Weliswaar besteedde het plaatselijke sufferdje van Maarssenbroek in mei 2002 de derde kolom op pagina 36 aan onze gedurfde avonturen in Zweden maar verder heb ik alleen in de krant gestaan toen ik werd geboren en toen moest ik mijn regel nog delen met drie andere borelingen.
Nee, een echte BN-er kan ik mijzelf niet noemen. Hoe anders is dat sinds ik in Zweden woon. Nog voordat onze verhuisdozen in Nyhammar waren uitgepakt hadden er al drie artikeltjes in de krant gestaan over die dappere Hollanders die dat hotel in Grangärde weer op de kaart zouden gaan zetten.
Een tijdlang heb ik alle krantenknipsels over mij en mijn familie bewaard maar toen ik mijn parttime dienstverband met Regio Dalarna aanging was daar geen beginnen meer aan.
Zowel in Zweden als in Nederland heb ik in diverse landelijke dagbladen gestaan, ben ik gast geweest op radio en tv en werd ik regelmatig lastig gevallen door 'paparazziverslaggevers' die wilden weten hoe het project om Nederlanders naar Zweden te lokken, ervoor stond.
Ik moet eerlijk bekennen dat dat in het begin best leuk was maar als mensen op den duur aan mij moeten vertellen wat de krant nu weer over me heeft geschreven dan wordt het op zijn zachtst gezegd wat hinderlijk.
Maar sinds ik weer fulltime voor het arbeidsbureau werk is de interesse vanuit de media wel wat afgenomen.
Helemaal onbekend ben ik echter nog steeds niet (soms googel ik mijn naam als ik op een depressieve dag denk dat niemand meer van me houdt en het resultaat blijkt altijd weer verrassend) en deze maand sta ik in het personeelsblad van het arbeidsbureau.
'Tjonge wat een gevallen ster' hoor ik je denken maar ik heb een kleine 10 000 collega's dus dat is nog een redelijke lezerskring.
Het artikel (met foto waar ik beslist niet onvoordelig geportretteerd ben) gaat over de nieuwe opdracht van het arbeidsbureau. Sinds 1 december 2010 heeft het arbeidsbureau namelijk de verantwoordelijkheid gekregen voor de financiële tegemoetkomingen voor asielzoekers en vluchtelingen. Daar hangt een batterij verplichtingen aan vast en ik ben één van de arbeidsbemiddelaars die de schone taak heeft gekregen om asielzoekers en vluchtelingen in Zweden aan het werk te krijgen.
Uiteraard ben ik eerst op cursus geweest waar ik geen steek wijzer ben geworden omdat het bestuur van het arbeidsbureau altijd 'ja' zegt tegen alle opdrachten die ze van regeringswege krijgen zonder over de gevolgen na te denken en dus geen opleiding hadden voor de 500 personen die als 'invandrarehandläggare' gingen werken. Maar ik zat in een goed hotel en het eten was lekker.
En nu moet ik dus analfabete Somaliers, Irakezen, Afghanen, Ethiopiërs en binnenkort ongetwijfeld ook strijdvaardige Libiërs aan het werk helpen. Voor het artikel in het personeelsblad ben ik uiteraard geinterviewd en een professionele fotograaf heeft zeker drie uur stukgegooid om mij 'onbevangen en geintresseerd' digitaal te kunnen vastleggen.
Al tijdens het interview werd mij op niet te misverstane wijze duidelijk gemaakt dat het artikel positief moest zijn en er was geen plaats voor welk onvertogen woord dan ook.
Ik heb uiteraard toch van de gelegenheid gebruik gemaakt om enige kritische noten te laten horen maar daar heb ik in het hele stuk niets meer over gelezen.
Dus aan mij nu de schone taak om oorlogsgetraumatiseerde asielzoekers naar school te sturen om te leren lezen en schrijven, Zweeds te leren, de Zweedse mores bij te brengen om tenslotte binnen twee jaar aan het werk te gaan als lasser, buschauffeur, verpleegkundige, bosarbeider, of weet ik wat meer.
Somaliers sturen in de regel de dag nadat ze hun uitkering hebben gekregen vrijwel het hele bedrag naar hun familie in Mogadishu om vervolgens bij de Sociale dienst aan te kloppen omdat ze hun huur niet kunnen betalen.
Irakezen zijn meestal redelijk opgeleid in hun eigen land maar verklaren zichzelf pensioengerechtigd op de leeftijd van 32.
Ethiopiërs zetten bij voorkeur hun strijd tegen de Somaliërs in de hoofdstraat van Ludvika voort.
Afghanen hebben twee jaar op de koranschool doorgebracht en weten prima hoe je halal een schaap moet slachten.
Maar geen van de doelgroepen kan een fatsoenlijke sollicitatiebrief in elkaar draaien, heeft geen idee wat een CV is, is nog nooit op sollicitatiegesprek geweest en vinden het prima dat de Zweedse belastingbetaler opdraait voor hun uitkeringen (en die zijn niet misselijk).
Je kunt het de mensen zelf niet kwalijk nemen dat ze niet aan het werk te krijgen zijn (ga zelf maar eens op zoek naar een baan als kamelendrijver in Djiboutie dan weet je in welke situatie deze mensen zich bevinden) maar hoogopgeleide hotemetoten in Stockholm moeten toch begrijpen dat een nieuwe toekomst in Zweden deze mensen niet veel te bieden heeft.
En ik schrijf ondertussen voor elke asielzoeker een plan van aanpak om ze enigszins de indruk te geven dat er ooit een baan voor hen in het verschiet ligt. Dream on.......