Carpe diem

Carpe diem

vrijdag 28 juni 2013

Tijdverdrijf

"Ik wou dat ik van paarden hield", verzuchtte Savannah gisteren. En dat snap ik want wij wonen in het dichtsbevolkte paardengebied van Zweden en Zweden is weer het dichtsbevolkte paardengebied van Europa. Er zijn meer paarden dan Zweedse burgers wat op zich wel prettig is want paarden werken harder dan Zweden, zelfs als ze slechts staan te grazen terwijl ze vliegen van hun rug jagen met hun staarten. Echte multitaskers hoor, Zweedse paarden.
"Als ik van paarden hield dan kon ik tenminste elke dag gaan paardrijden", ging mijn jongste dapper door, "maar ik ben bang voor paarden".

Nu heb ik als kind zelf ook een paardentrauma opgelopen dus ik weet precies wat ze bedoelt. Ik was een jaar of zes en in de buurt van ons vakantiehuisje in Beltgraven stond een paard in een wei. Mijn vader vroeg aan de bijbehorende boer of ik daar even op mocht zitten. Dat had hij wat mij betreft echt niet gehoeven want zo'n paardenliefhebber was ik niet maar om mijn vader gunstig te stemmen - er zat wellicht een waterijsje in het vat als ik me zou gedragen - liet ik me op dat knol hijsen. Het beest sloeg enthousiast met zijn staart in mijn ogen en tot overmaat van ramp werd ik gestoken door een wesp in mijn pink. Ik raakte redelijk overstuur en mijn vader wilde maar niet begrijpen dat een ritje op zo'n knol met een wespensteek in je pink geen onverdeeld genoegen was. Uiteindelijk werd ik van dat ros afgehaald en dat ijsje heb ik nooit gekregen. Kortom, het begin van een levenslang paardentrauma.
Quinta heeft als zevenjarige nog geprobeerd om een carriere als paardenmeisje te beginnen maar ik heb er werkelijk alles aan gedaan om dat tegen te houden en dat is goddank ook gelukt.

Toen we een jaar of wat geleden in Zuid Afrika op vakantie waren hebben we nog een middagje een ritje met een paard door de bushbush geboekt en dat was achteraf ook de flater van de week.
Allereerst had ik een stoel en een tafel nodig om mezelf op dat paard te krijgen. Dat ziet er dan leuk uit op tv als zo'n deerne haar voet in zo'n stijgbeugel plaatst en galant haar andere been over dat paard zwiept maar als je dat zelf moet doen valt zoiets echt vies tegen. Ik ben lang en kreeg dan ook een hoog paard wat betekende dat ik mijn voet naar één meter vijfenvijftig hoogte moest brengen omdat daar die stijgbeugel hing. Als me dat al zou lukken had ik nooit meer genoeg kracht om mezelf op dat paard te hijsen dus als dat knol wat onrustig zou worden en ging lopen dan kon ik daar hinkend achteraan. Vandaar die tafel en die stoel.
Eenmaal op dat paard besloot Bruintje er een beetje vaart in te zetten zodat hij ook gauw weer terug op stal zou staan. Dus ongewild liet ik mijn groepje mederijders al snel achter me en verdween ik uit zicht. En aangezien ik helemaal niet kan paardrijden, en al zeker niet in draf, werd ik als een zoutzak heen en weer geslingerd op die paardenrug. Mijn echtgenoot en kinderen hadden een fantastische middag en hebben zelden zo gelachen maar ik vond er knap weinig aan. Ik heb dagenlang niet kunnen zitten vanwege een beurs achterwerk, hoe leuk is dat?
De rit duurde 45 minuten wat voor wat mij betreft drie kwartier te lang was. Wilde ik links, ging Bruintje rechts en als er niet in draf gereden werd dan stopte dat verrotte beest om een hapje te eten waardoor ik bekant over zijn nek naar beneden gleed. En daar keek ik ook al niet echt naar uit omdat onze begeleider vooraf had gewaarschuwd dat er slangen in het hoge gras konden zitten maar dat de meeste paarden dat wel in de gaten hadden. Behalve Bruintje want die was vorige week met een duitser op zijn rug langs een groene boomslang gelopen die in een boom naar beneden hing en die duitser op een haar na te pakken had.
Na eindeloos lang op dat knol door de Zuid Afrikaanse wildernis gehobbeld te hebben kwamen we goddank weer terug bij de ranch en mocht ik eraf. Maar de stoel en de tafel waren weg dus moest ik in een elegante houding van dat paard af zien te komen.  Ik zag daar toch wel wat tegenop temeer omdat ik zeven toeschouwers in mijn nek had. Voorzichtig plaatste ik mijn gewicht op één voet en probeerde mijn andere been over die rug te gooien maar net toen ik dacht dat het ging lukken zette Bruintje de pas er weer in en hing ik hulpeloos tussen hemel en aarde. Dat ik mijn been niet op drie plaatsen heb gebroken doordat ik vast zat in die stijgbeugel is me werkelijk een godsraadsel.
Nooit, nee nooit meer laat ik me overhalen om te gaan paardrijden, al is zo'n knol  volledig blind, doof en kreupel.

Dus ik snap Savannah haar afschuw van paarden en dat wil ik graag zo houden. Ze zal op zoek moeten naar een ander tijdverdrijf.
Ik houd het voorlopig maar bij een stalen ros, dat bevalt me prima.





zaterdag 22 juni 2013

Jammer

Zweden is een mooi land alleen jammer dat er Zweden wonen. Mijn Zweedse lezers adviseer ik hierbij dringend de blog te laten voor wat het is en te kijken op de website van de SMHI wat voor weer het niet wordt de komende dagen want mijn mening over de inwoners van dit prachtige land is niet mals. Ik ben namelijk na 11 jaar integreren helemaal klaar met de Zweden.

Nederlanders zijn recht door zee - en ik ben geen uitzondering op die regel - en houden daar niet mee op als ze emigreren. Dat zit namelijk in onze genen en heeft ons gemaakt tot het handelsrijke volkje dat we nu zijn. Daarnaast zijn we harde werkers, pragmatisch ingesteld  en meestal van het type niet-lullen-maar poetsen. We zijn niet wars van zelfkritiek die meestal doorspekt is met zwarte humor. Niets mis mee tenzij je zelf van een ander slag bent. En ik kan je garanderen dat de Zweden van een ander slag zijn. Zonder te willen generaliseren kan ik rustig stellen dat Zweden jaloers, ongeorganiseerd, werkschuw en humorloos zijn en hun zelfkritisch vermogen is vrijwel nul. Daarnaast zijn velen oneerlijk en laf. 
Dat wordt dus wat moeilijk samenwerken met Nederlanders. 

Onze buren laten op dit moment een huis bouwen en wij hebben vanaf ons terras uitstekend zicht op de vorderingen. Dat huis is in oktober besteld en zou op 11 juni geleverd worden. Tussen oktober en de eerste week van juni gebeurde er niets en wij vroegen ons in alle ernst af of het huis misschien geannuleerd was. Maar een dag of tien voor de levering kwam de buurman plots in actie en werd de grond halsoverkop bouwrijp gemaakt. Dat dat wat laat was bleek uit het feit dat vader en zoon verschillende avonden tot 11 uur 's avonds aan het graven waren om de boel maar op tijd klaar te krijgen. Overal lag rotzooi op de bouwplaats en ik heb de buurman zeker een vijftigtal keren met een kruiwagen zien lopen om de rommel te verplaatsen zodat hij weer een klus kon doen.  Het huis staat er nu maar het is één grote bende rondom het huis en niemand komt op het idee om dat even op te ruimen. Laat je hande es wappere, sijssieslijmer.

Robin ging vorige week met wat Zweedse vrienden naar een festival in Stockholm. Ze sliepen bij ons en het enige waarvoor ze moesten zorgen was een treinkaartje via internet kopen en op tijd op de trein stappen. De trein van kwart voor twee misten ze net als de trein van kwart over twee. En als ik ze niet met geweld het huis uitgemikt had, dan hadden ze de trein van kwart voor drie ook niet gehaald. En toen zaten er nog drie zonder geldig treinkaartje in de trein. Je komt er wel as je het glas laat staan en je jongeheer laat hange.

Op het festivalterrein kon je bij de ene bar een biertje kopen en bij een andere bar alcoholvrije versnaperingen en worstebroodjes. Dus als je een biertje en een colaatje wilde mocht je twee keer in een gigarij achteraan sluiten. En de verkoper van de colaatjes moest ook de worstjes grillen en afrekenen dus er zat weinig omzet in die stand want alles duurde een eeuwigheid. As het nog lang duurt dan wacht ik effe.

Gisteren kwam ik op mijn werk en trof mijn zwangere collega in tranen aan. Ze had het idee dat ik haar zwangerschap en bijbehorende kwaaltjes niet serieus nam. Nu heeft ze daar een punt want na vijf maanden gezanik en gezever over alles waar ze last van heeft begin ik dat wel zat te worden. Ze heeft ‘ondersteunende middelen’ voor haar rug, haar kont, haar armen, haar polsen en nu komt ze binnenkort ook nog op krukken vanwege haar bekken. Ze heeft een apje op haar telefoon om ze controleren of ze wel mag eten wat ze eet. Ze werkt nog maar halve dagen omdat het allemaal te zwaar wordt en heeft geen eigen cases meer. Geen idee wat ze die 4 uur per dag doet maar na 11 jaar Zweden heb ik inmiddels geleerd dat ik daar geen vraagtekens bij mag zetten. Haar bloeddruk is volgens eigen zeggen gevaarlijk hoog (80/130) en ze moet alle stress vermijden. Ieder gezond en ziek mens doet een moord voor zo’n bloeddruk maar ik ben geen arts dus wat weet ik ervan. Alleen al het werken met een Nederlander op je kamer is bloeddrukverhogend, volgens haar eigen zeggen.
Ze werkt elke dag van 8 tot 12 uur en ik had haar gevraagd of ze misschien van 9 tot 1 kon werken zodat ze van 12 tot 1 de klantjes aan de balie kon opvangen. Volledig overstuur was ze naar onze chef gestapt omdat ik me bemoeide met haar werktijden. Opzouten muts, zou ik als Nederlander willen zeggen. Maar de ziektewet wil ze niet in want dan krijgt ze minder geld. Ach wijf, pleur toch in de majem.


Van mijn veertigurige werkweek wordt minimaal een dikke zes uur per week opgesnoept door vergaderingen. Tel daarbij op alle pauzes, bensträckare (letterlijk even de benen strekken maar in Nederland is daar geen woord voor want het bestaat eenvoudigweg niet in Nederland), overleg-even-met-elkaar momentjes, gezamenlijke lunches en het academisch kwartiertje en je bent al gauw een dag per week kwijt aan niets. Beter een buik van het suipe as een bult van het harde werke.

In Zweden krijg je volledige studiefinanciering als je fulltime studeert. Full time studeren wil zeggen dat je zeventien uur op meer per week aan je studie besteedt. Misschien ga ik ook maar fulltime werken, zeventien uur per week. Die badmuts van een Arie hep nog nooit een slag gewerkt.

Ik mis Nederland. Ik mis de Nederlanders. Het is niet altijd leuk om de waarheid te horen maar het is nog vele malen minder leuk om achteraf te horen wat iemand tegen een ander over je heeft gezegd. Ik mis de ‘goedemorgen’ bij de kassa en ik mis zelfs de schaterlach als ik uitglijd over een bananenschil. Ik mis het lullen-over-niets bij de kapper en ik mis de Amsterdamse humor waar ik zelf aardig over beschik maar die hier niet gewaardeerd wordt. Maar ja, Over het IJ en onder Diemen wone enkel boere.



vrijdag 7 juni 2013

Vrije marktwerking

Ik houd mijn hart vast als de hoge heren ooit besluiten om de belastingdienst te gaan privatiseren. Het is één van de weinige instanties die nog in handen is van de overheid en ik denk dat we dat maar zo moeten houden. De Zweedse belastingdienst krijgt volgens diverse opinieonderzoeken enorm hoge waarderingscijfers ondanks het feit dat we daar - geheel onvrijwillig - gigabedragen aan overmaken. Geen lange wachttijden bij de telefonische klantenservice en altijd word je vriendelijk te woord gestaan. 
Vorige week kreeg ik mijn belastingaanslag terug omdat formulier K7 ontbrak. Het ontbrekende formulier was netjes bijgevoegd en ik hoefde het alleen even in te vullen en te ondertekenen. Het was uiteraard volledig abacadabra voor mij maar mijn belastingambtenaar had zijn naam, zijn telefoonnummer en zijn e-mailadres is de brief geschreven dus een telefoontje was gauw gepleegd. Twee keer ging de telefoon over en toen had ik Bert - de afgevaardigde van de grijp-en-graaidienst van firma Rheinfeldt -  aan de lijn. Ik voelde al meteen bij het noemen van zijn naam een klik en toen ik vroeg of hij mij kon helpen met formulier K7 antwoordde hij eerlijk en oprecht: "ach, ik werk hier pas een week en ik weet het zelf eigenlijk ook niet". Een man naar mijn hart, je hebt meteen een band, een wij-gevoel, twee leden van de club 'geen-idee-hoe-je-formulier K7-moet-invullen-maar-we-komer-er-samen-wel-uit'. Bert gaf mij echt het gevoel dat ik niet de enige stommeling op deze aardkloot ben en dat er echt meer mensen zijn die formuliertjes van Rheinfeldt en trawanten niet kunnen invullen.
Bert ging het voor me uitzoeken en zou terugbellen. En hoewel ik ambtenaren in de regel nooit geloof -er werken er meer dan 100 bij mij op kantoor -  had ik er nu alle vertrouwen in dat Bert mij ging bellen. En Bert belde inderdaad! Ik moest alle cijfers van formulier K5 even invullen op formulier K7. Bert kreeg een telefonische omhelzing en ik deed wat mij opgedragen was. Twintig minuten later lag een ingevuld en ondertekend K7 formulier in de brievenbus en blij dat alles zo snel was opgelost liep ik terug naar mijn werk.
Maar Bert overtrof zichzelf en kort na de lunch belde hij me nogmaals op. Hij had me fout voorgelicht en begon met duizend verontschuldigingen.Vervolgens vroeg hij me pen en papier te pakken zodat ik bij elk punt het juiste bedrag kon invullen. Drie minuutjes later waren zowel formulier K5 als K7 volgens de standaard van de Zweedse belastingdienst ingevuld en even later lagen ze zoals gevraagd in de mailbox van Bert. Bert blij, ik blij.

Nee, dan de Vattenfall, de geprivatiseerde tegenhanger van het staatsbedrijf voor electriciteit. Ik had mij daar begin februari al gemeld omdat ik op 12 april trotse eigenaar zou worden van een vrijstaand huisje in Tungelsta die graag gebruik zou willen maken van de energiekabels van Vattenfall. Ik werd destijds van harte welkom geheten en daarna hoorde ik niets meer. Deze week trok ik maar eens aan de bel om te vragen waar mijn eerste factuur bleef. Ik had slechts 56 wachtenden voor me maar er waren voldoende medewerkers om de lijst binnen een kwartier weg te werken. Toen Pelle mijn vraag over het uitblijven van de factuur had aangehoord en mijn persoonsnummer in het systeem opvroeg zag hij meteen wat het probleem was. Ik was niet kredietwaardig en was dus niet door de kredietmeting gekomen. Bovendien was ik met 10.000 kWh per jaar grootverbruiker en ik moest dus een borg betalen. Waarom ik niet kredietwaardig was, was niet duidelijk en hoe hoog de borg was wist hij ook niet. Wat dat betreft kon hij zich meten met Bert want Bert wist ook niet veel. Maar  Pelle wilde mij niet terugbellen, ik kon wel even aan de lijn blijven zodat hij het kon uitzoeken. Want als hij alle klanten met een vraag moest terug gaan bellen, dan zouden ze de energieprijzen nog verder moeten verhogen (echt jolijt hoor met Pelle).
Een dik half uur later was Pelle eruit; mijn kredietaanvragen voor de huizen die we eerder hadden willen kopen waren het probeem geweest. Omdat ik het laatste halfjaar echter geen kredietaanvragen meer had gedaan werd het door de vingers gezien. Hoezo? Hadden jullie anders mijn kabels opgegraven? Dus Vattenfall had in al zijn goedheid besloten dat wij klant bij hen mochten worden. Hoe hoog de borg zou worden wist Pelle nog steeds niet. Dat zou ik wel op de eerste factuur zien. Ik had duidelijk geen klik met Pelle en ik verlangde hevig naar de gebronsde stem van Bert.

Of Telia. Waar ik in februari bij Jonas mijn verhuizing had gemeld in de hoop om op 12 april breedband en tv in ons nieuwe stulpje te hebben.  Dat hadden we niet maar wel de mededeling van Jonas dat we 12 mei zouden worden ingekoppeld. 12 mei werd het niet maar waarschijnlijk 15 mei wel, zei Jonas later. 15 mei werd 21 mei, 21 mei werd 29 mei en vanwege enorme drukte bij de orderafdeling werd het eerst 3 juni en toen 7 juni. En vandaag is het 7 juni en raad eens wat, we hebben breedband. Plotseling zonder waarschuwing, hup zomaar breedband. De bijbehorende telefoonlijn doet het dan weer niet maar ik ben al blij dat ik voor een dikke 600 kronen per maand breedband en tv heb. Die telefoon gaat ook wel lukken. En anders bel ik gewoon even met Bert.