Maar ik heb me aangemeld voor de Öresundståg en mag nu drie weken in het zuiden van Zweden rijden.
Alles moest natuurlijk weer op de valreep geregeld worden maar met wat geluk op mijn schouder heb ik een heel leuk klein optrekje even buiten Kalmar gevonden. Op tweede paasdag heb ik mijn wagen volgeladen en na een tripje van 5 uur ben ik op de plaats van bestemming. Het Attefalletje ligt direct aan het water in een mooi natuurgebied op slechts 20 minuten rijden van Kalmar Centraal waar mijn ritjes beginnen.
De eerste werkdag begin ik om 5:30 uur; wel wat vroeg maar het is zo heerlijk rustig en mooi in de ochtendschemering dat ik niet klaag. Alle rij-uren voor 7 uur tellen dubbel dus onze rit duurt vandaag slechts 6 uur. Jörgen is de komende week mijn stagebegeleider, daarna rijd ik een week met Mats en tot slot weer een week met Jörgen. Ik word, ondanks het vroege tijdstip enthousiast ontvangen en Jörgen begint meteen met het doornemen van de documenten en de stopplaatsen en -tijden. Ik ben na station drie het spoor al bijster (wat een leuke woordspeling weer) maar ik vertrouw erop dat Jörgen de weg kent en bijtijds zal roepen wanneer ik links- of rechtsaf moet slaan. Met bibbers in de benen en zweet in de handen neem ik plaats achter de knoppen - dat zijn er best veel - en zet ik, zodra het sein op groen staat de trein in beweging. Binnen 5 minuten sjees ik met 500 passagiers en 200 ton trein achter me door het Zweedse landschap. Er blinkt en plingt van alles op mijn dashboard maar Jörgen lijkt alles onder controle te hebben en meldt even later zonder één keer met zijn ogen te knipperen:"Trek hem maar door naar 180, Patrice". Ik twijfel of hij nu mijn hartslag of mijn bloeddruk bedoelt maar dat is eigenlijk niet van belang want beide zitten daar ruim overheen. En net als ik mijn STH (hoogste snelheid) heb bereikt, steken er twee herten het spoor over. Uitwijken lukt niet, dat zie ik meteen. Het eerste beestje heeft geluk, de tweede zie ik door mijn rechterraampje door de lucht vliegen. Drie punten, zegt Jörgen trots. Maar drie punten is niet genoeg voor vandaag want net bekomen van de schrik vliegt er iets met vleugels tegen de voorruit. Een flinke flash bloed ontneemt me even het zicht maar Jörgen weet de ruitenwissers rap te vinden en al snel treinen we weer voort. Botsing met wild kan ik in ieder geval van mijn bucket list afstrepen.
Omdat remmen ook effe een dingetje is met iets op rails dat 200 ton weegt, moet je, afhankelijk van de snelheid, bijtijds gas terugnemen. Als je dat te snel doet, valt de halve lading passagiers je stuurhut in en aarzel je te lang dan glijd je in volle vaart het station voorbij. Alles met mate en in de juiste dosering dus. Ik merk dat stoppen op het juiste moment wel mijn ding is, ik ben er redelijk goed in. Wel jammer dat Jörgen elke keer moet melden dat er een stationnetje aankomt want ik heb werkelijk geen idee. Verdwalen is een sterk ontwikkeld talent bij mij en ik presteer het rustig om op een recht spoor nog te verdwalen dus wat coaching bij tijd en wijle is wel gepast. Veel te snel zijn we in Hässleholm, 250 kilometer verderop maar na een pauze van een uurtje mag ik het hele stuk weer terugrijden. Zonder verdere ongewilde ontmoetingen met scheppingen van moeder natuur komen we om half 1 weer aan in Kalmar. Dag 1: geslaagd!
Ook de tweede dag vliegt om en volgens schema ben ik nu vier dagen vrij.
Ik boek een treinticket voor Richard zodat hij ook van een lang weekend Kalmar kan genieten. Het weer laat veel te wensen over; het is koud en het stormt maar dat weerhoudt ons niet van een wandeltochtje op Öland. En je voelt hem vast al weer aankomen, dat gaat weer niet helemaal volgens het boekje.
Het zuiden van Öland, een eiland even buiten Kalmar, is één groot natuurreservaat waar we onze wandeling hebben gepland. Volgens mijn bescheiden berekeningen is het tochtje hooguit 8 kilometer. Dat doen wij fluitend met twee vingers in de neus en meenemen van wat drank of een hapje voor onderweg is niet nodig. We zijn zo weer terug.
De eerste drie kilometer gaat over een soort van onverharde weg en we schieten lekker op. Het is weliswaar koud, het waait flink maar de zon doet haar best en laat zich af en toe even zien. Na een half uur gaat de weg over in een karrespoor. Er komen ons wat mensen tegemoet die waarschuwen dat de weg iets verderop onder water staat. "Onbegaanbaar", zegt een hele dikke Zweed met een plaid en een thermoskan in zijn handen. "Niet te doen", zegt zijn vrouw die een kleuter van een jaar of zes in een kinderwagen voortduwt. We trekken de conclusie dat dit blijkbaar geen doorgewinterde wandelaars zijn zoals wij en we lopen stug door. En inderdaad, na 10 minuten gaat de weg over in een flink stromende beek. Niet diep en ook niet breed maar wel nat. We dwalen af en proberen ergens een droog stuk naar de overkant te vinden. Het drassige weiland dringt langzaam mijn sokken binnen maar ik geef niet op. Ik moet en ik zal aan de andere kant komen. Mijn dappere echtgenoot somt de halve medische encyclopedie op met ziektes die je kunt krijgen van natte voeten maar hoe harder hij protesteert, hoe meer hij mij ervan overtuigt dat ik naar de andere kant wil. Tot slot trek ik mijn schoenen en mijn sokken uit, stroop mijn broekspijpen op en waad voorzichtig door het ijskoude water naar de andere kant waar overigens ook geen pad is. Ik zie de twijfel bij mijn arme ega. Ben ik verstandig en ga ik terug en laat ik haar verder in d'r uppie door dat moeras klauteren of laat ik me niet kennen volg ik onwillig maar dapper? Hij kiest voor de laatste optie en trekt ten strijde zonder schoenen en sokken. Eenmaal aan de andere kant is het aantrekken van die sokken en schoenen zonder stoel of krukje ook geen sinecure voor een man van zestig maar uiteindelijk is hij weer gekleed en gaan we verder. We banen ons een weg door prikkelstruiken en dennenbosjes tot we bij een stenen muurtje van pak 'm beet een meter hoog komen. Achter die muur ligt iets wat op een wandelpad lijkt maar op die muur ligt prikkeldraad Ik klim op de muur en met meer geluk dan wijsheid spring ik over het prikkeldraad zonder iets te breken op de grond. Nou ja, het is niet echt op de grond want ik beland met mijn toges in een vuurdoorn. Terwijl ik de prikkels uit mijn dijbeen pluk, klimt Richard op het muurtje. Ook hier weer twijfel want het muurtje is weliswaar niet zo hoog maar als je er bovenop staat is springen makkelijker gezegd dan gedaan. Hij zoekt wat steun bij een boom maar daar is die boom het niet mee eens en nog voor hij kan reageren breekt de tak af en tuimelt hij bovenop me. Geen ernstige verwondingen, we zijn waar we wezen moeten en we slaan de rotzooi van ons af. Nog geen vijftig meter verderop zien we een keurig bruggetje met begeleidend trapje over de muur.

We hebben het koud en krijgen honger. Richard vindt in één van zijn jaszakken een half opgegeten zakje M&M's. Hij wil niet delen. Het is noodrantsoen, zegt ie. Ik dreig met eeuwige verdoemenis en krijg er tenslotte toch twee. We sjokken verder. Ik heb pijn in mijn bovenbeen en bij Richard speelt zijn hielspoor op. Wat een stel!
Na twee uur zijn we eindelijk weer bij de auto en nemen ons voor de elfendertigste keer voor om voortaan niet meer zonder eten en drinken op pad te gaan.
Voor jullie is het slechts afwachten tot een volgende keer als we weer uit wandelen gaan. Wordt vervolgd...


Hahahaha....typisch weer....
BeantwoordenVerwijderenIk proef hier een stukje leedvermaak
VerwijderenHoe kom je erbij ;-)
VerwijderenSucces met de stage en hoop dat je optijd en zonder vertraging in Nederland aan komt☺😗😗
BeantwoordenVerwijderen