Carpe diem

Carpe diem

woensdag 12 juli 2017

Gevonden voorwerp


Ik kies er niet voor, ik zoek het niet op, ik wil het niet maar dingen overkomen me gewoon. En als ik het aan mensen vertel, dan denkt men dat ik het óf verzin óf schromelijk overdrijf. Maar op het graf van mijn vader durf ik hardop te beweren dat dingen gaan zoals ze gaan zonder dat ik daar doelbewust op aanstuur. Ik heb er echt nooit de hand in.

Vorige week op weg naar huis word ik van overheidswege gedwongen een deel van mijn reis te ondernemen met de metro omdat om een onverklaarbare maar vast goede reden de trein de hele week niet verder gaat dan Farsta. Ik werk niet in Farsta en dat heb ik geprobeerd uit te leggen aan de transportingenieurs van de Zweedse NS maar ik vind er geen gehoor. Zoek het lekker uit tussen Farsta en Vasastan, moeten ze gedacht hebben. Dus veertig minuten langer onderweg om naar werk en weer naar huis te komen.

Afijn, ik stap dus in de metro om een half uur wezenloos uit een raampje te gaan staren zodat ik in Farsta alsnog de trein naar huis kan nemen. Ik stap gelukkig twee haltes eerder in dan de rest van de pendelaars en er zijn dus nog zitplaatsen. Terwijl ik me neerzijg in één van de luxe fauteuills van de metro valt mijn blik op de stoel naast mij. Wat ligt daar nou? Zie ik dat nou goed? Is dat nou een pistool? Ja, je leest het goed. Er staat niet portemonnee, handtas of gebruikt zakdoekje. Nee, naast mij op de stoel ligt een opengeklapt pistool. Geen idee of het kreng echt is maar hij ziet er bedriegelijk echt uit. Tegenover mij zit een Spaans schoonmaakstertje en bedeesd vraag ik of ze misschien iets kwijt is. In twee woorden Zweeds en achtentwintig woorden Spaans probeert ze me uit te leggen dat het ding niet van haar is en dat ze ook niet weet wie dat daar heeft achtergelaten. Holyshit, dat heb ik weer. Van de 840 stoelen die ik kan uitkiezen ga ik uitgerekend naast een pistool zitten en heb ik bovendien geen idee van wie dat ding is en of hij al dan niet gebruiksklaar is. Ik durf het kreng ook niet op te pakken want als er een hysterische Zweed in die metro ziet dat ik met een pistool loop te zwaaien in een stad die net een spannende aanslag achter de rug heeft dan lig ik binnen no time met zeven opgetrommelde beveiligers over de grond te rollebollen. Bovendien zetten ze het halve openbaar vervoer voor minder stil en dan loopt mijn reistijd alleen maar verder op.

Van zowel de Spaanse medepassagier als de rest van metroreizend Stockholm verwacht ik weinig medewerking en dus besluit ik 112 te bellen. Het is weliswaar geen levendsbedreigende situatie maar een ander telefoonnummer schiet mij zo gauw even niet te binnen. Ik krijg een aardige agent aan de lijn en ik vertel hem rustig dat ik in de metro naast een wapenachtig voorwerp zit dat al dan niet per ongeluk lijkt te zijn vergeten door de eigenaar. Hij lijkt me niet goed verstaan te hebben en vraagt me nog eens te herhalen wat ik zei. Een pistool in de metro en een dove diender, hoeveel mazzel kun je op één dag hebben? Of ik zeker weet dat het geen speelgoedpistooltje van de Toys R Us is, vraagt hij. Nee, dat weet ik niet zeker maar het kreng is niet roze met gele stippen en zeker niet van plastic. Merk, typenummer, lengte loop, pistool of revolver, vraagt hij ook nog. Op het oog lijkt het op een Walther P5 maar het zou ook zomaar een Beretta 92 FS kunnen zijn. Jezus man, ik ben toch geen wapenexpert, ik schrijf notulen op een saai overheidskantoor in Vasastan! Als het tot hem is doorgedrongen dat er potentieel gevaar dreigt als het ding in verkeerde handen valt, zegt hij dat ik het ding niet mag aanraken en dat er geen passagiers op die stoel mogen gaan zitten. Hij stuurt een paar beveiligers die een paar stations verderop mijn gevonden voorwerp  zullen komen ophalen.

Als we aankomen op Stockholm Centraal wordt het druk en komen er veel mensen de metro in. Nu moet ik mijn mannetje staan. Ik zal – in dienst van de overheid en als verlengde arm van de prinsemarij – mijn gevonden voorwerp met hand en tand verdedigen en niemand zal aanspraak kunnen maken op de stoel naast mij. En natuurlijk stapt er iemand in die uitgerekend op de stoel naast mij wil gaan zitten. Ik blokkeer de doorgang met mijn stelten en zeg hem dat hij een andere zitplaats moet zoeken omdat deze stoel onderdeel is van een plaats delict en dat uitgebreid sporenonderzoek binnen afzienbare tijd zal plaatsvinden door de opgetrommelde hermandad. Hij luistert niet en zoekt ruzie. Wie ik dan wel ben om hem die plaats te ontzeggen en of ik godhierendaarnogaantoe mijn rotzooi van die stoel af wil halen. Even twijfel ik. Zal ik dat ding oppakken en met een gesist ’bek-houwe-ouwe’ dat ding op zijn voorhoofd zetten? Zo’n kans krijg je toch werkelijk maar één keer in je leven. Maar het geeft gedoe, dat weet ik nu al, en ik laat het kreng liggen waar hij ligt en schenk zijn echtgenoot een dankbare blik als ze hem meetrekt naar een andere zitplaats.

Op Medborgarplatsen stapt een metrobeveiliger – ja echt, dat is hier een beroep – in en constateert direct dat het om een klappertjespistool gaat. ”Hoezo, ben jij dan wapenexpert”, vraag ik hem verbaasd. ”Hoe zie je dat het om een klappertjespistool gaat? En belangrijker, hoe zien onschuldige medepassagiers dat? Als het om een klappertjespistool gaat, dan moet dat op ruime afstand te zien  zijn zodat niet de eerste de beste malloot met zo’n ding kan gaan zwaaien om anderen de stuipen op het lijf te jagen”. Sterk punt vindt ook de metrobeveiliger. Bovendien blijkt bij het oppakken dat het ding niet van plastic maar van metaal is.

De Spaanse schoonmaakster vermoedt dat we vanavond met zijn allen op Facebook danwel You tube miljoenen likes hebben omdat wellicht een grapjas heeft gefilmd hoe ik half Stockholm op stelten zet na de vondst van een klappertjespistool in de metro.

En nu naar huis, met slechts veertig minuten vertraging. Heerlijk, dat openbaar vervoer!!


woensdag 17 mei 2017

Ik word gek

De afgelopen maanden hebben in het teken gestaan van ziekenhuizen, behandelingen, medicijnen, catheters en operaties en helaas hebben velen met mij de stress mogen meebeleven wanneer een behandeling niet helemaal volgens het boekje verloopt. Maar onkruid vergaat niet en zonder direct de goden te willen verzoeken kan ik zeggen dat Richard heel langzaam maar gestaag aan de beterende hand is.
Ouder worden en kwaaltjes schijnen hand in hand door het leven te schuiven dus ik ben bang dat wij de honderd niet halen zonder grote voorraden vitaminen, mineralen en andere chemische troep in de vorm van pillen, spuiten en infusen.


Zelf heb ik al een tijd last van een onbehandelbare en chronische  vorm van mysophonie, ook wel bekend onder de naam SSSS. Het is een erfelijke aandoening waarbij Robin en ik de zwaarste variant schijnen te hebben terwijl Savannah de wat lichtere vorm bij zich draagt. Zonder de familie direct ongerust te willen maken meen ik zelfs wat symptomen te herkennen bij mijn kleinzoon van slechts vier jaar oud. Ik hoop natuurlijk met heel mijn hart dat hij er overheen groeit maar als hij met een kussen over zijn hoofd op de bank ligt als zijn zus wat aandacht wil, dan vrees ik het ergste.


SSSS staat voor Selective Sound Sensitivity Syndrome en heeft als belangrijkste kenmerk dat bepaalde geluiden voor de patient niet te verdragen zijn. Daarbij gaat het dan niet om het bespelen van een basgitaar op vol volume door de vijftienjarige buurjongen met Van Halen-aspriraties of het openboren van vierhonderd meter asfalt met een betonhamer. Nee, ik word helemaal gek als iemand in mijn buurt een appel eet, zijn koffie slurpt, kauwgum kauwt, zijn speeksel vermengt met de boterham die hij eet, zijn neus ophaalt, fanatiek op zijn toetsenbord zit te rammen, met zijn vingers op de tafel trommelt, smakt tijdens het eten, luidruchtig ademhaalt, kraakt met een chipszakje, voortdurend met een balpen klikt en nog veel meer alledaagse geluiden waar een ander geen enkele moeite mee heeft en ze waarschijnlijk niet eens opmerkt. De frustratie gaat zo ver dat het me niet zal verbazen als de vele aanslagen die in naam van Allah worden gepleegd helemaal niet op het konto van ISIS kunnen worden geschreven maar waarschijnlijk alleen maar het gevolg zijn van het in het openbaar kauwen van een kauwgompje.


Van de week zat ik in de trein tegenover een meisje dat de moeite niet nam om haar neus te snuiten maar deze elke 10 seconden ophaalde. Het schijnt gezonder te zijn maar niet voor mijn bloeddruk.
Bij het eerste station denk je nog dat zo'n wicht uiteindelijk wel die zakdoek tevoorschijn zal halen maar bij het vijfde station heb je spijt dat je je Kalasjnikov AK47  niet in je rugzakje hebt gestoken.


Op mijn werk is de  flexibele werkplek ingevoerd, een idee ontsproten aan het brein van een ongetwijfeld gefrustreerde werknemer die nooit een werkplek bij het raam heeft weten te bemachtigen en op deze manier op legale wijze collega's het kantoor uitjaagt. Het zal zeker goed zijn voor de portemonnee van de werkgever maar op de lange duur zal alles wel weer teruggedraaid worden omdat in de praktijk blijkt dat niemand meer naar kantoor wil komen omdat er geen enkel persoonlijk tintje aan je eigen werkplek gegeven kan worden en je bovendien nooit zeker bent van een plaatsje als je pas om 10 uur komt binnenkachelen. Wij zitten regelmatig in de kantine met laptop op schoot te werken omdat alle werkplekken bezet zijn. Zelf heb ik serieus wel eens overwogen om op de plee te gaan zitten maar daaraan ligt mijn chronische aandoening dan weer ten grondslag. Zweden zijn al niet zo goed in het eten met hun mond dicht - alleen daarom al heb ik  een hekel aan het befaamde julbord (kerstbuffet)- maar geef ze een pakje kauwgom en ze gaan los. Zo ook mijn collega - laten we haar Aida noemen want zo heet ze ook - die waarschijnlijk vanwege door de botox verminkte lippen haar mond niet kan sluiten als ze eet. Vorige week teisterde ze eerst mijn gehoor met het slurpen van haar koffie en daarna moest de bek geschoond worden met een kauwgumpje wat een kleine drie kwartier in beslag nam. Ik was tot het uiterst getergd en al drie keer had ik vruchteloos mijn rugzak doorgespit om te kijken of ik nu werkelijk mijn oordopjes vergeten was mee te nemen. Verhuizen naar de kantine was geen optie, die was vol. Toen ze tot slot een loopje nam naar de collectieve fruitschaal voor het verorberen van een appel was voor mij de grens bereikt. Als een panter sprong ik op die fruitmand af, mikte het ding met inhoud en al door de keuken, greep een krijsende Aida bij haar nepblonde haar en met een een, twee, drie, daar ga je keilde ik haar zo vijf hoog het raam uit. Dit om even aan te geven wat SSSS met je doet.
Op een vergadering die twee lange uren duurde en die ik moest notuleren zat een hooggeplaatste bobo die elke twintig seconden lucht door zijn voortanden naar binnen zoog. Het zal duidelijk zijn waarom de projecten waar ik voor werk voortdurend vertraging oplopen. Van notuleren komt namelijk helemaal niets als ik zachtjes voor me uittel wanneer er weer twintig seconden zijn verstreken. En en net als ik denk dat de tic over is hoor ik dat tenenkrommende gesis weer, sssssssstttt......


Ik luister regelmatig naar één van de plaatselijke radiozenders omdat er én geen reclame is én er niet voortdurend gemeld wordt wat de presentator vanmorgen gegeten heeft, wat hij dit weekend gaat doen of dat hij panne heeft met zijn auto wat mij nul intresseert. Deze radiozender heeft duidelijk geen leggende gelden en heeft waarschijnlijk om die reden een kustweerlezer (wij wonen immers aan de kust) in dienst met recht op aanstellingssubsidie. De man slist. En niet zo'n beetje, nee bij elke s en f die hij uitspreekt vliegt het speeksel door de radiospeakers recht je oren in. Ik weet dus bij benadering niet wat voor weer we gaan krijgen omdat ik me met mijn hartslag van 220 niet kan verheugen op een zonnige zomerdag als hij dat aankondigt.


Je ziet, ik lijd in stilte. Je schijnt er oud mee te kunnen worden maar de aandoening is chronisch en een afdoende behandeling is er niet anders dan het ondergaan van wat behandelingen bij de psychiater. Ik overweeg niet eens om me zo'n behandeling te laten aanmeten. Ik werk binnen de gezondheidszorg in Zweden en als ik na elfentwintig weken wachten eindelijk aan de beurt ben zal je zien dat ik een psychiater heb met een tic; hij praat met consumptie. En dat zal de arme man niet overleven.