Ik heb een redelijk ontwikkeld richtingsgevoel in tegenstelling tot de meesten onder ons van het vrouwelijk geslacht. In een wildvreemde stad weet ik meestal mijn weg wel te vinden, zeker als ik de beschikking heb over een kaart. Ik kijk op de kaart, zie dan dat ik eerste rechts, 500 meter rechtdoor dan bij de rotonde links en dan is het de vierde straat rechts, halverwege moet zijn en zonder nog éénmaal op de kaart te kijken loop ik er zo naar toe.
En ben ik ergens eenmaal geweest dan kan ik dat adres vrijwel altijd zonder mankeren weer terug vinden. Dit in tegenstelling tot mijn gewaardeerde echtgenoot die zelfs in de plaatselijke Ica de weg naar de uitgang nog moet vragen. Wij hebben ook nooit ruzie over hoe we moeten lopen en wie er gelijk heeft. Hij vertrouwt blindelings op mijn richtingsgevoel en gaat nooit in discussie over hoe we volgens hem zouden moeten gaan.
Maar zodra het over treinen en stations gaat, dan loopt het bij mij spaak.
Allereerst sta ik vrijwel altijd de verkeerde kant op te kijken om te zien of de trein eraan komt zodat ik me bekant een gebroken hartklep schrik als het ding plots van de andere kant komt. Ik doe dan altijd net of ik wel wist dat daar de trein vandaan zou komen om het flaterfiguur nog enigszins te beperken maar stom is het wel, elke keer weer.
Als je eenmaal in die trein zit dan moet je er ook weer een keertje uit. En dan sta ik geheid bij de deur aan de kant van het spoor en niet aan de kant van het perron zodat de hele trein eerst leegloopt voordat ik eruit kan.
Eenmaal op het perron heb ik met veel geluk twee keuzes; links of rechts het station uit. Meestal staan er wel bordjes op het station die verwijzen naar de straat waar je op uitkomt als je naar boven gaat maar wat als je niet in die straat maar de straat erachter moet zijn. Ik ga dan meestal af op mijn geheugen; waar ben ik de vorige keer heen gelopen? Vervolgens stap ik vol goede moed op de roltrap die me bovengronds brengt maar als ik daar dan aankom ziet niets er ook maar een beetje herkenbaar uit. Hier ben ik beslist nooit geweest.
Dus terug de roltrap naar beneden in de hoop dat de roltrap aan de andere kant van het perron me wel naar de juiste plek brengt. Uiteindelijk kom ik er met behulp van mijn navigatiesysteem op mijn telefoon er wel uit maar onhandig is het wel.
![]() |
Dus met een beetje pech kom ik er na vier haltes achter dat ik de verkeerde kant op rijd of sta ik uiteindelijk in één of andere buitenwijk van Stockholm waar ik helemaal niet woon.
Met wat mazzel beland ik op het Centraal Station van Stockholm, ook wel T-centralen genoemd.
T-centralen is een uitdaging voor iemand zonder ondergronds richtinggevoel zoals ik. Er zijn twee metrolijnen die op voor mijn gevoel vijf kilometer onder de grond rijden en één metrolijn die op pak 'm beet op twee kilometer onder de grond rijdt. Op de begane grond rijden de treinen maar de toegang naar die treinen ligt aan de andere kant van het station, zo'n zevenhonderd meter ondergronds lopen waarbij je allerlei trappen tegenkomt die wel eens de goede richting op zouden kunnen zijn maar waarvan je dat niet zeker weet. Als je bussen ziet, zit je te hoog en moet je terug.
Ik kom dus aan met de metro en wil naar de regionale trein die me naar Krigslida gaat brengen. Dan moet ik eerst uitvogelen op welk niveau ik me bevind, dan moet ik de juiste uitgang kiezen, daarna neem twintig danwel vijfendertig roltrappen naar boven en dan moet ik kiezen of ik links of rechts moet om bij de trein te komen. En ondertussen schiet half Stockholm als volleerde dakhazen links en rechts langs me heen, allemaal mensen die de weg wel weten, en moet ik heel snel bedenken welke kant ik op zal gaan want mijn trein gaat over vijf minuten.
Vorige week nam ik op de gok een uitgang en stond ik plotseling middenin de Åhlens (een warenhuis). Foute gok dus.
Om het allemaal nog gecompliceerder te maken lopen Zweden niet rechts maar links. Dus in het enorme gangenstelsel onder de stad raast iedereen aan de rechterkant aan je voorbij en ga je maar gewoon mee in de flow in de hoop dat je goed terecht komt.
Als ik dan op goed geluk eindelijk het perron gevonden heb waar mijn trein zal komen is het maar weer de vraag of dat spoor 12 of 13 zal zijn maar dat lost zich vrijwel altijd moeiteloos op omdat dat hetzelfde perron is.
Tot nu toe ben ik altijd voor donker thuis gekomen maar dat zal binnenkort wel afgelopen zijn. Eind oktober gaat de wintertijd in en mag ik mijn weg in het donker gaan zoeken. Dan raak ik zeker het spoor bijster.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten