Carpe diem

Carpe diem

maandag 22 september 2014

Openbaar vervoer



Wij wonen in een heerlijk dorpje – dorpje is eigenlijk nog een groot woord want het zijn drie straten en een boerderij – op spuugafstand van Stockholm. Het station is vijf minuten lopen als je doorloopt en zeven minuten als je slentert of een koffer meesjouwt en elk half uur komt daar de trein van en naar Stockholm centraal.

Je auto parkeren in de stad kost een vermogen en vraagt wat geduld omdat er nooit een parkeerplaats is en de file de stad in vraagt ook wat van je incasseringsvermogen want Zweden krijgen hun rijbewijs gratis bij een pakkie boter.
Wij reizen dus vaak met de trein en dat zou een bijzonder comfortabele manier van reizen zijn als niemand anders er gebruik van zou maken. Maar helaas moeten wij de coupé vrijwel altijd delen met mensen die het slechtste in mij naar boven halen. Van mezelf ben ik een rustig, sociaal en meedenkend mens waar je vrijwel geen last van hebt zolang ik mij kan verdiepen in het boek dat ik heb gedownload op mijn telefoon. Ik zou van mezelf echt weinig last hebben. Maar helaas kom ik zelden mijn alter ego tegen in de trein en loopt mijn bloeddruk regelmatig op naar ongezonde waardes.

Zo zijn daar mensen die stinken. En niet zomaar een beetje stinken, nee mensen die ruiken alsof ze een weekend hebben doorgebracht in de ondergrondse riolering van een middelgrote stad.  Ze zien er redelijk normaal uit, nette jas, rugzakje om, mobieltje in de knuistjes geklemd en dan ploffen ze naast me neer en bij de eerste de beste ademteug weet ik, dit wordt een hele lange reis. Discreet probeer ik mijn neus in de kraag van mijn jas te verbergen maar de lucht is zo doordringend, daar kan geen winterparka tegenop. Door mijn mond ademhalen durf ik ook niet want ik krijg spookbeelden van bacteriën die zich een weg banen van die stinkende buur naast me naar mijn schone luchtpijp en zich vervolgens nestelen in mijn rookvrije longen om daar een feestmaal aan te richten waardoor ik uitgeschakeld word door een fikse longontsteking. En als bij het volgende station een ander waagt om zich in mijn buurt te zetelen dan schaam ik me dood omdat ik bang ben dat hij mij verdenkt van de ondraaglijke stank die zich door de hele coupé verspreidt.

Dan zijn er nog de kauwgumkauwende medereizigers. In Zweden is het zeer gebruikelijk om met je mond open te eten. Het maakt niet uit of dat een dropje of een feestelijk vijfgangen diner is, kauwen doe je met de lippen gespreid zodat een ieder kan meekijken en meeluisteren hoe jij de eerste voorbereidingen treft voor het verteren van wat eetbaars. En dat geldt dus ook voor kauwgum. Deze week zat ik naast een dame die de pensioengerechtigde leeftijd ver voorbij was en in het gelukkige bezit was van een kunstgebit dat heftig meeklapperde op het ritme van haar malende kauwgumkaken. 

En zijn het geen gepensioneerde kauwgummers dan zijn het dertig-minners die hun gehoor inmiddels zo beschadigd hebben dat hun mobieltje op vol vermogen staat en de muziek dwars door hun oordopjes tettert zodat de hele coupé mag meegenieten van Katy Perry, Sam Smith, Meghan Trainor, Arontruppa en alle andere rampetamp die niet hoog op mijn persoonlijke Top 40 staan. En oordopjes vergeten dan is er nog geen man overboord, dan draaien ze de muziek gewoon zonder oordopjes. Erg gezellig als je de pech hebt dat er drie muziekliefhebbers zonder oordopjes in de trein zitten. En als er geen muziek wordt gedraaid dan zijn we getuige van een live verslag van een vechtscheiding, weten we dat Pelle vanavond gehaktballetjes eet, bevindt Kajsa zich in de trein tussen Järfälla en Södertälje, gaat Johan aan het bier als hij thuiskomt, weet Fredrik niet zeker hoe het sollicitatiegesprek is gegaan, loopt Maja even langs de supermarkt om maandverband voor haar dochter mee te nemen, wordt de uitkering van Ulrika waarschijnlijk stopgezet en ben ik verre van geïnteresseerd in welk telefoongesprek dan ook.

Waar ik ook niet zo dol op ben zijn kinderen in alle leeftijden. Ik weet niet hoe het met de Nederlandse opvoeding hedentendage is gesteld maar in Zweden lijkt het de hekkensluiter van het familieleven te zijn. Dus wordt er volop geschreeuwd en gekrijst als de fles, de speen, de lollie, de zak snoep, het blikje cola of wat voor zoethoudertje dan ook niet snel genoeg tevoorschijn wordt getoverd. Verder heeft je step danwel je rugzak recht op een eigen zitplaats en mensen met een geldig plaatsbewijs staan noodgedwongen bij de deur (als die plaatsen niet inmiddels bezet zijn door drie kinderwagens of twee fietsen met zijtassen).

Verder wordt er in de trein volop gebedeld door dubieuze Roemenen die óf zelf het slachtoffer zijn van een afschuwelijke ziekte óf een roedel kinderen hebben die aan het één dan wel het ander lijden. Praktisch als ik kan zijn bedenk ik dan altijd maar weer hoeveel ze zelf zullen bijdragen aan de medische behandeling van hun kind want met die paar rooie centen die ze met bedelen binnenharken kun je net een doosje paracetamol aanschaffen. 
Overigens genezen de meeste bedelaars op miraculeuze wijze zodra ze de trein verlaten en zelfs de meest kreupele Oost-europeaan weet altijd weer een sprintje te trekken om de volgende trein te halen. 

En tot slot ben ik waarschijnlijk de enige die elke maand weer financieel bijdraagt aan het onderhoud van het spoor waar we allemaal gebruik van willen maken want het controleren van een geldig plaatsbewijs gebeurt alleen op trajecten waar brave forensen reizen en mocht je toch als zwartrijder geïdentificeerd worden dan krijg je van de controleur alleen maar te horen:"Je weet wat dit betekent", waarna je je reis ongestoord kunt vervolgen.En ik ben er na al die jaren nog steeds niet achter wat er dan gebeurt.

En ik? Ik blijf braaf frisgewassen reizen met een geldig kaartje, zonder schreeuwende kinderen, met mijn tas op schoot, muziekvrij en gepoetste tanden zonder kauwgum in alle rust een boekje lezend op mijn mobiele telefoon. Nu maar hopen dat niemand zich aan mij stoort.
verboden in je neus te peuteren?



Geen opmerkingen:

Een reactie posten