Carpe diem

Carpe diem

zondag 15 november 2015

Krachttraining



Een prachtaanbieding die ik niet kan laten lopen; vijf nummers van het maandblad ‘In vorm’ inclusief een gratis windjack voor 15 euro. Het blad is waardeloos, het jack van dubieuze kwaliteit maar bij het eerste nummer zit een gratis dvd van de serie ‘krachttraining-voor-beginners’. 
De serie bestaat uit zeker vierhonderd afleveringen waarbij elke spier in het menselijk lichaam afzonderlijk getraind kan worden en waarbij voor elke aflevering natuurlijk afzonderlijk betaald mag worden maar zoals gezegd is de eerste dvd gratis en worden de rectus abdominis en de transverse abdominis aangepakt. Vrij vertaald gaan we met de rechte en de schuine buikspieren aan de gang wat er ongetwijfeld weer op neer gaat komen dat ik de komende veertien dagen nauwelijks zal kunnen glimlachen vanwege spierpijnen onder de gordel. Maar gratis is voor niets en dus weet ik mijn jongste dochter zo gek te krijgen om de tafel aan de kant te schuiven  en mee te doen met de eerste les krachttraining. Voor krachttraining  heb je weinig nodig; sportkleding, stevige schoenen en een yogamatje.

Om te beginnen hollen we dus naar de winkel om twee yogamatjes aan te schaffen want dat schijnt onontbeerlijk te zijn bij de marteloefeningen. Snel weer thuis worden de yogamatjes uitgerold maar ze hebben blijkbaar iets te lang opgerold in het magazijn gelegen want ze rollen net zo snel weer op.  De enige manier om de matjes plat op de vloer te houden is er met mijn 1.87 meter bovenop te gaan liggen maar dan blijft er van de buikoefeningen niet zo veel meer over. Ik trek wat blikjes kattenvoer uit de kast en zet strategisch op elke hoek van het matje een blikje om de boel op zijn plek te houden. De katten dralen om me heen in de hoop dat ik tijdens één van mijn crunches een blikje zal opendraaien en ik constateer dat het allemaal best krapjes wordt om me heen met kattenvoer, ongeduldige katten, 1.86 meter dochter en een tafel-van-zijn-plek. Ik verontschuldig me bij voorbaat omdat ik in het heetst van de strijd ongetwijfeld een kat, een dochter, een lamp of – in het ergste geval -  de breedbeeld tv met een arm danwel been zal raken. Maar mijn huiskamer heeft nu eenmaal niet de afmetingen van een uit de kluiten gewassen gymzaal en het is schipperen met de ruimte.   

 De dvd wordt gestart en een beeldige dame - natuurlijk heet ze Kelly - begint met haar uitleg. Kelly heeft een body waarbij elk lichaamsdeel in proportie is, ze heeft geen enkele rimpel of uitgeknepen pukkel, geen blauwe plek op scheen- of dijbeen en zelfs geen grijze haar hoewel ze ongetwijfeld van mijn leeftijd is. Savannah en ik hangen wat verveeld op onze yogamatjes en wachten tot het echte werk gaat beginnen. In beeld verschijnen nog drie vrouwelijke creaturen in jaloersmakende maatjes die ons zullen begeleiden bij onze martelgang. De twee dames in het rode setje doen de oefeningen zoals ze zijn bedoeld, de dame in het zeegroen doet de lightvariant. Uiteraard gaan we voor de rode dames want met al die looptrainingen van de afgelopen tijd rekenen we onszelf inmiddels tot geoefende deelnemers. We beginnen met opwarmen waarbij we marcheren op de plaats. Niet moeilijk en goed vol te houden en ook de daarop volgende rek- en strekoefeningen zijn een peuleschilletje. Na een minuut of wat  vindt Kelly het mooi geweest en gaan we beginnen met het trainen van de buikspieren. Ze benadrukt nogmaals dat als de oefeningen te zwaar zijn, we de lightvariant kunnen doen en dat we dan op zeegroene Debra moeten letten. “Jaja, schiet nou maar op muts”, denken Savannah en ik allebei hardop en draaien ons – net als Kelly – op onze buik. Vervolgens strekt ze haar lichaam als een plank en zakt daarna tergend langzaam door haar armen.
“Vijftien keer!”, roept ze lachend in de camera.
“Vijftien keer?”, roepen dochterlief en ik verbaasd terug. Als we één keer door onze armen zakken, komen we nooit meer overeind. Ik besluit niet door mijn armen te zakken maar zo lang mogelijk als een plank te staan wat neerkomt op vier seconden. Dat is exakt één seconde langer dan Savannah want die is na drie seconden schaterlachend in elkaar gestort. Kelly heeft haar linkerarm op haar rug gelegd en zakt nu –al babbelend in de camera – zonder enige moeite door haar rechterarm terwijl ze haar linkerbeen en passant ook nog even heft. “Let op Debra als dit te zwaar is”, roept ze enthousiast naar haar geïmponeerde kijkers. Zeegroene Debra zit op haar knieën en buigt soepeltjes door haar armen. Deze oefening besluit ik liggend op mijn yogamatje  af te wachten. Ik doe wel mee vanaf oefening twee.
Als Kelly haar 15 plankjes heeft afgewerkt gaat ze gestrekt op haar buik liggen met haar armen naar voren en haar benen gestrekt naar achteren; een uitgangspositie die me prima bevalt en ik weet niet hoe snel ik me in dezelfde positie weet te manouvreren.
“Nu liften we onze extremiteiten, vijf seconden vasthouden en dan langzaam weer laten zakken. Vijftien keer”. Tot mijn grote verbijstering bedoelt ze met extremiteiten alle armen en benen die aan een lijf zitten. Ik gok dat mijn gezamenlijke extremiteiten meer dan 40 kilo wegen en dat moet ik dus gelijktijdig vijf seconden van de vloer tillen. Het mens spoort niet! Zeegroene Debra halveert het aantal te liften extremiteiten en tilt haar linkerbeen en haar rechterarm gelijktijdig op. Dat lijkt me voor deze oefening meer dan voldoende en dus volg ik nauwkeurig zeegroene Debra in haar bewegingen. Bij de vijfde lift begin ik zachtjes te druppelen op mijn spiksplinternieuwe yogamatje. Nog tien te gaan.

Voor de volgende oefening moeten we ons op de rug draaien. Dochterlief heeft bij het draaien haar extremiteiten niet helemaal onder controle en mikt een vaas met chrysanten om, zelf weet ik drie van de vier blikjes kattenvoer de kamer in te lanceren. Ik verwacht dat Kelly ons een tiental crunches zal laten doen maar ze heeft er een intensieve variant op bedacht. “Handen gevouwen achter het hoofd, de linkerelleboog naar de rechterknie brengen, terug naar de uitgangspositie en dan de rechterelleboog naar de linkerknie. Vijftig keer”. Mijn knieën en ellebogen zijn vooralsnog bezet met een andere oefening; het verzamelen van de blikjes kattenvoer die inmiddels onder de bank zijn gerold. Mijn jongste dweilt het bloemenwater van de parketvloer. Kelly cruncht zich een ongeluk. Aan het eind van oefening drie is de kamer weer aan kant en maken we ons op voor oefening vier. Ik voel mijn rectus abdominis en transverse abdominis branden.
Savannah en ik kijken - liggend op onze yogamatjes - de hele dvd af en omdat Kelly vindt dat we het prima hebben gedaan trakteren we onszelf na afloop op een kopje thee met een kanelbulle.

Morgen maar weer een rondje rennen, dat is vooral goed voor mijn gastroecnemius, tibialis anterior, rectus femoris en de vastus lateralis; samen goed voor vier dvd’s. 

Cartoon via Mobypicture

woensdag 11 november 2015

´Penny wise pound foolish

De titel van dit blogje slaat bij tijd en wijle- en soms wat vaker - op mij. Ik geef met liefde een euro uit om een kwartje te besparen, is de vrije vertaling.
Mijn estimé mari Richard denkt in al zijn onwetendheid maar vooral in zijn eeuwige onschuld dat ik ons familiekapitaal met hand en tand verdedig en elke kroon verstandig investeer in goedlopende aandelen. Maar vaak denk ik in stilte dat ik hem maar niet wijzer moet maken dan hij is terwijl het geld me aan alle kanten door de vingers glipt en mijn bankrekening harder zie slinken dan nodig is.
Ik zal dit blogje opvrolijken met twee voorbeeldjes maar neem van mij aan dat ik een boek kan vullen met al mijn doordachte besparingen waar ik zonder moeite twee leuke weekjes van had kunnen cruisen in de Zuidamerikaanse wateren.

Wij hebben een nieuwe auto besteld en die heeft winterslofjes nodig. Winterbanden bestellen bij de autodealer is water naar de zee dragen.  Die lui hebben geld zat en laten winterbandjes alsnog vier keer over de kop gaan. Dus googel ik een halve zaterdag op steekwoorden als 'goedkoop', 'winterbanden' en 'gemonteerd leveren' en uiteindelijk vind ik de goedkoopste die de bandjes gemonteerd en gebalanceerd aan huis bezorgt. Op het moment dat ik op de knop 'bestelling versturen' druk zie ik in flits dat mijn winkelmandje nog snel even wordt bijgevuld met 595 kronen vrachtkosten maar ophalen in Malmö maakt het allemaal niet goedkoper dus ik laat het maar zo.
Als mijn goudmijntje geleverd wordt - om de één of andere vage reden maar het zal wel geen kostenbesparende reden zijn, worden op dinsdag drie banden en op woensdag de resterende band gebracht  - zitten de banden uiteraard niet op de velg en zijn ze al helemaal niet gebalanceerd. Het mailtje met mijn klacht wordt wonderbaarlijk snel beantwoord. Ik vermoed dat het een tekstmalletje is dat ze bij iedere klant gebruiken met dezelfde klacht. De banden die ik gekozen heb horen niet bij de aktie 'compleet en klaar' en dus worden ze ook niet compleet en klaar geleverd. Er zijn helemaal geen banden die passen op de velg die ik heb uitgekozen die bij de aktie 'kompleet en klaar' horen en dus krijg ik losse velgen en losse banden. Monteren en balanceren kost 1300 kronen. Bij de concurrent waren velgen en banden samen weliswaar goedkoper maar daar was het monteren niet bij inbegrepen. Een uitstekend voorbeeld van penny wise pound foolish.

Ander voorbeeldje; onze boot. Dat bootje van ons is beslist geen verkeerde investering geweest, laat dat duidelijk zijn. Elk vrij uurtje hebben we afgelopen zomer doorgebracht op ons Trisje en inmiddels tuigen we ons pareltje -als het moet geblindoekt - flierefluitend op terwijl de wijn in mijn glas tinkelt en de zon op mijn hoofd pingelt (dichterlijke vrijheid).
Maar aan al het goede komt een eind dus ook aan zomers zeilweer en ons persoonlijke aandeeltje moet de kant op om de winterse omstandigheden in deze contreien te overleven. Onze haven biedt helaas geen winterplaats dus moet ik op zoek naar een alternatief. Er zijn twee mogelijkheden:
1. ik huur een boottrailer en laat de boot in onze tuin leggen; kosten 2500 kronen van haven naar huis en 2500 kr van huis naar haven in het voorjaar.
2. ik zoek een winterplaats in een andere haven en leg de boot daar neer tijdens de winter

Ik vind uiteindelijk een haven in Tyresö waar een winterplaats 2200 kronen kost en waar nog plek is. Een rekensom is snel gemaakt en dus wordt de winterplaats geboekt. Het is weliswaar een dag varen maar met een thermoskan koffie en overheerlijke aanmaaksoep komen we een eind. Een week voor de boot eruit gaat, zie ik dat de boot niet op bootbokken (stöttor) maar op een vaste bootsteun (vaggan) moet staan. Wij hebben uiteraard stöttor en geen vaggan. Een nieuwe vaggan kost meer dan 10 000 kronen dus dat is geen optie. Gelukkig vind ik iemand aan de andere kant van Stockholm die een vaggan heeft en die in zijn haven niet mag gebruiken en dus ruilen we om. Het hele gevaarte wordt met behulp van een bevriende ingenieur vastgesnoerd op ons aanhangwagentje en dwars door Stockholm naar Tyresö gereden. De kosten van deze hele exercitie zijn inmiddels opgelopen tot een kleine 4000 kronen (2200 kronen winterplaats, administratiekosten haven 400 kronen, lidmaatschap haven 1000 kronen, benzine boot en auto 250 kronen).
De dag voor ons pareltje eruit gehaald zal worden word ik gebeld door de havenmeester. Die vaggan die daar staat, of die van ons is. Ja, hoezo?  Die is niet goedgekeurd. De vaggan moet van het merk weet-ik-veel zijn en dat is die van ons niet. Gelukkig heeft de havenmeester nog wel een vaggan staan die we voor een vriendenprijsje mogen overnemen. Nou beste Åke, ik ben je vriendje niet en ik denk niet dat we ooit vriendjes gaan worden. Dus besteed ik vijfendertig telefoontjes aan allerlei dubieuze figuren met een boottrailer die mijn bootje alsnog van Tyresö naar huis kunnen vervoeren.

Om een lang verhaal kort te maken: de boot ligt in onze tuin, de boegreling is beschadigd en moet vervangen worden en ik was 4000 kronen rijker geweest als ik punt 1 gewoon had uitgevoerd en nooit op zoek was gegaan naar een goedkoper alternatief.

Was ik maar rijk en niet zo knap!







woensdag 7 oktober 2015

Ziek van de gezondheidszorg

Na ons rondje in Nederland in september is het weer pijnlijk duidelijk geworden hoe scheef het beeld is dat mijn medelanders hebben van paradijs Zweden. Hooggekwalificeerde gezondheidszorg en uitstekende behandelingen en therapieën waar de rest van de wereld graag een graantje van zou willen meepikken, is de algehele opvatting. Natuurlijk zijn er zeker landen in de wereld te noemen waar het slechter gesteld is met pleisters en hechtingen maar uit ervaring kan ik helaas vertellen dat de kwaliteit van de gezondheidszorg in Zweden ver onder het niveau van vele andere landen ligt. Ik weet uiteraard niet hoeveel en op welke manier er in onderzoek geïnvesteerd wordt, maar ik kan wel uit de doeken doen hoe de resultaten van zulke onderzoeken in praktijk worden gebracht. Niet.

Vorig jaar lag ik een weekje in het ziekenhuis in Stockholm vanwege wat probleempjes met een slagader. Het was die week vooral slecht gesteld met mijn portemonnee  omdat  het eten zo slecht was, dat ik  het niet aanraakte en elke avond met mijn ega het ziekenhuis uitsloop om  stiekum aan de overkant bij de Griek te eten. Zeven dagen heb ik er gelegen en niet één keer heb ik in het ziekenhuis gegeten. Beschimmeld brood bij het ontbijt, geen groente, geen fruit, melk over de datum, uitgedroogde kaas. Niets deed mij het water in de mond lopen. Is smerig koken soms goedkoper dan gezond koken?
Drie keer heb ik een dokter aan mijn bed gehad en niet één keer kon worden uitgelegd waarom het beter was dat ik in het ziekenhuis bleef. Eén nacht mocht ik naar huis om bij te slapen aangezien ik tijden wakker lag vanwege een snurkende en rochelende buurman maar ik moest me wel de volgende ochtend om 9 uur weer melden om weer in dat roestige, veel te korte ziekenhuisbed te kruipen. Waarom ik terug moest komen? Geen idee.
Het ziekenhuis is gebouwd in de tijd dat er nog nucleaire aanslagen van minder bevriende naties dreigden waardoor elk gebouw werd voorzien van atoomvrije kelders. De spoedeisende hulp van het ziekenhuis is gesitueerd in zo'n bomvrije kelder en samen met het totale onvermogen van artsen om hun spoedeisende patienten binnen acceptabele tijd te behandelen zorgt dat voor ellenlange rijen met bedden van patienten die trouw wachten tot een arts wil kijken wat ze mankeert. Ik heb eens 5 uur gewacht voordat een arts constateerde dat ik bij de verkeerde spoedeisende arts was ingedeeld en werd ik onderaan de wachtlijst van de juiste arts geplaatst. Ik ben naar huis gegaan.
De druk op die spoedeisende hulp is zo hoog omdat de wachttijd bij de huisarts 2-4 weken bedraagt maar soms wel oploopt tot 8 weken. Patienten worden dan doorverwezen naar de spoedeisende hulp. Ik belde 5 januari voor een afspraak bij de huisarts en kon 13 maart om 14.00 uur terecht.
Bij ontslag uit het ziekenhuis kreeg ik de opdracht om elk kwartaal die slagader te laten nakijken, bloedverdunners te slikken, geen lange vliegreizen te maken en mijn bloeddruk laag te houden.Mijn slagader is drie keer bekeken waarbij ik er twee keer zelf om heb moeten vragen, bloeddruk is niet één keer gemeten, zelfs niet toen ik daar specifiek om vroeg, en vragen over bloedverdunners en verre vliegreizen kan ik niet meer kwijt want ik ben blijkbaar niet meer onder controle van een arts.

Mijn schildklier - ook zo'n favoriet gespreksonderwerp - wordt in de gaten gehouden door een arts in het gerenommeerde Karolinska ziekenhuis. De eerste keer dat ik er kwam voor de radioactieve behandeling van mijn plaaggeest werd de activiteit gemeten met een soort telescoop en de resultaten werden ingevuld op een papiertje dat zo vaak was gekopieerd  dat de originele tekst niet meer te lezen was. Bij het interpreteren van de resultaten op dat papiertje trok mijn arts enthousiast haar mobieltje tevoorschijn om uit te rekenen hoeveel straling ik nodig had. Blijkbaar had haar mobieltje daar toch wat moeite mee want drie maanden later bleek mijn schildklier weer volop in dienst te zijn en had ik een tweede radioactieve behandeling nodig. Dit keer geen mobieltje maar een enorme innovatie in de vorm van een simpel excel spreadsheetje op haar computer die moest uitrekenen hoeveel straling ik moest krijgen. Jammer dat haar scherm steeds uitviel. En een cijfertje teveel in zo'n tabelletje en ik kan permanent een kamer boeken in zo'n atoombomvrije kelder. Als deze behandeling ook niet aanslaat is de enige oplossing een operatie om mijn kwelgeest het zwijgen op te leggen. Ik neem mijn eigen aardappelschilmesje maar mee.

Bovenstaande ervaringen hebben ertoe geleid dat ik niet het volste vertrouwen heb in de  Zweedse gezondheidszorg. Wij betalen geen zorgpremie in Zweden omdat de kosten van de gezondheidszorg worden gefinancierd via de belasting. En toch zou ik met alle plezier de premie betalen die mijn landgenoten in Nederland moeten betalen als ik daarmee de kundigheid, de service en de kwaliteit van de Nederlandse gezondheidszorg zou kunnen krijgen.








woensdag 5 augustus 2015

Onverwacht bezoek


Ik ben nuchter. En dan bedoel ik niet dat ik regelmatig aan de alcohol hang maar nu toevallig net even niet,  maar meer dat ik vrij sceptisch ben in alles wat niet te verklaren is. Ik sta – zeg maar – met mijn poten in de klei. Meneer Ogilvy is al jaren werkloos maar heeft nu zijn roeping als ’ medium’  gevonden en weet zijn inkomen leuk aan te vullen met het oplichten van goedgelovige nabestaanden. Van Jomanda horen we al jaren niets meer en flikkerende lampen en dichtklappende deuren zijn aan mij niet besteed. Kortom, het hiernamaals komt bij mij niet verder dan een feestje in de maag van een wurm die mij opgeknabbeld heeft in mijn kist nadat ik de geest heb gegeven en te ruste ben gelegd op een kerkhof.

In de loop der jaren is mijn volhardende ongeloof in meer- tussen- hemel- en- aarde redelijk op de proef gesteld, zeker ten tijde van onze hoteltijd. Een aantal voorvallen destijds kan ik nog steeds niet verklaren maar een beetje geest moet toch met wat meer komen dan voetstappen in een kelder, een horloge dat een eigen leven leidt, een uit zichzelf spelende wekkerradio of een dame in het wit die mijn zoon de stuipen op het ljif wist te jagen.

Deze zomer kregen wij goede vriend Bert een weekendje op bezoek. Als je mij beschouwt als nuchter dan zou je Bert kunnen beschrijven als geheelonthouder. Kom bij hem niet aan met verhalen over onverwachte verschijningen van overledenen, stemmen uit het hiernamaals of engeltjes op schouders. Voor alles is een verklaring en Bert zoekt door tot hij een verklaring gevonden heeft, zelfs als hij de waarheid daarmee geweld aandoet. Leven na de dood: bullshit.  Berts vrouw Marga, die wij ook goed kenden, is een kleine twee jaar geleden overleden. Direct na haar overlijden gebeurde er een aantal onverklaarbare dingen in Bert’s directe omgeving en om te bewijzen dat er echt niets is na de dood heeft hij een aantal mediums bezocht.  Sindsdien is Bert gaan twijfelen, ik niet.

Tijdens zijn bezoek aan ons liet Bert een ingesproken telefoongesprek aan ons horen over wat een medium tegen hem zei tijdens een sessie.  Wij (Richard, Savannah, Bert’s vriendin Louise en ik) luisterden ingespannen naar het telefoongesprek met het medium. Bij de passage waar het om ging gebeurde er echter iets vreemds. Zonder aanleiding leek de radio aan te springen waardoor we de bewuste passage uit het telefoongesprek niet meer konden horen. Uit de hoek naast de bank hoorden we een vrouwelijk stem uit de radio komen. Ik dacht dat het een journaallezer was, de anderen dachten meer dat het een reclame was. Wij hebben echter geen radio naast de bank staan dus moest die stem ergens anders vandaan komen. Mijn telefoon kon het niet zijn want die lag op tafel, Richard’s telefoon was zoals gewoonlijk leeg en andere telefoons waren niet in de buurt. Mijn computer stond op de grond maar toen ik die open deed zag ik dat die uit stond.
Ik vroeg verbaasd waar die stem vandaan kwam.
 ’Welke stem’, vroeg mijn ega.
‘Die stem uit de hoek’.
‘Ik hoor geen stem’
‘Je hoort die vrouw toch wel praten?’
‘Nee, ik hoor alleen een stem uit Bert zijn telefoon’
Wij hoorden allemaal een vrouwenstem praten dwars door het geluidsfragment heen,  behalve Richard.
De stem sprak Nederlands maar niemand verstond wat ze ze.  Na 10 seconden verstomde de stem en hoorden we niets meer.
Het geluidsfragment op Bert zijn telefoon was afgelopen.
Ik was nuchter maar beslist aan een borrel toe.
Niemand kon verklaren waar het geluid vandaan was gekomen en wat er was gezegd.

De volgende dag vertelde ik het voorval aan Quinta, die er niet bij was geweest. Zij is trouwe kijker van Ghost adventures en zij wist te vertellen dat geesten geen communicatiemiddelen hebben en hun energie om boodschappen door te geven uit electrische apparaten halen. Als er zo’n verschijning is geweest kun je er steevast vanuit gaan dat er een electrisch apparaat in huis de geest heeft gegeven – leuke woordspeling – en vervangen moet worden. Alles in huis leek het gewoon nog te doen dus dat lot leek ons te worden bespaard.

Tot ik ’s avonds onder de klamme lappen kroop en nog even op mijn tablet een boek wilde lezen, iets wat ik elke avond doe om de oogjes toe te krijgen. Het ding heb ik gekregen van mijn kinderen voor mijn 50e verjaardag, 14 maanden geleden en wordt niet erg intensief gebruikt. Echt slijten doet hij dus niet. Het beeld was zwart, het beeld bleef zwart. Hoewel ik zeker wist dat de batterij was opgeladen heb ik hem nog een nachtje aan het zuurstof gelegd maar helaas is het ding – uiteraard net buiten de garantie – zo dood als een pier.

Ik moet toch nog eens even aan Bert vragen of Marga haar aansprakelijkheidsverzekering nog geldig is. Het bonnetje heb ik nog!
 

zaterdag 20 juni 2015

Zweedse manier van zaken doen

Het is de slogan van Volvo in hun huidige radiocommercial en elke keer als ik die reclame hoor denk ik: "Welke manier van zaken doen?" Want zaken doen is nu net niet de sterkste kant van het land waar ik nu al weer een tijdje woon. Voorbeelden te over, helaas.

Wij hebben een vrij grote oprit en op die oprit ligt los grind. Dat is 's winters niet handig als je sneeuw moet schuiven want schuif je sneeuw de greppel in, dan schuif je meteen je halve oprit mee. En gesmolten sneeuw wat weer opvriest verandert die oprit een tijdje in een ondergrond waar Irene Wüst een moord voor doet.
Zomers is opstappen op je fiets in dat grind ook al geen goed idee en al menig keer heb ik dat grind mogen kussen omdat ik met mijn stalen ros weer eens iets te enthousiast op pad ben gegaan. Opstappen, een bochtje maken en los grind, geen goede combinatie.
Om kort te gaan, bestraten die hap, en snel een beetje. Nu ben ik zelf goed in vrijwel alles maar klinkertjes leggen is net niet mijn ding dus bestelde ik 19 pallets klinkertjes en ging op zoek naar een mannetje die die straattegels er voor mij even in wilde tikken. Ik vroeg wat offertes en van de tien klinkerleggertjes reageerden er twee met een prijs. Halverwege maart zou Pelle beginnen maar al wie er kwam, geen Pelle.  Ik vroeg dus maar even waar hij bleef en toen zei Pelle dat hij een kaart nodig had van alle kabels die in de grond lopen. Hoezo? Ga je de oprit een meter afgraven dan? Kaart gemaild maar Pelle verscheen nog steeds niet. Joehoe, Pelle!!! Pelle beloofde elke dag dat hij de volgende dag zou beginnen en elke dag wachtten we met spanning op de komst van Pelle en trawanten, samen met mijn 19 pallets klinkertjes die redelijk in de weg stonden. Begin april stonden er plotseling een kruiwagen en een aantrilmachine in de tuin en even kreeg ik hoop dat ik een betegelde oprit zou hebben voor Midsommar. Maar daar bleef het bij.
Toen Pelle op 12 april - vier weken later - nog steeds geen aanstalten maakte om te beginnen en mijn 19 pallets met klinkertjes inmiddels wortel hadden geschoten, besloot ik Pelle de wacht aan te zeggen en een andere Pelle te zoeken. Pelle kon mooi fluiten naar zijn 9 000 euro/90 000 kronen. Ik mailde hem dat hij zijn spullen binnen twee dagen weg moest halen omdat hij ze anders van de openbare weg kon plukken. De kruiwagen en de aantrilmachine verdwenen na twee weken en ik heb nooit meer wat gehoord van Pelle.
Habib, die de andere offerte had geleverd, kon weliswaar vlot beginnen maar verhoogde zijn offerte met 5000 euro/50 000 kronen wat zou betekenen dat we een flinke prijs in de staatsloterij zouden moeten winnen om de boel te bekostigen. Exit Habib.
Het was eind april en mijn 19 pallets met klinkertjes stonden intussen vol in bloei. Via internet vond ik Gustav die mijn oprit wel wilde betegelen tegen een redelijke vergoeding en de tweede week van mei ging Gustav vol overgave aan de slag. En ik kan niet anders zeggen, Gustav is een vakman. Elke klinkertje ligt kaarsrecht en het ongewenste hemelwater - waar we dit voorjaar helaas rijkelijk van zijn voorzien - wordt netjes de goede kant op afgevoerd.
Maar toen Gustav aan zijn laatste pallet klinkertjes begon, verschenen er graafmachines in de straat. En laat ik duidelijk zijn, die graafmachines waren niet door mij besteld. Enthousiast werd het asfalt opengebroken en werd er gegraven dat het een lieve lust was. Als de Russen binnenkort binnenvallen, zijn jullie van harte welkom. Wij hebben namelijk in Krigslida ruime beschikking over uitstekende schuilkelders en loopgraven. Aangezien wij geen bericht hadden gehad over het binnenvallen van de Russen ging Gustav maar even informeren bij de graafmachinist wat de plannen waren. De man met baard at net een banaan en toen hij antwoordde wisten we zeker dat we met een aap te maken hadden. Nee, hij had geen idee waarom hij aan het graven was en eigenlijk wist hij ook niet wat hij aan het graven was. Maar hij had een tekening van Vattenfall waarop stond hoe hij moest graven en dat deed hij. Gustav zag, met een schuine blik op de kaart, meteen dat er binnen afzienbare tijd ook in onze oprit gegraven zou gaan worden en vroeg aan Baardmans wie die oprit weer zou gaan herstellen. "Ik", was het trotse antwoord waarmee Gustav meteen zijn harkje en schepje neerlegde. Het leek hem namelijk niet zo'n goed idee om de boel verder te tegelen als Baardmans na een week zijn zorgvuldige gelegde klinkertjes weer zou opgraven.
We spraken met Gustav af dat we hem zouden bellen als Baardmans en kornuiten klaar waren met graven zodat hij zijn klusje daarna zou afmaken. En op dat punt bevinden we ons nu.
De hele straat inclusief onze oprit ligt open, het is Midsommar en volgende week begint de zomervakantie dus gewerkt wordt er voorlopig niet. Als alle loopgraven weer dichtgegooid zijn en alles opnieuw geasfalteerd is komt de volgende graafmachine om de boel weer open te breken voor het leggen van een fiberkabel voor internet en als alles achter de rug is komt Gustav de klus afmaken.

Dat is de Zweedse manier van zaken doen.


dinsdag 19 mei 2015

Bootje

Richard en ik kennen elkaar van de zeeverkenners waar we in de grijze oudheid niet alleen hebben leren flirten maar ook hebben leren zeilen. Zeilen is net als fietsen; als je het eenmaal kunt verleer je het nooit meer. En dan maar meteen een tweede statement eroverheen: heb je je hart ooit verpand aan zeilen, dan ben je de rest van je leven verkocht.
Als jong gezinnetje met kleine kinderen is er van zeilen nooit veel gekomen en alleen Robin hebben we kunnen interesseren voor de zeeverkenners en alleen hij heeft het zeilvirus van ons overgenomen.

Twee jaar geleden - we waren op vakantie in Nederland en hebben  voor de grap een dagje een zeilboot gehuurd - zijn we opnieuw gevallen voor de charmes van het zeilen en toen we de kans kregen om een eigen bootje aan te schaffen hebben we meteen toegeslagen. Sinds januari zijn we dan ook de trotse eigenaars van een 40 jaar oude Triss Magnum.
Maar de wereld draait door en de zeilwereld dus ook en in de tijd dat we geen bootje hebben aangeraakt is er veel gebeurd. Toen we in januari de spullen bij de verkopers gingen ophalen, kregen we dozen vol spullen waarvan we geen idee hadden wat het was maar waarvan we dachten dat we er heus wel uit zouden komen. Een paar weken geleden zijn we begonnen met het voorbereiden van de boot op een zomerseizoen met een stel van een middelbare leeftijd dat niet meer soepel op de steiger springt om de boot af te houden of de willen (fenders) op tijd overboord gooit om schade aan de zijkant te voorkomen bij het inparkeren. De bodem dik in de anti-fauling en de hele schuit gepoleerd met cleaner en wax. Af en toe keken we met een scheef oog naar de dozen met inhoud in de hoop dat we plotseling een ingeving zouden krijgen waarvoor al die lijntjes en katrolletjes nodig zouden kunnen zijn. Maar die ingeving kwam maar niet.

Afgelopen vrijdag is de boot het water ingegaan en daar hadden we de eerste meevaller te pakken: hij bleef drijven! Robin had gelukkig een halve vrije dag opgeofferd en hielp met het plaatsen van de mast. Robin is, in tegenstelling tot zijn ouders, een echte ingenieur en kijkt eerst in alle rust wat waar moet, maakt vervolgens een plan en voert dat plan dan precies uit zoals hij had bedacht. Dat scheelt veel tijd want dan zitten de bakboordstagen aan bakboord en de stuurboordstagen aan stuurboord, de fokkenval aan de voorkant en de dirk aan de achterkant. Hij weet hoe de mastenkraan werkt en schuift de boot precies onder de mastenkraan zodat de mast ook precies in de mastvoet valt. Ik heb de verantwoording genomen voor het plaatsen van de vlag op de spiegel. Dat ging goed.
Een collega van Robin kwam nog even langs om te helpen met het zeil en vrijdagmiddag hadden we een zeilklaar bootje en waren alle dozen leeg. Geen spannertje, harpje, haakje of lijntje was als overbodig Ikeamoertje overgebleven en ons schuitje lag te wachten op de volgende eindbestemming: de haven van Nynäshamn, 90 kilometer verderop.
Het tochtje van Slagsta in Stockholm Noord naar Nynäshamn in Stockholm Zuid zouden we voor het grootste deel op de motor doen. Dat was niet erg want de route voerde dwars door Stockholm en was schitterend. Kopje koffie, plakje cake erbij, zonnetje aan de blauwe hemel lekker tuffend door de stad. Hoe leuk wil je het hebben? Robin en Mathilda hielden ons gezelschap en loodsten ons van sluis naar haven en van inham naar doorvaart.







Na de lunch lieten we de stad achter ons en kwamen we in de Scherenkust (Skärgården) terecht. De wind trok wat aan en als zeiler in hart en nieren konden we de drang om de zeilen te hijsen niet langer weerstaan. Dat ging helaas dan weer zonder plan dus de fok bleek de genua te zijn (een veel te groot zeil voorop de boot die bij deze koers helemaal niet gebruikt kan worden) en het grootzeil kregen we niet goed gespannen. Iedereen was zo druk met zijn eigen ding dat we onbedoeld middenin een zeilwedstrijd belandden, Mathilda gilde vanuit de kajuit dat ze bang was dat we om zouden vallen en de koffiekan ging een eigen leven leiden. Iedereen riep van alles naar elkaar maar echt luisteren deden we dan weer niet wat best cruciaal is als je aan het zeilen bent. Kortom, vijf minuten later waren de zeilen weer gestreken en tufte het motortje weer braaf verder. De deelnemers aan de zeilwedstrijd bedankten vriendelijk voor het aangename tijdverdrijf en wij namen met schaamrood op de kaken de benen, of eigenlijk de zeilen. Een uurtje later waren we toe aan een tweede zeilpoging. Het juiste fok was aangeslagen, in de verste verte was geen zeilwedstrijd te bekennen en zelfs de boot van de reddingsdienst lag klaar om in te grijpen in geval van nood. Wij voelden ons heer en meester op het water en het zelfvertrouwen groeide met elke zeemijl die we achter ons lieten. Michiel de Ruyter zou trots op ons zijn.
Maar ook deze lol was slechts van korte duur want zodra we uit de luwte van één van de vele eilanden kwamen en de wind grip kreeg op ons schuitje scheurde het grootzeil in tweeën. Dat is lastig zeilen dus werden voor de tweede keer alle zeilen gestreken en voeren we de laatste twee uur op de motor naar de tussenhaven in Dalarö. Daar meerden we af waarna Savannah ons ophaalde zodat we luxe en warm in onze kooi thuis konden overnachten.

De volgende morgen kwam de regen met bakken uit de lucht en dus wensten Robin en Mathilda ons veel succes met de rest van ons reisje en bleven zelf lekker thuis. Onze jongste investering in dure regenpakken bleek een goede investering hoewel zeillaarzen misschien ook handig zouden zijn geweest. Ik begrijp nu ook wat beter waarom de verkoper van de boot onze feliciteerde met de aankoop van een zwart gat. Mijn creditcard piept en kraakt nu al aan alle kanten.
Het eerste uur viel de regen gestaag naar beneden maar al snel kwam de regen niet meer van boven maar van voren. De golven gooiden ons alle kanten op en we hadden twee handen nodig om overeind te blijven. Men lijdt het meest door het lijden dat men vreest dus probeerde ik niet te bedenken wat we zouden moeten doen als de motor het zou begeven. Een grootzeil hadden we niet meer en manouvreren tussen olietankers en cruiseschepen met slechts een fok als attribuut trok me niet echt aan. Om één uur kwam de haven van Nynäshamn eindelijk in zicht en - geluk of niet- vijf meter voor de steiger sloeg de motor af omdat de benzine op was. We hadden weliswaar een extra tank benzine bij ons maar benzine bijvullen bij windkracht 7 had ik op zee toch liever niet gedaan.

En nu ligt ons pareltje in zijn thuishaven en wachten we met smart op ons nieuwe grootzeil. Met een beetje geluk krijgen we dat over 4 weken, net als onze vakantie achter de rug is.







woensdag 1 april 2015

Weekendje Zandvoort


Iedereen wil oud worden, niemand wil oud zijn.  Ik wil iets maar niet het hele pakket. Dat geldt ook voor vakanties. Liggen op het strand, wandelen in de bergen of shoppen in een wereldstad is enig maar de reis heen en terug  slaan we het liefst over.  En dat gaat dus niet want geen vliegmaatschappij biedt narcose aan bij het inchecken.
Het laatste weekend van maart zouden mijn gewaardeerde echtgenoot, een goede vriendin uit Dalarna en ik deelnemen aan de Zandvoortcircuitrun in Zandvoort waarbij we puur voor de lol twaalf kilometer zouden gaan rennen in een groep met nog 14 000 anderen. Vijf kilometer over het circuit, twee kilometer over het strand en vijf kilometer door Zandvoort. Beloning; een medaille en een flesje AA drink en daar doe je het toch allemaal voor.
Om toch maar zeker van een plaatsje te zijn boekte ik  zowel deelname aan de run als vliegbiljet en een cottage van Center Parcs alvast in december. Kleinkind twee dreigde nog even roet in het eten te gooien omdat ze haar all inclusive appartement bij haar moeder op 12 maart weigerde te verlaten maar uiteindelijk nam ze op 19 maart toch de sneltrein naar buiten. Dus sinds 19 maart zijn we opa en oma van Senna Aline van Hoek.
Niets stond ons tripje naar Nederland nog in de weg en zelfs snotneuzen en reutelende uitlaten bleven weg. Wij waren er klaar voor! Om 16:00 uur zouden we vliegen en ik zou ’s morgens nog een paar uur thuis werken en daarna Carina ophalen in Stockholm. Dan even thuis lunchen en daarna – op weg naar het vliegveld – Richard ophalen. Landen om half 6 in Nederland, huurauto ophalen en om half 8 aan de thee met gevulde koek in ons onderkomen. Zaterdag een dagje naar de Keukenhof om aan Zweedse vriendin te laten zien dat bloemen ook kunnen bloeien, zondag in een sportieve capri met zonnebril een loopje over circuit en strand en maandag met een volgepakte koffer weer naar huis. Ik kan kort zijn, niets van dat lijstje heb ik kunnen afvinken, helemaal niets.
Om 6.45 uur log ik in op mijn computer om een paar uurtjes te gaan werken en om 6.50 uur belt Savannah. Volledige chaos op het spoor vanwege twee signalen die een eigen leven waren gaan leiden – ik schreef het al eerder, vervang die lampen en klaar is Kees, hoe moeilijk kan het zijn maar nee – er rijdt geen enkele trein en Savannah heeft een examen om half 9 in Södertälje. Snel een charmante joggingbroek aan en dochterlief naar Södertälje rijden.
Anderhalf uur later kom ik thuis en weet nog twee mensen gelukkig te maken met wat geld van de overheid. Omdat het treinverkeer nog steeds niet op gang is bel ik Carina om te zeggen dat ze moet lunchen in de stad en dat ik haar daar met de auto wel ophaal. Ik neem net de eerste slok van mijn koffie als de post twee pakketjes komt brengen: mijn honderd klimop plantjes uit Nederland zijn binnen en moeten zo snel mogelijk de grond in. Dat gaat vandaag niet meer lukken dus bel ik Quinta om te vragen of zij zin heeft om te komen grutten in mijn tuin zodat mijn familiekapitaal het weekend overleeft. Quinta antwoordt meelevend dat ze me uiteraard even komt helpen. Als ik haar zeg dat ze helaas zelf de volledige verantwoordelijkheid krijgt over mijn stukje natuurschoon vraagt ze verbaasd hoe ik dan naar Nederland ga. Half Nederland zit zonder stroom, Schiphol is gesloten en alle inkomende vluchten zijn gecancelled. Ik blijf rustig, surf gecontroleerd over het internet en zie op de site van de KLM dat alles is geannuleerd maar op de site van SAS staat niets en daar vliegen we mee. Dus laad ik de koffers in en rijd richting Stockholm om mijn sportieve echtgenoot op te halen als mijn telefoon gaat. Richard; er is een ongeluk gebeurd in de tunnel, alle banen zijn afgesloten, je komt er niet langs. Richard neemt de trein, die inmiddels weer rijdt richting vliegveld en ik rijd dwars door de stad om Carina op te halen en vervolgens te komen waar ik wil zijn: het vliegveld.
Het inchecken gaat vlot en op tijd en om 16:05 uur zitten we vol spanning te wachten op: ”crew, take your seats please”. Maar we staan aan de gate en we blijven aan de gate. Het wordt half vijf, het wordt vijf uur en nog steeds zit er weinig beweging in de kist. Zit de cockpit op slot en komt de pilooot niet binnen? Ja, dat kan toch zomaar gebeuren, nietwaar. Nee, er wordt gewacht op een vlucht uit Trondheim die twee uur vertraagd is en waar 18 passagiers inzitten die ook naar Amsterdam willen.
Om 17:45 – we hadden er eigenlijk al moeten zijn – gaan we dan eindelijk de lucht in en om 19:30 uur zitten we aan een salade in de aankomsthal van Schiphol. So far so good.
De Keukenhof wordt niets want het is noodweer met storm, regen en een temperatuur die goed bij eind december past dus vermaken we ons een dagje in Amsterdam. Zondag is het weer zo mogelijk nog slechter en over tegenwind maak ik me in de toekomst geen zorgen meer. Ik heb ervaring met tegenstorm op een Nederlands strand waarbij de regen vol van voren mijn gezicht volledig weet te zandstralen. Slechter dan dit zal het nooit meer worden. Hoewel…. als we na de finish terug naar het huisje lopen breekt de hel pas echt los en volkomen doorweekt –maar dan ook echt nat tot op het bot – komen renners en publiek verkleumd aan in onze cottage waar de vaatwasser het inmiddels heeft begeven. Twee dappere electriciens zijn de meterkast aan het ombouwen omdat een vaatwasser uit een ander huisje is gehaald maar te veel stroom vreet en dus de stop er steeds uitvliegt. Even niet douchen dus.
Die nacht worden we vier keer bruut uit onze slaap gerukt omdat het brandalarm afgaat terwijl daar niet echt een reden voor is. Uiteindelijk komt de dienstdoende concierge om 00:30 uur het brandalarm verwijderen. Een kort nachtje van slechts zes uur slaap dus want maandag vliegen we om 11:00 uur terug naar Stockholm. Denken we. Niet dus want de vlucht is geannuleerd vanwege de storm die nog steeds niet is gaan liggen. We worden omgeboekt naar de vlucht van 10:45 uur naar Oslo om daarna vanavond door te vliegen naar Stockholm. De vlucht van 10:45 uur gaat niet om 10:45 uur maar om 11:30 uur, nee toch niet, 12:30 uur, nee toch niet, 13:10 uur. Carina mist haar bus naar huis in Stockholm maar de mevrouw op Schiphol zegt dat ze dat in Oslo zullen regelen. In Oslo blijkt onze bagage kwijt te zijn maar omdat ik niet gehecht ben aan mijn stinkende sokken en onderbroeken laat ik die mededeling voor wat het is. Die zal wel weer boven water komen . De meneer in Oslo verwijst Carina naar de SAS in Stockholm die haar ticket naar huis zal regelen.
Om 17:00 uur zitten we startklaar in het vliegtuig naar Stockholm als een Somalische meneer de stoel bezet van een Zweedse meneer. Op beide tickets staat dat ze op stoel 15B zouden mogen zitten alleen de Somalische meneer reist op het ticket van zijn vrouw en bovendien op een vlucht die al weg is. Zo sneu om zo’n man het vliegtuig uit te keilen dus vliegt hij Business omdat er in de Economy geen stoelen meer vrij zijn. Ik denk even terug aan mijn laatste discussie met een KLM muts op Schiphol die mij op niet mis te verstane wijze duidelijk wist te maken dat ik niet op de naam van Trigt mag vliegen ook al ben ik 29 jaar met van Trigt getrouwd en heet ik langer van Trigt dan Bunck. En ja, van Trigt wordt ook vermeld in mijn paspoort maar ik heet Bunck de rest van mijn leven. Tegen wil en dank.
Om 19:00 uur verneemt Carina bij de SAS in Stockholm dat ze de gemiste bus zelf mag boeken en betalen omdat de SAS meent aan al haar verplichtingen te hebben voldaan en rijden wij dodelijk vermoeid terug naar huis.
Maar de medaille is binnen en de AA drink was lekker. En daar ging het toch uiteindelijk om.