar op de fiets is geen reflector te vinden, zelfs niet op de banden wat in Nederland al 20 jaar verplicht is. "Goh, apart zo'n witte streep die je op je band geschilderd hebt. Artistiek ook".
De bagagedrager, als die er al op zit, is uitsluitend voor de sier want je kunt er nog geen envelop op vervoeren en van snelbinders hebben ze al helemaal nog nooit gehoord. Savannah is eens staande gehouden door de politie omdat ze bij een vriendinnetje achterop de fiets zat - wat op zich al een poging tot levensbeëindiging was aangezien zo'n bagagedrager dus niets houdt. Ze kreeg een waarschuwing omdat ze geen helm droeg en bovendien ouder was dan de bestuurder van de fiets wat in Zweden blijkbaar ook verboden is. Degene die vervoerd wordt, moet jonger zijn dan de bestuurder van de fiets en bovendien moet de bestuurder van de fiets ouder zijn dan 16 jaar. Moet je in Nederland om komen. Nog voordat een fietsje van zijn zijwieltjes is ontdaan, zitten er al drie peuters tegelijkertijd op en de oudste is met een beetje geluk net drie.

Verder zit er vrijwel nooit een bel op een fiets dus als ik zelf mijn bel gebruik om wandelaars op een fietspad te waarschuwen, schrikken de meesten zich een dubbele tia.
Ook zoiets, een fietspad in Zweden is geen fietspad maar een fiets/voetpad. Fietspaden uitsluitend voor fietsers zijn er niet maar moeten altijd gedeeld worden met voetgangers. Voetgangers lopen óf aan de verkeerde kant (links) óf in het midden van het fiets/voetpad en waar jij dan als fietser moet rijden mag je zelf uitzoeken.

Een gesloten kettingkast is een onbekend begrip voor een Zweedse fiets, de meeste fietsen hebben zelfs geen open kettingkast maar helemaal geen kettingkast wat op zich wel handig is als die verrotte ketting eraf is gelopen. Maar dat gebeurt dan weer nooit bij mijn vertrouwde Batavus.

Een Zweedse damesfiets is te krijgen in maat 49 en 53 en met een beetje mazzel ook in maat 57. Mijn eigen fiets heeft maatje 63 wat geschikt is voor mensen langer dan 1.80 m.zoals ik. Als ik op een Zweedse fiets zou fietsen dan ziet dat er niet uit want ik zou met mijn knieën over het asfalt slepen. Wat de meeste Zweden trouwens ook doen want ze hebben werkelijk geen kaas gegeten van lengte en fietshoogte. We zagen eens in een winkel een meisje van een jaar of zes op een moutainbike voor volwassenen klimmen. Ze kon met geen mogelijkheid met haar voeten bij de grond en zelfs nauwelijks bij de trappers. Haar moeder keek het drie seconden aan en zei toen:"Mooi, die past, en anders groeit ze er wel in". Als het arme kind op haar snufferd gaat heeft ze gelukkig wel een helm op en haalt ze alleen haar beide knieën, haar polsen en haar ellebogen open.
Waar je ook vreselijk van onderuit kan gaan zijn de Zweedse fietremmen. Uitsluitend handremmen, ook al zijn het naafremmen, zijn niet toegestaan. Dus als je al een handrem hebt, dan heb je er slechts één met een remblokje op je voorwiel én een terugtraprem. Die handrem is dus eigenlijk overbodig. En als je dan even stopt met trappen omdat je bijvoorbeeld een heuveltje afrijdt, en je beweegt per ongeluk een been dan lig je ook meteen te zwemmen op het asfalt omdat je wiel totaal blokkeert.

Ik ben een eigenwijze buitenlander en fiets dapper door op mijn oude, vertrouwde Batavusje. Met verlichting voor en achter, reflectorbanden, reflectoren op de pedalen en een reflector op mijn stevige bagagedrager, jasbeschermers, een gesloten kettingkast, naafremmen voor en achter, vering in stuurpen en zadel, brede antilekbanden met profiel, mijn superhandige fietstassen waar ik veel bekijks mee heb en mijn gelzadel op juiste hoogte gemonteerd. En zonder helm. Nou ja, dan vraag ik er gewoon om, nietwaar?






(Een Zweedse fiets, nu slechts € 699,=)


Pilen Sport med rullnav och batterilyse fram och bak








woensdag 6 november 2013

Vrijetijdsbesteding

Als kind beschik je over een stapel vrije tijd die vooral opgaat aan buiten spelen, althans zo was dat in mijn tijd. Maar omdat mijn moeder ook vond dat een deel van die vrije tijd nuttig besteed moest worden, zat ik verplicht op pianoles en athletiek. En als we dan praten over kapitaalvernietiging dan was dat het ultieme voorbeeld van kapitaalvernietiging. Vijf jaar lang op de muziekschool en 8 jaar pianoles en ik kon aan het eind van de rit nog steeds geen noot lezen.

Op athletiek lag de nadruk op rennen en dan bij voorkeur hard. Ik had een hekel aan hardrennen en wel om twee redenen; ten eerste had ik astma wat destijds werd bestempeld als lui en niet vooruit te branden en ten tweede rende mijn jongere broertje als een kievit tussen de kippen en moest ik vaak horen dat ik een voorbeeld aan hem moest nemen. Op de 1000 meter wandelde ik driekwart van de afstand keuvelend met mijn vriendinnetje over de sintelbaan, wetende dat ik op die 1000 meter geen enkele fatsoenlijke tijd zou neerzetten. Ach, ik was pas acht.
Om het prestatievermogen van mij en mijn leeftijdsgenootjes te verbeteren kregen we voor elke keer dat we de 1000 meter in 10 minuten hadden gerend een stempel in een boekje en bij vijf stempels een lintje dat moeders vol trots op je trainingspak mocht naaien. Mijn broer had zes lintjes, mijn stempelboekje bleef angstvallig leeg.

Mijn vrije tijd is met een full time baan, een huishouden, drie kinderen en een kleinkind net zo zeldzaam als een winter zonder sneeuw in Zweden. Maar ik heb, zoals ik al eerder schreef, volledig onverwacht toch mijn hart verpand aan hardlopen. Of eigenlijk meer sneller lopen dan de gemiddelde Zweed. In het begin liep ik op een training van 30 minuten 5 minuten wat sneller en wandelde ik de overige 25 minuten. Maar  de dertig intensieve trainingen hebben ertoe geleid dat ik 8 kilometer kan joggen zonder één keer op adem te hoeven komen en dat bovendien ook nog doe binnen 55 minuten. Uiteraard ben ik niet wonderbaarlijk genezen van astma maar twee pufjes voor ik de benen neem zijn voldoende om te blijven ademen.

Sinds twee weken ben ik in 25 lessen aan het trainen voor een tien kilometer trimloop waar ik op 8 december in Hoofddorp aan mee ga doen. En dat ik nog bijzonder ver verwijderd ben van die tien kilometer bleek gisteren in les 6.
In les 6 loop je 45 minuten in jogtempo en heb je 6 versnellingen waarbij je 30 seconden alles moet geven. De eerste twee versnellingen waren zwaar maar ik heb het nog kunnen navertellen dus blijkbaar op mijn niveau. Maar toen kwam de derde versnelling. Bij het seintje 'go' van Evy in mijn oortjes sprong ik weg als een hinde in het veld. Nou ja, bij wijze van spreken dan want ondanks mij intensieve looptrainingen en mijn 5/2 dieet blijft het gevecht met mijn weegschaal een verloren strijd en is maatje 38 vooralsnog een utopie.
Ik wachtte met spanning op de mededeling van Evy dat mijn vermalijde 30 seconden erop zaten maar wat er ook gebeurde, geen stopteken in mijn oortjes. Dus rende ik door, als een dolle in het maaiveld, figuurlijk dan want ik loop gewoon op een fietspad. Het zweet gutste tussen de bilspleet, mijn hartslag lag net boven de 330, mijn beenspieren produceerden karnemelk wat scheve ogen van de koeien naast het fietspad opleverde en mijn zuurstofniveau kwam op een dramatische 25% uit. Denk ik. Evy had zich volgens mij ontspannen geïnstalleerd achter haar bureau, benen op  tafel, glas wijn in de ene hand en een sigaretje in de andere. Toen ze constateerde dat de bodem van het glaasje wijn in zicht kwam, is ze even naar de keuken gelopen om een nieuwe fles te ontkurken en is ze haar trouwe volgeling straal vergeten. En ik maar rennen.

Na een oneindig lange 90 seconden bedacht Evy dat ik nog steeds aan het rennen was en zei ze met haar zachte vlaamse accent dat ik het prima had gedaan en dat ik het tempo weer mocht verlagen. Dank je de koekkoek, ik lag voor dood op dat fietspad. Die andere drie versnellingen heb ik maar gelaten voor wat ze waren, ik moet ook rekening houden met mijn leeftijd, nietwaar?

Zoals gezegd, ik heb nog even te gaan voor die trimloop in Hoofddorp, zeker als ik niet na de bezemwagen naar binnen wil strompelen.
Maar ik ga wel aan mijn moeder vragen of ze een lintje op mijn mouw wil naaien, dat heb ik onderhand wel verdiend.

En tot slot vraag ik me af waarom er een uiterste houdbaarheidsdatum op een reep chocola staat. Maar dat is weer een vraag van heel andere orde.




maandag 28 oktober 2013

Grootbrengen of opvoeden


Lange tijd heb ik getwijfeld of ik erover zou schrijven. Over de jeugd van tegenwoordig. Want over de jeugd van tegenwoordig wordt al eeuwenlang geklaagd. En terecht,zeg ik nu ik met rasse schreden de 50 begin te naderen.

Want met lede ogen zie ik aan dat jeugd heden tendage niet opgevoed maar grootgebracht wordt.

Het begint helaas al op zeer jonge leeftijd, heb ik moeten constateren. Mijn eigen kroost werd de kinderwagen uitgebonjourd zodra ze schoenmaat 20 hadden en zelfstandig naar de schommel konden lopen. Want als je naar de schommel kunt lopen, dan kun je ook netjes aan het handje met papa en mama meelopen zodat die enorme sta-in-de-weg niet langer gebruikt hoefde te worden.

In Zweden zitten kinderen tot aan middelbare schoolleeftijd in de kinderwagen, mede omdat het openbaar vervoer gratis is als je een kinderwagenbestuurder bent. Dus Pelle rookt bij wijze van spreken op zijn dooie akkertje zijn eerste saffie in zijn wagen, slepend met zijn benen over de grond, terwijl mams met de grootst mogelijke moeite de kinderwagen voortduwt. Want Pelle moet en zal in die kinderwagen zitten anders moet mams betalen voor de bus. De eerste aanzet tot lui stuk vreten is ontkiemd.

Op 1 september komen de skipakken, de wanten, de mutsen en de sjaals uit de kast en worden kinderen ingepakt alsof de derde ijstijd in aantocht is terwijl het buiten nog altijd een heerlijke twintig graden  is. Het grut zet een keel op omdat de temperatuur in dat skipak binnen afzienbare tijd oploopt naar een graadje of zestig en vervolgens wordt het wurm gesust met een fles, een speen of snoep, net wat er voor handen is. En als er niets voor handen is dan wordt de hele trein bij elkaar gebruld maar mams heeft even geen tijd want die zit te sms-en met haar vriendin die ze tien minuten geleden nog heeft gesproken.

In Zweden trek je altijd je schoenen uit als je binnen bent, ongeacht of dat nu bij je thuis is, of je bij een vriendje bent of een bezoekje aan de tandarts brengt. Schoenen gaan uit bij binnenkomst om te voorkomen dat je buitenvuil naar binnen brengt. Daar is wat voor te zeggen (ik heb in mijn hele leven nog nooit zo weinig gedweild als in Zweden) maar waarom legt men vanaf een jaar of  tien – dat is de leeftijd waarop de benen lang genoeg zijn – altijd zijn of haar poten op de stoel in de trein. Uit nijd ga ik altijd precies daar zitten waar iemand net riant zijn onderdanen heeft geparkeerd en veeg eerst omstandig de stoel schoen waar die vuile stelten net gelegen hebben.

Er iets van zeggen is geen optie in dit land want zo achterbaks als de volwassen Zweed is en altijd achter je rug om kletst, zo grofgebekt is de jeugd.

En zo kun je ook maar beter je mond houden als de mandarijnenschillen voor je voeten worden gegooid, de muziek op de i-phone op standje 13 wordt gezet of  de stoelen in beslag worden genomen door schooltassen zodat er geen zitplaatsen meer zijn voor betalende passagiers.

Maar ook onze gekleurde Zwedelanders kunnen er wat van. De woningnood onder de immigranten met verblijfsvergunning is behoorlijk groot daar de meesten geen geld hebben voor een betaalbare flat, zeker niet in de regio Stockholm.
Het arbeidsbureau helpt waar mogelijk en deze week kreeg één van mijn somalische klantjes een driekamerflat aangeboden in de buurt van Linköping. Dat de man daar ongeveer de hoofdprijs uit de loterij mee had gewonnen drong niet helemaal tot hem door. Zijn dochter van 17 had namelijk helemaal geen zin om te verhuizen want al haar vriendinnen wonen hier. En dus bedankte hij vriendelijk voor het aanbod maar bleef toch liever in de jeugdherberg zitten die momenteel bekostigd wordt door de gemeente. Ik probeerde aan zijn beperkte verstand te peuteren dat er geen keuze was omdat hij de jeugdherberg moest verlaten aangezien er een flat beschikbaar was voor hem en zijn drie kinderen.
Maar hij besloot te zitten waar hij zat omdat zijn dochter niet mee wilde. Ik legde hem nogmaals uit dat een dochter van 17 niet bepaalt waar hij een flat zou kunnen krijgen en dat de wachtlijst in onze gemeente ruim 6 jaar bedraagt dus dat een flatje hier niet tot de mogelijkheden behoort. Maar hij bleef volharden dat zijn dochter hier naar school wilde en nergens anders en dat er dus niet verhuisd werd.
Morgen worden ze uit de jeugdherberg gezet en staat de man  met zijn drie kinderen op straat dankzij een dochter die blijkbaar de dienst uitmaakt thuis.

Maar ook dichter bij huis zien we wat peuterweerbarstigheid. Luca kan  bijvoorbeeld al in zijn handjes klappen, gedag zwaaien en wijzen naar iets als hij het wil hebben. Dat leert hij snel want je hoeft het hem maar twee of drie keer voor te doen. Op zich wel leuk natuurlijk maar inmiddels heeft hij zich tot een kleine tiran ontwikkeld als het gaat om slapen. Hij is een keer of drie zijn bed uitgehaald na een huilbui dus dat kunstje kent hij nu ook. Slapen doet meneer alleen als het hem uitkomt en niet als het zijn ouders uitkomt, zoals bijvoorbeeld middenin de nacht.

Quinta en Hjalmar zijn de wanhoop nabij maar gelukkig heb ik nog redelijk wat profijt van mijn opleiding HBO-jeugdwelzijnswerk. Dus heb ik ze het trucje goed gedrag belonen, slecht gedrag negeren en het hoofdstuk Rust, Reinheid, Regelmaat met ze doorgenomen en binnenkort is Luca weer het liefste jongetje van de straat. Hij hoeft alleen maar even zijn grenzen te leren kennen. Tot zover en niet verder...  Jammer dat opvoeden geen verplicht vak op school is.

Mijn dochter en schoonzoon gaan er wel komen, zij luisteren nog steeds braaf naar hun ouders. Nu de rest van die onopgevoede Zweedse kinderen nog.


 

zondag 13 oktober 2013

Gezondheidszorg

Toen ik zestien was, kwam ik op een kwade dag bij de huisarts met flinke buikpijn en koorts. "Kouwtje op de organen", zei de huisarts en stuurde me naar huis met een aspirientje. Tien dagen later werd ik met spoed 's avonds laat geopereerd met een blindedarm die op springen stond. Dus als iemand in ons gezin iets mankeerde, riepen we altijd in koor:'kouwtje op de organen. Mijn moeder haar 'kouwtje-op-de-organen' bleek een losgelaten ooglens te zijn waardoor ze op een haar na blind zou zijn geworden en mijn broer heeft zijn 'kouwtje-op-de-organen' niet overleefd. Ik ben dus redelijk sceptisch voor wat de Nederlandse gezondheidszorg betreft. Er overlijden in Nederland meer mensen aan medische missers dan aan verkeersongelukken dus denk daar maar aan als je de volgende keer op je fietsje naar de dokter rijdt.

Uiteraard probeert iedereen zich zo ver mogelijk te houden van alles wat met dokters en pleisters te maken heeft maar soms heb je geen keuze. In Zweden hoopte ik dat de gezondheidszorg wat beter geregeld zou zijn dan in het Lage Landse maar niets bleek minder waar.

Tot twee keer toe heeft mijn huisarts in Ludvika de diagnose schildklierziekte gemist waardoor ik me twee jaar lang beroerd heb gevoeld. In Haninge kon ik pas na twee weken terecht bij de huisarts en op aandringen van mijn collega´s ben ik naar de spoedeisende hulp gegaan waarna ik nog dezelfde dag ben opgenomen in het ziekenhuis.

Robin moest geopereerd worden aan zijn schouder toen deze voor de zesde keer uit de kom was geraakt. Maken ze bij de operatie de verkeerde kant van zijn schouder open. Kon ie een maand later terugkomen om het door een arts te laten doen die destijds wel geslaagd was voor al zijn tentamens.

Richard blijkt een veel te hoge PSA waarde te hebben wat zou kunnen duiden op prostaatkanker, een ziekte die één op de zes mannen boven de vijftig treft. Hij heeft in augustus zelf om de doorverwijzing moeten vragen, de onderzoeksresultaten uit Ludvika werden niet opgevraagd maar alle onderzoeken werden gewoon opnieuw gedaan en nu moet hij vijf weken wachten op de uitslag van de biopten. Tja, de dokter had niet eerder tijd.

Ik heb mijn hele leven al astma en gebruik daar medicijnen voor. Medicijnen zijn bijna op dus vraag ik om een nieuw recept. Dat krijg ik niet want ik moet eerst een spirometrie (longonderzoek) doen om vast te stellen dat ik astma heb. Dat is al jaren geleden vastgesteld maar blijkbaar is de arts die dat toen gedaan heeft, niet kundig genoeg. Of misschien ben ik inmiddels wel wonderbaarlijk genezen. Dus wacht ik nu op een oproep voor een spirometrie en tot die tijd doe ik het maar zonder medicijnen.

Richard moet zijn oren laten uitspuiten (dat is een kwaal waar hij elk jaar een paar keer last van heeft en het is een handeling van maximaal 5 minuten). Moet hij eerst een afspraak maken bij de huisarts om te laten constateren dat zijn oren uitgespoten moeten worden en vervolgens moet hij een nieuwe afspraak maken bij de huisarts om zijn oren te laten uitspuiten. 's Middags om één uur kan hij terecht. Handig ook als je werkt.

Quinta maakt een afspraak bij de huisarts voor een onrustige moedervlek. Die stuurt haar door naar de dermatoloog die constateert dat die moedervlek weg moet. Nieuwe afspraak over drie weken om die moedervlek te laten verwijderen en vervolgens een nieuwe afspraak voor het verwijderen van de hechtingen. Daarna nog een keertje terug naar de huisarts voor de uitslag. Vijf consulten voor één moedervlek.

Luca heeft sinds twee weken diarree en dat is nu zo ernstig dat hij niets meer binnen houdt. Hjalmar belt de dokter om langs te komen; volgende week vrijdag (over 7 dagen!!)  kan hij terecht. Nee, eerder is er geen plekje vrij. Luca is net één.

Het is te veel om het onder de noemer 'pech' te scharen.  Óf het is de onkunde van de gezondheidszorg om hun zaakjes goed te regelen, óf de melkkoe van Zweden blijkt de patiënt binnen de gezondheidszorg te zijn want voor elk consult moet worden betaald. In beide gevallen baart het me ernstig zorgen. Nu nog een arts vinden waar ik met mijn zorgen terecht kan.





maandag 23 september 2013

Verwarrend

In Nederland rijden de treinen rechts en in Zweden rijden de treinen links. Dat is verwarrend voor iemand die 38 jaar naar rechts heeft gekeken om te zien of de trein eraan kwam.
Ik heb een redelijk ontwikkeld richtingsgevoel in tegenstelling tot de meesten onder ons van het vrouwelijk geslacht. In een wildvreemde stad weet ik meestal mijn weg wel te vinden, zeker als ik de beschikking heb over een kaart. Ik kijk op de kaart, zie dan dat ik eerste rechts, 500 meter rechtdoor dan bij de rotonde links en dan is het de vierde straat rechts, halverwege moet zijn en zonder nog éénmaal op de kaart te kijken loop ik er zo naar toe.
En ben ik ergens eenmaal geweest dan kan ik dat adres vrijwel altijd zonder mankeren weer terug vinden. Dit in tegenstelling tot mijn gewaardeerde echtgenoot die zelfs in de plaatselijke Ica de weg naar de uitgang nog moet vragen. Wij hebben ook nooit ruzie over hoe we moeten lopen en wie er gelijk heeft. Hij vertrouwt blindelings op mijn richtingsgevoel en gaat nooit in discussie over hoe we volgens hem zouden moeten gaan.

Maar zodra het over treinen en stations gaat, dan loopt het bij mij spaak.
Allereerst sta ik vrijwel altijd de verkeerde kant op te kijken om te zien of de trein eraan komt zodat ik me bekant een gebroken hartklep schrik als het ding plots van de andere kant komt. Ik doe dan altijd net of ik wel wist dat daar de trein vandaan zou komen om het flaterfiguur nog enigszins te beperken maar stom is het wel, elke keer weer.
Als je eenmaal in die trein zit dan moet je er ook weer een keertje uit. En dan sta ik geheid bij de deur aan de kant van het spoor en niet aan de kant van het perron zodat de hele trein eerst leegloopt voordat ik eruit kan.
Eenmaal op het perron heb ik met veel geluk twee keuzes; links of rechts het station uit. Meestal staan er wel bordjes op het station die verwijzen naar de straat waar je op uitkomt als je naar boven gaat maar wat als je niet in die straat maar de straat erachter moet zijn. Ik ga dan meestal af op mijn geheugen; waar ben ik de vorige keer heen gelopen? Vervolgens stap ik vol goede moed op de roltrap die me bovengronds brengt maar als ik daar dan aankom ziet niets er ook maar een beetje herkenbaar uit. Hier ben ik beslist nooit geweest.
Dus terug de roltrap naar beneden in de hoop dat de roltrap aan de andere kant van het perron me wel naar de juiste plek brengt. Uiteindelijk kom ik er met behulp van mijn navigatiesysteem op mijn telefoon er wel uit maar onhandig is het wel.

t-bana-logo
Dat navigatiesysteem laat me echter volledig in de steek als ik de metro of de trein weer terug wil nemen. Ik duik bij de eerste de beste metropaal het station in, neem vol goede moed de roltrap naar beneden maar als ik dan op het perron kom heb ik geen idee of ik de trein links of rechts moet nemen. En ik weet al helemaal niet of die trein van de ene of de andere kant komt. "Kijk dan even op de metro/trein waar ie naar toe gaat", hoor ik iemand snugger roepen. Op zich best een slim idee maar als ik rechts kijk, komt de trein van links en kan ik net niet meer lezen waar ie heen gaat. En ook als ik op goed geluk wel kan lezen wat het eindstation is dan weet ik niet of Kungsträdgården danwel Akalla de goede richting is.

Dus met een beetje pech kom ik er na vier haltes achter dat ik de verkeerde kant op rijd of sta ik uiteindelijk in één of andere buitenwijk van Stockholm waar ik helemaal niet woon.
Met wat mazzel beland ik op het Centraal Station van Stockholm, ook wel T-centralen genoemd.
T-centralen is een uitdaging voor iemand zonder ondergronds richtinggevoel zoals ik. Er zijn twee metrolijnen die op voor mijn gevoel vijf kilometer onder de grond rijden en één metrolijn die op pak 'm beet op twee kilometer onder de grond rijdt. Op de begane grond rijden de treinen maar de toegang naar die treinen ligt aan de andere kant van het station, zo'n zevenhonderd meter ondergronds lopen waarbij je allerlei trappen tegenkomt die wel eens de goede richting op zouden kunnen zijn maar waarvan je dat niet zeker weet. Als je bussen ziet, zit je te hoog en moet je terug.

Ik kom dus aan met de metro en wil naar de regionale trein die me naar Krigslida gaat brengen. Dan moet ik eerst uitvogelen op welk niveau ik me bevind, dan moet ik de juiste uitgang kiezen, daarna neem twintig danwel vijfendertig roltrappen naar boven en dan moet ik kiezen of ik links of rechts moet om bij de trein te komen. En ondertussen schiet half Stockholm als volleerde dakhazen links en rechts langs me heen, allemaal mensen die de weg wel weten, en moet ik heel snel bedenken welke kant ik op zal gaan want mijn trein gaat over vijf minuten.

Vorige week nam ik op de gok een uitgang en stond ik plotseling middenin de Åhlens (een warenhuis). Foute gok dus.
Om het allemaal nog gecompliceerder te maken lopen Zweden niet rechts maar links. Dus in het enorme gangenstelsel onder de stad raast iedereen aan de rechterkant aan je voorbij en ga je maar gewoon mee in de flow in de hoop dat je goed terecht komt.
Als ik dan op goed geluk eindelijk het perron gevonden heb waar mijn trein zal komen is het maar weer de vraag of dat spoor 12 of 13 zal zijn maar dat lost zich vrijwel altijd moeiteloos op omdat dat hetzelfde perron is.

Tot nu toe ben ik altijd voor donker thuis gekomen maar dat zal binnenkort wel afgelopen zijn. Eind oktober gaat de wintertijd in en mag ik mijn weg in het donker gaan zoeken. Dan raak ik zeker het spoor bijster.



donderdag 12 september 2013

Geregeld

Regelen en organiseren, niet bepaald de sterkste kant van Zweden in het algemeen en Zweedse bedrijven in het bijzonder.

Vorige week hadden we een bedrijfsdag met het arbeidsbureau.  Meestal bestaan zulke dagen uit onintressante lezingen, tegenvallende resultatdialogen opgeleukt met een power point presentatie en zinloze peptalk, afgewisseld met 10 minuten lichaamsbeweging in de vorm van zumbadans dat ondersteund wordt door een filmpje van internet dat nauwelijks te zien is vanwege de slechte breedbandverbinding. De dag wordt onderbroken door een lunch waar iedereen vanaf de openingsspeech door de kantoorschef al naar uitkijkt en die altijd tegenvalt.  Herkenbaar?

Het budget van het arbeidsbureau is eind juli drastisch teruggeschroefd waardoor het personeelsbestand inmiddels bijna gehalveerd is en er ook geen geld meer is voor bedrijfsdagen.  Hoera, zou je zeggen, hoe kom ik aan zo’n brenger?  Maar voor elk probleem is een oplossing en dus werd de afdeling ’regelen en organiseren’ ingezet om er toch nog een zinvolle dag van te maken.

In plaats van het hotel hier om de hoek werden we dit keer een dagje bij de plaatselijke afdeling van de landmacht ondergebracht. Dat is hier een dikke 30 kilometer vandaan en omdat er ook geen geld was voor een bus gingen we gezellig met 75 collega’s met het openbaar vervoer. Diegene die geen buskaart hadden moesten dat zelf maar even regelen. In mijn onschuld merkte ik op dat 75 mensen waarschijnlijk niet in een bus passen maar dat werd vrolijk weggewuifd. Er zou een extra bus komen.
Je raadt het al, er was geen extra bus toen we opeengeklemd op de bushalte stonden en als haringen in een ton werden we de enige bus die er was ingedreven. De rit was gelukkig maar 10 minuten en ik mis tot nu toe niemand dus ik neem aan dat al mijn collega’s, en de overige passagiers het hebben overleefd.

We werden opgewacht met koffie, althans we moesten zelf koffie in een bekertje schenken. Je kunt al raden wat er gebeurde; 75 mensen en één koffiekan. Afijn beginnen om 9 uur werd kwart voor tien. We kregen een prachtige powerpoint presentatie over het leger in Zweden en alle mogelijkheden om er te komen werken. Jammer dat je de Zweedse nationaliteit moet hebben en gezond moet zijn, precies twee eisen waar mijn klantjes niet aan voldoen en dus zat ik twee uur lang naar een lezing te luisteren waar ik in mijn dagelijkse werkzaamheden helemaal niets aan heb.
Om 12 uur mochten we schaften in de kantine bij de soldaten. Het leek wel te smaken maar ik nam de gok niet omdat ik nooit weet of er tarwe in het eten verwerkt zit dus ik heb me vermaakt bij het saladebuffet. Het smaakte wel maar echt voldaan raak je niet van sla en tomaten.

's Middag werd er tijd besteed aan het slechte resultaat van het medewerkersonderzoek. In groepjes werd geëvalueerd waar dat slechte resultaat op gebaseerd was maar omdat er geen pen en papier voor handen was bleef het slechts bij gewauwel.
De theepauze om twee uur ging niet door omdat men vergeten was thee en koffie te bestellen dus dan maar weer wat lichaamsbeweging in de vorm van een wandeling.
Na de wandeling was het tijd om huiswaarts te keren. Omdat het vrijdag was en het weekendverlof van de soldaten inging, stonden er nu een kleine tweehonderd man op de bushalte. Gelukkig kwam de extra bus die besteld was nu ook niet maar met wat agressief ellebogenwerk kwam ik de bus in. En daar gaat het toch uiteindelijk om.  De passagiers die er niet meer bijpasten zouden later door een taxi (ja, een taxi) worden opgehaald.
Het ging om zo'n 125 achterblijvers. Leuk met 125 man in een taxi.

Het onvermogen om iets te regelen blijft gelukkig niet beperkt tot het Arbeidsbureau.

Je denkt een ijsje te scoren op een warme zomerdag en staat in een lange rij om je extra calorien te bestellen. Er staan twee medewerkers achter de toonbank; de één helpt de klanten, de ander vult de hoorntjes bij. Moet ook gebeuren natuurlijk maar als de rij zo lang is kun je misschien eerst even je salaris bij elkaar verdienen en de hoorntjes zo lang maar even uit de doos pakken. Dan blijkt het ijs in de softijsmachine op te zijn en gaat degene die de klanten hielp de softijsmachine schoonmaken en bijvullen. Dus dan is er niemand meer die klanten helpt. Dat ijsje hebben we nooit gekregen.

Je vaart met een bootje naar een eilandje voor de scherenkust van Stockholm. De boot is overvol want iedereen wil naar hetzelfde eilandje hoewel er keuze is uit 30 000 eilandjes. Betalen moet je als je de boot verlaat en dat kan alleen per pin. Je krijgt een bonnetje per persoon plus een bonnetje voor de betaling. Dat printen van zo'n bonnetje duurt nog best lang. Je doet twee stappen en levert dan het bonnetje weer in. Drie keer raden hoe lang het duurt voor iedereen die boot af is.

Je werkt bij de post en de post heeft een nieuwe naam gekregen. Dus wordt de bedrijfskleding ook aangepast en krijgt iedereen nieuwe t-shirts, broeken en truien. Er wordt duidelijk vermeld dat vanaf de startdatum iedereen de nieuwe bedrijfskleding moet dragen en dat nieuwe en oude bedrijfskleding niet bij elkaar gedragen mogen worden. Jammer dat alleen de t-shirts geleverd zijn. Dan maar in je onderbroek naar je werk. Maar wel met een nieuw t-shirt!

Je wilt graag je rijbewijs halen en doet je uiterste best om de theorie erin te stampen. Met klamme handen ga je op voor je examen en goddank slaag je voor je theorie. Meteen maar een datum prikken voor het afrijden. De eerste de beste datum om af te rijden is eind november maar je theorieexamen geldt slechts twee maanden. En een datum boeken voor het afrijden voordat je je theorie hebt gehaald is niet mogelijk. Ook een manier om van je wachtlijst af te komen.

Ik kan boeken vol schrijven over de inefficientie van de Zweden. Hoe ze het toch voor elkaar krijgen om in het buitenland zo'n geweldig image op te bouwen is me werkelijk een raadsel want ik ben dagelijks getuige van de werkelijkheid. En neem van mij aan: regelen en organiseren is niet de sterkste kant van een Zweed.


 Organiseren

 

donderdag 29 augustus 2013

Vriendin

Ik heb een nieuwe vriendin. Nou, zeg maar gerust hartsvriendin. Evy heet ze en ze komt uit België.
Het is het vermelden waard want ik ben niet zo goed in vriendinnen. In Zweden heb ik er als ik snel tel twee; één in Dalarna en één in Värmland en allebei Nederlands. En in Nederland kom ik ook niet verder dan twee. Beetje karig als je bedenkt dat ik komend jaar 50 word en best een feestje zou willen geven. Ik denk dat een zaaltje huren niet nodig is, als we wat inschikken past het met gemak bij ons in de gang.
Het ligt ook wel een beetje aan mij hoor. Om je tot mijn vriendenkring te mogen rekenen moet je over een redelijke portie (zwarte) humor beschikken, jezelf net zo op de korrel kunnen nemen als wat je met de rest van de mensen om je heen doet en je moet ook net zo kunnen ouwehoeren als ik. Mijn vriendinnen in Nederland en Zweden voldoen aan die eisen, ruimschoots zelfs, maar Evy heeft daar meer moeite mee. En ik vraag me zelfs af of het haar ooit gaat lukken.
Ook met Evy heb ik, net als met mijn andere vriendinnen, een lange-afstandsrelatie - sterker nog - ik heb haar nog nooit ontmoet. Evy is namelijk mijn personal trainer op mijn smartphone. Evy is mijn werkbeschrijving naar de marathon van New York.

Na de zomer kwam ik op maandag na vier weken vakantie vol frisse tegenzin weer op mijn werk waar mijn collega Efwa vol ongeduld op mij zat te wachten. "Weet je wat wij gaan doen", riep ze enthousiast bij mijn binnenkomst. "Wij doen mee aan de Bellmannestafette". Dat je dan 5 kilometer moet rennen  met wat collega's leek me niet onoverkomelijk, wel dat het al drie dagen later was. Ik ben al even lid van de sportschool maar dat heeft tot nu toe nog niet echt geleid tot een spectaculaire verbetering van mijn conditie. Ik neem weliswaar altijd de trap op mijn werk maar ik kan vervolgens een dik kwartier geen woord meer uitbrengen.
Dus toen ik die maandagmiddag thuis kwam trok ik vol goede moed mijn overjarige sportkleding aan en zette er meteen flink de pas in. Bij de derde lantaarnpaal kreeg ik kramp in mijn kuit en kort daarna was mijn longinhoud niet meer toereikend. Had ik zuurstof naar binnen kunnen trekken via mij kleine teen, dan had ik het beslist gedaan. Gelukkig liep ik eenzaam en alleen op een afgelegen fietspad want had iemand mij gezien dan was 112 onmiddellijk uitgerukt.
Met mijn tong op mijn hielen en bezweet van kruin tot teen kwam ik uren later en 5 kilometer in mijn schoenen afgemat thuis.
Dinsdag en woensdag besteedde ik uiteraard ook aan mijn persoonlijke training en donderdag verscheen ik in een flitsende nieuwe outfit aan de start. Door mijn intensieve trainingen van de dagen ervoor had ik spierpijn in mijn hele lijf en liep ik nogal ongemakkelijk door de vele blaren op mijn gewaardeerde onderdanen.
Uiteindelijk liep ik de noodzakelijke 5 kilometer in 37 minuten waar ik niet erg ontevreden over was tot ik de beelden zag van mijzelf strompelend over de finish. Dat moest anders.

Eenmaal thuis sloeg ik aan het googelen in de hoop een goed loopschema te vinden. En daar vond ik dus Evy, mijn Belgische vriendin van de website http://www.start-to-run.be/
Evy staat op mijn smartphone en loodst mij drie keer per week door mijn looptrainingen heen. Ze coacht me, moedigt me aan en heeft er alle vertrouwen in dat ik elke keer weer de streep haal.
Ik loop inmiddels 6 kilometer in 40 minuten en de derde lantaarnpaal loop ik lachend voorbij.
Ik heb nog even te gaan tot de marathon van New York maar als het aan Evy ligt gaat het me lukken.
Nu nog een sponsor...







zondag 18 augustus 2013

van mond tot kont

Sinds een jaar of drie sukkel ik wat met het aan- en afvoersysteem in mijn lichaam. De effectiviteit tussen mond en kont functioneerde niet optimaal waardoor ik regelmatig uit de running was. Bij de apotheek was ik vaste klant en de afdeling 'maag en darmen' begroette me elke week enthousiast met de woorden "hoi Patries, is het weer zover?"
In Ludvika was ik al eens binnenstebuiten gekeerd maar er werd niets bijzonders gevonden, zelfs niet toen ik met spoed met een anafylactische shock naar het ziekenhuis moest. IBS (prikkelbare darm syndroom) was de conclusie. Altijd makkelijk om een diagnose achter de hand te hebben als je het gewoon niet weet.

In november werd ontdekt dat mijn schildklier op hol was geslagen en de maag- en darmellende werd daarmee in verband gebracht en zou snel achter de rug zijn als de schildklierwaardes weer normaal zouden zijn. Ik knapte inderdaad snel op maar de riolering bleef sputteren. Darmkrampen, misselijk, maagzuur, frequent wc bezoek, het hele pakket met gratis extraatjes waren mijn deel.
De huisarts in Haninge leek het verstandig om me nog eens door de medische molen te halen en dus werden er met name minder leuke onderzoekjes in gang gezet. Het leek op een voedselallergie maar andere ziektes moesten worden uitgesloten. Sommige voedselallergieën zijn aantoonbaar in het bloed, andere ontdek je alleen maar door uitsluiting en provocatie. Uit de bloedtest kwamen geen allergieën maar een tarweallergie is bijvoorbeeld niet aantoonbaar in het bloed.
Ik besloot dus alle tarwe uit mijn dieet te schrappen en tot mijn grote verbazing en opluchting knapte ik na een week of drie op. De uitsluiting was dus gelukt maar nu moest ik de provocatietest doen wat wil zeggen dat je het product waarvoor je allergisch bent weer moet gaan eten. Als je daar niet op reageert dan ben je niet allergisch voor dat product.
Ik ging me tebuiten aan stokbrood, koek en gebak en de volgende dag was het raak. Een hele dag was ik uit de running.

Ik eet inmiddels al een maand of drie geen tarweproducten meer en ik heb sinds lange tijd eindelijk geen klachten meer.
In het begin was het wat moeizaam om uit te zoeken waar tarwe in zit. Brood, gebak en koek is wel duidelijk maar tarwe zit bijvoorbeeld ook in macaronie, couscous, snoep, gepaneerd vlees/vis, muesli, ijshoorntjes, crackers, gebonden soepen en sauzen, pizza, kroketten en nog veel meer etenswaren waar je het niet verwacht.
Soms maak ik nog wel eens een dieetfoutje en dan moet ik de volgende dag even nagaan wat er misgegaan kan zijn. Gelukkig reageer ik niet extreem bij het kleinste foutje en ben ik dus niet meteen ziek van een snoepje maar krijg ik hooguit wat buikpijn of een doorgespoten dunne darm.

Uit eten gaan is wat moeizamer en de Pizzahut is helaas verboden gebied geworden. En als een collega trakteert moet ik vrijwel altijd bedanken. Dat lijkt moeilijker dan het is want wie wordt er nu graag getracteerd op een middagje fikse buikgriep?

Maar ik mag ook een heleboel wel. Alcoholische versnaperingen (met uitzondering van bier) worden met plezier afgewerkt in het systeem en ook chocola, chips, patat en frikandellen gaan er van boven in en van onderen zonder mankeren weer uit. Er zijn veel tarwevrije producten op de markt die ik smakelijk wegkaan. Savannah en Mathilda hebben een week of wat geleden een halve middag kaneelbullar staan bakken van tarwevrij meel waardoor mijn vriezer rijkelijk gevuld is met tussendoortjes voor bij de koffie.
Pizza's bak ik zelf en ijs is ook lekker uit een bekertje. Ik kook tarwevrije macaronie en spagetti die Richard en Savannah ook eten zodat ik geen eigen pannetje heb.
Inmiddels zit het tarwevrij eten vast in mijn systeem en ik weet - uitzonderingen daargelaten - uit mijn hoofd wat ik wel en wat ik niet kan eten.

Er is echter nog hoop (mmm, leuke woordspeling). De kans is groot dat als mijn schildklier het weer op eigen kracht gaat doen zonder weer direkt op hol te slaan de tarweallergie ook verdwijnt. In beide gevallen gaat het om een autoimmuunziekte waarbij mijn lichaam stoffen aanvalt die helemaal niet gevaarlijk zijn. Zo ongelooflijk eigenwijs, dat immuunsysteem van mij. Van wie zou ik dat nou hebben?

Gluten intolerantie Gluten special deel 1: Intro


donderdag 15 augustus 2013

Laaielichter

Savannah is eruit. Nu het krijgen van een plaatsje op de universiteit voor het volgen van een studie naar keuze niet helemaal soepeltjes verloopt heeft ze de bakens verzet en kijkt ze naar andere manieren om rijk te worden. "Ik word oplichter", meldde ze ons vorige week enthousiast. Ik houd haar niet tegen hoor. Sterker nog, ik stimuleer mijn kinderen altijd wanneer ze eigen initiatief tonen. Robin riep als jongetje van vijf al dat hij later makelaar wilde worden. "Handig mam, dan kan ik alles voor je maken", doelend op zijn vaders klustalenten. Tegenwoordig bellen we eerst Robin als de vaatwasser vreemde geluiden maakt of de grasmaaier opgevoerd moet worden. Heerlijk, zo'n makelaar in de familie.
Dat beroep van oplichter komt niet helemaal uit de lucht vallen, moet ik erkennen. Ik heb er zelf ook wel een beetje een handje van. Maar daar vraagt deze maatschappij ook om.

Begin december kreeg Richard een brief van zijn werkgever dat hij een kerstkadootje mocht uitzoeken op één of andere website. De keuze was erg beperkt dus snel gemaakt. Binnen een paar dagen lag er een afhaalberichtje in de bus dat zijn kerstverrassing kon worden opgehaald bij de ICA in de buurt. Blij als een klein kind holde hij meteen naar werktijd met zijn afhaalberichtje en zijn legitimatiebewijs naar de winkel om zijn prullaria op te halen. Miniem maar doorslaggevend detail in dit verhaal: papa en mama van Trigt hebben in de grijze oudheid besloten dat Richard weliswaar Richard genoemd zou worden maar Quirinus Martinus Maria zou heten en dus staat er op zijn id kaart Quirinus Martinus Maria van Trigt. Dat Quirinus is voor een Zweed niet uit te spreken en over dat Maria kunnen ze dagen lol hebben maar dat even terzijde.

Toen mijn opgewekte echtgenoot zijn afhaalberichtje en id kaart aan de ICA medewerker overhandigde keek deze direkt zeer bedenkelijk. Op het pakketje stond Richard van Trigt, op het afhaalbericht stond Richard van Trigt maar op zijn id kaart kon hij het woord Richard nergens vinden. Dat leek geen punt want mijn vrachtwagenchauffeur komt elke dag bij diezelfde ICA en diezelfde ICA medewerker pallets vol met pakketjes afleveren en wordt elke dag enthousiast begroet met de woorden:"Hé Richard, ben je er weer. Zet de spullen maar achter". Helemaal anoniem is hij dus niet.
Richard verklaarde omstandig dat Richard zijn roepnaam is (net als vrijwel alle Zweden een roepnaam hebben want denk nu niet dat Lars Lars genoemd wordt, die heet Lasse net als Joakim Jocke heet en Fredrik  Fredde).
Afijn, om een lang verhaal kort te maken, het pakketje ging na drie weken retour naar de afzender en Richard kreeg zijn kerstpakketje eind februari gericht aan Quirinus Martinus Maria van Trigt.

Deze week bestelde Quinta was frikandellen en bitterballen in notabene Duitsland wat geleverd zou worden op koudijs. Wij hadden deze week vakantie en ze besloot dan ook dat de minisnackbar bij ons afgeleverd moest worden. In haar onkunde gaf ze de naam van haar vader op, Richard van Trigt. Dom, dom, dom. Toen wij gisteren dat afhaalberichtje voor de frikandellen en kroketten thuis kregen zagen we de bui al hangen. Die gingen wij niet meekrijgen. Als een pakketje na drie weken nog niet is opgehaald wordt het teruggestuurd naar de afzender. Koudijs blijft ongeveer vier dagen koud, daarna is het gedaan. Drie keer raden wat er met kroketten en frikandellen gebeurt als deze drie weken op kamertemperatuur worden bewaard. Ik ben blij dat ik niet bij de ICA werk, zullen we maar zeggen.

Ons avondje snacken wilden we ons echter niet door de neus laten boren en dus moest het afhaalbericht gemanipuleerd worden. Eerst heb ik een dik uur geprobeerd om Q.M.M. op de juiste plaats achter zijn naam te krijgen maar dat is een vrij nauwkeurig werkje omdat de printer precies op de juiste plek moet printen. En dan ook nog in het juiste lettertype.
Richard had een beter idee: scannen. Dat kan onze printer ook dus scanden we het afhaalberichtje en ik haalde daarna met het gummetje van Paint Shop de adresgegevens weg. Daarna de juiste naam erin getypt en uitgeprint. Meestervervalser zijn wij!
Uiteraard stond het zweet in de bilnaad bij mijn echtgenoot toen hij het vervalste afhaalbericht overhandigde maar de ICA dame had niets in de gaten en inmiddels liggen kroketten en frikandellen veilig opgeborgen in de vriezer thuis.

Vanmiddag ben ik aan het googelen geslagen om te zien of er ook een opleiding tot oplichter bestaat dan melden we Savannah daar aan. Zeker weten dat ze cum laude afstudeert, het zit gewoon in het bloed.



dinsdag 13 augustus 2013

Herrie

Onze vakantie staat deze zomer in het teken van herrie. Klusherrie welteverstaan.
Henrik, de vorige eigenaar van ons huis heeft zijn kavel vóór de verkoop aan ons, in drie stukken verdeeld; één deel met ons huis erop en twee delen waarop nieuwe huizen werden gebouwd. Bij de overdracht verhuisde hij eerst naar nieuw gebouwd huis één en liet ondertussen huis twee bouwen waar hij eind juli naar toe is verhuisd.

Wij hebben dus twee spiksplinternieuwe huizen grenzend aan onze achtertuin. Dat is niet zo erg ware het niet dat aan beide huizen intensief geklust wordt. Eerst hebben we ruim twee weken dag en nacht in het lawaai van bulldozers en graafmachines gezeten omdat de grond bouwrijp moest worden gemaakt. Daarna werd er een huis in elkaar getimmerd waarbij we konden rekenen op enkele weken onafgebroken getimmer, gezaag en geboor. 
Toen het huis opgeleverd werd en Henrik inhuisde kwam Maria in zijn oude huis wonen en liet direct een balkon van pak 'm beet 60 vierkante meter aan haar huis bouwen. Opnieuw zagen, boren en timmeren. En aangezien dat in Zweeds tempo gebeurde werd daar ook een dikke drie weken voor uitgetrokken.

Henrik was inmiddels begonnen aan het buitenschilderwerk wat an sich niet zoveel overlast geeft maar Henrik werkt graag met wat muziek op de achtergrond. Dus werd de stereo in de huiskamer op 10 gezet en met de voordeur wagenwijd open kon hij toch meedeinen met de Zweedse top 100 die uit drie verschillende nummers bestaat.
Henrik is klaar met het schilderwerk maar nu heeft Maria een schilder ingehuurd die haar stulpje van een nieuwe kleur voorziet en ook die schilder heeft zijn transistor de hele dag afgestemd op een Zweedse radiozender. Om het lawaai in balans te houden is Henrik gisteren begonnen aan de bouw van zijn garage. Krijgen we de herrie tenminste van twee kanten.

Wij wilden in dit geweld van bouwen en verbouwen niet achterblijven en dus werden er familieleden ingevlogen die ons – de één wat meer dan de ander- kwamen helpen met wat achterstallig onderhoud. Ons huis is vorig jaar in de tint bedorven-spinaziegroen geschilderd en dat was nu net niet de kleur die wij mooi vonden. Blauw moest het worden, marineblauw. 
Bij het openen van de emmer waren we al wat onzeker omdat wij persoonlijk bij marineblauw wat andere associaties hadden dan de emmer deed vermoeden maar wellicht zou het leuk marineblauw opdrogen na een warme schilderdag. Enthousiast begon elk familielid aan een kant van het huis maar aan het eind van de dag konden we niet anders constateren dan dat marineblauw was opgedroogd tot smurfenblauw. Gelukkig had de verf bij lange na niet gedekt en besloten we de dekkende laag in een donkerdere blauwtint te nemen zodat het smurfenhuis toch nog de kleur zou krijgen die we ons zelf toewensten.

Na weer een intensieve verfdag zagen we dat ook de dekkende verf niet dekte en konden schoonzus en ik – de rest was reeds afgehaakt en stond te shuttelen op het grasveld – alle lichte plekken opnieuw bijwerken. Maar uiteindelijk zijn we zo goed als tevreden over het resultaat en gaan we ons voorbereiden op de witte kozijnen waar door enthousiaste schilders ook wat smurfenblauw is achtergelaten.

Aangezien het schilderwerk niet de gewenste tegenherrie had opgeleverd – mijn schoonzus en ik kletsen wel veel maar dat stoort de buurt niet erg – regelde ik een nieuwe klus; een tuinbank moest er komen. Neef en schoonzoon hebben wat meer klusgenen dan wij en zij boden onmiddellijk hun diensten aan. Zagen, boren, timmeren, schroeven en schuren en dan bij voorkeur met Radio 10 Gold op volle sterkte. Herrie zouden ze gaan maken, heel veel herrie. 
Maar eenmaal terug van boodschappen doen vond ik het klusstel in de garage waar ze in opperste stilte de tuinbank met een fluisterzachte draadloze schroefboormachine in elkaar draaiden. Ze hadden aan een half woord genoeg en de radio stond uit.

Ik ben erg blij met mijn marineblauwe huis met bijpassende tuinbank maar lawaai heeft het niet gegeven. En dus geniet ik in alle stilte maar weer van de herrie van de buren. Over twee maanden valt de eerste sneeuw, dan zijn de buitenklussen klaar. En het kabaal dat ze binnen maken hoor ik niet. Hopelijk.




woensdag 31 juli 2013

Kenniseconomie

Mijn kinderen vinden het niet leuk als ik over ze schrijf maar ik heb zulke leuke kinderen dat ze ongewild toch soms onderwerp van gespek zijn in mijn blogjes. Dit keer is Savannah de pineut.

Savannah heeft bij het betreden van de aardkloot wat opstartpoblemen gehad en iedereen die Savannah kent weet dat haar sociale capaciteiten wat afwijken van de algemene standaard. Dat geeft niet als je dat weet en je houdt er onbewust altijd een beetje rekening mee. En het maakt Savannah tot wie ze is; een intelligent kind met een rijke portie humor die niet altijd reageert zoals je zou verwachten.
Toen Savannah basisschoolrijp was kregen wij het advies haar op een LOM school te plaatsen voor haar eigen bestwil maar dat advies sloegen we faliekant in de wind en we schreven haar in op een doodgewone basisschool. Onze dochter is misschien sociaal niet zo sterk, aan haar verstand mankeert ze niets. Dat wij gelijk hebben gekregen maakt me trots. Savannah heeft in juni haar middelbare schooldiploma gehaald met 17,8 punten wat neerkomt op gemiddeld een VG (een 8 volgens Nederlandse begrippen) op VWO niveau. Ik houd ervan om het gelijk aan mijn zijde te hebben en ik zou met alle plezier haar rapport aan Jeugdzorg Utrecht willen sturen. Wat nou LOM?
Robin heeft ooit als schooladvies HAVO gekregen ondanks hoge CITO cijfers. Hij zou het niet redden op het HBO omdat hij te veel praatte. Volgend jaar studeert hij af als ingenieur werktuigbouwkunde op de universiteit. Maar dat even terzijde.

Savannah heeft zo hard geblokt omdat ze een doel had, ze wilde rechten gaan studeren. Omdat het niet zeker was dat ze de opleiding op zou komen schreef ze zich ook in voor 9 andere studies. Begin juli kreeg ze de uitslag en bleek dat ze voor alle studies was uitgeloot. Zweden importeert kennis uit andere landen om het gebrek aan hoogopgeleiden aan te vullen maar is niet in staat om zijn eigen inwoners op te leiden.  Voor de studie rechten staat ze op reserveplaats 2591 dus daar komt ze zeker niet op. Ook voor de andere opleidingen staat ze zo laag op de reservelijst dat ze daar ook weinig kans maakt. Het advies dat de overheid vervolgens geeft aan jongeren die willen studeren maar geen studieplaats hebben gekregen:schrijf je in bij het arbeidsbureau en ga werk zoeken.
Het maakt me laaiend, zo'n advies. Savannah wil zich niet aansluiten bij het leger werklozen dat kansloos is op de arbeidsmarkt. Savannah wil studeren om hogerop te komen, om straks haar steentje bij te dragen aan de maatschappij, om haar duit in het zakje van de Zweedse belastingdienst te kunnen doen. Maar ze krijgt gewoon geen kans.

Onze laatste hoop is gevestigd op de studie Bedrijfsrecht Europa gericht op duitssprekende landen aan de universiteit van Linköping. Zweden zijn doodsbang voor alles wat geen Zweeds spreekt maar zelf heeft Savannah Duits 4 examen dus ze voldoet aan de toelatingseis.
Op 6 augustus krijgt ze te horen of ze is toegelaten op de universiteit. Als dat zo is hebben we een week de tijd om een kamer voor haar te zoeken en een complete inboedel aan te schaffen want de eerste schooldag is 14 augustus.
Regelen en organiseren, het blijft het zorgenkindje van Zweden. En mijn zorgenkindje? Dat heb ik niet. Mijn dochter gaat er komen, linksom of rechtsom en we zullen ervoor zorgen dat we wederom het gelijk aan onze zijde zullen krijgen. Savannah gaat studeren, punt uit. LOM school, pffff!!







woensdag 10 juli 2013

Niet doen


Ik houd niet zo van schoonmaken. Mijn huis is zelden spic en span en er zijn altijd wel ergens plokken stof danwel ondefinierbare vlekken in mijn huis te vinden. Ik zit er niet mee en degene die er wel mee zitten kunnen geheel vrijwillig de stofdoek en emmer en dweil ter hand nemen. Ik houd ze niet tegen.

Er is een reden waarom ik niet zo van het schoonmaken ben. Als ik ga schoonmaken dan ontdek ik snel wat ik anders aan mijn huis zou willen en binnen een poep en een zucht ligt mijn keuken eruit of staat er een spiksplinternieuwe dakkapel op de zolder.

Ik heb eens een doekje over mijn vensterbank gehaald en twee weken later had ik een nieuwe bank, een nieuwe kast en een andere plavuizen vloer. Niet schoonmaken bespaart mij een hoop geld.

Een paar weken geleden was het echter hoog tijd om de badkamervloer te dweilen en inmiddels zit ik zonder wc, zonder wastafel en kan ik vanaf vanmiddag ook de douche niet meer gebruiken. Gelukkig hebben we nog een apart toilet zodat we onze behoeftes niet op een emmer in de hoek van de slaapkamer hoeven te doen maar het blijft behelpen. Douchen doen we op de sportschool en tanden worden gepoetst in de keuken.

 

Ons huis is in de loop van de jaren diverse keren om- en aangebouwd waardoor de indeling niet echt praktisch is. Naast onze badkamer hadden we een sauna die we vrijwel zeker nooit zullen gaan gebruiken omdat Richard alles boven de dertig graden te warm vindt en ik rijkelijk bedeeld ben met zweetklieren en geen sauna nodig heb om 3 liter vocht in een half uurtje kwijt te raken. Dus wilden we van de sauna een bijkeuken maken waar de wasmachine en wasdroger een plekje konden vinden. Die stonden tamelijk in de weg in de badkamer.

De saunaonderdelen waren binnen een half uurtje verkocht via internet en moesten er dus uitgesloopt worden. Dan ook maar meteen de schrootjeswand en dat lelijke plafond eruit. Loodgieter besteld voor de aanleg van aan- en afvoer van schoon- en vuil water en de electricien zorgde voor stopcontacten voor alle huishoudelijke apparaten.

Klaar zou je zeggen.

Maar wat een lelijke tegels lagen er eigenlijk op de badkamervloer. En dat toilet stond niet echt stevig en lekte bovendien dus dan ook maar meteen een hangend toilet besteld. En een badkamermeubel in licht eiken is ook niet onze smaak. Dat is er gisteren uitgesloopt en wordt vanavond opghaald door de nieuwe eigenaar.

Een tegelzetter is in de wijde omtrek niet te vinden maar gelukkig hebben we een handige schoonzoon. Mijn neef had zijn diensten ook al aangeboden maar als je een week lang gasten over de vloer hebt dan is het minste wat je aan kan bieden toch wel een douche en een werkende wastafel. We hopen nu van harte dat de badkamer klaar is als neeflief met aanhang komt zodat we hem een andere klus in de schoenen kunnen schuiven en hij na gedane arbeid in onze spiksplinternieuwe badkamer kan poedelen.

 

Voorlopig kijk ik met schrik in mijn ogen naar de badkamer. Een gat in de vloer waar de wastafel stond, een gat in de vloer waar de wc stond, lambrizering die op de muur gelijmd is waardoor ik mijn muren mag renoveren als die lambrizering eraf gesloopt is, afgedopte waterleidingen, lelijke tegeltjes op vloer en wand, een stellage waar ooit een hangend toilet aan moet komen, kortom een ware bouwplaats tien dagen nadat ik de vloer gedweild heb.  

Ooit is het af en tot die tijd komt er geen stofdoek uit de kast en geen dweil in een emmer want voor je het weet wordt er een verdieping op mijn huis gebouwd of wordt er een zwembad in mijn tuin gelegd. Ik bedank voor de eer!




 

vrijdag 28 juni 2013

Tijdverdrijf

"Ik wou dat ik van paarden hield", verzuchtte Savannah gisteren. En dat snap ik want wij wonen in het dichtsbevolkte paardengebied van Zweden en Zweden is weer het dichtsbevolkte paardengebied van Europa. Er zijn meer paarden dan Zweedse burgers wat op zich wel prettig is want paarden werken harder dan Zweden, zelfs als ze slechts staan te grazen terwijl ze vliegen van hun rug jagen met hun staarten. Echte multitaskers hoor, Zweedse paarden.
"Als ik van paarden hield dan kon ik tenminste elke dag gaan paardrijden", ging mijn jongste dapper door, "maar ik ben bang voor paarden".

Nu heb ik als kind zelf ook een paardentrauma opgelopen dus ik weet precies wat ze bedoelt. Ik was een jaar of zes en in de buurt van ons vakantiehuisje in Beltgraven stond een paard in een wei. Mijn vader vroeg aan de bijbehorende boer of ik daar even op mocht zitten. Dat had hij wat mij betreft echt niet gehoeven want zo'n paardenliefhebber was ik niet maar om mijn vader gunstig te stemmen - er zat wellicht een waterijsje in het vat als ik me zou gedragen - liet ik me op dat knol hijsen. Het beest sloeg enthousiast met zijn staart in mijn ogen en tot overmaat van ramp werd ik gestoken door een wesp in mijn pink. Ik raakte redelijk overstuur en mijn vader wilde maar niet begrijpen dat een ritje op zo'n knol met een wespensteek in je pink geen onverdeeld genoegen was. Uiteindelijk werd ik van dat ros afgehaald en dat ijsje heb ik nooit gekregen. Kortom, het begin van een levenslang paardentrauma.
Quinta heeft als zevenjarige nog geprobeerd om een carriere als paardenmeisje te beginnen maar ik heb er werkelijk alles aan gedaan om dat tegen te houden en dat is goddank ook gelukt.

Toen we een jaar of wat geleden in Zuid Afrika op vakantie waren hebben we nog een middagje een ritje met een paard door de bushbush geboekt en dat was achteraf ook de flater van de week.
Allereerst had ik een stoel en een tafel nodig om mezelf op dat paard te krijgen. Dat ziet er dan leuk uit op tv als zo'n deerne haar voet in zo'n stijgbeugel plaatst en galant haar andere been over dat paard zwiept maar als je dat zelf moet doen valt zoiets echt vies tegen. Ik ben lang en kreeg dan ook een hoog paard wat betekende dat ik mijn voet naar één meter vijfenvijftig hoogte moest brengen omdat daar die stijgbeugel hing. Als me dat al zou lukken had ik nooit meer genoeg kracht om mezelf op dat paard te hijsen dus als dat knol wat onrustig zou worden en ging lopen dan kon ik daar hinkend achteraan. Vandaar die tafel en die stoel.
Eenmaal op dat paard besloot Bruintje er een beetje vaart in te zetten zodat hij ook gauw weer terug op stal zou staan. Dus ongewild liet ik mijn groepje mederijders al snel achter me en verdween ik uit zicht. En aangezien ik helemaal niet kan paardrijden, en al zeker niet in draf, werd ik als een zoutzak heen en weer geslingerd op die paardenrug. Mijn echtgenoot en kinderen hadden een fantastische middag en hebben zelden zo gelachen maar ik vond er knap weinig aan. Ik heb dagenlang niet kunnen zitten vanwege een beurs achterwerk, hoe leuk is dat?
De rit duurde 45 minuten wat voor wat mij betreft drie kwartier te lang was. Wilde ik links, ging Bruintje rechts en als er niet in draf gereden werd dan stopte dat verrotte beest om een hapje te eten waardoor ik bekant over zijn nek naar beneden gleed. En daar keek ik ook al niet echt naar uit omdat onze begeleider vooraf had gewaarschuwd dat er slangen in het hoge gras konden zitten maar dat de meeste paarden dat wel in de gaten hadden. Behalve Bruintje want die was vorige week met een duitser op zijn rug langs een groene boomslang gelopen die in een boom naar beneden hing en die duitser op een haar na te pakken had.
Na eindeloos lang op dat knol door de Zuid Afrikaanse wildernis gehobbeld te hebben kwamen we goddank weer terug bij de ranch en mocht ik eraf. Maar de stoel en de tafel waren weg dus moest ik in een elegante houding van dat paard af zien te komen.  Ik zag daar toch wel wat tegenop temeer omdat ik zeven toeschouwers in mijn nek had. Voorzichtig plaatste ik mijn gewicht op één voet en probeerde mijn andere been over die rug te gooien maar net toen ik dacht dat het ging lukken zette Bruintje de pas er weer in en hing ik hulpeloos tussen hemel en aarde. Dat ik mijn been niet op drie plaatsen heb gebroken doordat ik vast zat in die stijgbeugel is me werkelijk een godsraadsel.
Nooit, nee nooit meer laat ik me overhalen om te gaan paardrijden, al is zo'n knol  volledig blind, doof en kreupel.

Dus ik snap Savannah haar afschuw van paarden en dat wil ik graag zo houden. Ze zal op zoek moeten naar een ander tijdverdrijf.
Ik houd het voorlopig maar bij een stalen ros, dat bevalt me prima.





zaterdag 22 juni 2013

Jammer

Zweden is een mooi land alleen jammer dat er Zweden wonen. Mijn Zweedse lezers adviseer ik hierbij dringend de blog te laten voor wat het is en te kijken op de website van de SMHI wat voor weer het niet wordt de komende dagen want mijn mening over de inwoners van dit prachtige land is niet mals. Ik ben namelijk na 11 jaar integreren helemaal klaar met de Zweden.

Nederlanders zijn recht door zee - en ik ben geen uitzondering op die regel - en houden daar niet mee op als ze emigreren. Dat zit namelijk in onze genen en heeft ons gemaakt tot het handelsrijke volkje dat we nu zijn. Daarnaast zijn we harde werkers, pragmatisch ingesteld  en meestal van het type niet-lullen-maar poetsen. We zijn niet wars van zelfkritiek die meestal doorspekt is met zwarte humor. Niets mis mee tenzij je zelf van een ander slag bent. En ik kan je garanderen dat de Zweden van een ander slag zijn. Zonder te willen generaliseren kan ik rustig stellen dat Zweden jaloers, ongeorganiseerd, werkschuw en humorloos zijn en hun zelfkritisch vermogen is vrijwel nul. Daarnaast zijn velen oneerlijk en laf. 
Dat wordt dus wat moeilijk samenwerken met Nederlanders. 

Onze buren laten op dit moment een huis bouwen en wij hebben vanaf ons terras uitstekend zicht op de vorderingen. Dat huis is in oktober besteld en zou op 11 juni geleverd worden. Tussen oktober en de eerste week van juni gebeurde er niets en wij vroegen ons in alle ernst af of het huis misschien geannuleerd was. Maar een dag of tien voor de levering kwam de buurman plots in actie en werd de grond halsoverkop bouwrijp gemaakt. Dat dat wat laat was bleek uit het feit dat vader en zoon verschillende avonden tot 11 uur 's avonds aan het graven waren om de boel maar op tijd klaar te krijgen. Overal lag rotzooi op de bouwplaats en ik heb de buurman zeker een vijftigtal keren met een kruiwagen zien lopen om de rommel te verplaatsen zodat hij weer een klus kon doen.  Het huis staat er nu maar het is één grote bende rondom het huis en niemand komt op het idee om dat even op te ruimen. Laat je hande es wappere, sijssieslijmer.

Robin ging vorige week met wat Zweedse vrienden naar een festival in Stockholm. Ze sliepen bij ons en het enige waarvoor ze moesten zorgen was een treinkaartje via internet kopen en op tijd op de trein stappen. De trein van kwart voor twee misten ze net als de trein van kwart over twee. En als ik ze niet met geweld het huis uitgemikt had, dan hadden ze de trein van kwart voor drie ook niet gehaald. En toen zaten er nog drie zonder geldig treinkaartje in de trein. Je komt er wel as je het glas laat staan en je jongeheer laat hange.

Op het festivalterrein kon je bij de ene bar een biertje kopen en bij een andere bar alcoholvrije versnaperingen en worstebroodjes. Dus als je een biertje en een colaatje wilde mocht je twee keer in een gigarij achteraan sluiten. En de verkoper van de colaatjes moest ook de worstjes grillen en afrekenen dus er zat weinig omzet in die stand want alles duurde een eeuwigheid. As het nog lang duurt dan wacht ik effe.

Gisteren kwam ik op mijn werk en trof mijn zwangere collega in tranen aan. Ze had het idee dat ik haar zwangerschap en bijbehorende kwaaltjes niet serieus nam. Nu heeft ze daar een punt want na vijf maanden gezanik en gezever over alles waar ze last van heeft begin ik dat wel zat te worden. Ze heeft ‘ondersteunende middelen’ voor haar rug, haar kont, haar armen, haar polsen en nu komt ze binnenkort ook nog op krukken vanwege haar bekken. Ze heeft een apje op haar telefoon om ze controleren of ze wel mag eten wat ze eet. Ze werkt nog maar halve dagen omdat het allemaal te zwaar wordt en heeft geen eigen cases meer. Geen idee wat ze die 4 uur per dag doet maar na 11 jaar Zweden heb ik inmiddels geleerd dat ik daar geen vraagtekens bij mag zetten. Haar bloeddruk is volgens eigen zeggen gevaarlijk hoog (80/130) en ze moet alle stress vermijden. Ieder gezond en ziek mens doet een moord voor zo’n bloeddruk maar ik ben geen arts dus wat weet ik ervan. Alleen al het werken met een Nederlander op je kamer is bloeddrukverhogend, volgens haar eigen zeggen.
Ze werkt elke dag van 8 tot 12 uur en ik had haar gevraagd of ze misschien van 9 tot 1 kon werken zodat ze van 12 tot 1 de klantjes aan de balie kon opvangen. Volledig overstuur was ze naar onze chef gestapt omdat ik me bemoeide met haar werktijden. Opzouten muts, zou ik als Nederlander willen zeggen. Maar de ziektewet wil ze niet in want dan krijgt ze minder geld. Ach wijf, pleur toch in de majem.


Van mijn veertigurige werkweek wordt minimaal een dikke zes uur per week opgesnoept door vergaderingen. Tel daarbij op alle pauzes, bensträckare (letterlijk even de benen strekken maar in Nederland is daar geen woord voor want het bestaat eenvoudigweg niet in Nederland), overleg-even-met-elkaar momentjes, gezamenlijke lunches en het academisch kwartiertje en je bent al gauw een dag per week kwijt aan niets. Beter een buik van het suipe as een bult van het harde werke.

In Zweden krijg je volledige studiefinanciering als je fulltime studeert. Full time studeren wil zeggen dat je zeventien uur op meer per week aan je studie besteedt. Misschien ga ik ook maar fulltime werken, zeventien uur per week. Die badmuts van een Arie hep nog nooit een slag gewerkt.

Ik mis Nederland. Ik mis de Nederlanders. Het is niet altijd leuk om de waarheid te horen maar het is nog vele malen minder leuk om achteraf te horen wat iemand tegen een ander over je heeft gezegd. Ik mis de ‘goedemorgen’ bij de kassa en ik mis zelfs de schaterlach als ik uitglijd over een bananenschil. Ik mis het lullen-over-niets bij de kapper en ik mis de Amsterdamse humor waar ik zelf aardig over beschik maar die hier niet gewaardeerd wordt. Maar ja, Over het IJ en onder Diemen wone enkel boere.



vrijdag 7 juni 2013

Vrije marktwerking

Ik houd mijn hart vast als de hoge heren ooit besluiten om de belastingdienst te gaan privatiseren. Het is één van de weinige instanties die nog in handen is van de overheid en ik denk dat we dat maar zo moeten houden. De Zweedse belastingdienst krijgt volgens diverse opinieonderzoeken enorm hoge waarderingscijfers ondanks het feit dat we daar - geheel onvrijwillig - gigabedragen aan overmaken. Geen lange wachttijden bij de telefonische klantenservice en altijd word je vriendelijk te woord gestaan. 
Vorige week kreeg ik mijn belastingaanslag terug omdat formulier K7 ontbrak. Het ontbrekende formulier was netjes bijgevoegd en ik hoefde het alleen even in te vullen en te ondertekenen. Het was uiteraard volledig abacadabra voor mij maar mijn belastingambtenaar had zijn naam, zijn telefoonnummer en zijn e-mailadres is de brief geschreven dus een telefoontje was gauw gepleegd. Twee keer ging de telefoon over en toen had ik Bert - de afgevaardigde van de grijp-en-graaidienst van firma Rheinfeldt -  aan de lijn. Ik voelde al meteen bij het noemen van zijn naam een klik en toen ik vroeg of hij mij kon helpen met formulier K7 antwoordde hij eerlijk en oprecht: "ach, ik werk hier pas een week en ik weet het zelf eigenlijk ook niet". Een man naar mijn hart, je hebt meteen een band, een wij-gevoel, twee leden van de club 'geen-idee-hoe-je-formulier K7-moet-invullen-maar-we-komer-er-samen-wel-uit'. Bert gaf mij echt het gevoel dat ik niet de enige stommeling op deze aardkloot ben en dat er echt meer mensen zijn die formuliertjes van Rheinfeldt en trawanten niet kunnen invullen.
Bert ging het voor me uitzoeken en zou terugbellen. En hoewel ik ambtenaren in de regel nooit geloof -er werken er meer dan 100 bij mij op kantoor -  had ik er nu alle vertrouwen in dat Bert mij ging bellen. En Bert belde inderdaad! Ik moest alle cijfers van formulier K5 even invullen op formulier K7. Bert kreeg een telefonische omhelzing en ik deed wat mij opgedragen was. Twintig minuten later lag een ingevuld en ondertekend K7 formulier in de brievenbus en blij dat alles zo snel was opgelost liep ik terug naar mijn werk.
Maar Bert overtrof zichzelf en kort na de lunch belde hij me nogmaals op. Hij had me fout voorgelicht en begon met duizend verontschuldigingen.Vervolgens vroeg hij me pen en papier te pakken zodat ik bij elk punt het juiste bedrag kon invullen. Drie minuutjes later waren zowel formulier K5 als K7 volgens de standaard van de Zweedse belastingdienst ingevuld en even later lagen ze zoals gevraagd in de mailbox van Bert. Bert blij, ik blij.

Nee, dan de Vattenfall, de geprivatiseerde tegenhanger van het staatsbedrijf voor electriciteit. Ik had mij daar begin februari al gemeld omdat ik op 12 april trotse eigenaar zou worden van een vrijstaand huisje in Tungelsta die graag gebruik zou willen maken van de energiekabels van Vattenfall. Ik werd destijds van harte welkom geheten en daarna hoorde ik niets meer. Deze week trok ik maar eens aan de bel om te vragen waar mijn eerste factuur bleef. Ik had slechts 56 wachtenden voor me maar er waren voldoende medewerkers om de lijst binnen een kwartier weg te werken. Toen Pelle mijn vraag over het uitblijven van de factuur had aangehoord en mijn persoonsnummer in het systeem opvroeg zag hij meteen wat het probleem was. Ik was niet kredietwaardig en was dus niet door de kredietmeting gekomen. Bovendien was ik met 10.000 kWh per jaar grootverbruiker en ik moest dus een borg betalen. Waarom ik niet kredietwaardig was, was niet duidelijk en hoe hoog de borg was wist hij ook niet. Wat dat betreft kon hij zich meten met Bert want Bert wist ook niet veel. Maar  Pelle wilde mij niet terugbellen, ik kon wel even aan de lijn blijven zodat hij het kon uitzoeken. Want als hij alle klanten met een vraag moest terug gaan bellen, dan zouden ze de energieprijzen nog verder moeten verhogen (echt jolijt hoor met Pelle).
Een dik half uur later was Pelle eruit; mijn kredietaanvragen voor de huizen die we eerder hadden willen kopen waren het probeem geweest. Omdat ik het laatste halfjaar echter geen kredietaanvragen meer had gedaan werd het door de vingers gezien. Hoezo? Hadden jullie anders mijn kabels opgegraven? Dus Vattenfall had in al zijn goedheid besloten dat wij klant bij hen mochten worden. Hoe hoog de borg zou worden wist Pelle nog steeds niet. Dat zou ik wel op de eerste factuur zien. Ik had duidelijk geen klik met Pelle en ik verlangde hevig naar de gebronsde stem van Bert.

Of Telia. Waar ik in februari bij Jonas mijn verhuizing had gemeld in de hoop om op 12 april breedband en tv in ons nieuwe stulpje te hebben.  Dat hadden we niet maar wel de mededeling van Jonas dat we 12 mei zouden worden ingekoppeld. 12 mei werd het niet maar waarschijnlijk 15 mei wel, zei Jonas later. 15 mei werd 21 mei, 21 mei werd 29 mei en vanwege enorme drukte bij de orderafdeling werd het eerst 3 juni en toen 7 juni. En vandaag is het 7 juni en raad eens wat, we hebben breedband. Plotseling zonder waarschuwing, hup zomaar breedband. De bijbehorende telefoonlijn doet het dan weer niet maar ik ben al blij dat ik voor een dikke 600 kronen per maand breedband en tv heb. Die telefoon gaat ook wel lukken. En anders bel ik gewoon even met Bert. 





zaterdag 25 mei 2013

Stockholm



Stel, je woont in een omgeving waar je je niet veilig voelt. Er is voortdurend dreiging, er is geen geld en nauwelijks te eten, scholen zijn gesloten en mensen om je heen worden zonder enige aanleiding door volstrekt onbekenden in elkaar gemept. Dat is op zijn zachtst gezegd niet zo prettig om in te leven. Dus op een kwade dag pak je je boeltje en je vlucht uit die onveilige situatie. Je weet niet waar je heen moet maar uiteindelijk beland je bij wildvreemden, ver weg waar het veilig is. Niemand die je kwaad doet, je krijgt een dak boven je hoofd en te eten. Je opleiding wordt voor je betaald en je krijgt zakgeld. Je kunt veilig over straat zonder voortdurend over je schouder te moeten kijken en je hebt weer een toekomst. Maar het bevalt je niet. Je wilt een groter huis, meer geld, een baan zonder dat je daarvoor eerst naar school moet, je wilt je eigen gerechten eten en je eigen taal spreken. Je wilt dat je gastheer zich aan jou aanpast. Als je merkt dat dat niet gebeurt, word je boos. Je steekt zijn auto in de hens, je bedreigt zijn vrienden en gooit stenen door ruiten van de mensen die je helpen. En als je dan nog je zin niet krijgt, dan regel je wat vrienden die je helpen.



Dit is een korte situatieschets van wat er op dit moment in Stockholm aan de hand is.



De aanleiding van de rellen in Stockholm was een verwarde allochtone man die met een machette op straat dreigde mensen neer te steken. Anders dan in London reageerde de politie in Stockholm iets adequater en schoot de man na een aantal waarschuwingen neer. De man overleed aan zijn verwondingen. En dat zinde zijn allochtone vrienden niet met de huidige rellen als gevolg.

Wat mij echter mateloos irriteert is de reden waarom voornamelijk allochtone jongeren aan het rellen zijn geslagen.  Ze hebben geen opleiding, spreken niet of nauwelijks Zweeds en zijn dientengevolge al lange tijd werkeloos. Zij willen dat de regering maatregelen neemt om aan hun uitzichtloze situatie een einde te maken. Maar welke maatregelen moet die regering dan nemen?



Wanneer aan iemand asiel wordt verleend in Zweden moet hij verplicht naar Zweedse les, betaald door de Zweedse overheid (lees belastingbetaler) met een uitkering van de Zweedse overheid (lees belastingbetaler). Afhankelijk van hoe gemotiveerd iemand is om de taal te leren duurt dit soms enkele maanden en soms een aantal jaar. Ik ken verschillende voorbeelden van mensen die al meer dan 8 jaar op Zweedse les zitten en nog steeds geen woord Zweeds spreken maar ik ken ook voorbeelden van mensen die binnen 3 maanden geen tolk meer nodig hebben.

Als je de Zweedse taal enigszins beheert kun je naar onderwijs voor volwassenen dat wordt betaald door de Zweedse overheid (lees belastingbetaler) met behoud van uitkering. Heb je kinderen dan kun je deze naar de kinderopvang brengen die wordt betaald door, ach, je raadt het al. Heb je je middelbare schooldiploma gehaald dan kun je doorstromen naar een beroepsopleiding of verder studeren aan de Hogeschool of universiteit. De opleiding wordt betaald door de overheid en voor je levensonderhoud kun je een studiebeurs krijgen waarvan je na je studie binnen 30 jaar een deel moet terugbetalen.

Kortom, kansen te over om aan je uitzichtloze situatie een einde te maken.



Ik woon gelukkig in een wijk waar de rellen niet plaatsvinden en ook niet zullen plaatsvinden. Ik woon namelijk in een wijk waar bewoners redelijk op tijd naar bed moeten omdat er de volgende dag gewerkt moet worden zodat er belasting betaald kan worden. Wij hebben dus geen tijd om auto’s in de brand te steken, stenen door ruiten te gooien of mensen te bedreigen.



Ik werk dagelijks met mensen die komen uit kansloze landen en het gros wil werkelijk aan het werk en die er ook alles aan doen om aan het werk te komen. Maar ik tref ook mensen die aan uitkeringen meer naar binnen harken dan Richard en ik samen verdienen zonder ooit een cent te hebben bijgedragen aan het systeem dat hen onderhoudt en vervolgens ontevreden zijn omdat niemand hun huur wil betalen of omdat ze gekort zijn op hun uitkering omdat ze niet naar school gaan.

Ik ben in de situatie dat ik mensen kan korten op hun uitkering als ze niet doen wat er van hen gevraagd wordt en weet dat mensen heel snel leren als ze worden gestraft. En dat zouden ze ook met die reljongeren moeten doen. Als het je hier niet bevalt dan kun je maar beter teruggaan naar het land waar het blijkbaar allemaal beter is. Je hebt er immers zelf voor gekozen om hierheen te komen en als het allemaal niet uitpakt zoals je had gehoopt dan heb je de keuze om terug te gaan. 

Ik ken ook mensen die chronisch ziek zijn en nooit voor hun situatie gekozen hebben. Zij willen naar school maar kunnen dat niet. Zij willen werken maar kunnen dat niet. Ook zij leven van minder geld dan waar ze op gehoopt hadden en bevinden zich in een situatie die soms uitzichtloos is. Zij steken echter geen auto's in de brand, ze gooien geen stenen door de ramen van hun arts omdat die iets gezegd heeft wat ze niet willen horen en ze bedreigen ook niemand. Daar zouden die'kansloze' allochtone jongeren wel eens iets van kunnen opsteken. Maak er het beste van zonder voortdurend anderen de schuld te geven van jouw situatie.



Dit gezegd hebbende pak ik nog een kopje koffie om bij een temperatuur van 23 graden in de zon te gaan zitten. Jammer dat het zo waait.

zondag 28 april 2013

Verborgen talenten

Richard heeft verborgen talenten, klustalenten! Helaas heeft hij ze zo goed verborgen dat niemand ze kan vinden en zelf weet hij ook niet meer waar hij ze gelaten heeft. Dat weerhoudt hem er echter niet van om om zo nu en dan toch te gaan klussen in de hoop dat zijn talenten onverwachts toch boven water komen. Dat is tot nu toe echter niet gebeurd en tot die tijd moet ik het met hem uitzingen zonder zijn klustalenten.
Zo kreeg ik voor mijn verjaardag een prachtige gasbarbeque van man en kinderen en die moest natuurlijk in elkaar gezet worden. Ik bleef ver uit de buurt want als hij een onontbeerlijk schroefje door de reten van het terras laat vallen dan wordt hij daar op zijn zachtst gezegd niet zo vrolijk van. Echt, je weet niet hoeveel agressie er eigenlijk in de goede man huist. Savannah probeerde haar steentje bij te dragen door de gebruiksaanwijzing om te draaien zodat hij de tekening in ieder geval niet op zijn kop had.
Quinta werd telefonisch gewaarschuwd om Luca uit de buurt van opa te houden omdat het kind zijn eerste woordje dan waarschijnlijk niet 'mama' maar een scheldwoord in zeven verschillende talen zou zijn.
Toen mijn ondergewaardeerde doe-het-zelver na een halve zondag klussen het vervloekte ding eindelijk overeind kon zetten bleek hij de poten te hebben verwisseld waarbij ik meen de deurtjes of een plankje er niet in pasten zodat hij alles weer uit elkaar kon schroeven om van vooraf aan te beginnen.
Worstjes grillen vóór het komende najaar kon ik waarschijnlijk wel vergeten omdat ik bij mijn kado geen gastankje had gekregen. Dus deze sigaar uit eigen doos kostte mij nog eens 1200 kronen (€ 120,=) maar dan heb je ook iets. Zelfs het aankoppelen van de gasfles leek niet te gaan lukken totdat Savannah in de gebruiksaanwijzing las dat de afsluitknop naar links opengedraaid moet worden terwijl mijn gewaardeerde klusman het plastic afsluitknopje volledig naar zijn moer had gedraaid omdat hij naar rechts draaide.
Afijn, het ding doet het nu en Richard is gelukkig weer gekalmeerd.

Die verborgen klustalenten heeft hij niet van zichzelf, nee, hij heeft ze geërfd van zijn vader. Die kon ook altijd van alles passend maken als iets niet paste. Een extra latje hier, een passtukje daar en in het ergste geval: plant ervoor. Hun huis kon evenaren met de Hortus Botanicus. Mijn schoonvader had een voliere in de tuin gebouwd met een doorgang naar de schuur. De Gamma draait nu nog op de winst van het materiaal dat hij heeft ingeslagen om drie zebravinken en een kanarie in te huisvesten.

Ik laat het echter zover niet komen. In huis mag er in principe niet geklust worden door mijn echtgenoot. Nog geen plintje mag hij op maat zagen en behangen doe ik zelf en het liefst alleen. Hij zet koffie. Ik schroef Ikea-keukens in elkaar en maak gordijnen op maat. Hij zet koffie. Ik sluit de wasmachine aan en plaats douchedeuren. Hij zet koffie. De enige uitzondering op de regel is de garage. Daar mag hij van alles ophangen, neerzetten, ombouwen, passend maken en in elkaar flansen. In de garage staan voornamelijk dingen die rijp zijn voor de sloop en eventueel nog dienst zouden kunnen doen als opslag van garagespullen. Bovendien kan hij daar naar hartelust vloeken en schelden als iets niets lukt zonder dat de hele familie mag meegenieten. Ik prijs hem de hemel in als hij vol trots laat zien dat hij een schoenenkastje aan de muur heeft bevestigd of haken heeft opgehangen waar zijn tuingereedschap aan kan hangen. Echt superhandig!

Deze zomer gaan we ons huis van een nieuw verfje voorzien en daar heb ik dan weer alle vertrouwen in. Want zo onhandig als hij met hamer en zaag kan zijn, zo nauwkeurig neemt hij de kwast ter hand. Daar lopen onze capaciteiten dus behoorlijk uiteen. Ik ben van de firma Grote-Stappen-Gauw-Klaar BV en zie het nut niet in van schoonmaken, doorroeren, ontvetten, afplakken, gronden, afschilderen en nogmaals afschilderen.
Ik koop een bus verf zonder te bedenken of dat binnen dan wel buiten gebruikt gaat worden maar ga uitsluitend af op dat leuke kleurtje. Ik open de bus verf, doop mijn kwast erin en hoop het karweitje in een uur te klaren. Als ik knoei op de vloer veeg ik het met mijn sok weg waarna ik de halve gang voorzie van verf omdat ik vergeet dat er verf aan mijn sok zit. Ik plak niets af waardoor dat leuke kleurtje blauw ook op mijn nieuwe witte plinten terecht komt. Schoonmaken doe ik straks wel. Er is eens een bus verf in mijn drie maanden oude auto omgevallen waardoor de hele achterbak werd voorzien van een tintje ivoorwit. Toen ik de achterklep opende droop de verf op mijn schoenen.
Kwasten schoonmaken doe ik ook niet, die gooi ik weg. En als ik ze wel schoonmaak voor je weet maar nooit dan kan ik vervolgens een nieuwe spoelbak en kraan kopen omdat die dan helemaal onder de verf zitten.
Zo is mijn echtgenoot niet. Die is met het schilderen van een raamkozijn een dikke vijf uur zoet. Voor elke streek een ander penseel, terpentine in de aanslag en als het af is, is mijn kozijn splinternieuw. Het geduld waarmee hij schildert zou hij eigenlijk tentoon moeten spreiden bij andere kluswerkzaamheden.

We hebben daarom een stilzwijgende afspraak. Ik houd me bezig met hamer en zaagklusjes en hij blijft uit de buurt en hij doet het schilderwerk terwijl ik koffie zet. Wat zullen wij een mooi paleisje krijgen.

http://www.femma.be/images/klussenvoorbeginners.jpg