Ik ga sinds begin december twee keer per week naar de sportschool. Niet om af te vallen - die hoop heb ik al lang laten varen - maar vooral om niet aan te komen. Als je schildklier wordt uitgeschakeld dan moet je vervangende schildklierhormonen slikken en een balans daarin vinden is erg moeilijk. Als je te weinig schildklierhormoon binnen krijgt dan wordt je eten niet omgezet in energie maar in vet. Sommige patiënten komen wel dertig kilo in drie maanden tijd aan en zie dat er maar weer eens af te krijgen.
Bovendien worden je grote spieren aangetast - benen, armen, buik en rug - waardoor je heel veel spierkracht kunt verliezen. Toen ik nog niet naar de sportschool ging kon ik bijvoorbeeld niet meer vanuit hurkzit gaan staan en ook overeind komen wanneer ik op mijn knieën zat ging niet meer. En over mijn buikspieren wil ik het al helemaal niet hebben.
Dus nu train ik voor het lieve sommetje van 495:- sek per maand twee keer per week bij de sportschool. Maar om nu te zeggen dat ik daar echt gelukkig van word, nou nee.
Vaak hoor je van mensen die fanatiek sporten dat ze zich zo voldaan voelen als ze na een uurtje apparaten trekken het luie zweet van zich afspoelen. Ik niet, ik ben blij dat ik naar huis mag en reken in stilte uit hoeveel uur het duurt voor ik me hier weer moet vertonen. Voor het lichaam zal het ongetwijfeld goed zijn maar mijn geest roept luid en duidelijk: ga naar huis, nestel je in de bank met een goed glas wijn en een spannend boek en kom hier nooit meer terug. Ja, mijn geest is duidelijk intelligenter dan mijn lichaam.
Op zaterdagmorgen begint mijn uurtje uitsloven met 10 minuten op de crosstrainer. Al na twee minuten beginnen mijn beenspieren te protesteren en weet ik vrijwel zeker dat ik die tien minuten niet ga volmaken. Na vier minuten word ik kortademig en meen ik steken in mijn borst te voelen die zouden kunnen duiden op een beginnende hartattack. Na zes minuten loopt het zweet me tappelings van de rug en is mijn zweetbandje op mijn hoofd natter dan een kwal in de Noordzee. Na acht minuten krijg ik kramp in mijn kuiten wat wijst op een ernstig zuurstoftekort in mijn spieren en na tien minuten hang ik voor dood achter het apparaat waar op het display staat dat ik 53 kilocalorieën heb verbruikt.
Vervolgens moet ik 15 minuten besteden aan krachttraining. En die apparaten geven me altijd zo'n onheilspellend gevoel van falen. Volgens schema moet ik tien keer vijftien kilo met mijn armen naar voren drukken. Het apparaat gaat tot 125 kilo dus ik hoef slechts drie gewichtjes af te meten. Eitje, zou je zeggen. Maar als ik optimistisch het apparaat naar voren wil drukken is er geen beweging in te krijgen. Ik kijk voor de zekerheid of ik echt wel drie gewichtjes heb gekozen want stel je voor dat ik probeer 60 kilo weg te drukken. Nee, hij staat echt op 15 kilo. Het zweet van de crosstrainer is nog niet opgedroogd en gutst nu uit alle poriën die ik heb. Ik haal er een gewichtje af en probeer nu uit alle macht tien kilo naar voren te duwen. Mijn armen beginnen te trillen, mijn hoofd loopt rood aan en ik kreun uit alle macht om mijn spieren met wat geluid te ondersteunen. Maria Sharapova won er tenniswedstrijden mee dus wat decibellen zouden net het steuntje in de rug kunnen zijn.
Het tweede setje van tien keer drukken sla ik vandaag maar over want ik weet zeker dat zowel mijn bi - als mijn triceps op twee plaatsen gescheurd zijn. Het trainen van de rugspieren gaat beduidend makkelijker maar dat komt voornamelijk omdat ik mijn gewicht in de strijd gooi en probeer als sportschoolapparaat maar eens tegenwicht te bieden aan een vrouw van 1.87 met overgewicht.
Als ik mij vijftien minuten heb gemarteld op de krachttraining is het tijd voor een half uurtje buik- en rugspieren in groepsverband. Allemaal vrouwen, allemaal maatje 36 in leuke setjes van Intersport, allemaal bruinverbrand middenin januari, allemaal een strak getraind lijf zonder een grammetje te veel vet, allemaal op één na. Alle plaatsjes achteraan in de zaal zijn natuurlijk al lang weg dus kan ik mezelf goed volgen in de spiegels voor, achter en naast me vooraan in de zaal. We beginnen met twintig sit ups wat iedereen zonder mankeren galant uitvoert. Iedereen behalve één want mijn buikspieren geven het na sit up zes op. We draaien ons om en moeten op ellebogen en tenen gaan staan. Alleen het innemen van die positie neemt voor mij al drie minuten in beslag omdat ik nogal moeite heb om mijn evenwicht te bewaren en dus vooortdurend door mijn hoeven zak. Naast me zie ik Gunilla (65+) zonder enkele moeite eerst naar links en dan naar rechts uitstappen, keurig op de maat van de opzwepende muziek. Ik weiger om uit te stappen omdat ik zeker weet dat ik dan vervolgens weer om zal vallen en ik ben al blij dat ik de startpositie weet te handhaven. Voorzichtig kijk ik onder mijn arm door de zaal in om te zien hoe de rest het er vanaf brengt maar blijkbaar ben ik de enige in deze zaal zonder buikspieren. Mijn zweetbandje redt het niet langer en ik druppel gestaag op mijn trainingsmatje dat steeds natter wordt wat het voor mij allemaal niet gemakkelijker maakt.
Met één oog op de klok zie ik dat we nog 25 minuten te gaan hebben voor we met de cooling down gaan beginnen en dapper probeer ik het tempo weer op te pakken. Naarmate de tijd verstrijkt worden de oefeningen steeds intensiever en moeilijker en haak ik steeds vaker af.
Tegen de tijd dat we klaar zijn dweil ik het zaaltje uit in de wetenschap dat ik me de komende week niet meer kan bewegen vanwege de spierpijn op plekken waarvan ik niet eens wist dat ik daar spieren had.
Ik sluit mijn trainingspas af met 10 minuten op de loopband waar ik afwisselend één minuut loop en één minuut probeer te rennen. Dat lopen bevalt me wel maar dat rennen slaat helemaal nergens op. Het ziet er ook niet uit als ik ren want al mijn overtollige lichaamsdelen zwiepen alle kanten op behalve de goede en mijn lichaamsdelen die er wel toe doen zoals longen en hart houden het tempo niet bij en smeken na 15 seconden al om te mogen stoppen. Daarbij zorgt mijn gewicht ervoor dat ik bij elke stap met een enorme klap op de loopband kom waarbij mijn medesporters geïrriteerd omkijken en in hun ogen lees je de vraag of het misschien wat minder kan.
Na een uur intensief sporten trek ik opgelucht de deur achter me dicht en besluit om de komende drie dagen extra te genieten. Want ik hoef pas weer woensdag mijn gezicht, en de rest van mijn getrainde lichaam te vertonen. Nu eerst naar huis en aan de koffie met een wienerbröd. Dat heb ik wel verdiend.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten