Ik had eigenlijk
een blogje willen besteden aan het onbeschrijfelijk smerige eten waar Zweden dol
op schijnen te zijn. En ook zou ik me dolgraag willen mengen in de Zwarte
Pietendiscussie want daar heb ik natuurlijk ook een uitgesproken mening over
maar alles moet even wachten want ik sta weer op een zijspoor. Onvrijwillig,
dat wel.
Donderdag was ik
lekker bezig met het uitdelen van ziekteuitkeringen en het lezen van allerlei
enge ziektes en symptomen in werktijd toen het me opviel dat mijn bril toch wel
erg smerig was en dan met name het rechterglas. Ik had een telefoonnummer
opgezocht op internet maar de helft van de nummers was weggevallen. Lastig als
je iemand moet bellen en de laatste vijf cijfers moet gokken.
Ook de tekst op
mijn papier was onleesbaar en toen bleek dat het niet aan mijn bril lag,
besloot ik een afspraak te maken met de huisarts om te laten controleren of de
bad fifties nu echt hadden toegeslagen.
Maar toen ik de
receptioniste had uitgelegd wat het probleem was kon ik geen afspraak maken met
mijn huisarts, ik moest onmiddellijk 112 bellen.
Van mezelf ben ik
redelijk nuchter maar van die boodschap schrok ik toch een beetje. Mijn
collega’s namen de regie over, de één belde met 112 en de ander probeerde mij
ervan te overtuigen dat er echt even een ambulance moest komen.
De ambulance kwam
al na een minuut of zeven met zwaailicht en sirene wat overigens nergens op
sloeg want ik zat rustig op een stoel, was niet van plan ervandoor te gaan en
doodbloeden deed ik ook al niet.
Er werden wat
testjes gedaan die ik, objectief bekeken, prima uitvoerde maar toch vonden de
ambulancebroeders het beter dat ik even meeging. Ik vond het sneu als ik zou
weigeren want dan komt zo’n auto toch voor niets dus ik ben meegewandeld naar
beneden en gingen we plotseling in noodvaart met gillende sirenes naar het
ziekenhuis. Nergens voor nodig natuurlijk maar ik vond het wel een ervaring al
rolde ik bij de eerste rotonde wel bijna van mijn brancard. Loop je zomaar een
hersenschudding op als je met je knar op de grond valt terwijl je helemaal
gezond die ziekenwagen bent ingeschoven.
In het ziekenhuis
werden er weer testen gedaan en daarna werd een MRI van mijn bovenkamer
gemaakt. Sommigen van mijn lezers weten het inmiddels al maar daar kreeg ik het
heugelijke nieuws te horen dat ik werkelijk een functionerende herseninhoud heb.
Geen zaagsel daarboven maar een grijze massa gevuld met allerlei
wetenswaardigheden. Superhandig!
Minder prettig
nieuws was dat ze een scheurtje van ongeveer een centimeter in de binnenwand
van mijn halsslagader hebben gevonden. Een halsslagader is een tamelijk
cruciaal onderdeel van het menselijk lichaam en als die kapot gaat, dan is het
beoordelen van ziekteuitkeringen eigenlijk niet meer te doen. Gelukkig was mijn
lichaam inmiddels al weer begonnen met het herstellen van dat wondje dat
waarschijnlijk een paar dagen geleden is ontstaan. Een deel van dat korstje van
die wond is in mijn bloedbaan terecht gekomen en meegelift naar het onderdeel
‘kijken’. Daar is het blijven steken en toen deed mijn rechterkant van mijn
zicht het niet meer.
Bloedverdunners
hebben dat propje in de bovenkamer weer opgelost en ’s avonds om zes uur deden
mijn ogen het weer.
Nu rijst
natuurlijk de vraag waarom een mens zo’n scheurtje in een elementair
lichaamsdeel krijgt.
Aan de
voorwaarden ongezonde levensstijl voldoe ik niet. Ik rook niet, ik drink niet
noemenswaardig en ik beweeg voldoende. Suiker en frisdrank lust ik niet en
snackbars zijn er niet in Zweden. Ik loop 10 kilometer in
vierenzestig minuten.
Aan de voorwaarde
oud en grijs voldoe ik ook niet. Aderverkalking kan ertoe bijdragen maar daar
ben ik dus te jong voor. (fijn om op je vijftigste ook eens ergens te jong voor te zijn).
Hoge bloeddruk
heb ik ook nooit gehad dus die optie valt ook af.
Dan blijven er
twee mogelijkheden over: het syndroom van Marfan en we weten het gewoon niet
(ook wel stomme pech genoemd).
Het syndroom van
Marfan is uiterst zeldzaam, slechts 900 mensen in Zweden hebben het en de
neuroloog had in haar dertigjarige praktijk nog nooit een Marfanpatiënt gehad.
Oh, wat een mazzeltje voor haar om mij nu zomaar te mogen ontmoeten.
Het syndroom van
Marfan is een aandoening aan het bindweefsel en is dominant overerfbaar wat wil
zeggen dat je het hebt of niet. Je bent geen drager.
De belangrijkste
symptomen:
-
aneurisma in belangrijke slagaders zoals bijvoorbeeld de aorta of de
halsslagader
-
vrouwen zijn meestal langer dan 1.80, mannen langer dan 1.90
-
loslaten van de ooglens
-
lange vingers en tenen
-
scoliose in de rug
-
smalle kaak ( de meeste kinderen met Marfan krijgen een beugel)
-
gaatje in het longvlies
Ikzelf en een
aantal van mijn familieleden hebben één of meerdere symptomen wat de kans groot
maakt dat we allemaal dezelfde chromosoomafwijking hebben. Het kan worden
aangetoond door bloedonderzoek en dat zal dan ook wel gebeuren binnenkort.
Er is geen
genezing maar de ziekte is ook niet levensbedreigend als je je regelmatig laat
controleren.
De bloeddruk moet
laag blijven en mag ook geen pieken vertonen tijdens bijvoorbeeld
sportwedstrijden omdat druk op de vaatwanden moet worden voorkomen.
Het is niet zeker
dat ik de ziekte heb maar de kans is groot. Ik mag niet meer hardlopen of
bijvoorbeeld een trap oprennen.Sportschoenen gaan dus aan de wilgen. Ik ga op biljarten denk ik. Of bingo. Ik weet het nog niet. Er is zoveel keuze.
En ik mag me ook
niet meer ergens over opwinden. En daarmee is mijn doodvonnis getekend. Ik wind me namelijk over alles op, terecht.
Zoals
bijvoorbeeld over de uitslag van mijn schildklier. Want ook die ziekte is weer
terug. Daar krijg ik een radioactieve behandeling voor binnenkort.
De volgende keer
een blogje over het hebben van een ingegroeide teennagel. Want dat lijkt me ook
echt niet leuk.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten