Carpe diem

Carpe diem

zondag 19 oktober 2014

Je zal het maar hebben



Ik had eigenlijk een blogje willen besteden aan het onbeschrijfelijk smerige eten waar Zweden dol op schijnen te zijn. En ook zou ik me dolgraag willen mengen in de Zwarte Pietendiscussie want daar heb ik natuurlijk ook een uitgesproken mening over maar alles moet even wachten want ik sta weer op een zijspoor. Onvrijwillig, dat wel.

Donderdag was ik lekker bezig met het uitdelen van ziekteuitkeringen en het lezen van allerlei enge ziektes en symptomen in werktijd toen het me opviel dat mijn bril toch wel erg smerig was en dan met name het rechterglas. Ik had een telefoonnummer opgezocht op internet maar de helft van de nummers was weggevallen. Lastig als je iemand moet bellen en de laatste vijf cijfers moet gokken.
Ook de tekst op mijn papier was onleesbaar en toen bleek dat het niet aan mijn bril lag, besloot ik een afspraak te maken met de huisarts om te laten controleren of de bad fifties nu echt hadden toegeslagen.
Maar toen ik de receptioniste had uitgelegd wat het probleem was kon ik geen afspraak maken met mijn huisarts, ik moest onmiddellijk 112 bellen.
Van mezelf ben ik redelijk nuchter maar van die boodschap schrok ik toch een beetje. Mijn collega’s namen de regie over, de één belde met 112 en de ander probeerde mij ervan te overtuigen dat er echt even een ambulance moest komen.
De ambulance kwam al na een minuut of zeven met zwaailicht en sirene wat overigens nergens op sloeg want ik zat rustig op een stoel, was niet van plan ervandoor te gaan en doodbloeden deed ik ook al niet.
Er werden wat testjes gedaan die ik, objectief bekeken, prima uitvoerde maar toch vonden de ambulancebroeders het beter dat ik even meeging. Ik vond het sneu als ik zou weigeren want dan komt zo’n auto toch voor niets dus ik ben meegewandeld naar beneden en gingen we plotseling in noodvaart met gillende sirenes naar het ziekenhuis. Nergens voor nodig natuurlijk maar ik vond het wel een ervaring al rolde ik bij de eerste rotonde wel bijna van mijn brancard. Loop je zomaar een hersenschudding op als je met je knar op de grond valt terwijl je helemaal gezond die ziekenwagen bent ingeschoven.

In het ziekenhuis werden er weer testen gedaan en daarna werd een MRI van mijn bovenkamer gemaakt. Sommigen van mijn lezers weten het inmiddels al maar daar kreeg ik het heugelijke nieuws te horen dat ik werkelijk een functionerende herseninhoud heb. Geen zaagsel daarboven maar een grijze massa gevuld met allerlei wetenswaardigheden. Superhandig!

Minder prettig nieuws was dat ze een scheurtje van ongeveer een centimeter in de binnenwand van mijn halsslagader hebben gevonden. Een halsslagader is een tamelijk cruciaal onderdeel van het menselijk lichaam en als die kapot gaat, dan is het beoordelen van ziekteuitkeringen eigenlijk niet meer te doen. Gelukkig was mijn lichaam inmiddels al weer begonnen met het herstellen van dat wondje dat waarschijnlijk een paar dagen geleden is ontstaan. Een deel van dat korstje van die wond is in mijn bloedbaan terecht gekomen en meegelift naar het onderdeel ‘kijken’. Daar is het blijven steken en toen deed mijn rechterkant van mijn zicht het niet meer.
Bloedverdunners hebben dat propje in de bovenkamer weer opgelost en ’s avonds om zes uur deden mijn ogen het weer.

Nu rijst natuurlijk de vraag waarom een mens zo’n scheurtje in een elementair lichaamsdeel krijgt.
Aan de voorwaarden ongezonde levensstijl voldoe ik niet. Ik rook niet, ik drink niet noemenswaardig en ik beweeg voldoende. Suiker en frisdrank lust ik niet en snackbars zijn er niet in Zweden. Ik loop 10 kilometer in vierenzestig minuten.
Aan de voorwaarde oud en grijs voldoe ik ook niet. Aderverkalking kan ertoe bijdragen maar daar ben ik dus te jong voor. (fijn om op je vijftigste  ook eens ergens te jong voor te zijn).
Hoge bloeddruk heb ik ook nooit gehad dus die optie valt ook af.
Dan blijven er twee mogelijkheden over: het syndroom van Marfan en we weten het gewoon niet (ook wel stomme pech genoemd).

Het syndroom van Marfan is uiterst zeldzaam, slechts 900 mensen in Zweden hebben het en de neuroloog had in haar dertigjarige praktijk nog nooit een Marfanpatiënt gehad. Oh, wat een mazzeltje voor haar om mij nu zomaar te mogen ontmoeten.

Het syndroom van Marfan is een aandoening aan het bindweefsel en is dominant overerfbaar wat wil zeggen dat je het hebt of niet. Je bent geen drager.
De belangrijkste symptomen:
-          aneurisma in belangrijke slagaders zoals bijvoorbeeld de aorta of de halsslagader
-          vrouwen zijn meestal langer dan 1.80, mannen langer dan 1.90
-          loslaten van de ooglens
-          lange vingers en tenen
-          scoliose in de rug
-          smalle kaak ( de meeste kinderen met Marfan krijgen een beugel)
-          gaatje in het longvlies

Ikzelf en een aantal van mijn familieleden hebben één of meerdere symptomen wat de kans groot maakt dat we allemaal dezelfde chromosoomafwijking hebben. Het kan worden aangetoond door bloedonderzoek en dat zal dan ook wel gebeuren binnenkort.

Er is geen genezing maar de ziekte is ook niet levensbedreigend als je je regelmatig laat controleren.
De bloeddruk moet laag blijven en mag ook geen pieken vertonen tijdens bijvoorbeeld sportwedstrijden omdat druk op de vaatwanden moet worden voorkomen.

Het is niet zeker dat ik de ziekte heb maar de kans is groot. Ik mag niet meer hardlopen of bijvoorbeeld een trap oprennen.Sportschoenen gaan dus aan de wilgen. Ik ga op biljarten denk ik. Of bingo. Ik weet het nog niet. Er is zoveel keuze.
En ik mag me ook niet meer ergens over opwinden. En daarmee is mijn doodvonnis getekend. Ik wind me namelijk over alles op, terecht.
Zoals bijvoorbeeld over de uitslag van mijn schildklier. Want ook die ziekte is weer terug. Daar krijg ik een radioactieve behandeling voor binnenkort.

De volgende keer een blogje over het hebben van een ingegroeide teennagel. Want dat lijkt me ook echt niet leuk.


 



maandag 6 oktober 2014

Op de hoogte


Mijn echtgenoot en sleetjes, het blijft een moeizame relatie.

Op één van onze eerste reizen met onze camper naar Scandinavië, een kleine honderd jaar geleden,  bezochten we een avonturenpark met een rodelbaan. Aangezien onze kinderen destijds net de luiers ontgroeid waren, werden er nog geen hoge eisen aan pretparken gesteld en was hoog, snel en gevaarlijk nog niet de norm. Gillend van pret zat ons grut in draaimolens waar we zelf met onze knieën in de nek in veel te kleine brandweerwagens naast gepropt zaten waarbij we onszelf de hele rit angstig afvroegen hoe we daar ooit weer uitkwamen.

Op dat park was dus een rodelbaan waar kinderen met een sleetje van een berg mochten ‘afsuizen’. De baan was geschikt voor kinderen vanaf zeven jaar en Robin en Quinta mochten ieder in een eigen sleetje. Savannah had de rodelbaanleeftijd nog niet bereikt en ging dus samen met mij roetsjend naar beneden. Richard zou het gezelschap afsluiten om eventueel onderweg verloren kinderen op te rapen. Dat zou zo’n vaart niet lopen aangezien de baan zoveel bochten had dat er nauwelijks snelheid gemaakt zou kunnen worden.

De kinderen rodelden als volleerde rodelisten de berg af en met de camera in de aanslag wachtten we ongeduldig op Richard die als laatste naar beneden zou komen. Maar al wie er kwam, geen papa.

Toen er na vijf minuten nog steeds geen sleetje in aantocht was begon ik toch enigszins ongerust te worden. Stond de rodelpolitie langs de baan voor een onaangekondigde alcoholcontrole? Was hij gesnapt bij het sleeën door rood licht? Of was hij zijn sleuteltje kwijt en kreeg hij het sleetje niet gestart? Uiteindelijk verscheen er dan toch een sleetje bovenaan de berg maar al snel kreeg ik in de gaten dat dat mijn overmoedige echtgenoot niet was aangezien de bestuurder hooguit een jaar of negen was en een schattige Mini Mouse-trui aanhad.  We bleven naar boven turen – filmen was geen optie meer aangezien de batterij inmiddels leeg was – en uiteindelijk kreeg Robin zijn vader in het vizier. Hij liep naast de baan met het sleetje achter zich aan slepend. Dat kon toch niet waar zijn? Eenmaal beneden vertelde hij gedesillusioneerd dat hij reeds bij de eerste bocht uit de baan was gevlogen. Hij had nog wel geprobeerd om het ding weer op de baan te krijgen maar zodra zijn sleetje grip kreeg, gleed ie ervandoor zonder dat zijn berijder de kans kreeg om zich rustig te zetelen. Aangezien de rij wachtenden bij de start snel toenam besloot hij dan maar met zijn opponent naar beneden te wandelen.

De tweede keer op de rodelbaan was ook al geen onverdeeld succes. Dit keer ging hij als eerste om ons de kans te geven hem de helpende hand te reiken mocht het weer zo dramatisch fout gaan. Maar hij was inmiddels zo getraumatiseerd dat hij, nog voor hij goed en wel vaart had, met zijn volle gewicht aan de rem ging hangen waardoor hij geen snelheid meer had om door de bocht te komen.  Goddank was iedereen uiteindelijk voor het donker werd beneden.

Voor Richard was het na deze twee fiasco’s een uitgemaakte zaak, rodelen was niet zijn ding en wij kregen hem dan ook met geen tien paarden meer op zo’n sleetje. Tot afgelopen zaterdag.

Om de saaie kantoorsleur te onderbreken ging ik dit weekend met wat collega’s naar een klim-klauter en hoogtebaan en eventuele echtgenoten en nageslacht waren van harte welkom om mee te komen. Op een hoogtebaan kun je op verschillende niveau’s kletteren en klauteren over touwen en obstakels om uiteindelijk volledig bezweet en met de bibbers in de benen weer beneden te komen. Om te voorkomen dat er doden of ernstig gewonden vallen - want vallen doe je beslist als je je niet goed vasthoudt  - ben je gezekerd met een tuig aan een kabel.  Het maakt het allemaal niet minder spannend want je wil gewoon geen zeven meter boven de grond bungelen als je van zo’n touw af kukelt. Zelf heb ik wat minder ontwikkelde armspieren dus als ik eenmaal bungel dan zal er een hoogwerker moeten komen om mij uit mijn benarde positie te bevrijden want ik klim zeker niet als een aapje terug die boom in. Belangrijk detail: als je eenmaal aan een parcours begonnen bent is het vrijwel onmogelijk om terug te gaan als je bij een gedeelte komt waarvan je denkt dat je dat niet gaat overleven. Dus bekijk het hele parcours vanaf de grond voordat je besluit om in zo’n boom te klimmen. 

Richard, Savannah en ik besloten te beginnen met een geel parcours wat gelijk staat aan een speeltuin voor kleuters. Je klimt en klautert slechts twee meter boven de grond en de obstakels zijn redelijk goed te overbruggen. Het tweede parcours kozen Savannah en ik aangezien het mannelijk deel van onze groep even moest doen wat alle mannen moeten doen in een bos; het uitzetten van geurvlaggen. Dat gaf Richard dus niet de mogelijkheid om mogelijke hindernissen vanaf de grond te beoordelen en toen hij – als laatste ook nog – bij obstakel drie aankwam, zag hij zijn grootste nachtmerrie in de boom hangen: een sleetje aan een kabel.

Ik ga er geen woorden meer aan vuil maken, ik ga niet uitleggen wat de bedoeling is en ik zal ook niet vertellen hoe moeilijk het is om met een sleetje tussen twee bomen te glijden.
Klik op het bijgevoegde filmpje en geniet. En oh ja, die gierende uithalen op de achtergrond……. dat ben ik.





maandag 22 september 2014

Openbaar vervoer



Wij wonen in een heerlijk dorpje – dorpje is eigenlijk nog een groot woord want het zijn drie straten en een boerderij – op spuugafstand van Stockholm. Het station is vijf minuten lopen als je doorloopt en zeven minuten als je slentert of een koffer meesjouwt en elk half uur komt daar de trein van en naar Stockholm centraal.

Je auto parkeren in de stad kost een vermogen en vraagt wat geduld omdat er nooit een parkeerplaats is en de file de stad in vraagt ook wat van je incasseringsvermogen want Zweden krijgen hun rijbewijs gratis bij een pakkie boter.
Wij reizen dus vaak met de trein en dat zou een bijzonder comfortabele manier van reizen zijn als niemand anders er gebruik van zou maken. Maar helaas moeten wij de coupé vrijwel altijd delen met mensen die het slechtste in mij naar boven halen. Van mezelf ben ik een rustig, sociaal en meedenkend mens waar je vrijwel geen last van hebt zolang ik mij kan verdiepen in het boek dat ik heb gedownload op mijn telefoon. Ik zou van mezelf echt weinig last hebben. Maar helaas kom ik zelden mijn alter ego tegen in de trein en loopt mijn bloeddruk regelmatig op naar ongezonde waardes.

Zo zijn daar mensen die stinken. En niet zomaar een beetje stinken, nee mensen die ruiken alsof ze een weekend hebben doorgebracht in de ondergrondse riolering van een middelgrote stad.  Ze zien er redelijk normaal uit, nette jas, rugzakje om, mobieltje in de knuistjes geklemd en dan ploffen ze naast me neer en bij de eerste de beste ademteug weet ik, dit wordt een hele lange reis. Discreet probeer ik mijn neus in de kraag van mijn jas te verbergen maar de lucht is zo doordringend, daar kan geen winterparka tegenop. Door mijn mond ademhalen durf ik ook niet want ik krijg spookbeelden van bacteriën die zich een weg banen van die stinkende buur naast me naar mijn schone luchtpijp en zich vervolgens nestelen in mijn rookvrije longen om daar een feestmaal aan te richten waardoor ik uitgeschakeld word door een fikse longontsteking. En als bij het volgende station een ander waagt om zich in mijn buurt te zetelen dan schaam ik me dood omdat ik bang ben dat hij mij verdenkt van de ondraaglijke stank die zich door de hele coupé verspreidt.

Dan zijn er nog de kauwgumkauwende medereizigers. In Zweden is het zeer gebruikelijk om met je mond open te eten. Het maakt niet uit of dat een dropje of een feestelijk vijfgangen diner is, kauwen doe je met de lippen gespreid zodat een ieder kan meekijken en meeluisteren hoe jij de eerste voorbereidingen treft voor het verteren van wat eetbaars. En dat geldt dus ook voor kauwgum. Deze week zat ik naast een dame die de pensioengerechtigde leeftijd ver voorbij was en in het gelukkige bezit was van een kunstgebit dat heftig meeklapperde op het ritme van haar malende kauwgumkaken. 

En zijn het geen gepensioneerde kauwgummers dan zijn het dertig-minners die hun gehoor inmiddels zo beschadigd hebben dat hun mobieltje op vol vermogen staat en de muziek dwars door hun oordopjes tettert zodat de hele coupé mag meegenieten van Katy Perry, Sam Smith, Meghan Trainor, Arontruppa en alle andere rampetamp die niet hoog op mijn persoonlijke Top 40 staan. En oordopjes vergeten dan is er nog geen man overboord, dan draaien ze de muziek gewoon zonder oordopjes. Erg gezellig als je de pech hebt dat er drie muziekliefhebbers zonder oordopjes in de trein zitten. En als er geen muziek wordt gedraaid dan zijn we getuige van een live verslag van een vechtscheiding, weten we dat Pelle vanavond gehaktballetjes eet, bevindt Kajsa zich in de trein tussen Järfälla en Södertälje, gaat Johan aan het bier als hij thuiskomt, weet Fredrik niet zeker hoe het sollicitatiegesprek is gegaan, loopt Maja even langs de supermarkt om maandverband voor haar dochter mee te nemen, wordt de uitkering van Ulrika waarschijnlijk stopgezet en ben ik verre van geïnteresseerd in welk telefoongesprek dan ook.

Waar ik ook niet zo dol op ben zijn kinderen in alle leeftijden. Ik weet niet hoe het met de Nederlandse opvoeding hedentendage is gesteld maar in Zweden lijkt het de hekkensluiter van het familieleven te zijn. Dus wordt er volop geschreeuwd en gekrijst als de fles, de speen, de lollie, de zak snoep, het blikje cola of wat voor zoethoudertje dan ook niet snel genoeg tevoorschijn wordt getoverd. Verder heeft je step danwel je rugzak recht op een eigen zitplaats en mensen met een geldig plaatsbewijs staan noodgedwongen bij de deur (als die plaatsen niet inmiddels bezet zijn door drie kinderwagens of twee fietsen met zijtassen).

Verder wordt er in de trein volop gebedeld door dubieuze Roemenen die óf zelf het slachtoffer zijn van een afschuwelijke ziekte óf een roedel kinderen hebben die aan het één dan wel het ander lijden. Praktisch als ik kan zijn bedenk ik dan altijd maar weer hoeveel ze zelf zullen bijdragen aan de medische behandeling van hun kind want met die paar rooie centen die ze met bedelen binnenharken kun je net een doosje paracetamol aanschaffen. 
Overigens genezen de meeste bedelaars op miraculeuze wijze zodra ze de trein verlaten en zelfs de meest kreupele Oost-europeaan weet altijd weer een sprintje te trekken om de volgende trein te halen. 

En tot slot ben ik waarschijnlijk de enige die elke maand weer financieel bijdraagt aan het onderhoud van het spoor waar we allemaal gebruik van willen maken want het controleren van een geldig plaatsbewijs gebeurt alleen op trajecten waar brave forensen reizen en mocht je toch als zwartrijder geïdentificeerd worden dan krijg je van de controleur alleen maar te horen:"Je weet wat dit betekent", waarna je je reis ongestoord kunt vervolgen.En ik ben er na al die jaren nog steeds niet achter wat er dan gebeurt.

En ik? Ik blijf braaf frisgewassen reizen met een geldig kaartje, zonder schreeuwende kinderen, met mijn tas op schoot, muziekvrij en gepoetste tanden zonder kauwgum in alle rust een boekje lezend op mijn mobiele telefoon. Nu maar hopen dat niemand zich aan mij stoort.
verboden in je neus te peuteren?



zaterdag 13 september 2014

Verkiezingen



Zondag is het weer zover, we mogen weer naar de stembus.

Ik ben een fervent stemmer en ik ga alleen al stemmen omdat ik mag stemmen. Nog nooit een stembeurt overgeslagen. Maar het wordt mij niet gemakkelijk gemaakt want ik moet namelijk ook ergens óp stemmen, en dan bij voorkeur op een partij die in het verlengde ligt van mijn wensen en toekomstverwachtingen. En daar gaat het dus helemaal mis. Want welke partij behartigt mijn belangen nu het best?

Er zijn acht politieke partijen die in de Riksdagen (zeg maar de regering) zitten en zes partijen die voor spek en bonen meedoen. De spek-en-bonen partijen zijn bijvoorbeeld de Piratenpartij die zich voornamelijk bezighoudt met het legaliseren van illegale zaken zoals het downloaden van muziek of het kopiëren van software of het Feministisch initiatief waarmee ik mezelf nu ook niet direct identificeer omdat ik beslist niet zonder BH zou kunnen en twee vlechtjes mij gewoon niet staan.

Ik maak dus een keuze uit één van de acht en dat is nog niet zo eenvoudig.
Zo hebben alle partijen – geen één uitgezonderd – als speerpunt van hun campagne goed onderwijs gekozen. Ze willen allemaal dat leraren beter betaald worden, dat klassen kleiner worden, dat probleemleerlingen recht hebben op extra steun en dat er meer geld moet naar het onderwijs. Ik vind dat ook, hoewel het bij mij op dit moment niet echt een heet hangijzer is want mijn eigen Cito-toets is al weer even geleden en ook mijn kinderen zijn de schoolbanken (eindelijk) ontgroeid.  Maar echt tegen ben ik ook niet. Ik vraag me dan ook af waarom de koe niet bij de horens wordt gevat; als we dat allemaal vinden, jas dat dan even door de begrotingsvoorstellen heen. Hup, het lerarensalaris  wat omhoogkrikken tot het niveau van Jan Modaal, gooi een extra wandje in een klaslokaal en zet er een werkloze immigrant voor, sla wat grote letterboeken in voor de extra steun en lever een stukje ministersalaris is zodat er wat geld kan worden doorgesluisd naar het armlastige onderwijs. Hoe moeilijk kan het zijn? En waarom staat het zo hoog op het wensenlijstje van de regeringspartijen als ze momenteel al in de regering zitten? Dan hadden ze dat toch al lang kunnen regelen?

Nog zo’n netelige kwestie is –net als in Nederland – de asielproblematiek. Het aantal asielzoekers (en krijgers)in Zweden  stijgt ver boven de rest van gemiddeld Europa uit. Na Malta en Cyprus, waar veel bootvluchtelingen aankomen en daarna doorgesluisd worden,  komt Zweden op een derde plaats  met 44 500 verleende verblijfsvergunningen in 2013. Ter vergelijking, Nederland verstrekte in datzelfde jaar 10 500 verblijfsvergunningen. Nederland neemt dit jaar 250 Syrische vluchtelingen op terwijl in Zweden men direct een permanente verblijfsvergunning krijgt als men uit Syrie komt, 4 000 stuks vanaf januari 2014. Dat het probleem Zweden boven het hoofd groeit is onmiskenbaar. Robin wilde zich deze week inschrijven voor een huurwoning in Södertälje waar hij werkt en kreeg te horen dat hij 14 000 punten moet hebben om bovenaan de lijst te komen. Dat betekent dat hij 135 jaar moet staan ingeschreven.
Maar de politieke partij die het woord immigrant in de mond neemt wordt onmiddellijk als racistisch beschreven en kan een plaatsje in de regering wel vergeten. Er is slechts één partij die de immigratiestroom aan banden wil leggen; de Sverige Demokraten. Het is de grote broer  van de partij van Wilders in Zweden maar daar is het intelligentiequotiënt evenredig aan het aantal pilsjes dat ze per dag naar binnen werken en bovendien heeft 20% van de partijleden een strafblad en 17% is geregistreerd bij de Kronofogden (kredietregistratie). En dan nog wil 12% van de Zweedse bevolking daarop stemmen dus kun je rustig concluderen dat 12% van de Zweedse bevolking geen verstand heeft.

Een ander groot probleem is de hoeveelheid bedelaars die je werkelijk overal in Zweden tegenkomt. Het zijn voornamelijk mensen uit de Balkanlanden die zich aangesloten hebben bij dubieuze liga en met buslasten tegelijk wekelijks Zweden binnengeloodst worden. Zweden is het enige land in Europa waar het niet verboden is om te bedelen en daarom vind je op elke hoek van de straat jammerende Roemenen en Bulgaren. Een groot aantal Zweden  ergert zich er groen en geel aan – hoewel er nog steeds voornamelijk vrouwelijk oud de portemonnee trekt bij elke huilende Balkanganger met een foto van de kinderschaar waarvan er op één of andere manier altijd één ernstig ziek is – maar geen politieke partij die het verbieden aandurft.

De milieupartij wil de auto verbieden en adviseert ons met klem om te stoken op koeienvlaai en de berenvellen worden voor wat hen betreft de modetrend voorjaar 2015.

De socialisten hebben een partijleider die de Hogeschool nog nooit van binnen heeft gezien  en met moeite zijn lasopleiding heeft weten af te ronden. En dat moet dan de begroting van Zweden op de rails krijgen en om tafel  gaan zitten met economen, staatssecretarissen en ministers terwijl hij geen benul heeft hoe een briefje van honderd eruit ziet.

De Vänsterpartie (de Linkse partij waarvan ik al uitslag krijg als hun naam genoemd wordt) wil in principe alles afschaffen danwel verbieden als het met hard werken te maken heeft. Iedereen die hard werkt moet het overschot van zijn bankrekening afstaan aan mensen die minder hard werken om de gelijkheid te bevorderen. Winst maken wordt verboden en zal worden bestraft met hoge boetes zodat het überhaupt niet meer zo zinvol is om een bedrijf te runnen.  Dat het land niet uitsluitend op de overheid kan draaien is nog niet heemaal tot hen doorgedrongen.

De Centrumpartij is tegen euthanasie en verafschuwt  wat er in Nederland mogelijk is dus daar kan mijn stem sowieso al niet naar toe. Ik ben en blijf immers Nederlander en als het beschikkingsrecht van mijn kat beter is geregeld dan mijn eigen beschikkingsrecht dan is de keus niet moeilijk.

Maar de keus is dus wel moeilijk want eigenlijk wil ik op geen enkele partij stemmen. Meestal weet ik van alle partijprogramma’s de minst slechte nog wel te vinden maar nu weet ik het gewoon echt niet. Aan de landsverkiezingen mag ik niet meedoen omdat ik geen Zweedse ben dus misschien zadel ik Nederland over twee jaar wel met Wilders op omdat ik daar wel mag stemmen. Maar de gemeenteverkiezingen en de verkiezingen voor de Landstinget (de gezondheidszorg) wachten wel met smart op mijn stem.
Ik denk dat ik een dobbelsteen meeneem naar het stemhokje.

zondag 10 augustus 2014

Zomer



Lopen in de winter is moeilijk, lopen in de zomer is onmogelijk.

Ik heb me heilig voorgenomen om tijdens mijn zomervakantie mijn hele ziel en zaligheid te leggen in het trainen voor de halve marathon. Minstens vier keer per week lopen waarvan twee loopjes van tien kilometer of langer. Een prima voorbereiding op de halve marathon van Göteborg in oktober. Helaas heb ik geen rekening gehouden met de weergoden die voor de zomer van 2014 een hittegolf van vier weken in het noorden van Europa hebben gepland.
Twee dagen voor mijn vakantie begint slaat het noodweer toe; dertig graden en geen zuchtje wind. Mijn interne thermostaat is een beetje verkeerd afgesteld en zelfs op een koude winterdag kom ik drijfnat thuis na een eenvoudig loopje van hooguit vijf kilometer. Rennen bij een temperatuur van boven de vijfentwintig graden is voor mij dan ook een poging tot zelfmoord en aangezien ik geen plannen heb in die richting besluit ik af te wachten tot de temperatuur weer zakt.
Ik wacht en wacht en wacht maar de weersverwachting geeft onveranderd ‘mooi weer’ met zomerse temperaturen aan. Een rampscenario voor mij.
Als ik na twee weken nog steeds geen kilometer heb gerend, begrijp ik dat ik een andere tactiek zal moeten toepassen. Ik zal of ’s morgens vroeg of ’s avonds na zonsondergang in de benen moeten. De keuze is niet moeilijk want vrijwillig kom ik in mijn vakantie niet voor negen uur mijn bed uit en dan staat de zon al meer dan twee uur vals aan de hemel te branden. En om mijn wekker om vijf uur te zetten om wat overtollig vet kwijt te raken en de conditie op aanvaardbaar niveau te houden gaat mij echt te ver. Het worden dus rondjes in de avondschemer.

De avondmaaltijd wordt wat naar voren geschoven want als ik te weinig tijd laat tussen het verorberen van een bord spaghetti en vijf kilometer joggen dan kan ik twee keer genieten van mijn Italiaanse pasta.
Om negen uur is de brandende hel eindelijk achter de bomen verdwenen en heel langzaam zakt de temperatuur tot aanvaardbare waardes. Beetje raar middenin juli maar oh, wat verlang ik naar een korte maar intensieve sneeuwbui.
Enthousiast kleed ik me om, zet alle elektronica op en aan en ga in de benen. De eerste tien minuten verlopen volgens plan maar dan word ik gestoord door een vlieg. Irritant vliegt hij in het hetzelfde tempo als ik rond mijn oren. Ik wapper met mijn handen om het beest bij mij vandaan te houden maar Gods schepsel is tamelijk volhardend. Tergend vliegt hij van mijn linker- naar mijn rechteroor in een poging mij uit mijn ritme te krijgen.
Ik ga even in de wandelmodus om de ongewenste lifter een moordklap te verkopen maar hij weet van geen wijken. Sterker nog, hij mobiliseert wat vriendjes en nu moet ik de strijd met drie treiterende strontvliegen aangaan. Ik besluit er flink de sokken in te zetten in de hoop dat het tempo voor een huis-tuin-en-keukenvlieg te hoog zal zijn. Helaas, de kruissnelheid van de Zweedse paardenvlieg is net zo hoog als mijn best-wel-snel jogtempo.
Ik ben een vrouw en multitasken is mij daarom niet vreemd. Zonder mankeren kan ik ramen zemend, met een kleinkind op mijn heup de huiskamer stofzuigen terwijl de pannen op het fornuis pruttelen en ik geïnteresseerd luister naar een vreselijk leuk voorval dat mijn vriendin via de telefoon in mijn oor tettert.
Dus een moord- dan wel doodslag op drie ongewenste inwoners van het Scandinavische laagland tijdens mijn fysieke inspanningen, daar draai ik mijn hand niet voor om.  Ik ontdek dat een Walther P5 nu wel handig zou zijn geweest want ik had met alle plezier mijn belagers een pegel door de vleugels geschoten.

Met een flesje water tegen ongewenst uitdrogen in mijn ene hand lukt het mij om met mijn overgebleven vrije hand mijn bezwete hoofdband los te peuteren om dat als slagwapen te kunnen gebruiken. Met het moordwapen in de aanslag wacht ik op de volgende aanval die niet lang op zich laat wachten. De vijandelijke troepen zijn uitgebreid met een verdwaalde wesp die ongetwijfeld op de lucht afkomt want ondanks het ontbreken van de koperen ploert aan de hemel ben ik inmiddels nat tot op het bot. Wild sla ik met mijn zweetlap om me heen om de hinderlijke belagers van me af te houden terwijl ik het tempo nog iets probeer op te voeren. De coördinatie van mijn benen verloopt ook niet helemaal soepel meer en ik zwalk van links naar rechts over de weg maaiend met mijn armen om me heen en met mijn druppelende zweetbandje als potentieel oorlogsmaterieel.
Ik raak behoorlijk buiten adem van het hoge tempo maar ik weiger op te geven en ren als een dolle met een zwerm vliegen en de verdwaalde wesp achter me aan. 

De aanhouder wint wat ik in dit geval blijk te zijn. Een paard in de wei heeft goddank een grotere aantrekkingskracht - hij stinkt waarschijnlijk nog meer dan ik - en de horde zwenkt naar links, mij volledig desperaat achterlatend.
Ik ben uitgeput en wandel met mijn druppelende raketwerper nog in de hand naar huis. Rennen in de zomer, niets voor mij.
 

donderdag 31 juli 2014

Nieuwe schoenen



Al een tijdje sukkel ik met mijn achillespees. Was het in eerste instantie alleen het rechterbeen dat ruzie met mij zocht, nu doet de linker gezellig mee. Ondanks mijn gebrek aan geduld heb ik het een tijdje kunnen aanzien, of eigenlijk kunnen aanvoelen en heb ik mijn loopjes aangepast aan tegenstribbelende peesjes in het onderbeen maar nu ben ik er eigenlijk wel klaar mee. Ik heb door schade en schande geleerd dat snel lopen mijn ding niet is maar dat ik het moet hebben van de afstand. Verstand op nul en blik op oneindig en gaan met die banaan. Mijn hart en longen weten wat er van hen wordt verwacht en tot mijn grote vreugde ren ik nu onafgebroken een aantal kilometer zonder dat ik buiten adem raak of mijn hart op hol slaat. Totdat de onderdanen gaan protesteren.

Op aanraden van een bevriende fysiotherapeut heb ik al geprobeerd om leed te voorkomen door dempende hielstukjes in mijn schoen te leggen en braaf doe ik ook mijn kuitverstevigende oefeningen drie maal daags op de onderste tree van de trap. Maar helaas, na zes kilometer voel ik de eerste steek en dan weet ik dat het gedaan is. Nog een meter of driehonderd en dan verandert het sportieve jogloopje in zielig strompelen waarbij de meewarige voorbijganger zuchtend denkt:"Mens, stop er toch mee, het ziet er niet uit".

Ik googel me suf op internet om een voor mij passende oplossing te vinden maar het enige dat ik voortdurend lees zijn schrikaanjagende dreigementen dat dit wel eens chronisch zou kunnen worden als je niet bijtijds maatregelen neemt. Toch maar een rollator dan?
Op één van de vele hardloopsites lees ik dat schoenen meestal na een jaar vervangen moeten worden omdat dan de demping eruit is en aangezien ik inmiddels al elf maanden dapper mijn rondjes loop, hoop ik dat de oplossing daar zal liggen; nieuwe schoenen.
Nu heb ik aan het kopen van nieuwe schoenen minstens net zo'n grote hekel als aan het kopen van een nieuwe auto - het zijn altijd afzetters die mij helpen en ik betaal altijd meer dan ik van plan was -  dus ik surf dapper verder over internet in de hoop dat ik daar een passend paar voor een passend budget kan vinden.
Ik leer helaas al snel dat de meeste schoenen in Azië geproduceerd worden maar dat Singapore, China en Indonesië elk een andere interpretatie van maat 42 hebben. En aangezien ik niet vooraf weet welk slecht betaald kinderhandje mijn maatje 42 in elkaar heeft geknutseld is het maar de vraag of de schoen mij past als ik hem met een vette factuur thuisgestuurd krijg. Ik ben te vrekkig om de schoen terug te sturen als hij te klein blijkt te zijn maar om nu de voorkant van mijn schoen eraf te knippen om zodoende sportieve sandalen te creëren gaat me ook wel weer wat ver.
Wil ik zeker weten dat de schoen die ik moet hebben ook goed past, dan zal ik toch echt naar een winkel moeten.

Ik raap mijn moed bij elkaar en wandel de eerste de beste sportwinkel in waar ik direct overweldigd word door het aanbod schoenen. Niet is er alleen voor elke sport een apart soort schoen te krijgen, nee, voor het segment hardlopen alleen is al een wand van vijftig meter lang vrijgemaakt. Tot zeker tien meter hoogte staan de gympjes in schreeuwende kleuren uitgestald in een prijsklasse waar ik met gemak een last minute voor naar Zonnistan-aan-zee boek. All inclusive welteverstaan.

Een vlotte meid in sportoutfit waar ze in die winkel niets aan heeft maar wel doet vermoeden dat ze behalve hardlopen nog zeven andere sporten beoefent, vraagt mij vriendelijk of ik op zoek ben naar de afdeling jeu de boule want die is één verdieping lager.
Ze kijkt mij onthutst aan als ik uitleg dat ik op zoek ben naar nieuwe hardloopschoenen. Ze vraagt zich ongetwijfeld in alle ernst af wat een dame op leeftijd met hardloopschoenen moet en de volgende conversatie ontspint zich.

-          Voor wie zijn ze?
-          Uh gewoon, voor mezelf.
-           Vrije tijd of wedstrijd?
-           Nou meid, wat denk je zelf?
-          Wel, u heeft niet direct het postuur van een getrainde hardloopster, de leeftijd trouwens ook niet dus ik gok vrije tijd.
-          Neem een abonnement op Holland Casino, daar kom je een eind mee.
-          Vrije tijd dus. Bent u duurloper of meer korte afstanden?
-          Dat ligt eraan wat onder duurloop wordt verstaan. Een tienkilometerloopje duurt bij mij wel anderhalf uur dus daar kan ik gerust spreken van een duurloper. Maar dat doe ik echt niet elke week dus laten we het er maar op houden dat ik korte afstanden loop en daar lang over doe. Zijn daar aparte schoenen voor?
-          Nee, voor zulke lopers hebben we geen aangepaste schoenen. Loopt u vaak op een harde ondergrond zoals stoeptegels of asfalt of rent u vaker in de vrije natuur?
-          Hoezo? Is het rubber van asfaltschoenen hittebestendiger dan?
-          'Zucht' .... nee maar die schoenen hebben meer demping om de klappen van uw gewicht beter op te vangen.
-          Oh ja, mijn gewicht. De eerste aanleiding waarom ik me in deze winkel bevind. Dus we spreken hier over schokdempers voor een zandwagen in plaats van een invalidenwagentje?
-          Tja, als u het zo wilt uitdrukken dan komt u aardig in de buurt.
-          Ik ben een echte asfaltvreter dus doe mij maar een schoentje met dubbelverende Koni's.
-          Overpronerend, supinerend of neutraal?
-          Mag ik kiezen?
-          Nee, op welke manier loopt u?
-          Ik vind zelf dat ik wel aardig doorloop maar vergeleken met de echte wedstrijdloper zou ik het ook wel een sukkelgangetje kunnen noemen.
-          Ik bedoel meer de stand van uw voet. Staat deze naar buiten of naar binnen? Slijten uw schoenen aan de buitenkant of aan de binnenkant?
-          Mijn schoenen slijten niet en zeker niet aan de zijkant.
-          Een neutrale loper, naar ik aanneem. U zoekt dus schoenen voor een zwaargebouwde vrouw, maat 42, korte afstanden zonder snelheid, neutraal, extreme demping en betaalbaar?
-          Precies
-          Die hebben we niet.

Uiteindelijk vind ik een geschikt paar dat flink is afgeprijsd omdat het een model van vorig jaar is en fluorescerend groen is zo 2013. Al bij het eerste rondje weet ik dat het geen miskoop is. Mijn beide achillespezen zijn tevreden met hun nieuwe maatje. En op vleugels loop ik mijn eerste rondje op nieuwe schoenen.

vrijdag 11 juli 2014

Vakantie

Het is juli en dus vakantie. En dat is afzien voor mij.

Allereerst ga ik altijd graag naar mijn werk maar ik heb een nieuwe baan en begin na mijn vakantie op 1 augustus bij de Sociale verzekeringsbank (Försäkringskassan) als contactpersoon voor chronisch zieken (personlig handläggare waar ik in het Nederlands geen goede vertaling voor heb). Ik begin met een opleiding van twee maanden en daarna ga ik aanvragen voor WAO behandelen.
Ik heb nu vier weken vrij en daarna heb ik geen idee wat me te wachten staat. Altijd spannend, een nieuwe baan, maar nu heb ik vier weken om me zorgen te maken of ik wel de goede beslissing heb genomen.

Daarnaast is het sinds vorige week noodweer. Ik kan slecht tegen hitte en alles boven de 25 graden valt in de categorie hondenweer. Mijn broer en ik hadden weinig gemeen maar aan één ding hadden we allebei een hartgrondige hekel: hitte. Op het moment dat ik dit schrijf is het tien uur 's morgens en eenendertig graden buiten. Onmogelijk om ook maar een stap buiten de deur te zetten en dus zit ik noodgedwongen binnen. En dat lijkt mijn lot de komende twee weken te zijn want er schijnt geen enkele weersverbetering aan te komen.
Tel daarbij op de buren links en rechts die geen enkele moeite schijnen te hebben met temperaturen die mijn waterkoker zonder problemen produceert. De één gaat zijn heg van vijfentwintig meter te lijf met een electrische snoeischaar en de ander vindt het uitgelezen weer om zijn houtvoorraad voor de komende winter bij te vullen en alle boomstammen in hapklare brokken staat te zagen met een motorzaag.
Gelukkig heeft onze derde buurman nog geen vakantie dus hij - of eigenlijk meer zijn zes maanden zwangere vrouw - staat 5 meter lange balken op maat te zagen voor hun terras rond het net aangelegde zwembad als ze 's avonds uit hun werk zijn. Zitten we dus in de herrie van negen uur 's morgens tot negen uur 's avonds.

Wij dachten de herrie met herrie te bestrijden door een tuinhek te plaatsen van zo'n veertig meter lang.
Onze buren kijken namelijk vanuit hun keuken recht onze huiskamer in. We hebben natuurlijk weinig te verbergen maar een mens wil ook wel eens ongezien aan zijn kont kunnen krabben, nietwaar.
Om een tuinhek van veertig meter te ontwerpen zonder meteen associaties met de Berlijnse muur te krijgen, waren er wel wat creatieve hobbels te nemen maar uiteindelijk waren we tevreden met het resultaat. Planken tot 1.80 m. hoogte afgewisseld met gaaswerk met klimop en hier en daar een aantal coniferen moeten de inkijk en helaas ook de uitkijk wat beperken.
Voor alles boven de één meter tien moet in onze gemeente een bouwvergunning worden aangevraagd met een daarbij passende bouwleges wat in ons geval op een dikke vijfduizend kroon zou uitkomen, de helft van wat dat hele hek ons zou gaan kosten.
Tot mijn schrik kreeg ik bij het indienen van de bouwvergunning te horen dat de verwerkingstijd meestal acht weken in beslag neemt maar omdat het nu vakantie is - Zweden ligt volledig plat tijdens de zomer - kon het wel wat langer duren. Volgens de nieuwe planning sta ik dus mijn klimopjes te planten in november. Benieuwd of ze aanslaan.
Maar Pjotr van de afdeling bouwvergunningen heeft deze zomer zijn vakantie wat later opgenomen en was dus nog aan het werk - of beter gezegd óp zijn werk - toen het schetsje van mijn gewenste tuinhek hem onder ogen kwam. Pjotr neemt graag eigen initiatief - Pjotr is wat zijn naam al doet vermoeden geen Zweed - en belde mij op om te melden dat een hek van 1.80 m hoog nooit wordt goedgekeurd. Onze gemeente heeft namelijk de policy dat iedereen recht heeft op vrij uitzicht en hekken hoger dan 1.10 m. worden daarom niet toegstaan.
Onze poolse ambtenaar kwam met twee alternatieven die wel worden toegestaan: 1. het hek staat meer dan vierenhalve meter vanaf de kavelgrens met de buren wat bij ons zal betekenen dat we een hek op ons terras neerzetten of 2. een heg van wat Zweeds natuurschoon. Op mijn verbaasde opmerking dat die dan wel hoger zal worden dan 1.10 m. pareerde hij dat je een struik of boom niet kan verbieden om te groeien. Ook een logica van de kouwe grond maar mij hoor je er niet over.
Om veertig meter te overbruggen met wat aangenaam groen heb je bijvoorbeeld 100 coniferen nodig. Bij het uitdelen van geduld stond ik niet helemaal vooraan dus een conifeertje van 40 centimeter hoog gaat hem niet worden. Die heeft tien jaar nodig om mijn buurman het zicht te ontnemen dus googelde ik op 'Thuja Brabant 1.70 meter'.  Niks halfbakken plantjes die onder mijn handen doodgaan, nee, ik gooi er gewoon meteen een heel bos tegenaan.
Maar een Thuja Brabant van  1.70 m. kost hier in Zweden per stuk 499 kronen (afgerond vijftig euro). Dus ben ik voor een Zweeds haagje van veertig meter al gauw 6000 euri kwijt als ik het grondwerk meetel.
Ons ben zuunig en in Nederland kan ik dezelfde Thuja Brabant krijgen voor  €12,95/stuk. Dus nu ben ik op zoek naar een transporteur die voor een schappelijk bedrag 3 pallets met coniferen naar Stockholm kan brengen. De eerste week van mijn vakantie is om.
Het is nog steeds allejezus heet buiten dus googel ik door en ontdek dat er op 2 juli een nieuwe wet is ingegaan. Daarin staat dat je voor bouwsels tot 25 vierkante meter geen bouwvergunning meer nodig heb. Dat geldt niet voor hekken maar wel voor tuinhuisjes. Zal ik een prieeltje van 25 meter lang en één meter breed in mijn tuin knallen?
Maar ik lees verder en zie tot mijn stomme verbazing dat een bouwvergunning voor hekken hoger van 1.10 . niet langer nodig is voor kavels die buiten een bestemmingsplan liggen. En raad eens wat, ons huis ligt buiten het bestemmingsplan.
Ik ga Pjotr vanmiddag maar weer even mailen in de hoop dat hij nog steeds óp zijn werk is.

Heerlijk dat hondenweer, dan doe je nog eens wat.