Carpe diem

Carpe diem

woensdag 7 oktober 2015

Ziek van de gezondheidszorg

Na ons rondje in Nederland in september is het weer pijnlijk duidelijk geworden hoe scheef het beeld is dat mijn medelanders hebben van paradijs Zweden. Hooggekwalificeerde gezondheidszorg en uitstekende behandelingen en therapieën waar de rest van de wereld graag een graantje van zou willen meepikken, is de algehele opvatting. Natuurlijk zijn er zeker landen in de wereld te noemen waar het slechter gesteld is met pleisters en hechtingen maar uit ervaring kan ik helaas vertellen dat de kwaliteit van de gezondheidszorg in Zweden ver onder het niveau van vele andere landen ligt. Ik weet uiteraard niet hoeveel en op welke manier er in onderzoek geïnvesteerd wordt, maar ik kan wel uit de doeken doen hoe de resultaten van zulke onderzoeken in praktijk worden gebracht. Niet.

Vorig jaar lag ik een weekje in het ziekenhuis in Stockholm vanwege wat probleempjes met een slagader. Het was die week vooral slecht gesteld met mijn portemonnee  omdat  het eten zo slecht was, dat ik  het niet aanraakte en elke avond met mijn ega het ziekenhuis uitsloop om  stiekum aan de overkant bij de Griek te eten. Zeven dagen heb ik er gelegen en niet één keer heb ik in het ziekenhuis gegeten. Beschimmeld brood bij het ontbijt, geen groente, geen fruit, melk over de datum, uitgedroogde kaas. Niets deed mij het water in de mond lopen. Is smerig koken soms goedkoper dan gezond koken?
Drie keer heb ik een dokter aan mijn bed gehad en niet één keer kon worden uitgelegd waarom het beter was dat ik in het ziekenhuis bleef. Eén nacht mocht ik naar huis om bij te slapen aangezien ik tijden wakker lag vanwege een snurkende en rochelende buurman maar ik moest me wel de volgende ochtend om 9 uur weer melden om weer in dat roestige, veel te korte ziekenhuisbed te kruipen. Waarom ik terug moest komen? Geen idee.
Het ziekenhuis is gebouwd in de tijd dat er nog nucleaire aanslagen van minder bevriende naties dreigden waardoor elk gebouw werd voorzien van atoomvrije kelders. De spoedeisende hulp van het ziekenhuis is gesitueerd in zo'n bomvrije kelder en samen met het totale onvermogen van artsen om hun spoedeisende patienten binnen acceptabele tijd te behandelen zorgt dat voor ellenlange rijen met bedden van patienten die trouw wachten tot een arts wil kijken wat ze mankeert. Ik heb eens 5 uur gewacht voordat een arts constateerde dat ik bij de verkeerde spoedeisende arts was ingedeeld en werd ik onderaan de wachtlijst van de juiste arts geplaatst. Ik ben naar huis gegaan.
De druk op die spoedeisende hulp is zo hoog omdat de wachttijd bij de huisarts 2-4 weken bedraagt maar soms wel oploopt tot 8 weken. Patienten worden dan doorverwezen naar de spoedeisende hulp. Ik belde 5 januari voor een afspraak bij de huisarts en kon 13 maart om 14.00 uur terecht.
Bij ontslag uit het ziekenhuis kreeg ik de opdracht om elk kwartaal die slagader te laten nakijken, bloedverdunners te slikken, geen lange vliegreizen te maken en mijn bloeddruk laag te houden.Mijn slagader is drie keer bekeken waarbij ik er twee keer zelf om heb moeten vragen, bloeddruk is niet één keer gemeten, zelfs niet toen ik daar specifiek om vroeg, en vragen over bloedverdunners en verre vliegreizen kan ik niet meer kwijt want ik ben blijkbaar niet meer onder controle van een arts.

Mijn schildklier - ook zo'n favoriet gespreksonderwerp - wordt in de gaten gehouden door een arts in het gerenommeerde Karolinska ziekenhuis. De eerste keer dat ik er kwam voor de radioactieve behandeling van mijn plaaggeest werd de activiteit gemeten met een soort telescoop en de resultaten werden ingevuld op een papiertje dat zo vaak was gekopieerd  dat de originele tekst niet meer te lezen was. Bij het interpreteren van de resultaten op dat papiertje trok mijn arts enthousiast haar mobieltje tevoorschijn om uit te rekenen hoeveel straling ik nodig had. Blijkbaar had haar mobieltje daar toch wat moeite mee want drie maanden later bleek mijn schildklier weer volop in dienst te zijn en had ik een tweede radioactieve behandeling nodig. Dit keer geen mobieltje maar een enorme innovatie in de vorm van een simpel excel spreadsheetje op haar computer die moest uitrekenen hoeveel straling ik moest krijgen. Jammer dat haar scherm steeds uitviel. En een cijfertje teveel in zo'n tabelletje en ik kan permanent een kamer boeken in zo'n atoombomvrije kelder. Als deze behandeling ook niet aanslaat is de enige oplossing een operatie om mijn kwelgeest het zwijgen op te leggen. Ik neem mijn eigen aardappelschilmesje maar mee.

Bovenstaande ervaringen hebben ertoe geleid dat ik niet het volste vertrouwen heb in de  Zweedse gezondheidszorg. Wij betalen geen zorgpremie in Zweden omdat de kosten van de gezondheidszorg worden gefinancierd via de belasting. En toch zou ik met alle plezier de premie betalen die mijn landgenoten in Nederland moeten betalen als ik daarmee de kundigheid, de service en de kwaliteit van de Nederlandse gezondheidszorg zou kunnen krijgen.








woensdag 5 augustus 2015

Onverwacht bezoek


Ik ben nuchter. En dan bedoel ik niet dat ik regelmatig aan de alcohol hang maar nu toevallig net even niet,  maar meer dat ik vrij sceptisch ben in alles wat niet te verklaren is. Ik sta – zeg maar – met mijn poten in de klei. Meneer Ogilvy is al jaren werkloos maar heeft nu zijn roeping als ’ medium’  gevonden en weet zijn inkomen leuk aan te vullen met het oplichten van goedgelovige nabestaanden. Van Jomanda horen we al jaren niets meer en flikkerende lampen en dichtklappende deuren zijn aan mij niet besteed. Kortom, het hiernamaals komt bij mij niet verder dan een feestje in de maag van een wurm die mij opgeknabbeld heeft in mijn kist nadat ik de geest heb gegeven en te ruste ben gelegd op een kerkhof.

In de loop der jaren is mijn volhardende ongeloof in meer- tussen- hemel- en- aarde redelijk op de proef gesteld, zeker ten tijde van onze hoteltijd. Een aantal voorvallen destijds kan ik nog steeds niet verklaren maar een beetje geest moet toch met wat meer komen dan voetstappen in een kelder, een horloge dat een eigen leven leidt, een uit zichzelf spelende wekkerradio of een dame in het wit die mijn zoon de stuipen op het ljif wist te jagen.

Deze zomer kregen wij goede vriend Bert een weekendje op bezoek. Als je mij beschouwt als nuchter dan zou je Bert kunnen beschrijven als geheelonthouder. Kom bij hem niet aan met verhalen over onverwachte verschijningen van overledenen, stemmen uit het hiernamaals of engeltjes op schouders. Voor alles is een verklaring en Bert zoekt door tot hij een verklaring gevonden heeft, zelfs als hij de waarheid daarmee geweld aandoet. Leven na de dood: bullshit.  Berts vrouw Marga, die wij ook goed kenden, is een kleine twee jaar geleden overleden. Direct na haar overlijden gebeurde er een aantal onverklaarbare dingen in Bert’s directe omgeving en om te bewijzen dat er echt niets is na de dood heeft hij een aantal mediums bezocht.  Sindsdien is Bert gaan twijfelen, ik niet.

Tijdens zijn bezoek aan ons liet Bert een ingesproken telefoongesprek aan ons horen over wat een medium tegen hem zei tijdens een sessie.  Wij (Richard, Savannah, Bert’s vriendin Louise en ik) luisterden ingespannen naar het telefoongesprek met het medium. Bij de passage waar het om ging gebeurde er echter iets vreemds. Zonder aanleiding leek de radio aan te springen waardoor we de bewuste passage uit het telefoongesprek niet meer konden horen. Uit de hoek naast de bank hoorden we een vrouwelijk stem uit de radio komen. Ik dacht dat het een journaallezer was, de anderen dachten meer dat het een reclame was. Wij hebben echter geen radio naast de bank staan dus moest die stem ergens anders vandaan komen. Mijn telefoon kon het niet zijn want die lag op tafel, Richard’s telefoon was zoals gewoonlijk leeg en andere telefoons waren niet in de buurt. Mijn computer stond op de grond maar toen ik die open deed zag ik dat die uit stond.
Ik vroeg verbaasd waar die stem vandaan kwam.
 ’Welke stem’, vroeg mijn ega.
‘Die stem uit de hoek’.
‘Ik hoor geen stem’
‘Je hoort die vrouw toch wel praten?’
‘Nee, ik hoor alleen een stem uit Bert zijn telefoon’
Wij hoorden allemaal een vrouwenstem praten dwars door het geluidsfragment heen,  behalve Richard.
De stem sprak Nederlands maar niemand verstond wat ze ze.  Na 10 seconden verstomde de stem en hoorden we niets meer.
Het geluidsfragment op Bert zijn telefoon was afgelopen.
Ik was nuchter maar beslist aan een borrel toe.
Niemand kon verklaren waar het geluid vandaan was gekomen en wat er was gezegd.

De volgende dag vertelde ik het voorval aan Quinta, die er niet bij was geweest. Zij is trouwe kijker van Ghost adventures en zij wist te vertellen dat geesten geen communicatiemiddelen hebben en hun energie om boodschappen door te geven uit electrische apparaten halen. Als er zo’n verschijning is geweest kun je er steevast vanuit gaan dat er een electrisch apparaat in huis de geest heeft gegeven – leuke woordspeling – en vervangen moet worden. Alles in huis leek het gewoon nog te doen dus dat lot leek ons te worden bespaard.

Tot ik ’s avonds onder de klamme lappen kroop en nog even op mijn tablet een boek wilde lezen, iets wat ik elke avond doe om de oogjes toe te krijgen. Het ding heb ik gekregen van mijn kinderen voor mijn 50e verjaardag, 14 maanden geleden en wordt niet erg intensief gebruikt. Echt slijten doet hij dus niet. Het beeld was zwart, het beeld bleef zwart. Hoewel ik zeker wist dat de batterij was opgeladen heb ik hem nog een nachtje aan het zuurstof gelegd maar helaas is het ding – uiteraard net buiten de garantie – zo dood als een pier.

Ik moet toch nog eens even aan Bert vragen of Marga haar aansprakelijkheidsverzekering nog geldig is. Het bonnetje heb ik nog!
 

zaterdag 20 juni 2015

Zweedse manier van zaken doen

Het is de slogan van Volvo in hun huidige radiocommercial en elke keer als ik die reclame hoor denk ik: "Welke manier van zaken doen?" Want zaken doen is nu net niet de sterkste kant van het land waar ik nu al weer een tijdje woon. Voorbeelden te over, helaas.

Wij hebben een vrij grote oprit en op die oprit ligt los grind. Dat is 's winters niet handig als je sneeuw moet schuiven want schuif je sneeuw de greppel in, dan schuif je meteen je halve oprit mee. En gesmolten sneeuw wat weer opvriest verandert die oprit een tijdje in een ondergrond waar Irene Wüst een moord voor doet.
Zomers is opstappen op je fiets in dat grind ook al geen goed idee en al menig keer heb ik dat grind mogen kussen omdat ik met mijn stalen ros weer eens iets te enthousiast op pad ben gegaan. Opstappen, een bochtje maken en los grind, geen goede combinatie.
Om kort te gaan, bestraten die hap, en snel een beetje. Nu ben ik zelf goed in vrijwel alles maar klinkertjes leggen is net niet mijn ding dus bestelde ik 19 pallets klinkertjes en ging op zoek naar een mannetje die die straattegels er voor mij even in wilde tikken. Ik vroeg wat offertes en van de tien klinkerleggertjes reageerden er twee met een prijs. Halverwege maart zou Pelle beginnen maar al wie er kwam, geen Pelle.  Ik vroeg dus maar even waar hij bleef en toen zei Pelle dat hij een kaart nodig had van alle kabels die in de grond lopen. Hoezo? Ga je de oprit een meter afgraven dan? Kaart gemaild maar Pelle verscheen nog steeds niet. Joehoe, Pelle!!! Pelle beloofde elke dag dat hij de volgende dag zou beginnen en elke dag wachtten we met spanning op de komst van Pelle en trawanten, samen met mijn 19 pallets klinkertjes die redelijk in de weg stonden. Begin april stonden er plotseling een kruiwagen en een aantrilmachine in de tuin en even kreeg ik hoop dat ik een betegelde oprit zou hebben voor Midsommar. Maar daar bleef het bij.
Toen Pelle op 12 april - vier weken later - nog steeds geen aanstalten maakte om te beginnen en mijn 19 pallets met klinkertjes inmiddels wortel hadden geschoten, besloot ik Pelle de wacht aan te zeggen en een andere Pelle te zoeken. Pelle kon mooi fluiten naar zijn 9 000 euro/90 000 kronen. Ik mailde hem dat hij zijn spullen binnen twee dagen weg moest halen omdat hij ze anders van de openbare weg kon plukken. De kruiwagen en de aantrilmachine verdwenen na twee weken en ik heb nooit meer wat gehoord van Pelle.
Habib, die de andere offerte had geleverd, kon weliswaar vlot beginnen maar verhoogde zijn offerte met 5000 euro/50 000 kronen wat zou betekenen dat we een flinke prijs in de staatsloterij zouden moeten winnen om de boel te bekostigen. Exit Habib.
Het was eind april en mijn 19 pallets met klinkertjes stonden intussen vol in bloei. Via internet vond ik Gustav die mijn oprit wel wilde betegelen tegen een redelijke vergoeding en de tweede week van mei ging Gustav vol overgave aan de slag. En ik kan niet anders zeggen, Gustav is een vakman. Elke klinkertje ligt kaarsrecht en het ongewenste hemelwater - waar we dit voorjaar helaas rijkelijk van zijn voorzien - wordt netjes de goede kant op afgevoerd.
Maar toen Gustav aan zijn laatste pallet klinkertjes begon, verschenen er graafmachines in de straat. En laat ik duidelijk zijn, die graafmachines waren niet door mij besteld. Enthousiast werd het asfalt opengebroken en werd er gegraven dat het een lieve lust was. Als de Russen binnenkort binnenvallen, zijn jullie van harte welkom. Wij hebben namelijk in Krigslida ruime beschikking over uitstekende schuilkelders en loopgraven. Aangezien wij geen bericht hadden gehad over het binnenvallen van de Russen ging Gustav maar even informeren bij de graafmachinist wat de plannen waren. De man met baard at net een banaan en toen hij antwoordde wisten we zeker dat we met een aap te maken hadden. Nee, hij had geen idee waarom hij aan het graven was en eigenlijk wist hij ook niet wat hij aan het graven was. Maar hij had een tekening van Vattenfall waarop stond hoe hij moest graven en dat deed hij. Gustav zag, met een schuine blik op de kaart, meteen dat er binnen afzienbare tijd ook in onze oprit gegraven zou gaan worden en vroeg aan Baardmans wie die oprit weer zou gaan herstellen. "Ik", was het trotse antwoord waarmee Gustav meteen zijn harkje en schepje neerlegde. Het leek hem namelijk niet zo'n goed idee om de boel verder te tegelen als Baardmans na een week zijn zorgvuldige gelegde klinkertjes weer zou opgraven.
We spraken met Gustav af dat we hem zouden bellen als Baardmans en kornuiten klaar waren met graven zodat hij zijn klusje daarna zou afmaken. En op dat punt bevinden we ons nu.
De hele straat inclusief onze oprit ligt open, het is Midsommar en volgende week begint de zomervakantie dus gewerkt wordt er voorlopig niet. Als alle loopgraven weer dichtgegooid zijn en alles opnieuw geasfalteerd is komt de volgende graafmachine om de boel weer open te breken voor het leggen van een fiberkabel voor internet en als alles achter de rug is komt Gustav de klus afmaken.

Dat is de Zweedse manier van zaken doen.


dinsdag 19 mei 2015

Bootje

Richard en ik kennen elkaar van de zeeverkenners waar we in de grijze oudheid niet alleen hebben leren flirten maar ook hebben leren zeilen. Zeilen is net als fietsen; als je het eenmaal kunt verleer je het nooit meer. En dan maar meteen een tweede statement eroverheen: heb je je hart ooit verpand aan zeilen, dan ben je de rest van je leven verkocht.
Als jong gezinnetje met kleine kinderen is er van zeilen nooit veel gekomen en alleen Robin hebben we kunnen interesseren voor de zeeverkenners en alleen hij heeft het zeilvirus van ons overgenomen.

Twee jaar geleden - we waren op vakantie in Nederland en hebben  voor de grap een dagje een zeilboot gehuurd - zijn we opnieuw gevallen voor de charmes van het zeilen en toen we de kans kregen om een eigen bootje aan te schaffen hebben we meteen toegeslagen. Sinds januari zijn we dan ook de trotse eigenaars van een 40 jaar oude Triss Magnum.
Maar de wereld draait door en de zeilwereld dus ook en in de tijd dat we geen bootje hebben aangeraakt is er veel gebeurd. Toen we in januari de spullen bij de verkopers gingen ophalen, kregen we dozen vol spullen waarvan we geen idee hadden wat het was maar waarvan we dachten dat we er heus wel uit zouden komen. Een paar weken geleden zijn we begonnen met het voorbereiden van de boot op een zomerseizoen met een stel van een middelbare leeftijd dat niet meer soepel op de steiger springt om de boot af te houden of de willen (fenders) op tijd overboord gooit om schade aan de zijkant te voorkomen bij het inparkeren. De bodem dik in de anti-fauling en de hele schuit gepoleerd met cleaner en wax. Af en toe keken we met een scheef oog naar de dozen met inhoud in de hoop dat we plotseling een ingeving zouden krijgen waarvoor al die lijntjes en katrolletjes nodig zouden kunnen zijn. Maar die ingeving kwam maar niet.

Afgelopen vrijdag is de boot het water ingegaan en daar hadden we de eerste meevaller te pakken: hij bleef drijven! Robin had gelukkig een halve vrije dag opgeofferd en hielp met het plaatsen van de mast. Robin is, in tegenstelling tot zijn ouders, een echte ingenieur en kijkt eerst in alle rust wat waar moet, maakt vervolgens een plan en voert dat plan dan precies uit zoals hij had bedacht. Dat scheelt veel tijd want dan zitten de bakboordstagen aan bakboord en de stuurboordstagen aan stuurboord, de fokkenval aan de voorkant en de dirk aan de achterkant. Hij weet hoe de mastenkraan werkt en schuift de boot precies onder de mastenkraan zodat de mast ook precies in de mastvoet valt. Ik heb de verantwoording genomen voor het plaatsen van de vlag op de spiegel. Dat ging goed.
Een collega van Robin kwam nog even langs om te helpen met het zeil en vrijdagmiddag hadden we een zeilklaar bootje en waren alle dozen leeg. Geen spannertje, harpje, haakje of lijntje was als overbodig Ikeamoertje overgebleven en ons schuitje lag te wachten op de volgende eindbestemming: de haven van Nynäshamn, 90 kilometer verderop.
Het tochtje van Slagsta in Stockholm Noord naar Nynäshamn in Stockholm Zuid zouden we voor het grootste deel op de motor doen. Dat was niet erg want de route voerde dwars door Stockholm en was schitterend. Kopje koffie, plakje cake erbij, zonnetje aan de blauwe hemel lekker tuffend door de stad. Hoe leuk wil je het hebben? Robin en Mathilda hielden ons gezelschap en loodsten ons van sluis naar haven en van inham naar doorvaart.







Na de lunch lieten we de stad achter ons en kwamen we in de Scherenkust (Skärgården) terecht. De wind trok wat aan en als zeiler in hart en nieren konden we de drang om de zeilen te hijsen niet langer weerstaan. Dat ging helaas dan weer zonder plan dus de fok bleek de genua te zijn (een veel te groot zeil voorop de boot die bij deze koers helemaal niet gebruikt kan worden) en het grootzeil kregen we niet goed gespannen. Iedereen was zo druk met zijn eigen ding dat we onbedoeld middenin een zeilwedstrijd belandden, Mathilda gilde vanuit de kajuit dat ze bang was dat we om zouden vallen en de koffiekan ging een eigen leven leiden. Iedereen riep van alles naar elkaar maar echt luisteren deden we dan weer niet wat best cruciaal is als je aan het zeilen bent. Kortom, vijf minuten later waren de zeilen weer gestreken en tufte het motortje weer braaf verder. De deelnemers aan de zeilwedstrijd bedankten vriendelijk voor het aangename tijdverdrijf en wij namen met schaamrood op de kaken de benen, of eigenlijk de zeilen. Een uurtje later waren we toe aan een tweede zeilpoging. Het juiste fok was aangeslagen, in de verste verte was geen zeilwedstrijd te bekennen en zelfs de boot van de reddingsdienst lag klaar om in te grijpen in geval van nood. Wij voelden ons heer en meester op het water en het zelfvertrouwen groeide met elke zeemijl die we achter ons lieten. Michiel de Ruyter zou trots op ons zijn.
Maar ook deze lol was slechts van korte duur want zodra we uit de luwte van één van de vele eilanden kwamen en de wind grip kreeg op ons schuitje scheurde het grootzeil in tweeën. Dat is lastig zeilen dus werden voor de tweede keer alle zeilen gestreken en voeren we de laatste twee uur op de motor naar de tussenhaven in Dalarö. Daar meerden we af waarna Savannah ons ophaalde zodat we luxe en warm in onze kooi thuis konden overnachten.

De volgende morgen kwam de regen met bakken uit de lucht en dus wensten Robin en Mathilda ons veel succes met de rest van ons reisje en bleven zelf lekker thuis. Onze jongste investering in dure regenpakken bleek een goede investering hoewel zeillaarzen misschien ook handig zouden zijn geweest. Ik begrijp nu ook wat beter waarom de verkoper van de boot onze feliciteerde met de aankoop van een zwart gat. Mijn creditcard piept en kraakt nu al aan alle kanten.
Het eerste uur viel de regen gestaag naar beneden maar al snel kwam de regen niet meer van boven maar van voren. De golven gooiden ons alle kanten op en we hadden twee handen nodig om overeind te blijven. Men lijdt het meest door het lijden dat men vreest dus probeerde ik niet te bedenken wat we zouden moeten doen als de motor het zou begeven. Een grootzeil hadden we niet meer en manouvreren tussen olietankers en cruiseschepen met slechts een fok als attribuut trok me niet echt aan. Om één uur kwam de haven van Nynäshamn eindelijk in zicht en - geluk of niet- vijf meter voor de steiger sloeg de motor af omdat de benzine op was. We hadden weliswaar een extra tank benzine bij ons maar benzine bijvullen bij windkracht 7 had ik op zee toch liever niet gedaan.

En nu ligt ons pareltje in zijn thuishaven en wachten we met smart op ons nieuwe grootzeil. Met een beetje geluk krijgen we dat over 4 weken, net als onze vakantie achter de rug is.







woensdag 1 april 2015

Weekendje Zandvoort


Iedereen wil oud worden, niemand wil oud zijn.  Ik wil iets maar niet het hele pakket. Dat geldt ook voor vakanties. Liggen op het strand, wandelen in de bergen of shoppen in een wereldstad is enig maar de reis heen en terug  slaan we het liefst over.  En dat gaat dus niet want geen vliegmaatschappij biedt narcose aan bij het inchecken.
Het laatste weekend van maart zouden mijn gewaardeerde echtgenoot, een goede vriendin uit Dalarna en ik deelnemen aan de Zandvoortcircuitrun in Zandvoort waarbij we puur voor de lol twaalf kilometer zouden gaan rennen in een groep met nog 14 000 anderen. Vijf kilometer over het circuit, twee kilometer over het strand en vijf kilometer door Zandvoort. Beloning; een medaille en een flesje AA drink en daar doe je het toch allemaal voor.
Om toch maar zeker van een plaatsje te zijn boekte ik  zowel deelname aan de run als vliegbiljet en een cottage van Center Parcs alvast in december. Kleinkind twee dreigde nog even roet in het eten te gooien omdat ze haar all inclusive appartement bij haar moeder op 12 maart weigerde te verlaten maar uiteindelijk nam ze op 19 maart toch de sneltrein naar buiten. Dus sinds 19 maart zijn we opa en oma van Senna Aline van Hoek.
Niets stond ons tripje naar Nederland nog in de weg en zelfs snotneuzen en reutelende uitlaten bleven weg. Wij waren er klaar voor! Om 16:00 uur zouden we vliegen en ik zou ’s morgens nog een paar uur thuis werken en daarna Carina ophalen in Stockholm. Dan even thuis lunchen en daarna – op weg naar het vliegveld – Richard ophalen. Landen om half 6 in Nederland, huurauto ophalen en om half 8 aan de thee met gevulde koek in ons onderkomen. Zaterdag een dagje naar de Keukenhof om aan Zweedse vriendin te laten zien dat bloemen ook kunnen bloeien, zondag in een sportieve capri met zonnebril een loopje over circuit en strand en maandag met een volgepakte koffer weer naar huis. Ik kan kort zijn, niets van dat lijstje heb ik kunnen afvinken, helemaal niets.
Om 6.45 uur log ik in op mijn computer om een paar uurtjes te gaan werken en om 6.50 uur belt Savannah. Volledige chaos op het spoor vanwege twee signalen die een eigen leven waren gaan leiden – ik schreef het al eerder, vervang die lampen en klaar is Kees, hoe moeilijk kan het zijn maar nee – er rijdt geen enkele trein en Savannah heeft een examen om half 9 in Södertälje. Snel een charmante joggingbroek aan en dochterlief naar Södertälje rijden.
Anderhalf uur later kom ik thuis en weet nog twee mensen gelukkig te maken met wat geld van de overheid. Omdat het treinverkeer nog steeds niet op gang is bel ik Carina om te zeggen dat ze moet lunchen in de stad en dat ik haar daar met de auto wel ophaal. Ik neem net de eerste slok van mijn koffie als de post twee pakketjes komt brengen: mijn honderd klimop plantjes uit Nederland zijn binnen en moeten zo snel mogelijk de grond in. Dat gaat vandaag niet meer lukken dus bel ik Quinta om te vragen of zij zin heeft om te komen grutten in mijn tuin zodat mijn familiekapitaal het weekend overleeft. Quinta antwoordt meelevend dat ze me uiteraard even komt helpen. Als ik haar zeg dat ze helaas zelf de volledige verantwoordelijkheid krijgt over mijn stukje natuurschoon vraagt ze verbaasd hoe ik dan naar Nederland ga. Half Nederland zit zonder stroom, Schiphol is gesloten en alle inkomende vluchten zijn gecancelled. Ik blijf rustig, surf gecontroleerd over het internet en zie op de site van de KLM dat alles is geannuleerd maar op de site van SAS staat niets en daar vliegen we mee. Dus laad ik de koffers in en rijd richting Stockholm om mijn sportieve echtgenoot op te halen als mijn telefoon gaat. Richard; er is een ongeluk gebeurd in de tunnel, alle banen zijn afgesloten, je komt er niet langs. Richard neemt de trein, die inmiddels weer rijdt richting vliegveld en ik rijd dwars door de stad om Carina op te halen en vervolgens te komen waar ik wil zijn: het vliegveld.
Het inchecken gaat vlot en op tijd en om 16:05 uur zitten we vol spanning te wachten op: ”crew, take your seats please”. Maar we staan aan de gate en we blijven aan de gate. Het wordt half vijf, het wordt vijf uur en nog steeds zit er weinig beweging in de kist. Zit de cockpit op slot en komt de pilooot niet binnen? Ja, dat kan toch zomaar gebeuren, nietwaar. Nee, er wordt gewacht op een vlucht uit Trondheim die twee uur vertraagd is en waar 18 passagiers inzitten die ook naar Amsterdam willen.
Om 17:45 – we hadden er eigenlijk al moeten zijn – gaan we dan eindelijk de lucht in en om 19:30 uur zitten we aan een salade in de aankomsthal van Schiphol. So far so good.
De Keukenhof wordt niets want het is noodweer met storm, regen en een temperatuur die goed bij eind december past dus vermaken we ons een dagje in Amsterdam. Zondag is het weer zo mogelijk nog slechter en over tegenwind maak ik me in de toekomst geen zorgen meer. Ik heb ervaring met tegenstorm op een Nederlands strand waarbij de regen vol van voren mijn gezicht volledig weet te zandstralen. Slechter dan dit zal het nooit meer worden. Hoewel…. als we na de finish terug naar het huisje lopen breekt de hel pas echt los en volkomen doorweekt –maar dan ook echt nat tot op het bot – komen renners en publiek verkleumd aan in onze cottage waar de vaatwasser het inmiddels heeft begeven. Twee dappere electriciens zijn de meterkast aan het ombouwen omdat een vaatwasser uit een ander huisje is gehaald maar te veel stroom vreet en dus de stop er steeds uitvliegt. Even niet douchen dus.
Die nacht worden we vier keer bruut uit onze slaap gerukt omdat het brandalarm afgaat terwijl daar niet echt een reden voor is. Uiteindelijk komt de dienstdoende concierge om 00:30 uur het brandalarm verwijderen. Een kort nachtje van slechts zes uur slaap dus want maandag vliegen we om 11:00 uur terug naar Stockholm. Denken we. Niet dus want de vlucht is geannuleerd vanwege de storm die nog steeds niet is gaan liggen. We worden omgeboekt naar de vlucht van 10:45 uur naar Oslo om daarna vanavond door te vliegen naar Stockholm. De vlucht van 10:45 uur gaat niet om 10:45 uur maar om 11:30 uur, nee toch niet, 12:30 uur, nee toch niet, 13:10 uur. Carina mist haar bus naar huis in Stockholm maar de mevrouw op Schiphol zegt dat ze dat in Oslo zullen regelen. In Oslo blijkt onze bagage kwijt te zijn maar omdat ik niet gehecht ben aan mijn stinkende sokken en onderbroeken laat ik die mededeling voor wat het is. Die zal wel weer boven water komen . De meneer in Oslo verwijst Carina naar de SAS in Stockholm die haar ticket naar huis zal regelen.
Om 17:00 uur zitten we startklaar in het vliegtuig naar Stockholm als een Somalische meneer de stoel bezet van een Zweedse meneer. Op beide tickets staat dat ze op stoel 15B zouden mogen zitten alleen de Somalische meneer reist op het ticket van zijn vrouw en bovendien op een vlucht die al weg is. Zo sneu om zo’n man het vliegtuig uit te keilen dus vliegt hij Business omdat er in de Economy geen stoelen meer vrij zijn. Ik denk even terug aan mijn laatste discussie met een KLM muts op Schiphol die mij op niet mis te verstane wijze duidelijk wist te maken dat ik niet op de naam van Trigt mag vliegen ook al ben ik 29 jaar met van Trigt getrouwd en heet ik langer van Trigt dan Bunck. En ja, van Trigt wordt ook vermeld in mijn paspoort maar ik heet Bunck de rest van mijn leven. Tegen wil en dank.
Om 19:00 uur verneemt Carina bij de SAS in Stockholm dat ze de gemiste bus zelf mag boeken en betalen omdat de SAS meent aan al haar verplichtingen te hebben voldaan en rijden wij dodelijk vermoeid terug naar huis.
Maar de medaille is binnen en de AA drink was lekker. En daar ging het toch uiteindelijk om.
 
 
 
 

 

vrijdag 27 februari 2015

Een nieuwe hobby


Zo sta je ze aan hun jas uit een boom te trekken, zo zijn ze projectleider bij een bekende producent van vrachtwagens in Zweden en heb je geen flauw benul meer waar ze mee bezig zijn. Kleine kinderen worden groot en  tamelijk rap ook nog. Toen Robin ging studeren hebben we een flat voor hem gekocht omdat het ons toch wel sneu leek om, met studieboeken en al, onder een brug te moeten slapen. Die flat hebben we na zijn studie dankzij de nimmer verzadigde huizenmarkt met wat winst kunnen verkopen en zelfs na aftrek van kosten en winstbelasting – als er ergens door overheid gegraaid wordt dan is het in Zweden – bleef er nog iets over.  Appeltje voor de dorst is dankzij negatieve rente waarbij je belasting moet betalen over je kapitaaltje niet langer een optie en boetevrij aflossen van de hypotheek is tamelijk zinloos aangezien het hier niet om een bedrag gaat waar bijvoorbeeld  een Bram Moszkowicz mee uit de brand geholpen zou kunnen worden.

Wij wonen vlakbij de zee en als je je topografie enigszins op orde hebt dan weet je dat voor de oostkust van Zweden – en dan met name voor de kust van Stockholm – duizenden eilandjes liggen; de Mälaren. Je kunt daar dus een aardig eindje wegzeilen zonder dat je de indruk hebt dat je binnen afzienbare tijd van de horizon af zult vallen en je vaart van inham naar haven zonder elkaar in het vaarwater te zitten. Tel daarbij op dat zowel Richard als ik net zo goed kunnen zeilen als een gemiddelde Nederlandse peuter kan fietsen en dan is de keuze voor de hand liggend; investeren in een zeilboot.

Een boot in Zweden is niet duur, zeker niet als het een tweedehandsje mag zijn dus zijn we in januari op zoek gegaan naar een passend exemplaar. Het lijkt een wat vreemde tijd om middenin de winter op zoek te gaan naar een zeilboot maar een groot voordeel is dat zo’n boot op de kant ligt en de onderwaterlijn dus goed bekeken kan worden. Niet dat we dat van plan waren want als we ergens geen benul van hebben dan is het wel van het bezitten van een boot. Maar dankzij bevriende zeilbooteigenaars in Nederland zijn we met een vragenlijst en You Tube filmpjes over osmose op inspectie gegaan en kregen antwoord op vragen die we zelf niet eens begrepen.

De deal was snel rond en nu zijn we dus eigenaar van een Triss Magnum.  Maar met de aanschaf van een zeewaardig badkuipje heb je er ook meteen een heleboel problemen bij die moeten worden opgelost voordat het zeil in top gaat.
Allereerst moet het ding ergens liggen. Voor het huren van een havenplaats in Stockholm zijn lange wachtlijsten. Afhankelijk van waar je wil liggen pronken zijn de wachttijden twee tot zeven jaar en tot die tijd kan ons Trissje natuurlijk niet in de tuin liggen. Het past wel in de tuin maar het zeilt wat beroerd want we hebben niet eens een vijver. Maar soms heeft een mens mazzel en gelukkig waren er nog enkele kleine havenplaatsen vrij in Nynäshamn, 20 treinminuten bij ons vandaan, en vanaf april kunnen we daar terecht.
Waarmee we meteen een nieuw probleem hebben geschapen want de boot ligt nu in Slagsta ten noorden van Stockholm en moet naar Nynäshamn ten zuiden van Stockholm. Varen lijkt de beste optie maar tussen de ene en de andere haven liggen 30 000 eilandjes en probeer daar je weg maar eens in te vinden. Geen stoplichten, geen ANWB borden, geen bewegwijzeringen en zeker geen oude, vriendelijke mannetjes met rollator waar je snel even de weg aan kunt vragen. Ik kan natuurlijk geïntresseerd op een zeekaart kijken en met slimme opmerkingen strooien als ’derde eiland links’ of ’zwarte boei aan stuurboord houden’ maar een inrit is zo gemist en voor je het weet zeil je de haven van Helsinki binnen. Of St. Petersburg.  Dus ben ik begonnen met een cursus ’goed zeemanschap’ waarbij vooral het hoofdstuk ’Navigeren’ mijn volle aandacht heeft. Gelukkig zijn veel Zweedse termen direct vertaald uit het Nederlands aangezien Nederland in de zeventiende eeuw als zeevarende natie haar stempel op de zeevaartvocabulaire heeft gezet. Woorden als babord, styrbord, fock, akter, dirk, fall, stag, gippa en kaj zijn voor een Nederlandse zeiler prima te begrijpen.  En ook kurs, kompass en avdrift bij het navigeren lijkt geen abracadabra dus de vaktaal zullen we in het Zweeds ook wel onder de knie krijgen.  En nu zit ik dus in mijn vrije tijd met een enorme zeekaart, een passer en een geodriehoek aan tafel koersen uit te zetten in de hoop dat ik in april of mei feilloos de weg naar de thuishaven weet te vinden.  En anders weten we vast wel een eilandje te vinden waar we zullen moeten overleven tot we gevonden worden: Patricia Crusoë.
 
 

zaterdag 13 december 2014

Werken bij de overheid

Werken bij de overheid betekent in vrijwel alle op democratie gestoelde landen dat je betaald wordt uitgescholden. Het maakt niet veel uit in welke overheidsdienst je aangesteld bent, verbale rotte eieren worden er toch wel gegooid. Als je vlug bent buk je en als je handig bent dan vang je ze maar teruggooien is er tot mijn grote spijt niet bij. Terwijl mijn handen af en toe toch flink jeuken om zo'n verrot ei uit mijn overvolle mandje te pakken om die vervolgens met een welgemikte worp in het gezicht van de onopgevoede schreeuwlelijk te gooien die notabene het systeem waar hij of zij nu 'slachtoffer' van dreigt te worden bij de vorige verkiezingen zelf heeft gekozen met behulp van zijn rode potloodje.

Gemeenteambtenaren, politieagenten, ambulancemedewerkers, medewerkers bij de Sociale Dienst, het arbeidsbureau of de Sociale Verzekeringsbank, het maakt niet uit, iedereen komt een keer aan de beurt.
Tijdens mijn aanstelling bij het Arbeidsbureau ben ik weliswaar regelmatig uitgescholden en zelfs bedreigd maar dat gebeurde vaak in het Arabisch of in krakkemikkig Zweeds dus daar begreep ik de onderliggende boodschap toch niet van. Slechts één keer heb ik overwogen om de politie in te schakelen toen het voorwerp van woede naar me schreeuwde dat hij wist waar mijn dochter op school zat en er de volgende dag een steen door mijn ruit lag. Omdat mijn toenmalige chef de zaak bagatelliseerde heb ik overplaatsing gevraagd en gekregen.

Nu werk ik echter in een functie waar ik veel met Zweden te maken heb, en dan voornamelijk met Zweden die het wel riant vinden om betaald thuis te zitten en geen zin hebben om op aandringen van een zeurende ambtenaar weer aan het werk te gaan en nu gaat het schelden dus in vloeiend Zweeds.

Ik werk als personlig handläggare oftewel persoonlijk consultant voor personen die ziek zijn.
In Zweden krijg je als je ziek wordt de eerste dag geen salaris, van dag twee tot veertien 80% van je salaris en vanaf dag vijftien een uitkering die gelijk staat aan 80% van je salaris maar dan uitbetaald door de overheid (Försäkringskassan). Als je aangemeld wordt door je werkgever bij de Försäkringskassan omdat je ziek bent, word je ingedeeld in een groep.

Groep 1 zijn de zieken die inmiddels al weer aan het werk zijn maar nog wel met terugwerkende kracht geld krijgen omdat ze langer dan veertien dagen ziek waren (gebroken been, griep, door de rug gegaan, hersenschudding, dat soort zaken).

Groep 2 zijn langdurig zieken die óf zonder tussenkomst van de Försäkringskassan op korte of lange termijn weer aan het werk zullen gaan (mensen met kanker, zwangeren met kwaaltjes, mensen die geopereerd zijn)  óf zo ziek zijn dat ze uiteindelijk in de WAO zullen komen (hersenbloeding, chronisch zieken, hartpatiënten, nierdialyse zonder kans op transplantatie. Deze groep is heel klein omdat het sinds 2008 vrijwel onmogelijk is om WAO te krijgen in Zweden, iedereen kan altijd wel wat).

Groep 3 zijn mensen die langdurig ziek zijn en zonder tussenkomst van de Försäkringskassan niet meer aan het werk zullen/willen gaan (mensen met een depressie, burn out, angststoornissen, lumbago (chronische rugpijn), fibromyalgi en conflicten op het werk).
En met deze groep heb ik het genoegen te mogen werken.

Zelf ben ik de kinderwagen uitgekickt met 15 maanden omdat mijn kleine broertje erin moest en dus opgevoed met het principe niet-lullen-maar-poetsen. Schoolziek ben ik nooit geweest want mijn moeder was echt niet om de tuin te leiden. In mijn hele carriëre als leerling ben ik hooguit drie keer ziek thuisgebleven maar dan had ik ook veertig graden koorts en lag bibberend in mijn bed. En zodra de koorts begon te zakken was het gedaan met de pret en hees ik mijn rugzak weer op mijn schouders om hoestend en proestend de onontbeerlijke lesstof weer tot me te nemen.
Die trend heb ik vervolgens gewoon voortgezet dus ook mijn kinderen kunnen het woord aanstellen nog niet spellen. Quinta hing de eerste twintig weken van haar zwangerschappen elke ochtend kotsend boven de wc om vervolgens - misselijk en wel met een kotszakje op de passagiersstoel - naar haar werk te gaan. Niet één dag ziek geweest terwijl ze zich toch niet helemaal toppie voelde.
Zelf ben ik vorige maand de dag nadat ik uit het ziekenhuis kwam na een ongewenst hersenpropje in de bovenkamer gewoon weer aan het werk gegaan. Ziek is ziek, niet ziek is aan het werk.
En ik moet dus bepalen of iemand zo ziek is dat hij recht heeft op uitkering betaald uit een pot die moet worden gevuld door de samenleving.

Mijn baan als personlig handläggare houdt het midden tussen een juridische arts en een medische jurist. Met de wet in de hand moet ik bepalen wat iemand kan doen met welke ziekte. En dat is moeilijk want vrijwel alle anamneses worden in de groep waar ik mee werk gesteld aan de hand van wat de patiënt vertelt. Dus heb je een goed verhaal dan kun je zo'n ziektewetuitkering eindeloos rekken. "Nee dokter, ik trek het gewoon niet met die onbeschrijfelijke pijn die ik heb. Ik wíl wel maar het gaat gewoon niet". Deze week was ik getuige van een arts die er ook helemaal klaar mee is en bezorgd opperde dat de patiënt haar ogen moest laten nakijken aangezien ze huilde zonder tranen.

Voorbeeld 1: Een dame van middelbare leeftijd werkt als handwerklerares op een lagere school en krijgt een burn out (!!) in 2010. Ze begint met uitrusten, veel uitrusten en na een half jaar vindt de arts dat ze aan haar herstel moet gaan werken door middel van wandelingen, yoga, kognitieve gedragstherapie, gespreksgroepen en het leren van haar eigen grenzen. In 2013 besluit ze -in het kader van al haar onontbeerlijke therapieën -  een eigen bedrijfje op te starten met behoud van haar uitkering. Samen met haar man en een vriendin begeleidt ze langdurig zieken en langdurig werklozen bij hun terugkeer in de arbeidsmarkt door middel van textielopdrachten (breien, haken, naaien van allerlei pannenlappen, tafelkleedjes, theedoeken  en nog meer van die onzintroep).
Het is nu bijna 2015 en mevrouw heeft besloten dat ze waarschijnlijk nooit meer aan het werk kan vanwege haar burn out en ze wil dus een WAO uitkering aanvragen tot aan haar pensioen in 2031. Dan kan ze met behoud van uitkering haar bedrijfje blijven runnen. En als ik daar dan een stokje voor wil steken dan wil ze graag de naam en het telefoonnummer van mijn chef om zich te kunnen beklagen over de totale incompetentie die ik tentoonspreid.

Voorbeeld 2: Een jong ding van 24 heeft al een half leven achter zich van drank, drugs en criminaliteit. Al diverse keren is ze ontslagen vanwege het feit dat ze niet op komt dagen op momenten dat ze moet werken of vanwege haar grote mond waar de meeste werkgevers niet van gediend zijn. In haar hele arbeidszame leven heeft ze hooguit zes maanden bijgedragen aan de staatsruif. Uiteindelijk komt ze thuis te zitten met een hernia maar besluit zich niet te opereren want dan heeft ze een legitieme reden om niet meer aan het werk te gaan. Geen grap, zo zei ze het echt. Inmiddels heeft ze in al haar wijsheid besloten om zwanger te worden en nu dus rugpijn in het kwadraat heeft. En als ik dan opper dat ze dan maar werk moet gaan zoeken waar ze haar rug niet belast dan leer ik meteen weer drie nieuwe Zweedse woorden. Handig!

Voorbeeld 3: Een klassieker. Vrouw van 40+ met fibromyalgi die een depressie ontwikkelt met angststoornissen. Ik krijg steeds meer de indruk dat elke gemiddelde Zweed pijn heeft in nek en schouders, doodsbang is voor alles en iedereen en het leven niet meer ziet zitten. Fibromyalgi is een trend. Tien jaar geleden had niemand er nog van gehoord, nu wordt elk onbegrepen pijntje geschaard onder fibromyalgi wat aanleiding geeft tot langdurig ziekteverzuim. (algi=pijn, my=overal, fibro=weke delen).
Maar elke 40 plusser heeft wel eens ergens pijn die niet overgaat door thuis te zitten en dus kun je net zo goed gaan werken. Pijn heb je toch. Deze mevrouw gaf aan dat ze niet aan het werk kan omdat ze drie keer in de week zwemt, twee ochtenden naar de fysiotherapie gaat, elke ochtend én elke middag  een half uur wandelt met de hond en bovendien een aantal keer per week naar yoga gaat. Dan moet ze vanwege haar BMI van 38 ook nog een bezoekje brengen aan de diëtist elke vrijdagmiddag. Tja, dan blijft er natuurlijk niet zo heel veel tijd meer over om te werken, ook al wil haar werkgever haar werktijden én haar werkzaamheden aanpassen aan wat ze kan. En als ik dan meld dat de kans bestaat dat haar ziekteuitkering wordt ingetrokken omdat ik van mening ben dat ze aan het werk kan, dan antwoordt ze boos dat ze ook niet anders had verwacht van een overheidsdienst waar alleen maar idioten werken.

Ik laat het maar van me afglijden. Als ik telefonisch word uitgescholden leg ik de hoorn op de haak en mag ik het allemaal live meemaken dan bekijk ik gewoon even mijn facebookpagina zodat ik niet hoor waar ik voor word uitgemaakt.
Maar het blijft me verbazen dat mensen die met hun volle verstand een regering hebben gekozen die voortvarende maatregelen neemt om het ongebreidelde ziekteverzuim van 22% weet terug te brengen tot 8% zodat het systeem betaalbaar blijft voor de mensen die echt ziek zijn, een ambtenaar uitschelden voor alles wat mooi en lelijk is. Een dictatuur heeft toch ook zo zijn voordelen, lijkt me.