Mijn echtgenoot en sleetjes, het blijft een moeizame
relatie.
Op één van onze eerste reizen met onze camper naar
Scandinavië, een kleine honderd jaar geleden, bezochten we een avonturenpark met een
rodelbaan. Aangezien onze kinderen destijds net de luiers ontgroeid waren,
werden er nog geen hoge eisen aan pretparken gesteld en was hoog, snel en
gevaarlijk nog niet de norm. Gillend van pret zat ons grut in draaimolens waar
we zelf met onze knieën in de nek in veel te kleine brandweerwagens naast
gepropt zaten waarbij we onszelf de hele rit angstig afvroegen hoe we daar ooit
weer uitkwamen.
Op dat park was dus een rodelbaan waar kinderen met een
sleetje van een berg mochten ‘afsuizen’. De baan was geschikt voor kinderen
vanaf zeven jaar en Robin en Quinta mochten ieder in een eigen sleetje.
Savannah had de rodelbaanleeftijd nog niet bereikt en ging dus samen met mij
roetsjend naar beneden. Richard zou het gezelschap afsluiten om eventueel
onderweg verloren kinderen op te rapen. Dat zou zo’n vaart niet lopen aangezien
de baan zoveel bochten had dat er nauwelijks snelheid gemaakt zou kunnen
worden.
De kinderen rodelden als volleerde rodelisten de berg af en
met de camera in de aanslag wachtten we ongeduldig op Richard die als laatste
naar beneden zou komen. Maar al wie er kwam, geen papa.
Toen er na vijf minuten nog steeds geen sleetje in aantocht
was begon ik toch enigszins ongerust te worden. Stond de rodelpolitie langs de
baan voor een onaangekondigde alcoholcontrole? Was hij gesnapt bij het sleeën
door rood licht? Of was hij zijn sleuteltje kwijt en kreeg hij het sleetje niet
gestart? Uiteindelijk verscheen er dan toch een sleetje bovenaan de berg maar
al snel kreeg ik in de gaten dat dat mijn overmoedige echtgenoot niet was
aangezien de bestuurder hooguit een jaar of negen was en een schattige Mini
Mouse-trui aanhad. We bleven naar boven
turen – filmen was geen optie meer aangezien de batterij inmiddels leeg was –
en uiteindelijk kreeg Robin zijn vader in het vizier. Hij liep naast de baan
met het sleetje achter zich aan slepend. Dat kon toch niet waar zijn? Eenmaal
beneden vertelde hij gedesillusioneerd dat hij reeds bij de eerste bocht uit de
baan was gevlogen. Hij had nog wel geprobeerd om het ding weer op de baan te
krijgen maar zodra zijn sleetje grip kreeg, gleed ie ervandoor zonder dat zijn
berijder de kans kreeg om zich rustig te zetelen. Aangezien de rij wachtenden
bij de start snel toenam besloot hij dan maar met zijn opponent naar beneden te
wandelen.
De tweede
keer op de rodelbaan was ook al geen onverdeeld succes. Dit keer ging
hij als eerste om ons de kans te geven hem de helpende hand te reiken mocht het
weer zo dramatisch fout gaan. Maar hij was inmiddels zo getraumatiseerd dat
hij, nog voor hij goed en wel vaart had, met zijn volle gewicht aan de rem ging
hangen waardoor hij geen snelheid meer had om door de bocht te komen. Goddank was iedereen uiteindelijk voor het
donker werd beneden.
Voor Richard was het na deze twee fiasco’s een uitgemaakte
zaak, rodelen was niet zijn ding en wij kregen hem dan ook met geen tien
paarden meer op zo’n sleetje. Tot afgelopen zaterdag.
Om de saaie kantoorsleur te onderbreken ging ik dit weekend
met wat collega’s naar een klim-klauter en hoogtebaan en eventuele echtgenoten en nageslacht
waren van harte welkom om mee te komen. Op een hoogtebaan kun je op
verschillende niveau’s kletteren en klauteren over touwen en obstakels om
uiteindelijk volledig bezweet en met de bibbers in de benen weer beneden te
komen. Om te voorkomen dat er doden of ernstig gewonden vallen - want vallen
doe je beslist als je je niet goed vasthoudt
- ben je gezekerd met een tuig aan een kabel. Het maakt het allemaal niet minder spannend
want je wil gewoon geen zeven meter boven de grond bungelen als je van zo’n
touw af kukelt. Zelf heb ik wat minder ontwikkelde armspieren dus als ik eenmaal
bungel dan zal er een hoogwerker moeten komen om mij uit mijn benarde positie
te bevrijden want ik klim zeker niet als een aapje terug die boom in.
Belangrijk detail: als je eenmaal aan een parcours begonnen bent is het vrijwel
onmogelijk om terug te gaan als je bij een gedeelte komt waarvan je denkt dat
je dat niet gaat overleven. Dus bekijk het hele parcours vanaf de grond voordat
je besluit om in zo’n boom te klimmen.
Richard, Savannah en ik besloten te beginnen met een geel
parcours wat gelijk staat aan een speeltuin voor kleuters. Je klimt en klautert
slechts twee meter boven de grond en de obstakels zijn redelijk goed te
overbruggen. Het tweede parcours kozen Savannah en ik aangezien het mannelijk
deel van onze groep even moest doen wat alle mannen moeten doen in een bos; het
uitzetten van geurvlaggen. Dat gaf Richard dus niet de mogelijkheid om
mogelijke hindernissen vanaf de grond te beoordelen en toen hij – als laatste
ook nog – bij obstakel drie aankwam, zag hij zijn grootste nachtmerrie in de
boom hangen: een sleetje aan een kabel.
Ik ga er geen woorden meer aan vuil maken, ik ga niet
uitleggen wat de bedoeling is en ik zal ook niet vertellen hoe moeilijk het is
om met een sleetje tussen twee bomen te glijden.
Klik op het bijgevoegde
filmpje en geniet. En oh ja, die gierende uithalen op de achtergrond……. dat ben
ik.
Proest hahaha!
BeantwoordenVerwijderenGeef toe, hij was leuk
BeantwoordenVerwijderenHij doet het denk ik altijd nog beter dan ik, dus applaus!!!
BeantwoordenVerwijderenEn een +1 voor het direct op Youtube plempen van dit filmpje.