Ouder worden en kwaaltjes schijnen hand in hand door het leven te schuiven dus ik ben bang dat wij de honderd niet halen zonder grote voorraden vitaminen, mineralen en andere chemische troep in de vorm van pillen, spuiten en infusen.
Zelf heb ik al een tijd last van een onbehandelbare en chronische vorm van mysophonie, ook wel bekend onder de naam SSSS. Het is een erfelijke aandoening waarbij Robin en ik de zwaarste variant schijnen te hebben terwijl Savannah de wat lichtere vorm bij zich draagt. Zonder de familie direct ongerust te willen maken meen ik zelfs wat symptomen te herkennen bij mijn kleinzoon van slechts vier jaar oud. Ik hoop natuurlijk met heel mijn hart dat hij er overheen groeit maar als hij met een kussen over zijn hoofd op de bank ligt als zijn zus wat aandacht wil, dan vrees ik het ergste.
SSSS staat voor Selective Sound Sensitivity Syndrome en heeft als belangrijkste kenmerk dat bepaalde geluiden voor de patient niet te verdragen zijn. Daarbij gaat het dan niet om het bespelen van een basgitaar op vol volume door de vijftienjarige buurjongen met Van Halen-aspriraties of het openboren van vierhonderd meter asfalt met een betonhamer. Nee, ik word helemaal gek als iemand in mijn buurt een appel eet, zijn koffie slurpt, kauwgum kauwt, zijn speeksel vermengt met de boterham die hij eet, zijn neus ophaalt, fanatiek op zijn toetsenbord zit te rammen, met zijn vingers op de tafel trommelt, smakt tijdens het eten, luidruchtig ademhaalt, kraakt met een chipszakje, voortdurend met een balpen klikt en nog veel meer alledaagse geluiden waar een ander geen enkele moeite mee heeft en ze waarschijnlijk niet eens opmerkt. De frustratie gaat zo ver dat het me niet zal verbazen als de vele aanslagen die in naam van Allah worden gepleegd helemaal niet op het konto van ISIS kunnen worden geschreven maar waarschijnlijk alleen maar het gevolg zijn van het in het openbaar kauwen van een kauwgompje.
Van de week zat ik in de trein tegenover een meisje dat de moeite niet nam om haar neus te snuiten maar deze elke 10 seconden ophaalde. Het schijnt gezonder te zijn maar niet voor mijn bloeddruk.
Bij het eerste station denk je nog dat zo'n wicht uiteindelijk wel die zakdoek tevoorschijn zal halen maar bij het vijfde station heb je spijt dat je je Kalasjnikov AK47 niet in je rugzakje hebt gestoken.
Op mijn werk is de flexibele werkplek ingevoerd, een idee ontsproten aan het brein van een ongetwijfeld gefrustreerde werknemer die nooit een werkplek bij het raam heeft weten te bemachtigen en op deze manier op legale wijze collega's het kantoor uitjaagt. Het zal zeker goed zijn voor de portemonnee van de werkgever maar op de lange duur zal alles wel weer teruggedraaid worden omdat in de praktijk blijkt dat niemand meer naar kantoor wil komen omdat er geen enkel persoonlijk tintje aan je eigen werkplek gegeven kan worden en je bovendien nooit zeker bent van een plaatsje als je pas om 10 uur komt binnenkachelen. Wij zitten regelmatig in de kantine met laptop op schoot te werken omdat alle werkplekken bezet zijn. Zelf heb ik serieus wel eens overwogen om op de plee te gaan zitten maar daaraan ligt mijn chronische aandoening dan weer ten grondslag. Zweden zijn al niet zo goed in het eten met hun mond dicht - alleen daarom al heb ik een hekel aan het befaamde julbord (kerstbuffet)- maar geef ze een pakje kauwgom en ze gaan los. Zo ook mijn collega - laten we haar Aida noemen want zo heet ze ook - die waarschijnlijk vanwege door de botox verminkte lippen haar mond niet kan sluiten als ze eet. Vorige week teisterde ze eerst mijn gehoor met het slurpen van haar koffie en daarna moest de bek geschoond worden met een kauwgumpje wat een kleine drie kwartier in beslag nam. Ik was tot het uiterst getergd en al drie keer had ik vruchteloos mijn rugzak doorgespit om te kijken of ik nu werkelijk mijn oordopjes vergeten was mee te nemen. Verhuizen naar de kantine was geen optie, die was vol. Toen ze tot slot een loopje nam naar de collectieve fruitschaal voor het verorberen van een appel was voor mij de grens bereikt. Als een panter sprong ik op die fruitmand af, mikte het ding met inhoud en al door de keuken, greep een krijsende Aida bij haar nepblonde haar en met een een, twee, drie, daar ga je keilde ik haar zo vijf hoog het raam uit. Dit om even aan te geven wat SSSS met je doet.
Op een vergadering die twee lange uren duurde en die ik moest notuleren zat een hooggeplaatste bobo die elke twintig seconden lucht door zijn voortanden naar binnen zoog. Het zal duidelijk zijn waarom de projecten waar ik voor werk voortdurend vertraging oplopen. Van notuleren komt namelijk helemaal niets als ik zachtjes voor me uittel wanneer er weer twintig seconden zijn verstreken. En en net als ik denk dat de tic over is hoor ik dat tenenkrommende gesis weer, sssssssstttt......
Ik luister regelmatig naar één van de plaatselijke radiozenders omdat er én geen reclame is én er niet voortdurend gemeld wordt wat de presentator vanmorgen gegeten heeft, wat hij dit weekend gaat doen of dat hij panne heeft met zijn auto wat mij nul intresseert. Deze radiozender heeft duidelijk geen leggende gelden en heeft waarschijnlijk om die reden een kustweerlezer (wij wonen immers aan de kust) in dienst met recht op aanstellingssubsidie. De man slist. En niet zo'n beetje, nee bij elke s en f die hij uitspreekt vliegt het speeksel door de radiospeakers recht je oren in. Ik weet dus bij benadering niet wat voor weer we gaan krijgen omdat ik me met mijn hartslag van 220 niet kan verheugen op een zonnige zomerdag als hij dat aankondigt.
Je ziet, ik lijd in stilte. Je schijnt er oud mee te kunnen worden maar de aandoening is chronisch en een afdoende behandeling is er niet anders dan het ondergaan van wat behandelingen bij de psychiater. Ik overweeg niet eens om me zo'n behandeling te laten aanmeten. Ik werk binnen de gezondheidszorg in Zweden en als ik na elfentwintig weken wachten eindelijk aan de beurt ben zal je zien dat ik een psychiater heb met een tic; hij praat met consumptie. En dat zal de arme man niet overleven.