Carpe diem

Carpe diem

maandag 28 april 2014

En weer verder

Tja, als niemand reageert op mijn hilarische blogjes met komische ondertoon dan vermoed ik dat er geen vraag naar is. Ik zie zo voor me dat er een mailtje van mij binnenkomt met een link naar mijn nieuwste blog en dat men dan verveeld naar de partner in de keuken roept: "heb jij nog interesse of kan ie meteen in de vuilnisbak?" Ik heb wat last van het André van Duin syndroom waarbij men dertig jaar geleden een verjaardag verzette als hij op tv kwam maar waarbij je je nu vertwijfeld afvraagt wat er eigenlijk leuk is aan een oude man met een petje op en het verstand van een ernstig minderjarige.

Maar onlangs vierde ik mijn vijftigste verjaardag en daar werd er sterk op aangedrongen om nog even door te schrijven - een blogje op je mail is waarschijnlijk nog altijd leuker dan al die spam - en dus heb ik het toetsenbord maar weer naar me toe geschoven voor wat schriftelijk tijdverdrijf.

Zo wil ik jullie graag deelgenoot maken van een flinke erfenis die ons - nou ja, eigenlijk alleen Richard maar we zijn in gemeenschap van goederen getrouwd dus het belandt toch op de grote hoop - onlangs ten deel is gevallen.
In een engelstalige brief met postzegel uit Spanje werd ons op treurige toon meegedeeld dat Richard's neef Bengt van Trigt op bijzonder ongelukkige wijze het tijdelijke met het eeuwige heeft verwisseld. Of het nu kwam door een ongeluk of dat een levensbedreigende ziekte hem noodlottig is geworden, werd niet helemaal duidelijk maar dat we het in de toekomst zonder Bengt moeten doen stond als een paal boven water.
Ik kreeg op slag medelijden met mijn schoonmoeder die het de laatste tijd al niet makkelijk heeft, en ik wist even niet hoe we haar het verscheiden van Bengt moesten gaan vertellen. Ik had haar nog nooit over Bengt gehoord maar destijds had Bengt, naar ik aanneem, dezelfde ondoordachte stap genomen om naar Zweden te verhuizen en dat heeft ze ongetwijfeld nog steeds niet kunnen verwerken. Sommige mensen trekken toch werkelijk alle ellende naar zich toe.

Het duurde een stief kwartiertje om mijn intens verdrietige echtgenoot te troosten maar ik kon hem gelukkig verblijden met wat goed nieuws dat ook in de brief stond. Bengt had in al zijn goedheid besloten zijn hele vermogen aan zijn geliefde neef in Tungelsta te vermaken. De goede man had in de loop van zijn leven een aardig kapitaaltje vergaard door het runnen van verschillende bedrijven en bovendien hadden zijn aandelen - in tegenstelling tot de rest van de wereld - uitstekend geboerd. Kortom, er viel wat uit te keren en dat viel ons ten deel. Ik werd op slag religieus want daar moest een hogere macht achter zitten. Richard komt uit een gezonde, katholieke familie waar de opdracht 'ga heen en vermenigvuldig u' nogal letterlijk is genomen waardoor hij aan vaders zijde 18 ooms en tantes en aan de andere kant 16 ooms en tantes heeft vergaard die op hun beurt ook flink aan het vermenigvuldigen zijn geslagen. Dat uitgerekend Richard van die meer dan 100 neven en nichten die hij heeft die erfenis heeft weten binnen te slepen moet zijn oorsprong vinden in een hogere macht, kan niet anders.

Maar nu Bengt is gaan hemelen kan hij niet boven de grond blijven staan en de notaris heeft uiteraard geen middelen om Bengt te verpakken in een urn. Bovendien hangt er aan het afhandelen van de erfenis ook een economisch prijskaartje dus de relevante vraag is uiteraard: wie gaat dat betalen?
Ik riep natuurlijk meteen dat mijn schoonmoeder dat maar moest regelen, het was immers haar favoriete suikerneef, maar Richard vond dat niet zo'n strak plan. Het zou haar toch al turbulente leven geen goed doen als haar bot zou worden meegedeeld dat haar zorgvuldig gespaarde Albert Heijn zegeltjes zouden worden ingewisseld tegen een urn voor Bengt.
Savannah kwam met de suggestie om hem op de post te doen en naar ons toe te sturen. Opgezet in de tuin zou hij als alternatief voor een vijftigjarige Sarah leuk dienst doen en verplaatst naar het terras kon hij als vogelverschrikker brutale kraaien uit de buurt houden. Dat leek een prima oplossing maar ze wist helaas niet hoe ze een lijk van pak 'm beet 1.80 m. in een enveloppe moest krijgen.

De brief met het goede en het minder goede nieuws over Bengt is helaas op een bijzonder merkwaardige manier op de stapel oud papier beland en ik heb het stille vermoeden dat de notaris inmiddels een ander dolgelukkig familielid heeft uitverkoren tot enig erfgenaam van Bengt van Trigt.

We hebben gisteren een extra kaarsje aangestoken, ter nagedachtenis aan Bengt.





zaterdag 23 november 2013

Tweewielers


Zweden is het fietsland bij uitstek - althans dat vinden ze zelf - en er gaat niets boven een Zweedse tweewieler. En veiligheid boven alles natuurlijk dus hier wordt niet gefietst zonder fietshelm. Tot de leeftijd van 15 jaar is het dragen van een fietshelm verplicht en ben je ouder dan 15 en je fietst zonder helm dan ben je óf een eigenwijze buitenlander óf levensmoe. Al menigmaal ben ik voor gek versleten omdat ik het waag om te fietsen zonder helm en ik ben zelfs al een keer op mijn criminele gedrag door een snotneus van een een jaar of vier gewezen. "Ach kreng, zal ik jou eens effe op het spoor gooien".
En het ergste zijn de randdebielen die met hun fietshelm op in de trein gaan zitten. Echt, een touw en een boom dan kan ik gaan hangen want dat is de enige optie als ik met een fietshelm op in een trein ga zitten.

Maar kijk je vervolgens naar de staat van de Zweedse tweewieler dan begrijp je meteen waarom een Zweed een helm draagt als hij fietst. Maximaal drie versnellingen terwijl het hier wemelt van de heuveltjes. Dus met een snelheid van pak 'm beet 8 km per uur wordt er gepeddeld. Bij die snelheid lig ik zelf zeker binnen enkele ogenblikken aan het asfalt te likken.
Geen verlichting want verlichting op een fiets is hier een extra optie als je het kreng koopt en het is het eerste waar de koper voor bedankt. Hun jas is behangen met reflectors maar op de fiets is geen reflector te vinden, zelfs niet op de banden wat in Nederland al 20 jaar verplicht is. "Goh, apart zo'n witte streep die je op je band geschilderd hebt. Artistiek ook".
De bagagedrager, als die er al op zit, is uitsluitend voor de sier want je kunt er nog geen envelop op vervoeren en van snelbinders hebben ze al helemaal nog nooit gehoord. Savannah is eens staande gehouden door de politie omdat ze bij een vriendinnetje achterop de fiets zat - wat op zich al een poging tot levensbeëindiging was aangezien zo'n bagagedrager dus niets houdt. Ze kreeg een waarschuwing omdat ze geen helm droeg en bovendien ouder was dan de bestuurder van de fiets wat in Zweden blijkbaar ook verboden is. Degene die vervoerd wordt, moet jonger zijn dan de bestuurder van de fiets en bovendien moet de bestuurder van de fiets ouder zijn dan 16 jaar. Moet je in Nederland om komen. Nog voordat een fietsje van zijn zijwieltjes is ontdaan, zitten er al drie peuters tegelijkertijd op en de oudste is met een beetje geluk net drie.

Verder zit er vrijwel nooit een bel op een fiets dus als ik zelf mijn bel gebruik om wandelaars op een fietspad te waarschuwen, schrikken de meesten zich een dubbele tia.
Ook zoiets, een fietspad in Zweden is geen fietspad maar een fiets/voetpad. Fietspaden uitsluitend voor fietsers zijn er niet maar moeten altijd gedeeld worden met voetgangers. Voetgangers lopen óf aan de verkeerde kant (links) óf in het midden van het fiets/voetpad en waar jij dan als fietser moet rijden mag je zelf uitzoeken.

Een gesloten kettingkast is een onbekend begrip voor een Zweedse fiets, de meeste fietsen hebben zelfs geen open kettingkast maar helemaal geen kettingkast wat op zich wel handig is als die verrotte ketting eraf is gelopen. Maar dat gebeurt dan weer nooit bij mijn vertrouwde Batavus.

Een Zweedse damesfiets is te krijgen in maat 49 en 53 en met een beetje mazzel ook in maat 57. Mijn eigen fiets heeft maatje 63 wat geschikt is voor mensen langer dan 1.80 m.zoals ik. Als ik op een Zweedse fiets zou fietsen dan ziet dat er niet uit want ik zou met mijn knieën over het asfalt slepen. Wat de meeste Zweden trouwens ook doen want ze hebben werkelijk geen kaas gegeten van lengte en fietshoogte. We zagen eens in een winkel een meisje van een jaar of zes op een moutainbike voor volwassenen klimmen. Ze kon met geen mogelijkheid met haar voeten bij de grond en zelfs nauwelijks bij de trappers. Haar moeder keek het drie seconden aan en zei toen:"Mooi, die past, en anders groeit ze er wel in". Als het arme kind op haar snufferd gaat heeft ze gelukkig wel een helm op en haalt ze alleen haar beide knieën, haar polsen en haar ellebogen open.
Waar je ook vreselijk van onderuit kan gaan zijn de Zweedse fietremmen. Uitsluitend handremmen, ook al zijn het naafremmen, zijn niet toegestaan. Dus als je al een handrem hebt, dan heb je er slechts één met een remblokje op je voorwiel én een terugtraprem. Die handrem is dus eigenlijk overbodig. En als je dan even stopt met trappen omdat je bijvoorbeeld een heuveltje afrijdt, en je beweegt per ongeluk een been dan lig je ook meteen te zwemmen op het asfalt omdat je wiel totaal blokkeert.

Ik ben een eigenwijze buitenlander en fiets dapper door op mijn oude, vertrouwde Batavusje. Met verlichting voor en achter, reflectorbanden, reflectoren op de pedalen en een reflector op mijn stevige bagagedrager, jasbeschermers, een gesloten kettingkast, naafremmen voor en achter, vering in stuurpen en zadel, brede antilekbanden met profiel, mijn superhandige fietstassen waar ik veel bekijks mee heb en mijn gelzadel op juiste hoogte gemonteerd. En zonder helm. Nou ja, dan vraag ik er gewoon om, nietwaar?






(Een Zweedse fiets, nu slechts € 699,=)


Pilen Sport med rullnav och batterilyse fram och bak








woensdag 6 november 2013

Vrijetijdsbesteding

Als kind beschik je over een stapel vrije tijd die vooral opgaat aan buiten spelen, althans zo was dat in mijn tijd. Maar omdat mijn moeder ook vond dat een deel van die vrije tijd nuttig besteed moest worden, zat ik verplicht op pianoles en athletiek. En als we dan praten over kapitaalvernietiging dan was dat het ultieme voorbeeld van kapitaalvernietiging. Vijf jaar lang op de muziekschool en 8 jaar pianoles en ik kon aan het eind van de rit nog steeds geen noot lezen.

Op athletiek lag de nadruk op rennen en dan bij voorkeur hard. Ik had een hekel aan hardrennen en wel om twee redenen; ten eerste had ik astma wat destijds werd bestempeld als lui en niet vooruit te branden en ten tweede rende mijn jongere broertje als een kievit tussen de kippen en moest ik vaak horen dat ik een voorbeeld aan hem moest nemen. Op de 1000 meter wandelde ik driekwart van de afstand keuvelend met mijn vriendinnetje over de sintelbaan, wetende dat ik op die 1000 meter geen enkele fatsoenlijke tijd zou neerzetten. Ach, ik was pas acht.
Om het prestatievermogen van mij en mijn leeftijdsgenootjes te verbeteren kregen we voor elke keer dat we de 1000 meter in 10 minuten hadden gerend een stempel in een boekje en bij vijf stempels een lintje dat moeders vol trots op je trainingspak mocht naaien. Mijn broer had zes lintjes, mijn stempelboekje bleef angstvallig leeg.

Mijn vrije tijd is met een full time baan, een huishouden, drie kinderen en een kleinkind net zo zeldzaam als een winter zonder sneeuw in Zweden. Maar ik heb, zoals ik al eerder schreef, volledig onverwacht toch mijn hart verpand aan hardlopen. Of eigenlijk meer sneller lopen dan de gemiddelde Zweed. In het begin liep ik op een training van 30 minuten 5 minuten wat sneller en wandelde ik de overige 25 minuten. Maar  de dertig intensieve trainingen hebben ertoe geleid dat ik 8 kilometer kan joggen zonder één keer op adem te hoeven komen en dat bovendien ook nog doe binnen 55 minuten. Uiteraard ben ik niet wonderbaarlijk genezen van astma maar twee pufjes voor ik de benen neem zijn voldoende om te blijven ademen.

Sinds twee weken ben ik in 25 lessen aan het trainen voor een tien kilometer trimloop waar ik op 8 december in Hoofddorp aan mee ga doen. En dat ik nog bijzonder ver verwijderd ben van die tien kilometer bleek gisteren in les 6.
In les 6 loop je 45 minuten in jogtempo en heb je 6 versnellingen waarbij je 30 seconden alles moet geven. De eerste twee versnellingen waren zwaar maar ik heb het nog kunnen navertellen dus blijkbaar op mijn niveau. Maar toen kwam de derde versnelling. Bij het seintje 'go' van Evy in mijn oortjes sprong ik weg als een hinde in het veld. Nou ja, bij wijze van spreken dan want ondanks mij intensieve looptrainingen en mijn 5/2 dieet blijft het gevecht met mijn weegschaal een verloren strijd en is maatje 38 vooralsnog een utopie.
Ik wachtte met spanning op de mededeling van Evy dat mijn vermalijde 30 seconden erop zaten maar wat er ook gebeurde, geen stopteken in mijn oortjes. Dus rende ik door, als een dolle in het maaiveld, figuurlijk dan want ik loop gewoon op een fietspad. Het zweet gutste tussen de bilspleet, mijn hartslag lag net boven de 330, mijn beenspieren produceerden karnemelk wat scheve ogen van de koeien naast het fietspad opleverde en mijn zuurstofniveau kwam op een dramatische 25% uit. Denk ik. Evy had zich volgens mij ontspannen geïnstalleerd achter haar bureau, benen op  tafel, glas wijn in de ene hand en een sigaretje in de andere. Toen ze constateerde dat de bodem van het glaasje wijn in zicht kwam, is ze even naar de keuken gelopen om een nieuwe fles te ontkurken en is ze haar trouwe volgeling straal vergeten. En ik maar rennen.

Na een oneindig lange 90 seconden bedacht Evy dat ik nog steeds aan het rennen was en zei ze met haar zachte vlaamse accent dat ik het prima had gedaan en dat ik het tempo weer mocht verlagen. Dank je de koekkoek, ik lag voor dood op dat fietspad. Die andere drie versnellingen heb ik maar gelaten voor wat ze waren, ik moet ook rekening houden met mijn leeftijd, nietwaar?

Zoals gezegd, ik heb nog even te gaan voor die trimloop in Hoofddorp, zeker als ik niet na de bezemwagen naar binnen wil strompelen.
Maar ik ga wel aan mijn moeder vragen of ze een lintje op mijn mouw wil naaien, dat heb ik onderhand wel verdiend.

En tot slot vraag ik me af waarom er een uiterste houdbaarheidsdatum op een reep chocola staat. Maar dat is weer een vraag van heel andere orde.




maandag 28 oktober 2013

Grootbrengen of opvoeden


Lange tijd heb ik getwijfeld of ik erover zou schrijven. Over de jeugd van tegenwoordig. Want over de jeugd van tegenwoordig wordt al eeuwenlang geklaagd. En terecht,zeg ik nu ik met rasse schreden de 50 begin te naderen.

Want met lede ogen zie ik aan dat jeugd heden tendage niet opgevoed maar grootgebracht wordt.

Het begint helaas al op zeer jonge leeftijd, heb ik moeten constateren. Mijn eigen kroost werd de kinderwagen uitgebonjourd zodra ze schoenmaat 20 hadden en zelfstandig naar de schommel konden lopen. Want als je naar de schommel kunt lopen, dan kun je ook netjes aan het handje met papa en mama meelopen zodat die enorme sta-in-de-weg niet langer gebruikt hoefde te worden.

In Zweden zitten kinderen tot aan middelbare schoolleeftijd in de kinderwagen, mede omdat het openbaar vervoer gratis is als je een kinderwagenbestuurder bent. Dus Pelle rookt bij wijze van spreken op zijn dooie akkertje zijn eerste saffie in zijn wagen, slepend met zijn benen over de grond, terwijl mams met de grootst mogelijke moeite de kinderwagen voortduwt. Want Pelle moet en zal in die kinderwagen zitten anders moet mams betalen voor de bus. De eerste aanzet tot lui stuk vreten is ontkiemd.

Op 1 september komen de skipakken, de wanten, de mutsen en de sjaals uit de kast en worden kinderen ingepakt alsof de derde ijstijd in aantocht is terwijl het buiten nog altijd een heerlijke twintig graden  is. Het grut zet een keel op omdat de temperatuur in dat skipak binnen afzienbare tijd oploopt naar een graadje of zestig en vervolgens wordt het wurm gesust met een fles, een speen of snoep, net wat er voor handen is. En als er niets voor handen is dan wordt de hele trein bij elkaar gebruld maar mams heeft even geen tijd want die zit te sms-en met haar vriendin die ze tien minuten geleden nog heeft gesproken.

In Zweden trek je altijd je schoenen uit als je binnen bent, ongeacht of dat nu bij je thuis is, of je bij een vriendje bent of een bezoekje aan de tandarts brengt. Schoenen gaan uit bij binnenkomst om te voorkomen dat je buitenvuil naar binnen brengt. Daar is wat voor te zeggen (ik heb in mijn hele leven nog nooit zo weinig gedweild als in Zweden) maar waarom legt men vanaf een jaar of  tien – dat is de leeftijd waarop de benen lang genoeg zijn – altijd zijn of haar poten op de stoel in de trein. Uit nijd ga ik altijd precies daar zitten waar iemand net riant zijn onderdanen heeft geparkeerd en veeg eerst omstandig de stoel schoen waar die vuile stelten net gelegen hebben.

Er iets van zeggen is geen optie in dit land want zo achterbaks als de volwassen Zweed is en altijd achter je rug om kletst, zo grofgebekt is de jeugd.

En zo kun je ook maar beter je mond houden als de mandarijnenschillen voor je voeten worden gegooid, de muziek op de i-phone op standje 13 wordt gezet of  de stoelen in beslag worden genomen door schooltassen zodat er geen zitplaatsen meer zijn voor betalende passagiers.

Maar ook onze gekleurde Zwedelanders kunnen er wat van. De woningnood onder de immigranten met verblijfsvergunning is behoorlijk groot daar de meesten geen geld hebben voor een betaalbare flat, zeker niet in de regio Stockholm.
Het arbeidsbureau helpt waar mogelijk en deze week kreeg één van mijn somalische klantjes een driekamerflat aangeboden in de buurt van Linköping. Dat de man daar ongeveer de hoofdprijs uit de loterij mee had gewonnen drong niet helemaal tot hem door. Zijn dochter van 17 had namelijk helemaal geen zin om te verhuizen want al haar vriendinnen wonen hier. En dus bedankte hij vriendelijk voor het aanbod maar bleef toch liever in de jeugdherberg zitten die momenteel bekostigd wordt door de gemeente. Ik probeerde aan zijn beperkte verstand te peuteren dat er geen keuze was omdat hij de jeugdherberg moest verlaten aangezien er een flat beschikbaar was voor hem en zijn drie kinderen.
Maar hij besloot te zitten waar hij zat omdat zijn dochter niet mee wilde. Ik legde hem nogmaals uit dat een dochter van 17 niet bepaalt waar hij een flat zou kunnen krijgen en dat de wachtlijst in onze gemeente ruim 6 jaar bedraagt dus dat een flatje hier niet tot de mogelijkheden behoort. Maar hij bleef volharden dat zijn dochter hier naar school wilde en nergens anders en dat er dus niet verhuisd werd.
Morgen worden ze uit de jeugdherberg gezet en staat de man  met zijn drie kinderen op straat dankzij een dochter die blijkbaar de dienst uitmaakt thuis.

Maar ook dichter bij huis zien we wat peuterweerbarstigheid. Luca kan  bijvoorbeeld al in zijn handjes klappen, gedag zwaaien en wijzen naar iets als hij het wil hebben. Dat leert hij snel want je hoeft het hem maar twee of drie keer voor te doen. Op zich wel leuk natuurlijk maar inmiddels heeft hij zich tot een kleine tiran ontwikkeld als het gaat om slapen. Hij is een keer of drie zijn bed uitgehaald na een huilbui dus dat kunstje kent hij nu ook. Slapen doet meneer alleen als het hem uitkomt en niet als het zijn ouders uitkomt, zoals bijvoorbeeld middenin de nacht.

Quinta en Hjalmar zijn de wanhoop nabij maar gelukkig heb ik nog redelijk wat profijt van mijn opleiding HBO-jeugdwelzijnswerk. Dus heb ik ze het trucje goed gedrag belonen, slecht gedrag negeren en het hoofdstuk Rust, Reinheid, Regelmaat met ze doorgenomen en binnenkort is Luca weer het liefste jongetje van de straat. Hij hoeft alleen maar even zijn grenzen te leren kennen. Tot zover en niet verder...  Jammer dat opvoeden geen verplicht vak op school is.

Mijn dochter en schoonzoon gaan er wel komen, zij luisteren nog steeds braaf naar hun ouders. Nu de rest van die onopgevoede Zweedse kinderen nog.


 

zondag 13 oktober 2013

Gezondheidszorg

Toen ik zestien was, kwam ik op een kwade dag bij de huisarts met flinke buikpijn en koorts. "Kouwtje op de organen", zei de huisarts en stuurde me naar huis met een aspirientje. Tien dagen later werd ik met spoed 's avonds laat geopereerd met een blindedarm die op springen stond. Dus als iemand in ons gezin iets mankeerde, riepen we altijd in koor:'kouwtje op de organen. Mijn moeder haar 'kouwtje-op-de-organen' bleek een losgelaten ooglens te zijn waardoor ze op een haar na blind zou zijn geworden en mijn broer heeft zijn 'kouwtje-op-de-organen' niet overleefd. Ik ben dus redelijk sceptisch voor wat de Nederlandse gezondheidszorg betreft. Er overlijden in Nederland meer mensen aan medische missers dan aan verkeersongelukken dus denk daar maar aan als je de volgende keer op je fietsje naar de dokter rijdt.

Uiteraard probeert iedereen zich zo ver mogelijk te houden van alles wat met dokters en pleisters te maken heeft maar soms heb je geen keuze. In Zweden hoopte ik dat de gezondheidszorg wat beter geregeld zou zijn dan in het Lage Landse maar niets bleek minder waar.

Tot twee keer toe heeft mijn huisarts in Ludvika de diagnose schildklierziekte gemist waardoor ik me twee jaar lang beroerd heb gevoeld. In Haninge kon ik pas na twee weken terecht bij de huisarts en op aandringen van mijn collega´s ben ik naar de spoedeisende hulp gegaan waarna ik nog dezelfde dag ben opgenomen in het ziekenhuis.

Robin moest geopereerd worden aan zijn schouder toen deze voor de zesde keer uit de kom was geraakt. Maken ze bij de operatie de verkeerde kant van zijn schouder open. Kon ie een maand later terugkomen om het door een arts te laten doen die destijds wel geslaagd was voor al zijn tentamens.

Richard blijkt een veel te hoge PSA waarde te hebben wat zou kunnen duiden op prostaatkanker, een ziekte die één op de zes mannen boven de vijftig treft. Hij heeft in augustus zelf om de doorverwijzing moeten vragen, de onderzoeksresultaten uit Ludvika werden niet opgevraagd maar alle onderzoeken werden gewoon opnieuw gedaan en nu moet hij vijf weken wachten op de uitslag van de biopten. Tja, de dokter had niet eerder tijd.

Ik heb mijn hele leven al astma en gebruik daar medicijnen voor. Medicijnen zijn bijna op dus vraag ik om een nieuw recept. Dat krijg ik niet want ik moet eerst een spirometrie (longonderzoek) doen om vast te stellen dat ik astma heb. Dat is al jaren geleden vastgesteld maar blijkbaar is de arts die dat toen gedaan heeft, niet kundig genoeg. Of misschien ben ik inmiddels wel wonderbaarlijk genezen. Dus wacht ik nu op een oproep voor een spirometrie en tot die tijd doe ik het maar zonder medicijnen.

Richard moet zijn oren laten uitspuiten (dat is een kwaal waar hij elk jaar een paar keer last van heeft en het is een handeling van maximaal 5 minuten). Moet hij eerst een afspraak maken bij de huisarts om te laten constateren dat zijn oren uitgespoten moeten worden en vervolgens moet hij een nieuwe afspraak maken bij de huisarts om zijn oren te laten uitspuiten. 's Middags om één uur kan hij terecht. Handig ook als je werkt.

Quinta maakt een afspraak bij de huisarts voor een onrustige moedervlek. Die stuurt haar door naar de dermatoloog die constateert dat die moedervlek weg moet. Nieuwe afspraak over drie weken om die moedervlek te laten verwijderen en vervolgens een nieuwe afspraak voor het verwijderen van de hechtingen. Daarna nog een keertje terug naar de huisarts voor de uitslag. Vijf consulten voor één moedervlek.

Luca heeft sinds twee weken diarree en dat is nu zo ernstig dat hij niets meer binnen houdt. Hjalmar belt de dokter om langs te komen; volgende week vrijdag (over 7 dagen!!)  kan hij terecht. Nee, eerder is er geen plekje vrij. Luca is net één.

Het is te veel om het onder de noemer 'pech' te scharen.  Óf het is de onkunde van de gezondheidszorg om hun zaakjes goed te regelen, óf de melkkoe van Zweden blijkt de patiënt binnen de gezondheidszorg te zijn want voor elk consult moet worden betaald. In beide gevallen baart het me ernstig zorgen. Nu nog een arts vinden waar ik met mijn zorgen terecht kan.





maandag 23 september 2013

Verwarrend

In Nederland rijden de treinen rechts en in Zweden rijden de treinen links. Dat is verwarrend voor iemand die 38 jaar naar rechts heeft gekeken om te zien of de trein eraan kwam.
Ik heb een redelijk ontwikkeld richtingsgevoel in tegenstelling tot de meesten onder ons van het vrouwelijk geslacht. In een wildvreemde stad weet ik meestal mijn weg wel te vinden, zeker als ik de beschikking heb over een kaart. Ik kijk op de kaart, zie dan dat ik eerste rechts, 500 meter rechtdoor dan bij de rotonde links en dan is het de vierde straat rechts, halverwege moet zijn en zonder nog éénmaal op de kaart te kijken loop ik er zo naar toe.
En ben ik ergens eenmaal geweest dan kan ik dat adres vrijwel altijd zonder mankeren weer terug vinden. Dit in tegenstelling tot mijn gewaardeerde echtgenoot die zelfs in de plaatselijke Ica de weg naar de uitgang nog moet vragen. Wij hebben ook nooit ruzie over hoe we moeten lopen en wie er gelijk heeft. Hij vertrouwt blindelings op mijn richtingsgevoel en gaat nooit in discussie over hoe we volgens hem zouden moeten gaan.

Maar zodra het over treinen en stations gaat, dan loopt het bij mij spaak.
Allereerst sta ik vrijwel altijd de verkeerde kant op te kijken om te zien of de trein eraan komt zodat ik me bekant een gebroken hartklep schrik als het ding plots van de andere kant komt. Ik doe dan altijd net of ik wel wist dat daar de trein vandaan zou komen om het flaterfiguur nog enigszins te beperken maar stom is het wel, elke keer weer.
Als je eenmaal in die trein zit dan moet je er ook weer een keertje uit. En dan sta ik geheid bij de deur aan de kant van het spoor en niet aan de kant van het perron zodat de hele trein eerst leegloopt voordat ik eruit kan.
Eenmaal op het perron heb ik met veel geluk twee keuzes; links of rechts het station uit. Meestal staan er wel bordjes op het station die verwijzen naar de straat waar je op uitkomt als je naar boven gaat maar wat als je niet in die straat maar de straat erachter moet zijn. Ik ga dan meestal af op mijn geheugen; waar ben ik de vorige keer heen gelopen? Vervolgens stap ik vol goede moed op de roltrap die me bovengronds brengt maar als ik daar dan aankom ziet niets er ook maar een beetje herkenbaar uit. Hier ben ik beslist nooit geweest.
Dus terug de roltrap naar beneden in de hoop dat de roltrap aan de andere kant van het perron me wel naar de juiste plek brengt. Uiteindelijk kom ik er met behulp van mijn navigatiesysteem op mijn telefoon er wel uit maar onhandig is het wel.

t-bana-logo
Dat navigatiesysteem laat me echter volledig in de steek als ik de metro of de trein weer terug wil nemen. Ik duik bij de eerste de beste metropaal het station in, neem vol goede moed de roltrap naar beneden maar als ik dan op het perron kom heb ik geen idee of ik de trein links of rechts moet nemen. En ik weet al helemaal niet of die trein van de ene of de andere kant komt. "Kijk dan even op de metro/trein waar ie naar toe gaat", hoor ik iemand snugger roepen. Op zich best een slim idee maar als ik rechts kijk, komt de trein van links en kan ik net niet meer lezen waar ie heen gaat. En ook als ik op goed geluk wel kan lezen wat het eindstation is dan weet ik niet of Kungsträdgården danwel Akalla de goede richting is.

Dus met een beetje pech kom ik er na vier haltes achter dat ik de verkeerde kant op rijd of sta ik uiteindelijk in één of andere buitenwijk van Stockholm waar ik helemaal niet woon.
Met wat mazzel beland ik op het Centraal Station van Stockholm, ook wel T-centralen genoemd.
T-centralen is een uitdaging voor iemand zonder ondergronds richtinggevoel zoals ik. Er zijn twee metrolijnen die op voor mijn gevoel vijf kilometer onder de grond rijden en één metrolijn die op pak 'm beet op twee kilometer onder de grond rijdt. Op de begane grond rijden de treinen maar de toegang naar die treinen ligt aan de andere kant van het station, zo'n zevenhonderd meter ondergronds lopen waarbij je allerlei trappen tegenkomt die wel eens de goede richting op zouden kunnen zijn maar waarvan je dat niet zeker weet. Als je bussen ziet, zit je te hoog en moet je terug.

Ik kom dus aan met de metro en wil naar de regionale trein die me naar Krigslida gaat brengen. Dan moet ik eerst uitvogelen op welk niveau ik me bevind, dan moet ik de juiste uitgang kiezen, daarna neem twintig danwel vijfendertig roltrappen naar boven en dan moet ik kiezen of ik links of rechts moet om bij de trein te komen. En ondertussen schiet half Stockholm als volleerde dakhazen links en rechts langs me heen, allemaal mensen die de weg wel weten, en moet ik heel snel bedenken welke kant ik op zal gaan want mijn trein gaat over vijf minuten.

Vorige week nam ik op de gok een uitgang en stond ik plotseling middenin de Åhlens (een warenhuis). Foute gok dus.
Om het allemaal nog gecompliceerder te maken lopen Zweden niet rechts maar links. Dus in het enorme gangenstelsel onder de stad raast iedereen aan de rechterkant aan je voorbij en ga je maar gewoon mee in de flow in de hoop dat je goed terecht komt.
Als ik dan op goed geluk eindelijk het perron gevonden heb waar mijn trein zal komen is het maar weer de vraag of dat spoor 12 of 13 zal zijn maar dat lost zich vrijwel altijd moeiteloos op omdat dat hetzelfde perron is.

Tot nu toe ben ik altijd voor donker thuis gekomen maar dat zal binnenkort wel afgelopen zijn. Eind oktober gaat de wintertijd in en mag ik mijn weg in het donker gaan zoeken. Dan raak ik zeker het spoor bijster.



donderdag 12 september 2013

Geregeld

Regelen en organiseren, niet bepaald de sterkste kant van Zweden in het algemeen en Zweedse bedrijven in het bijzonder.

Vorige week hadden we een bedrijfsdag met het arbeidsbureau.  Meestal bestaan zulke dagen uit onintressante lezingen, tegenvallende resultatdialogen opgeleukt met een power point presentatie en zinloze peptalk, afgewisseld met 10 minuten lichaamsbeweging in de vorm van zumbadans dat ondersteund wordt door een filmpje van internet dat nauwelijks te zien is vanwege de slechte breedbandverbinding. De dag wordt onderbroken door een lunch waar iedereen vanaf de openingsspeech door de kantoorschef al naar uitkijkt en die altijd tegenvalt.  Herkenbaar?

Het budget van het arbeidsbureau is eind juli drastisch teruggeschroefd waardoor het personeelsbestand inmiddels bijna gehalveerd is en er ook geen geld meer is voor bedrijfsdagen.  Hoera, zou je zeggen, hoe kom ik aan zo’n brenger?  Maar voor elk probleem is een oplossing en dus werd de afdeling ’regelen en organiseren’ ingezet om er toch nog een zinvolle dag van te maken.

In plaats van het hotel hier om de hoek werden we dit keer een dagje bij de plaatselijke afdeling van de landmacht ondergebracht. Dat is hier een dikke 30 kilometer vandaan en omdat er ook geen geld was voor een bus gingen we gezellig met 75 collega’s met het openbaar vervoer. Diegene die geen buskaart hadden moesten dat zelf maar even regelen. In mijn onschuld merkte ik op dat 75 mensen waarschijnlijk niet in een bus passen maar dat werd vrolijk weggewuifd. Er zou een extra bus komen.
Je raadt het al, er was geen extra bus toen we opeengeklemd op de bushalte stonden en als haringen in een ton werden we de enige bus die er was ingedreven. De rit was gelukkig maar 10 minuten en ik mis tot nu toe niemand dus ik neem aan dat al mijn collega’s, en de overige passagiers het hebben overleefd.

We werden opgewacht met koffie, althans we moesten zelf koffie in een bekertje schenken. Je kunt al raden wat er gebeurde; 75 mensen en één koffiekan. Afijn beginnen om 9 uur werd kwart voor tien. We kregen een prachtige powerpoint presentatie over het leger in Zweden en alle mogelijkheden om er te komen werken. Jammer dat je de Zweedse nationaliteit moet hebben en gezond moet zijn, precies twee eisen waar mijn klantjes niet aan voldoen en dus zat ik twee uur lang naar een lezing te luisteren waar ik in mijn dagelijkse werkzaamheden helemaal niets aan heb.
Om 12 uur mochten we schaften in de kantine bij de soldaten. Het leek wel te smaken maar ik nam de gok niet omdat ik nooit weet of er tarwe in het eten verwerkt zit dus ik heb me vermaakt bij het saladebuffet. Het smaakte wel maar echt voldaan raak je niet van sla en tomaten.

's Middag werd er tijd besteed aan het slechte resultaat van het medewerkersonderzoek. In groepjes werd geëvalueerd waar dat slechte resultaat op gebaseerd was maar omdat er geen pen en papier voor handen was bleef het slechts bij gewauwel.
De theepauze om twee uur ging niet door omdat men vergeten was thee en koffie te bestellen dus dan maar weer wat lichaamsbeweging in de vorm van een wandeling.
Na de wandeling was het tijd om huiswaarts te keren. Omdat het vrijdag was en het weekendverlof van de soldaten inging, stonden er nu een kleine tweehonderd man op de bushalte. Gelukkig kwam de extra bus die besteld was nu ook niet maar met wat agressief ellebogenwerk kwam ik de bus in. En daar gaat het toch uiteindelijk om.  De passagiers die er niet meer bijpasten zouden later door een taxi (ja, een taxi) worden opgehaald.
Het ging om zo'n 125 achterblijvers. Leuk met 125 man in een taxi.

Het onvermogen om iets te regelen blijft gelukkig niet beperkt tot het Arbeidsbureau.

Je denkt een ijsje te scoren op een warme zomerdag en staat in een lange rij om je extra calorien te bestellen. Er staan twee medewerkers achter de toonbank; de één helpt de klanten, de ander vult de hoorntjes bij. Moet ook gebeuren natuurlijk maar als de rij zo lang is kun je misschien eerst even je salaris bij elkaar verdienen en de hoorntjes zo lang maar even uit de doos pakken. Dan blijkt het ijs in de softijsmachine op te zijn en gaat degene die de klanten hielp de softijsmachine schoonmaken en bijvullen. Dus dan is er niemand meer die klanten helpt. Dat ijsje hebben we nooit gekregen.

Je vaart met een bootje naar een eilandje voor de scherenkust van Stockholm. De boot is overvol want iedereen wil naar hetzelfde eilandje hoewel er keuze is uit 30 000 eilandjes. Betalen moet je als je de boot verlaat en dat kan alleen per pin. Je krijgt een bonnetje per persoon plus een bonnetje voor de betaling. Dat printen van zo'n bonnetje duurt nog best lang. Je doet twee stappen en levert dan het bonnetje weer in. Drie keer raden hoe lang het duurt voor iedereen die boot af is.

Je werkt bij de post en de post heeft een nieuwe naam gekregen. Dus wordt de bedrijfskleding ook aangepast en krijgt iedereen nieuwe t-shirts, broeken en truien. Er wordt duidelijk vermeld dat vanaf de startdatum iedereen de nieuwe bedrijfskleding moet dragen en dat nieuwe en oude bedrijfskleding niet bij elkaar gedragen mogen worden. Jammer dat alleen de t-shirts geleverd zijn. Dan maar in je onderbroek naar je werk. Maar wel met een nieuw t-shirt!

Je wilt graag je rijbewijs halen en doet je uiterste best om de theorie erin te stampen. Met klamme handen ga je op voor je examen en goddank slaag je voor je theorie. Meteen maar een datum prikken voor het afrijden. De eerste de beste datum om af te rijden is eind november maar je theorieexamen geldt slechts twee maanden. En een datum boeken voor het afrijden voordat je je theorie hebt gehaald is niet mogelijk. Ook een manier om van je wachtlijst af te komen.

Ik kan boeken vol schrijven over de inefficientie van de Zweden. Hoe ze het toch voor elkaar krijgen om in het buitenland zo'n geweldig image op te bouwen is me werkelijk een raadsel want ik ben dagelijks getuige van de werkelijkheid. En neem van mij aan: regelen en organiseren is niet de sterkste kant van een Zweed.


 Organiseren