Omdat de grenzen tussen mijn en dijn steeds verder lijken te vervagen en je tegenwoordig zelfs je kunstgebit aan je kaken moet vergrendelen om te voorkomen dat je gereedschap uit je mond wordt gejat, leggen we overal sloten op en aan. De computer staat met een hangslot aan je bureau vastgenageld, een ASA slotje op je fiets voldoet niet langer als er niet minstens twee kettingen als back up meedoen aan de beveiliging van je tweewieler en een touwtje uit de brievenbus is definitief verleden tijd. Overal gaan dus sloten op en bij elk slot hoort een sleuteltje. Ik ben hedentendage in het gelukkige bezit van bijzonder veel sleuteltjes.
Om die sleuteltjes gemakkelijk toegankelijk te maken voor potentiële inbrekers hebben wij heel handig in de gang, direct naast de voordeur, een sleutelkastje hangen. En aan die sleuteltjes hebben wij - ook heel handig - een sleutelplaatje met daarop vermeld op welk slot dat sleuteltje past. Slim als ik soms kan zijn heb ik alle bestemmingen in het Nederlands geschreven omdat ik - minder slim als ik soms kan zijn - ervan uitga dat boefjes in Zweden geen Nederlands spreken. Google translate is een oplossing maar als er op een sleutel 'garagedeur' staat dan kan een Zweedstalige crimineel wel vermoeden dat het hier om de 'dörr till garaget' gaat.
Het sleutelkastje heeft 10 haakjes en je kunt er, als je er wat moeite voor doet zeker 20 sleuteltjes in kwijt. Het aantal van 20 zijn we inmiddels ruimschoots gepasseerd en - erger nog - de sleutellabeltjes zijn bij lange na niet toereikend. De eerste sleutel die echt niet meer in het kastje paste, ook niet met grof geweld, en ook geen recht meer had op een eigen sleutellabeltje heb ik bovenop het kastje gelegd waarbij ik ongetwijfeld heb gedacht:"Als ik dat sleuteltje nu daar leg, dan raak ik hem niet kwijt want dan weet ik waar het is". Alle andere sleuteltjes die daarna kwamen heb ik onder de lamp, in het gangkastje, in het derde laatje links (oh daar ligt er al één, dan maar rechts), in mijn zomerjas, op de plank, in het vakje van mijn handtas of waar dan ook gelegd zodat ik ze altijd weer kon vinden. Nou dat klopt, vinden kan ik ze wel maar ik heb werkelijk geen flauw benul waar die sleutels van zijn.
In den beginne verstopte ik alle reservesleuteltjes ook nog op verschillende plekken. Dan had ik 16 sleutels gevonden en was het maar de vraag welke twee een paar vormden. Nu pak ik het slimmer aan; ik laat de twee of drie reservesleutels bij elkaar dus áls ik ze kwijtraak dan ben ik ze tenminste allemaal kwijt.
En dan zijn er natuurlijk ook nog de slotjes die door weer en verkeer volledig verroest zijn en hoog en breed op de schroothoop liggen en waarvan ik jaren later nog trouw de sleutels bewaar.
Mijn kinderen hebben een ongetwijfeld op-loyaliteit-gebaseerd vertrouwen in hun moeder en hebben een reserve-exemplaar van hun huissleutel bij mij in bewaring gegeven maar omdat ook deze niet voorzien zijn van een labeltje, is het maar de vraag of ze ooit hun huis weer openkrijgen als ze hun sleutel zijn vergeten en denken de reservesleutel bij hun moeder te kunnen halen.
Helaas ben ik zelf het grootste slachtoffer van mijn eigen sleutelprullenboel.
Als geaard Hollander ben ik in het bezit van drie fietsen waarvan er één op het station in Stockholm staat zodat ik het laatste stukje naar mijn werk kan fietsen. Het is een oud besje - een erfstuk van mijn moeder - maar voldoet prima voor woon-werkverkeer. En als je mijn Peugeotje naast een gemiddelde Zweedse fiets zet dan is het een uiterst modern vervoermiddel waar menig Stockholmer jaloers op is. Ik moet dat stukje Hollandse nostalgie dus beschermen tegen onverlaten en er zitten dan ook twee sloten op.
Vorige week, op weg naar huis, liep ik enigszins gehaast - de trein zou al over 10 minuten vertrekken - de trap af en haalde alvast mijn fietssleuteltjes uit mijn jaszak. Dat deed ik wat onhandig en ze belandden met een zwierige zwaai op de grond en schoven daarna tussen de spleet van de trap en de muur. Ik luisterde met gespitste oren of ik die dingen een verdieping lager op de grond hoorde vallen. Ik verwijt mijn dierbare echtgenoot regelmatig van ouderdomsdoofheid maar zelf moet ik er blijkbaar ook aan geloven want het bleef angstig stil. Vol verwachting liep ik een verdieping naar beneden in de veronderstelling dat daar mijn fietssleuteltjes waren beland. Niet dus. Nog maar een trap naar beneden. Afijn, eenmaal in de kelder begreep ik dat ze in ieder geval niet op de trap lagen maar waar ze dan wel waren, was me een raadsel.
Ik liep terug naar de vijfde etage en plakte mijn wang tegen de muur van de trap om een blik in de spleet te kunnen werpen in de hoop daar te zien waar mijn sleutels waren beland. Ik kon recht naar beneden kijken maar die sleutels waren nergens te bekennen. "Gaat het, mevrouw", vroeg een welwillend jong van een andere afdeling die blijkbaar nog nooit zijn sleutels in een spleet van een trapgat had laten vallen. "Ik heb mijn sleutels laten vallen en kan ze nergens meer vinden", was het enige juiste antwoord. "Oh", sprak het jonge ding en liep door. En bedankt voor het helpen, snotneus.
Afijn, ik ben zeventien keer de trap op en af gelopen waarbij ik steeds harder ging twijfelen aan mijn volle verstand. Ik heb zelfs nog even in mijn zak gevoeld om zeker te weten dat ik het me niet allemaal ingebeeld had. Maar die krengen waren weg en bleven weg.
Eenmaal thuis trok ik optimistisch het sleutelkastje open en keek toen vertwijfeld naar de inhoud. Waar in deze chaos zou ik twee reservesleutels van mijn fiets vinden?
Voor de zekerheid heb ik de volgende dag alle sleutels - en er waren er best veel die voor fietssleutel zouden kunnen doorgaan - meegenomen naar mijn werk maar er was er geen één die paste.
Gelukkig ben ik redelijk lui van aard en om niet te hoeven bukken heb ik mijn fiets voor de dag des onheils niet aan het fietsenrek vastgeklonken maar alleen door mijn achterwiel getrokken. De fietsenmaker op de hoek was bereid om dat slot voor een godsvermogen open te zagen en na 10 minuten was mijn fiets weer up-and-running.
Om alle ellende in de toekomst te voorkomen heb ik dit keer een cijferslot genomen en meteen de code veranderd. Dus nu staat mijn fiets weer veilig in de stalling. Op een slot waarvan ik bij benadering de code niet meer weet.
