Carpe diem

Carpe diem

donderdag 27 november 2014

Racisme

Ik ben er eigenlijk wel een beetje klaar mee. Met racisme welteverstaan.  Mijn voormalige klantjes bij het Arbeidsbureau, half donker Afrika, tegenstanders van Zwarte Piet, Amaatjes uit Afghanistan en nu weer Erdogan inclusief de rest van zijn Turkse regering maken mij zonder blikken of blozen  uit voor racist zonder dat ik daar overigens ooit aanleiding toe heb gegeven.


Voor de goede orde zal ik eerst even de omschrijving van racisme geven zoals die in de online Dikke van Dale is opgenomen:
1: theorie die de superioriteit van een bep. ras verkondigt
2; discriminatie op grond van iemands ras
 En om superioriteit en discriminatie ten opzichte van een ras te kunnen toepassen moet je eerst weten wat een ras is.

Ras; groep van individuen, van een andere groep onderscheiden door een aantal erfelijke en lichamelijke overeenkomsten.

Ik heb gezocht en gezocht en gezocht maar op het hele wereldwijde web heb ik nergens kunnen vinden dat Zwarte Piet een ras is. En ook Turken, Afghanen en vluchtelingen zijn geen rassoort. Donker Afrika zouden we kunnen indelen in het negroide ras maar dat gaat niet helemaal op want Noord Afrika en de Hoorn van Afrika hoort bij het Kaukasische ras. 
De Duitse filosoof Christoph Meiners was de eerste die het menselijk ras onderscheidde in vier verschillende rastypen door middel van de schedelleer (en dus niet door de huidskleur dat zich slechts heeft gemanifesteerd door de hoeveelheid zonlicht die de voorvaderen moesten weerstaan):
  1. het Kaukasisch ras
  2. het Negroide ras
  3. het Mongolide ras
  4. onzekeren (Davidiërs en Singalezen)
In de loop van de tijd zijn er vele nieuwe rasindelingen bedacht maar nog altijd is Zwarte Piet niet als apart ras erkend.  En daarmee heb ik dus de discussie of Zwarte Piet nu wel of geen slachtoffer van racisme om zeep geholpen want superioriteit en discriminatie ten opzichte van het ras Zwarte Piet bestaat niet.

De stelling dat Zwarte Piet de slaaf van Sinterklaas zou zijn gaat ook al niet op. Want om met 'hoogbegaafde' Britt Dekker te spreken:"Drie weken kadootjes uitdelen op kosten van een ander en de rest van het jaar met je blote gat aan de stranden van Madrid liggen, daar doet een beetje slaaf een moord voor".

Het woordje 'knecht' mogen we ook al niet meer gebruiken want dat zou duiden op een baas - dienaar relatie en tegenwoordig is vrijwel alles gestoeld op gelijkheid (behalve in Turkije want daar heeft Erdogan deze week nog verklaard dat vrouwen minderwaardig zijn ten opzichte van de man; leuk, die slepen we de EU binnen).

Donkergekleurde kinderen lopen een trauma op omdat ze eind november uitgescholden worden voor Zwarte Piet. Welkom in de grote, boze wereld zou ik zeggen. Ik ben uitgescholden voor Eucalipta, kaaskop, Eifeltoren en niet te vergeten racist en dat is niet leuk maar ik hoef er nu ook weer niet voor naar de psycholoog. En wil je niet worden uitgescholden voor Zwarte Piet dan moet je dát probleem aanpakken.

Tot slot wil ik nog even laten zien hoe veranderingsgezind onze gekleurde medemens is en verander het woordje Kwakufestival door Zwarte Piet.

Ik stel voor dat we het woord racisme vervangen door een nieuw woord in de Dikke van Dale. Wat dachten jullie van dagobertducktaks, kledingbibliotheek, kamikazecoalitie of wegkijkstaat?


https://www.youtube.com/watch?v=f9R-p61giVg




zondag 23 november 2014

Lek




En daar gaan we weer. Helemaal van vooraf aan beginnen. Ik ben nu een paar weken uit de running en het stilzitten meer dan zat. Ik tril als een rietje maar mag geen bètablokkers gebruiken als ik ga rennen omdat het de hartslag bewust laag houdt. Dat gaat mijn hart –en de rest van mijn lichaam trouwens ook – niet leuk vinden want het is een uitdaging om spieren van zuurstof te voorzien als je niet sneller mag kloppen. En dat is nu net waar mijn hart momenteel erg goed in is; lekker snel kloppen met een onverwacht overslagje nu en dan. Maar liggen in een ziekenhuisbed gevolgd door een week bankhangen maakt de spieren lui en dus besluit ik alle adviezen van vrienden en bekenden, die ongetwijfeld het beste met mij voor hebben, in de wind te slaan en het sporttenue maar weer uit de mottenballen te trekken.

De dag voor ik werd opgenomen, had ik al problemen met het uithoudingsvermogen en moest ik na zeven kilometer opgeven en ik ben een beetje bang dat dat gevoel van totale mislukking onmiddellijk weer boven komt drijven als ik er de pas in zet. Ik besluit om het tempo van les één aan te houden waarbij je meer wandelt dan loopt en begin dan ook met twee minuten wandelen. Dat gaat goed.
Mijn arts heeft me aangeraden om mijn hartslag niet boven de honderdveertig te laten oplopen dus is mijn hartslagmeter de komende tijd even mijn beste vriend (of misschien wel vijand).  Na dertig seconden heb ik genoeg van dat wandelen en ga ik over in looppas. Wandelen doe ik wel weer als ik oud en versleten ben. En trouwens, dertig seconden is bijna even lang als twee minuten. Maar ik ben koud de hoek om of mijn hartslag gaat er als een  razende vandoor en stoppen bij honderdveertig is niet eens mogelijk omdat het ding van honderdtien naar honderdvijfenvijftig schiet. Ik zal een utgebreide beschrijving van deze teleurstellende training achterwege laten maar een totale mislukking is een understatement.

Bij terugkomst twijfel ik tussen de combinatie bijltje en neergooien of pijp en Maarten. Bovendien heeft mijn overproducerende schildklier ervoor gezorgd dat ik in een week tijd vijf kilo ben afgevallen dus mijn streefgewicht komt heel aardig in de buurt. Voor een gezond BMI hoef ik nog maar twee kilo af te vallen en dat lukt ook wel zonder al die loopjes.  De inhoud van mijn kledingkast is vervangen door leuke, sportieve kleding in maat 42 wat een prima maat is voor een vrouw van één meter zevenentachtig. 
Lopen hoeft niet meer, ik ben klaar. Geen schuldgevoel meer als ik een keer besluit om niet te lopen. Geen eeuwige strijd met mezelf om mijn sportkleding aan te trekken en de kou in te gaan. Geen gemopper meer als ik weer eens slechter heb gelopen dan de vorige keer. Niet voortdurend de was laten draaien zodat ik schone sportkleren heb als ik weer in de benen moet. Niet bang zijn dat mijn hart, mijn longen, mijn vaatstelsel, mijn spieren, mijn achillespees of welk ander onderdeel dan ook besluit op te geven als ik halverwege ben. Geen hinderlijke vliegen die om me heen zoemen als ik drijfnat doordraaf. Niet geïrriteerd met mijn sporthorloge lopen zwaaien in de hoop dat deze binnen afzienbare tijd een satelliet weet te vinden zodat ik mijn prestaties kan bekijken na afloop.
Twee dagen later gaan de schoenen weer aan. Want stoppen met lopen, daar moet ik dus echt niet aan denken.

Toch is sporten is niet echt mijn ding. Had ik keuze dan was dan was mijn favoriete hobby fauteuilsurfen afgewisseld met hangmathangen voor gevorderden onder het genot van een goed glas wijn en een schaal Japanse nootjes. Een lekker tijdschrift en de afstandbediening van de tv voor handen en ik kom de dag wel comfortabel door. Maar mijn verbranding is al niet zo hoog en met mijn favoriete hobby zal ik op den duur dan ook gewoon dichtgroeien. Dus in de categorie ‘meer bewegen’ heb ik ervoor gekozen om toch maar weer in de benen te gaan, ondanks alle kwalen die ik iniddels op mijn CV  heb staan. Tot nu toe zijn mijn ervaringen nog (steeds) niet overweldigend en dat komt met name omdat ik tot de conclusie ben gekomen dat ik veel te veel openingen in mijn lichaam heb. En die openingen laten allerlei vloeistoffen naar buiten op momenten dat het mij niet zo goed uitkomt. Ik lek.


Allereerst heb ik een hele voorraad zweetklieren binnengesleept toen ik nog in aanbouw was en de grootste verzameling is te vinden op mijn hoofd. Er is erg weinig voor nodig om die kabbelende beekjes om te toveren in woeste rivieren. Een presentatie voor een man of vijf, een sollicitatiegesprek of het vouwen van wat servetten kan ertoe leiden dat binnen een mum van tijd de straaltjes van mijn hoofd aflopen en charmant mijn decolleté in druipen. Mijn gesprekspartners maken zich vaak flinke zorgen aangezien een hartaanval dan wel hersenbloeding vaak begint met zweten maar meestal weet ik hen op tijd gerust te stellen. Niets aan de hand, de sluizen op mijn hoofd staan slechts open.
Lichamelijke activiteiten zoals stofzuigen, strijken of ramen zemen zet de rest van het zweetstelsel in gang. Dus zodra ik één voet buiten de deur zet voor een rondje Krigslida, zweet ik zelfs op mijn kuiten en op de buitenkant van mijn ellebogen en na een half uurtje joggen zou ik half Afrika kunnen voorzien van gevulde waterputten.

Ongeacht welke kant ik oploop, ik heb altijd wind tegen. En die wind waait in mijn ogen waardoor mijn ogen gaan tranen. In eerste instantie weet ik dat via allerlei ingewikkelde kanaaltjes nog wel af te voeren maar na verloop van tijd lopen mijn ogen over en zie ik niets meer. Rennen met een witte stok of een eigenwijze labrador die mij de weg zou moeten wijzen is onhandig en dus hol ik halfblind door. Tranen biggelen over mijn wangen en vermengen zich met het snot dat ik ook niet meer opgesnoven krijg en uit andere gaten naar buiten sijpelt.
Intussen produceert mijn keel op vol vermogen slijm om mijn luchtpijp te bevochtigen. Maar ook dat blijkt weer niet in verhouding te zijn met wat mijn luchtpijp nodig heeft en kwat ik links en rechts om me heen om van die liters speeksel af te komen waarbij ik ook nog eens moet opletten dat ik niet per ongeluk een onschuldig passerende fietser in het gezicht spuug.

Meestal denk ik eraan om naar de wc te gaan voor ik me ga omkleden maar tegen de tijd dat ik bij lantaarnpaal drie ben is mijn blaas al weer redelijk gevuld en moet ik niet alleen mijn kuit- maar ook mijn sluitspieren flink aan de gang zetten om de boel droog te houden. Daarbij is het aanpassingsvermogen van mijn darmen nihil en hebben ze geen benul dat ontlasten tijdens een sprintje vaak niet goed uitkomt. Tel daarbij op de gassen die daarbij geproduceerd worden en je zult begrijpen dat ik vaak een spoor van ellende achter me aan trek.

De enige gaten waar ik tijdens mijn loopjes echt geen last van heb zijn mijn oren. Het gedreun van mijn eigen voetstappen in het ritme van muziek van Gerard en Jan gaan erin maar er komt niets uit. Geen druppel.

Ik gebruik allerlei handige attributen om de schade te beperken. Ik heb een zweetband om mijn hoofd en een reserveband in mijn jaszak, mijn t-shirt maakt overuren en mijn jas is luchtdoorlatend zodat de boel kan verdampen, bergen zakdoekjes gaan de strijd aan met de ellende op mijn hoofd en mijn renbroek is zwart dus die kan – mocht het zover komen – de chaos aardig verdoezelen. En als ik thuiskom wacht de douche geduldig op me om de zaak weer in oude glorie te herstellen zonder dat anderen daar last van me hebben. Want reken maar dat ik ruik na zo’n rondje  lekken.

Gisteren heb ik meegedaan aan de tunnelrun, een loopje van 10 kilometer met 34 000 anderen door een volgende week te openen tunnel in Stockholm. Ik vermoed dat de opening moet worden uitgesteld. De tunnel staat onder water. Sorry!!!!