Carpe diem

Carpe diem

dinsdag 23 april 2019

Het is weer lente

Als je op een bepaalde leeftijd komt, dan wordt het leven wat gezapiger. Je hebt alles al een keer meegemaakt, de spieren en botten worden wat strammer en je doet het wat rustiger aan. Ik heb die leeftijd blijkbaar nog niet bereikt want hier is nog volop reuring.

Ik zal met mijn treinleventje beginnen want daar wordt door mijn volgelingen het meest naar gevraagd. Begin februari begon mijn nieuwe loopbaan bij de MTR met een interne opleding. Mocht je gedacht hebben dat ze elke aap achter de stuurknuppel konden plaatsen, dan ben je daar inmiddels toch hopelijk wel van terug gekomen. De interne opleiding duurt twee maanden waarbij je eerst een maand theorie krijgt over voertuigkennis, interne regels, veiligheid op het spoor en interne/externe documenten. Daar moet je dan weer examen voor doen en daarna ga je een maand rijden om de baan en de trein onder de knie te krijgen. Dan moet je twee volle dagen afrijden en dan pas mag je echt alleen rijden. En op 4 april kreeg ik te horen dat ik cum laude ben geslaagd. Dat was leuk om te horen (understatement van het jaar) maar de volgende twee dagen begon ik met een reservedienst. Dan zit je de hele dag op kantoor te wachten (en te hopen) dat er iemand ziek wordt zodat je de stuurhut mag overnemen. En dat gebeurt natuurlijk nooit want als er al iemand niet kan rijden wordt het óf ruim vantevoren opgelost óf zit je al meer dan twee uur in de reserve zodat je niet meer een hele dienst mag overnemen omdat je anders te lang werkt. Een reservedienst heb je ongeveer drie keer per maand en een Netflixabonnement heb je er dan ook snel uit.

De eerste keer dat ik zelf naar Göteborg mocht rijden was wel wat spannend en ik was door al mijn collega's al voorbereid op het feit dat er op je eerste dienst altijd dingen gebeuren waarop je niet hebt gerekend. En dat gebeurde dus ook. Er vloog een vogel in mijn stroomafnemer (dat ijzeren ding bovenop de trein die contact maakt met de bovenleiding) waardoor er kortsluiting ontstond en er geen stroom meer naar de trein kwam. Ik had het niet heel snel in de gaten want een trein rijdt lang door zonder stroom. Maar als je eerst 150 km/uur knort en dan steeds langzamer gaat rijden zonder dat je remt, begrijp je uiteindelijk wel dat er iets aan de hand is. Ik besloot helemaal te stoppen, de stroomafnemer naar beneden te doen in de hoop dat Ka Kraai er tussenuit zou vallen en daarna de stroomafnemer weer omhoog te doen. Dat lukte en met een vertraging van 25 minuten, een file van treinen achter me en de heerlijke lucht van gebraden kip in de achterste coupé konden we weer verder. De terugreis verliep zonder problemen.




Op 15 april ben ik voor de derde keer oma geworden, dit keer van een lief jongetje van iets meer dan 2700 gram en 49 cm lang. In Zweden mag je wachten met de geboorteaangifte tot drie maanden na de geboorte en kun je dus nog drie maanden met je ega soebatten over de naam. Robin is na 17 jaar Zweden lekker geintegreerd en een naam bleek op de dag van de geboorte niet voor handen. Ook zijn telefoon leek problemen te hebben want na de melding dat 'hij' geboren was werd het ijzingwekkend stil. Niet of nauwelijks foto's, geen antwoorden op ongeduldige vragen van ongeduldige en verontruste familieleden en bezoek werd ook al niet op prijs gesteld. Wordt de kraamtijd in Nederland uitbundig gevierd met kraamkado's, ooievaars op en aan gevels, ballonnenbogen bij de voor- en achterdeur, kraamvisite, roze Champagne, beschuit met muisjes, verwennerijen door de kraamverpleegkundige maar vooral trotse opa's en oma's, hier in Zweden valt het onder de categorie 'noodzakelijk kwaad'. Dus mijn kraammand met kraamkadootjes zag er na drie dagen wat triest uit met verlepte ballonnetjes en losgeraakte lintjes en ik was blij dat ik een kraamtaart op het laatste moment maar niet besteld had.
Toen 'hij' na een kleine week nog steeds geen naam had, werd het vervelend. Luca noemde hem inmiddels Cooldude, wij spraken over Nummer 1 en Quinta doopte hem Sven omdat dat zo lekker bekt. Robin zelf overwoog hem B100 te noemen naar de boef van Bassie en Adriaan maar Mathilda had praktische bezwaren. Robin en Mathilda zagen zelf ook wel in dat een kind zonder naam nog wat anders is dan een Zangeres Zonder Naam of een Band Zonder Naam en uiteindelijk ging de kogel door de kerk; hij heet Milo Sune van Trigt.
De informatievoorziening van de kersverse ouders is nog steeds wat matig te noemen maar gelukkig hebben we de foto's nog. Ik kan er nog geen album mee vullen maar soms krijgt Robin de geest en krijg ik zomaar 6 foto's tegelijk. Kan ik weer even pronken met mijn  nieuwe kleinkind.





Nog een highlight in mijn huidige bestaan is mijn nieuwe hobby; squash. Hardlopen zit er door allerlei kwalen niet meer in maar het luie lijf moet tussen alle Netflixafleveringen op mijn werk toch af en toe even aan het zweten gezet worden en dus kocht ik, samen met Savannah in een opwelling twee squashrackets en een balletje. Vol verwachting boekten we een baan om eens een keer dat balletje te slaan maar het viel nog vies tegen om dat ding uberhaupt even te raken. Zo'n squashballetje stuitert nauwelijks als je het tegen de muur slaat en we staan dus regelmatig 'zand te scheppen' of in de lucht te meppen terwijl het balletje meters ver weg is. Alle squashregels lappen we aan onze laars, we zijn al blij dat we dat kreng kunnen raken. En één balletje is ook wat weinig want inmiddels hebben we er al twee de lamp in geslagen wat best een prestatie is als je weet hoe hoog het dak van een squashbaan is. Maar er is progressie en wellicht doen we ooit eens mee aan de Zweedse kampioenschappen als team moeder en dochter.


Een andere gezamenlijke hobby die Savannah en ik delen is pianospelen. Ik heb in de grijze oudheid honderd jaar pianoles gehad zonder enig resultaat. Pianoles is ook eigenlijk geen handige keus voor een kind van een jaar of acht wat het liefst in bomen klimt, tenten bouwt en rottigheid uithaalt. Maar ik klim niet meer in bomen, ik bouw geen tenten meer en rottigheid halen alleen anderen uit dus nu hebben we een electrische piano gekocht en blijk ik toch meer te kunnen spelen dan alleen Boer-er-ligt-een-kip-in-het-water. Het grote voordeel van een electrische piano is de koptelefoon. Je kunt tachtig keer misslaan zonder dat iemand het hoort en als je eindeloos hebt zitten oefenen speel je, schijnbaar moeiteloos, de sterren van de hemel. Savannah heeft nog niet helemaal in de gaten dat we haar vingeroefeningen weliswaar niet horen maar haar luidruchtige gemopper wel. Dus als Savannah zit te spelen worden we vaak getrakteerd op een combinatie van scheldwoorden in vier talen. Daar had Mozart nou een sonate voor moeten schrijven.

Kortom, mocht je vermoeden dat ik heel langzaam naar de pensioengerechtigde leeftijd aan het kruipen ben, dan  moet ik je teleurstellen. Ik sta met beide poten nog volop in het leven.



woensdag 30 januari 2019

Een nieuwe baan

Doordat ik niet vaak meer schrijf lijkt de tijd nog sneller te gaan dan hij al ging. Kon ik als kind de tijd wel omkijken als ik op school zat en vond ik 15 jaar leerplicht neigen naar levenslange kindermishandeling, tegenwoordig ruim ik niet eens de kerstspullen meer op want het is toch weer Kerst kort na de paaseitjes.

Kort geleden begon ik aan de opleiding tot bevoegd treinbestuurder en eind deze week doe ik mijn laatste tentamen en begin ik maandag aan mijn nieuwe loopbaan als machinist bij de MTR. En in de tijd tussen kort geleden en aanstaande maandag heb ik heel wat geleerd.
De eerste dag op school heb ik mij vertwijfeld afgevraagd of het wel zo slim was om te proberen de opleiding op te komen. Met een kans van 6% om een plaatsje te bemachtigen op de opleiding - of om het nog duidelijker te maken 94% kans dat ik dat niet zou krijgen - werd ik na veel testen toch toegelaten en om dan te bedanken voor dat plaatsje leek me niet gepast. Maar ik was duidelijk de oudste van de klas, leren gaat me duidelijk wat moeilijker af tegenwoordig en een jaar zonder salaris was ook niet handig met een dikke hypotheek en een nieuwe auto voor de deur. Maar wie A zegt moet ook B zeggen en dus begon ik enthousiast aan de opleiding.

De theorie werd elke periode afgesloten met een tentamen en hoewel ik niet tot de echte hoogvliegers in de klas behoor heb ik alle tentamens tot nu toe met goede cijfers gehaald. Vanaf april mocht ik op stage en inmiddels heb ik er bijna 500 rijuren opzitten. En vooral die rijuren geven stof tot vertellen.

De eerste keer dat ik op de bestuurderstoel zat, wist ik vrij zeker dat mijn 'dat-lukt-mij-wel'-houding me nu werkelijk in de problemen had gebracht. Ik vond een snelheid van 40 kilometer per uur meer dan genoeg want er was veel in die hut wat mijn aandacht opeisde. Multitasking was weliswaar getest voor ik aan de opleiding begon maar toen hoefde ik maar 3 of 4 dingen tegelijk te doen. Nu moest ik kijken hoe hard ik mocht, hoe hard ik reed, hoe hard ik verderop mocht, waar verderop eigenlijk was, wat de signalen mij vertelden, welke borden er langs de baan stonden, hoeveel remvermogen ik had, waar ik me op de baan bevond en wie daar op dat spoor dan nog meer waren en daar eigenlijk helemaal niet mochten zijn. Verder piepte en bliepte het op mijn kantoortje dat het een lieve lust was en ik had geen idee op welk knopje ik zou kunnen drukken om die herrie uit te zetten. Dan ging bij tijd en wijle ook nog eens de telefoon en wilde de dienstleider ook nog iets van me. Dat kon varieren van het invullen van een formulier tot het vermelden waar ik was. Op die tweede vraag wist ik dan wel weer vlot het antwoord; ik had werkelijk geen benul van waar ik was. Ja, in een trein ergens in het zuiden van Zweden maar dat vond de dienstleider niet specifiek genoeg.
Maar op het raken van een onschuldig hertje en een kraai na ben ik op mijn eerste stage nergens tegenaan gebotst en heb ik niet één keer de verkeerde afslag genomen.

In de zomer mocht ik op verschillende treinen van de SJ rijden. SJ rijdt op een groot aantal trajecten met een groot aantal verschillende treinen en daar heb ik veel ervaring opgedaan. Zo moest ik een keer twee locs ophalen in Örebro en naar Stockholm brengen. Örebro is een beetje bijzonder want de treinwerkplaats was er eerder dan de stad met als gevolg dat die werkplaats nu middenin de stad ligt. Ik moest die twee zware locs dwars door de stad rijden om er weg te kunnen komen. Er reed een tsm (tillsyningsman) met mij mee die voor de overwegen van de trein sprong, de stoplichten op rood zette, de bomen naar beneden deed, na mij alles weer vrijgaf en weer bij mij op de loc sprong om dat kunstje nog twee of drie keer te herhalen. Ik mocht er niet harder dan 5 km per uur rijden anders zou de goede man zich het sufferdje rennen achter mijn trein aan. Het was een bijzondere ervaring, kan ik melden.

Een andere keer reed ik van Stockholm naar Göteborg maar halverwege kregen we een rood sein en moesten we tussen Nergenshuizen en Niemandsland stoppen. Het was een mooie zomerdag, de zon scheen gratis en het was op zijn zachtst gezegd nogal warm buiten. Het was niet helemaal duidelijk waarom we een rood sein hadden gekregen en toen ik daarover met de dienstleider belde zei hij dat hij dit sein op groen zou zetten maar dat ik langzaam moest rijden want het volgende sein stond ook op rood. Ik kreeg groen en trok op maar al na 25 meter verdween de stroom. Geen licht, geen motorkracht, geen ventilatie. Ik belde terug en kreeg toen te horen dat het volgende sein op rood stond omdat daarvoor een trein stond die de bovenleiding had stukgetrokken. Ik had, net als de trein voor mij, geen stroom meer. Handig, een trein een sectie in laten rijden zonder stroom. Na drie uur kwam er een evacuatietrein en konden we 186 oververhitte passagiers met bagage overladen naar de andere trein. Mijn hemel, wat nemen mensen toch allemaal voor troep mee op reis. Nadat de trein leeg was moesten de handremmen handmatig worden losgemaakt aan de zijkant van de trein. Mijn leraar - ik had al niet zulke goede ervaringen met hem - vergat door te geven dat het naastliggende spoor geblokkeerd moest worden dus net toen ik aan de handremhendel halverwege de trein trok reed er een trein met een gangetje van 200 km per uur voorbij. Ik schrok enorm van die trein maar ik weet vrij zeker dat hij ook van mij geschrokken is. Ik stond een meter van zijn spoor vandaan. Om half drie 's nachts was ik weer thuis.

Op een ritje van Stockholm naar Hallsberg reed ik op een recht stuk en kon ik vrij ver vooruit kijken. Ergens tussen ver weg en horizon stond een paard op het spoor. Ik reed hard en al snel zag ik dat het geen paard maar een eland was. Hij stond dwars over het spoor te bedenken wat hij vandaag eens zou gaan doen. En ik kwam daar aan. Ik toeterde, seinde met mijn lichten, zette de tyfoon helemaal open en probeerde te remmen wat helemaal nergens op sloeg want ik reed 200 km/uur. Op het allerlaatste moment bedacht het beest dat een speurtocht in het bos misschien een leuk idee was voor zijn vrije woensdagmiddag en bedaard stapte hij opzij, 0.015 seconden eerder dan dat ik daar met een paar ton trein over dat spoor heen raasde en hem op een haar na miste. Ik had zweet.

Op een haar na gold trouwens ook voor die auto twee weken geleden. Ik reed van Uppsala naar Stockholm, wederom in Nikshuizen. Parallel aan het spoor was een weggetje waar ik in de verte een auto op zag rijden. Niets bijzonders en ik besteedde er geen aandacht aan totdat ik tot mijn grote verbijstering zag dat hij dwars door de bomen heen de spoorwegovergang op reed. Mijn leraar trok in een fractie van een seconde de noodrem aan (ik hoop niet dat er iemand stond in onze trein want anders kunnen ze zich per direct aanmelden bij de Vereniging voor Patienten met een bovenbeenfractuur). Maar een trein staat niet zomaar stil dus we reden in hoge vaart op die auto af. Daar zat blijkbaar iemand in met een snel reactievermogen want die zette zijn auto in zijn achteruit en was net van de overweg af toen wij eroverheen raasden. We hebben de trein stilgezet en 10 minuten nodig gehad om de hartslag weer op normaal vermogen te krijgen. 's Avonds waren de bomen weer gerepareerd en was de overweg weer begaanbaar. Je maakt wat mee.

Ik heb locomotieven aan wagons gekoppeld, ik heb wissels omgelegd, ik heb op het dak van een trein gestaan en ben onder een trein gelopen (letterlijk), ik heb treinen op stroom gezet, ik heb locomotieven omgelopen en luchtleidingen gekoppeld, ik heb de mooiste uitzichten gehad, kortom, ik heb een heleboel gedaan waar velen alleen maar van kunnen dromen.

Ondanks al deze voorvallen vindt de Zweedse overheid toch wel dat ik goed genoeg rijd om zelf een trein te mogen besturen en dus heb ik sinds een paar weken mijn treinrijbewijs. En een baan als treinbestuurder. Het is precies de baan waar ik al een jaar geleden mijn zinnen op heb gezet; de MTR Express, de sneltrein tussen Stockholm en Göteborg. Maandag begin ik aan een inwerkperiode van twee maanden en vanaf 1 april - geen grap - mag ik zelfstandig deze trein besturen. Ik heb er zin in.