Ik kies er niet voor, ik zoek het niet op, ik wil het niet
maar dingen overkomen me gewoon. En als ik het aan mensen vertel, dan denkt men
dat ik het óf verzin óf schromelijk overdrijf. Maar op het graf van mijn vader durf
ik hardop te beweren dat dingen gaan zoals ze gaan zonder dat ik daar
doelbewust op aanstuur. Ik heb er echt nooit de hand in.
Vorige week op weg naar huis word ik van overheidswege
gedwongen een deel van mijn reis te ondernemen met de metro omdat om een onverklaarbare
maar vast goede reden de trein de hele week niet verder gaat dan Farsta. Ik
werk niet in Farsta en dat heb ik geprobeerd uit te leggen aan de
transportingenieurs van de Zweedse NS maar ik vind er geen gehoor. Zoek het
lekker uit tussen Farsta en Vasastan, moeten ze gedacht hebben. Dus veertig
minuten langer onderweg om naar werk en weer naar huis te komen.
Afijn, ik stap dus in de metro om een half uur wezenloos uit
een raampje te gaan staren zodat ik in Farsta alsnog de trein naar huis kan nemen.
Ik stap gelukkig twee haltes eerder in dan de rest van de pendelaars en er zijn
dus nog zitplaatsen. Terwijl ik me neerzijg in één van de luxe fauteuills van
de metro valt mijn blik op de stoel naast mij. Wat ligt daar nou? Zie ik dat
nou goed? Is dat nou een pistool? Ja, je leest het goed. Er staat niet
portemonnee, handtas of gebruikt zakdoekje. Nee, naast mij op de stoel ligt een
opengeklapt pistool. Geen idee
of het kreng echt is maar hij ziet er bedriegelijk echt uit. Tegenover mij zit
een Spaans schoonmaakstertje en bedeesd vraag ik of ze misschien iets kwijt is.
In twee woorden Zweeds en achtentwintig woorden Spaans probeert ze me uit te
leggen dat het ding niet van haar is en dat ze ook niet weet wie dat daar heeft
achtergelaten. Holyshit, dat heb ik weer. Van de 840 stoelen die ik kan
uitkiezen ga ik uitgerekend naast een pistool zitten en heb ik bovendien geen
idee van wie dat ding is en of hij al dan niet gebruiksklaar is. Ik durf het
kreng ook niet op te pakken want als er een hysterische Zweed in die metro ziet
dat ik met een pistool loop te zwaaien in een stad die net een spannende
aanslag achter de rug heeft dan lig ik binnen no time met zeven opgetrommelde
beveiligers over de grond te rollebollen. Bovendien zetten ze het halve
openbaar vervoer voor minder stil en dan loopt mijn reistijd alleen maar verder
op.
Van zowel de Spaanse medepassagier als de rest van
metroreizend Stockholm verwacht ik weinig medewerking en dus besluit ik 112 te
bellen. Het is weliswaar geen levendsbedreigende situatie maar een ander telefoonnummer
schiet mij zo gauw even niet te binnen. Ik krijg een aardige agent aan de lijn
en ik vertel hem rustig dat ik in de metro naast een wapenachtig voorwerp zit
dat al dan niet per ongeluk lijkt te zijn vergeten door de eigenaar. Hij lijkt
me niet goed verstaan te hebben en vraagt me nog eens te herhalen wat ik zei. Een
pistool in de metro en een dove diender, hoeveel mazzel kun je op één dag
hebben? Of ik zeker weet dat het geen speelgoedpistooltje van de Toys R Us is,
vraagt hij. Nee, dat weet ik niet zeker maar het kreng is niet roze met gele
stippen en zeker niet van plastic. Merk, typenummer, lengte loop, pistool of
revolver, vraagt hij ook nog. Op het oog lijkt het op een Walther P5 maar het
zou ook zomaar een Beretta 92 FS kunnen zijn. Jezus man, ik ben toch geen
wapenexpert, ik schrijf notulen op een saai overheidskantoor in Vasastan! Als
het tot hem is doorgedrongen dat er potentieel gevaar dreigt als het ding in
verkeerde handen valt, zegt hij dat ik het ding niet mag aanraken en dat er
geen passagiers op die stoel mogen gaan zitten. Hij stuurt een paar beveiligers
die een paar stations verderop mijn gevonden voorwerp zullen komen ophalen.
Als we aankomen op Stockholm Centraal wordt het druk en
komen er veel mensen de metro in. Nu moet ik mijn mannetje staan. Ik zal – in dienst
van de overheid en als verlengde arm van de prinsemarij – mijn gevonden
voorwerp met hand en tand verdedigen en niemand zal aanspraak kunnen maken op
de stoel naast mij. En natuurlijk stapt er iemand in die uitgerekend op de
stoel naast mij wil gaan zitten. Ik blokkeer de doorgang met mijn stelten en zeg
hem dat hij een andere zitplaats moet zoeken omdat deze stoel onderdeel is van
een plaats delict en dat uitgebreid sporenonderzoek binnen afzienbare tijd zal
plaatsvinden door de opgetrommelde hermandad. Hij luistert niet en zoekt ruzie.
Wie ik dan wel ben om hem die plaats te ontzeggen en of ik godhierendaarnogaantoe
mijn rotzooi van die stoel af wil halen. Even twijfel ik. Zal ik dat ding
oppakken en met een gesist ’bek-houwe-ouwe’ dat ding op zijn voorhoofd zetten?
Zo’n kans krijg je toch werkelijk maar één keer in je leven. Maar het geeft
gedoe, dat weet ik nu al, en ik laat het kreng liggen waar hij ligt en schenk
zijn echtgenoot een dankbare blik als ze hem meetrekt naar een andere
zitplaats.
Op Medborgarplatsen stapt een metrobeveiliger – ja echt, dat
is hier een beroep – in en constateert direct dat het om een klappertjespistool
gaat. ”Hoezo, ben jij dan wapenexpert”, vraag ik hem verbaasd. ”Hoe zie je dat
het om een klappertjespistool gaat? En belangrijker, hoe zien onschuldige
medepassagiers dat? Als het om een klappertjespistool gaat, dan moet dat op
ruime afstand te zien zijn zodat niet de
eerste de beste malloot met zo’n ding kan gaan zwaaien om anderen de stuipen op
het lijf te jagen”. Sterk punt vindt ook de metrobeveiliger. Bovendien blijkt
bij het oppakken dat het ding niet van plastic maar van metaal is.
De Spaanse schoonmaakster vermoedt dat we vanavond met zijn
allen op Facebook danwel You tube miljoenen likes hebben omdat wellicht een
grapjas heeft gefilmd hoe ik half Stockholm op stelten zet na de
vondst van een klappertjespistool in de metro.
En nu naar huis, met slechts veertig minuten vertraging.
Heerlijk, dat openbaar vervoer!!
