Zo sta je ze aan hun jas uit een boom te trekken, zo zijn ze
projectleider bij een bekende producent van vrachtwagens in Zweden en heb je
geen flauw benul meer waar ze mee bezig zijn. Kleine kinderen worden groot en tamelijk rap ook nog. Toen Robin ging studeren
hebben we een flat voor hem gekocht omdat het ons toch wel sneu leek om, met
studieboeken en al, onder een brug te moeten slapen. Die flat hebben we na zijn
studie dankzij de nimmer verzadigde huizenmarkt met wat winst kunnen verkopen
en zelfs na aftrek van kosten en winstbelasting – als er ergens door overheid
gegraaid wordt dan is het in Zweden – bleef er nog iets over. Appeltje voor de dorst is dankzij negatieve
rente waarbij je belasting moet betalen over je kapitaaltje niet langer een
optie en boetevrij aflossen van de hypotheek is tamelijk zinloos aangezien het
hier niet om een bedrag gaat waar bijvoorbeeld
een Bram Moszkowicz mee uit de brand geholpen zou kunnen worden.
Wij wonen vlakbij de zee en als je je topografie enigszins
op orde hebt dan weet je dat voor de oostkust van Zweden – en dan met name voor
de kust van Stockholm – duizenden eilandjes liggen; de Mälaren. Je kunt daar
dus een aardig eindje wegzeilen zonder dat je de indruk hebt dat je binnen
afzienbare tijd van de horizon af zult vallen en je vaart van inham naar haven
zonder elkaar in het vaarwater te zitten. Tel daarbij op dat zowel Richard als
ik net zo goed kunnen zeilen als een gemiddelde Nederlandse peuter kan fietsen
en dan is de keuze voor de hand liggend; investeren in een zeilboot.
Een boot in Zweden is niet duur, zeker niet als het een
tweedehandsje mag zijn dus zijn we in januari op zoek gegaan naar een passend
exemplaar. Het lijkt een wat vreemde tijd om middenin de winter op zoek te gaan
naar een zeilboot maar een groot voordeel is dat zo’n boot op de kant ligt en
de onderwaterlijn dus goed bekeken kan worden. Niet dat we dat van plan waren
want als we ergens geen benul van hebben dan is het wel van het bezitten van
een boot. Maar dankzij bevriende zeilbooteigenaars in Nederland zijn we met een
vragenlijst en You Tube filmpjes over osmose op inspectie gegaan en kregen
antwoord op vragen die we zelf niet eens begrepen.
De deal was snel rond en nu zijn we dus eigenaar van een
Triss Magnum. Maar met de aanschaf van
een zeewaardig badkuipje heb je er ook meteen een heleboel problemen bij die
moeten worden opgelost voordat het zeil in top gaat.
Allereerst moet het ding ergens liggen. Voor het huren van een havenplaats in Stockholm zijn lange wachtlijsten. Afhankelijk van waar je wil liggen pronken zijn de wachttijden twee tot zeven jaar en tot die tijd kan ons Trissje natuurlijk niet in de tuin liggen. Het past wel in de tuin maar het zeilt wat beroerd want we hebben niet eens een vijver. Maar soms heeft een mens mazzel en gelukkig waren er nog enkele kleine havenplaatsen vrij in Nynäshamn, 20 treinminuten bij ons vandaan, en vanaf april kunnen we daar terecht.
Waarmee we meteen een nieuw probleem hebben geschapen want de boot ligt nu in Slagsta ten noorden van Stockholm en moet naar Nynäshamn ten zuiden van Stockholm. Varen lijkt de beste optie maar tussen de ene en de andere haven liggen 30 000 eilandjes en probeer daar je weg maar eens in te vinden. Geen stoplichten, geen ANWB borden, geen bewegwijzeringen en zeker geen oude, vriendelijke mannetjes met rollator waar je snel even de weg aan kunt vragen. Ik kan natuurlijk geïntresseerd op een zeekaart kijken en met slimme opmerkingen strooien als ’derde eiland links’ of ’zwarte boei aan stuurboord houden’ maar een inrit is zo gemist en voor je het weet zeil je de haven van Helsinki binnen. Of St. Petersburg. Dus ben ik begonnen met een cursus ’goed zeemanschap’ waarbij vooral het hoofdstuk ’Navigeren’ mijn volle aandacht heeft. Gelukkig zijn veel Zweedse termen direct vertaald uit het Nederlands aangezien Nederland in de zeventiende eeuw als zeevarende natie haar stempel op de zeevaartvocabulaire heeft gezet. Woorden als babord, styrbord, fock, akter, dirk, fall, stag, gippa en kaj zijn voor een Nederlandse zeiler prima te begrijpen. En ook kurs, kompass en avdrift bij het navigeren lijkt geen abracadabra dus de vaktaal zullen we in het Zweeds ook wel onder de knie krijgen. En nu zit ik dus in mijn vrije tijd met een enorme zeekaart, een passer en een geodriehoek aan tafel koersen uit te zetten in de hoop dat ik in april of mei feilloos de weg naar de thuishaven weet te vinden. En anders weten we vast wel een eilandje te vinden waar we zullen moeten overleven tot we gevonden worden: Patricia Crusoë.
Allereerst moet het ding ergens liggen. Voor het huren van een havenplaats in Stockholm zijn lange wachtlijsten. Afhankelijk van waar je wil liggen pronken zijn de wachttijden twee tot zeven jaar en tot die tijd kan ons Trissje natuurlijk niet in de tuin liggen. Het past wel in de tuin maar het zeilt wat beroerd want we hebben niet eens een vijver. Maar soms heeft een mens mazzel en gelukkig waren er nog enkele kleine havenplaatsen vrij in Nynäshamn, 20 treinminuten bij ons vandaan, en vanaf april kunnen we daar terecht.
Waarmee we meteen een nieuw probleem hebben geschapen want de boot ligt nu in Slagsta ten noorden van Stockholm en moet naar Nynäshamn ten zuiden van Stockholm. Varen lijkt de beste optie maar tussen de ene en de andere haven liggen 30 000 eilandjes en probeer daar je weg maar eens in te vinden. Geen stoplichten, geen ANWB borden, geen bewegwijzeringen en zeker geen oude, vriendelijke mannetjes met rollator waar je snel even de weg aan kunt vragen. Ik kan natuurlijk geïntresseerd op een zeekaart kijken en met slimme opmerkingen strooien als ’derde eiland links’ of ’zwarte boei aan stuurboord houden’ maar een inrit is zo gemist en voor je het weet zeil je de haven van Helsinki binnen. Of St. Petersburg. Dus ben ik begonnen met een cursus ’goed zeemanschap’ waarbij vooral het hoofdstuk ’Navigeren’ mijn volle aandacht heeft. Gelukkig zijn veel Zweedse termen direct vertaald uit het Nederlands aangezien Nederland in de zeventiende eeuw als zeevarende natie haar stempel op de zeevaartvocabulaire heeft gezet. Woorden als babord, styrbord, fock, akter, dirk, fall, stag, gippa en kaj zijn voor een Nederlandse zeiler prima te begrijpen. En ook kurs, kompass en avdrift bij het navigeren lijkt geen abracadabra dus de vaktaal zullen we in het Zweeds ook wel onder de knie krijgen. En nu zit ik dus in mijn vrije tijd met een enorme zeekaart, een passer en een geodriehoek aan tafel koersen uit te zetten in de hoop dat ik in april of mei feilloos de weg naar de thuishaven weet te vinden. En anders weten we vast wel een eilandje te vinden waar we zullen moeten overleven tot we gevonden worden: Patricia Crusoë.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten