Carpe diem

Carpe diem

zaterdag 9 januari 2016

Tuig



Wij wonen in een voorstad van Stockholm. Of eigenlijk is het meer een voordorp want in het gehucht waar wij wonen staan hooguit 40 huizen en een bestemmingsplan is er niet. De gemeenschappelijke hobby is watersport of paardrijden, het gros is tweeverdiener en de rest is gepensioneerd en maait drie keer per week het gras. Wij hebben in dit stukje Stockholm gemiddeld 2,1 kinderen waarbij onze buren met 6 kinderen het gemiddelde omhoog brengen maar waar wij zonder kinderen onder de 18 datzelfde gemiddelde vervolgens weer lekker naar beneden trekken. Iedereen heeft tenminste één auto – de meesten uiteraard een Volvo – en niemand heeft een uitkering want met een uitkering kun je de stulpjes waarin wij wonen eenvoudigweg niet betalen. Kortom, als de hond van de buren drie keer blaft, wordt er wekenlang over gepraat want hier gebeurt weinig. Brave burgers met een laag crimineel gehalte. Aan de andere kant van het spoor is een landweggetje waarlangs in de jaren tachtig een woonwijkje met woonerf is gebouwd en in dit stukje Stockholm trek ik regelmatig mijn rondjes. Zo ook vorige week.

Het is lekker weer, een jas is nog niet nodig en aan het eind van een intensieve werkdag hijs ik me enthousiast in mijn runnersoutfit. Horloge om voor de broodnodige informatie over mijn hartslag en telefoon om voor de muzikale afleiding. Blik op oneindig en gaan met die banaan. Na vijf kilometer joggen kom ik op het landweggetje aan de andere kant van het spoor en komt een scoorter met daarop twee jongen mij tegemoet gereden. Ik besteed er geen aandacht aan want er rijdt wel vaker een scooter met opgeschoten pukkelpubers op een landweggetje. Ieder zijn meug, nietwaar?
De jongens draaien aan het eind van de weg en komen mij vervolgens achterop rijden. Bij het passeren kijken ze zo doordringend naar me dat ik me afvraag of ik wellicht een gat in mijn supersportieve renpants heb. Of ben ik zoëven iets te enthousiast de badkamer uitgerend en sleep ik nu vijfentwintig meter wc-papier achter me aan? Ik bekijk mezelf al rennend eens met kritische ogen maar ik zie niets wat het daglicht niet kan en ook niet wil verdragen. Als de jongens nogmaals keren en me nu heel langszaam tegemoet komen word ik achterdochtig. De leeftijd dat jongens met een overmaat aan testosteron uit zijn op mijn goddelijke lichaam ben ik al lang gepasseerd dus neem ik aan dat ze geïntresseerd zijn in de techniek die ik bij me draag, of beter gezegd in mijn smartsphone die met klittenband op mijn arm geplakt zit. Ze minderen snelheid maar als ze vlakbij zijn komt er een auto aan en geven ze gas. Ze rijden me voorbij, draaien aan het eind van de weg en komen me weer achterop. 
Mijn hartslag schiet nu aardig de hoogte in en dat komt niet alleen omdat ik er aardig de vaart in heb. Op het moment dat ze voor mij willen stoppen rijdt er een bestelbusje van de werkplaats weg waar ik op dat moment ben en waar ik – heel vriendelijk – voorrang van krijg. 
De heren op de scooter zitten blijkbaar niet te wachten op een getuige in een bestelbusje en rijden vervolgens weer weg. Als er in de wijde omtrek geen levende ziel meer te bekennen is, lijkt de tijd rijp om nu eindelijk eens toe te slaan. Ik ben inmiddels tot het uiterste gespannen en loop in een tempo dat ik op een doordeweekse zaterdag nooit zal halen maar dat weerhoudt mijn gehelmde belagers er niet van om me opnieuw te benaderen. 
Ik laat er even een korte risicoanalyse op los. Ik ren op de stoep, zij rijden op de weg. De stoep oprijden met twee uit de kluiten gewassen snotneuzen op een brommertje zal niet één, twee, drie lukken, dat heb ik al bedacht. Conclusie: blijf zo ver mogelijk bij de stoeprand vandaan. 
Het addergebroed stopt langs de stoep en de bestuurder roept iets naar me en wenkt wat ik vrij vertaal als: kom even dichterbij want ik wil graag die Samsung S5 van je arm afrukken maar ik kan er niet bij. Ik neem aan dat ze niet naar de weg zullen vragen en waarschijnlijk willen ze ook niet weten hoe laat het is en dus ren ik door, zover mogelijk naar links waar een geluidscherm staat. Het gespuis  roept nogmaals maar aangezien hij zijn beschermkap van zijn helm naar beneden heeft, wat het opstellen van een daderprofiel na een overval overigens niet vergemakkelijkt,  hoor ik niet wat hij zegt. En eigenlijk interesseert het me ook weinig. Het enige dat ik wil is veilig bij de rotonde komen, een kleine 200 meter verderop waar wat meer verkeer is. Ik ren of de duivel me op de hielen zit en vraag me stilletjes af bij welke snelheid Runkeeper me gaat melden dat valsspelen niet is toegestaan.

Ik kijk schuin achterom om te zien waar mijn belagers blijven maar die hebben inmiddels na een korte kansberekening besloten dit kapitaaltje te laten lopen aangezien de rotonde letterlijk op loopafstand ligt. Volledig buiten adem kom ik boven bij de rotonde aan en pas dan word ik boos. Heel boos. Waar haalt iemand het recht vandaan mij zo de stuipen op het lijf te jagen? Waarom denkt tuig dat het moreel verantwoord is om eerlijke burgers te mogen beroven van spullen waar ik heel hard voor heb moeten werken? Realiseert dit gajes dat ik, elke keer als ik daar nu loop, schichtig om me heen kijk en niemand meer vertrouw, helemaal niemand. 
Ik verafschuw hun ouders die er klaarblijkelijk niet in geslaagd zijn om eerbare burgers aan de maatschappij af te leveren maar hebben bijgedragen aan het nog onveiliger maken van een stukje van de wereld. En verdrietig word ik van het feit dat ik ontsnapt ben aan de grijpgrage poten van deze twee mislukte embryo’s maar dat  er veel slachtoffers voor mij en ongetwijfeld ook na mij minder mazzel zullen hebben. 
Ik ben tegen de doodstraf, ongeacht wat iemand op zijn kerfstok heeft maar wat is er mis met twintig jaar op water en brood in een cel van twee vierkante meter? Onder de grond? Bij min zes? Niks toch? 

zondag 15 november 2015

Krachttraining



Een prachtaanbieding die ik niet kan laten lopen; vijf nummers van het maandblad ‘In vorm’ inclusief een gratis windjack voor 15 euro. Het blad is waardeloos, het jack van dubieuze kwaliteit maar bij het eerste nummer zit een gratis dvd van de serie ‘krachttraining-voor-beginners’. 
De serie bestaat uit zeker vierhonderd afleveringen waarbij elke spier in het menselijk lichaam afzonderlijk getraind kan worden en waarbij voor elke aflevering natuurlijk afzonderlijk betaald mag worden maar zoals gezegd is de eerste dvd gratis en worden de rectus abdominis en de transverse abdominis aangepakt. Vrij vertaald gaan we met de rechte en de schuine buikspieren aan de gang wat er ongetwijfeld weer op neer gaat komen dat ik de komende veertien dagen nauwelijks zal kunnen glimlachen vanwege spierpijnen onder de gordel. Maar gratis is voor niets en dus weet ik mijn jongste dochter zo gek te krijgen om de tafel aan de kant te schuiven  en mee te doen met de eerste les krachttraining. Voor krachttraining  heb je weinig nodig; sportkleding, stevige schoenen en een yogamatje.

Om te beginnen hollen we dus naar de winkel om twee yogamatjes aan te schaffen want dat schijnt onontbeerlijk te zijn bij de marteloefeningen. Snel weer thuis worden de yogamatjes uitgerold maar ze hebben blijkbaar iets te lang opgerold in het magazijn gelegen want ze rollen net zo snel weer op.  De enige manier om de matjes plat op de vloer te houden is er met mijn 1.87 meter bovenop te gaan liggen maar dan blijft er van de buikoefeningen niet zo veel meer over. Ik trek wat blikjes kattenvoer uit de kast en zet strategisch op elke hoek van het matje een blikje om de boel op zijn plek te houden. De katten dralen om me heen in de hoop dat ik tijdens één van mijn crunches een blikje zal opendraaien en ik constateer dat het allemaal best krapjes wordt om me heen met kattenvoer, ongeduldige katten, 1.86 meter dochter en een tafel-van-zijn-plek. Ik verontschuldig me bij voorbaat omdat ik in het heetst van de strijd ongetwijfeld een kat, een dochter, een lamp of – in het ergste geval -  de breedbeeld tv met een arm danwel been zal raken. Maar mijn huiskamer heeft nu eenmaal niet de afmetingen van een uit de kluiten gewassen gymzaal en het is schipperen met de ruimte.   

 De dvd wordt gestart en een beeldige dame - natuurlijk heet ze Kelly - begint met haar uitleg. Kelly heeft een body waarbij elk lichaamsdeel in proportie is, ze heeft geen enkele rimpel of uitgeknepen pukkel, geen blauwe plek op scheen- of dijbeen en zelfs geen grijze haar hoewel ze ongetwijfeld van mijn leeftijd is. Savannah en ik hangen wat verveeld op onze yogamatjes en wachten tot het echte werk gaat beginnen. In beeld verschijnen nog drie vrouwelijke creaturen in jaloersmakende maatjes die ons zullen begeleiden bij onze martelgang. De twee dames in het rode setje doen de oefeningen zoals ze zijn bedoeld, de dame in het zeegroen doet de lightvariant. Uiteraard gaan we voor de rode dames want met al die looptrainingen van de afgelopen tijd rekenen we onszelf inmiddels tot geoefende deelnemers. We beginnen met opwarmen waarbij we marcheren op de plaats. Niet moeilijk en goed vol te houden en ook de daarop volgende rek- en strekoefeningen zijn een peuleschilletje. Na een minuut of wat  vindt Kelly het mooi geweest en gaan we beginnen met het trainen van de buikspieren. Ze benadrukt nogmaals dat als de oefeningen te zwaar zijn, we de lightvariant kunnen doen en dat we dan op zeegroene Debra moeten letten. “Jaja, schiet nou maar op muts”, denken Savannah en ik allebei hardop en draaien ons – net als Kelly – op onze buik. Vervolgens strekt ze haar lichaam als een plank en zakt daarna tergend langzaam door haar armen.
“Vijftien keer!”, roept ze lachend in de camera.
“Vijftien keer?”, roepen dochterlief en ik verbaasd terug. Als we één keer door onze armen zakken, komen we nooit meer overeind. Ik besluit niet door mijn armen te zakken maar zo lang mogelijk als een plank te staan wat neerkomt op vier seconden. Dat is exakt één seconde langer dan Savannah want die is na drie seconden schaterlachend in elkaar gestort. Kelly heeft haar linkerarm op haar rug gelegd en zakt nu –al babbelend in de camera – zonder enige moeite door haar rechterarm terwijl ze haar linkerbeen en passant ook nog even heft. “Let op Debra als dit te zwaar is”, roept ze enthousiast naar haar geïmponeerde kijkers. Zeegroene Debra zit op haar knieën en buigt soepeltjes door haar armen. Deze oefening besluit ik liggend op mijn yogamatje  af te wachten. Ik doe wel mee vanaf oefening twee.
Als Kelly haar 15 plankjes heeft afgewerkt gaat ze gestrekt op haar buik liggen met haar armen naar voren en haar benen gestrekt naar achteren; een uitgangspositie die me prima bevalt en ik weet niet hoe snel ik me in dezelfde positie weet te manouvreren.
“Nu liften we onze extremiteiten, vijf seconden vasthouden en dan langzaam weer laten zakken. Vijftien keer”. Tot mijn grote verbijstering bedoelt ze met extremiteiten alle armen en benen die aan een lijf zitten. Ik gok dat mijn gezamenlijke extremiteiten meer dan 40 kilo wegen en dat moet ik dus gelijktijdig vijf seconden van de vloer tillen. Het mens spoort niet! Zeegroene Debra halveert het aantal te liften extremiteiten en tilt haar linkerbeen en haar rechterarm gelijktijdig op. Dat lijkt me voor deze oefening meer dan voldoende en dus volg ik nauwkeurig zeegroene Debra in haar bewegingen. Bij de vijfde lift begin ik zachtjes te druppelen op mijn spiksplinternieuwe yogamatje. Nog tien te gaan.

Voor de volgende oefening moeten we ons op de rug draaien. Dochterlief heeft bij het draaien haar extremiteiten niet helemaal onder controle en mikt een vaas met chrysanten om, zelf weet ik drie van de vier blikjes kattenvoer de kamer in te lanceren. Ik verwacht dat Kelly ons een tiental crunches zal laten doen maar ze heeft er een intensieve variant op bedacht. “Handen gevouwen achter het hoofd, de linkerelleboog naar de rechterknie brengen, terug naar de uitgangspositie en dan de rechterelleboog naar de linkerknie. Vijftig keer”. Mijn knieën en ellebogen zijn vooralsnog bezet met een andere oefening; het verzamelen van de blikjes kattenvoer die inmiddels onder de bank zijn gerold. Mijn jongste dweilt het bloemenwater van de parketvloer. Kelly cruncht zich een ongeluk. Aan het eind van oefening drie is de kamer weer aan kant en maken we ons op voor oefening vier. Ik voel mijn rectus abdominis en transverse abdominis branden.
Savannah en ik kijken - liggend op onze yogamatjes - de hele dvd af en omdat Kelly vindt dat we het prima hebben gedaan trakteren we onszelf na afloop op een kopje thee met een kanelbulle.

Morgen maar weer een rondje rennen, dat is vooral goed voor mijn gastroecnemius, tibialis anterior, rectus femoris en de vastus lateralis; samen goed voor vier dvd’s. 

Cartoon via Mobypicture

woensdag 11 november 2015

´Penny wise pound foolish

De titel van dit blogje slaat bij tijd en wijle- en soms wat vaker - op mij. Ik geef met liefde een euro uit om een kwartje te besparen, is de vrije vertaling.
Mijn estimé mari Richard denkt in al zijn onwetendheid maar vooral in zijn eeuwige onschuld dat ik ons familiekapitaal met hand en tand verdedig en elke kroon verstandig investeer in goedlopende aandelen. Maar vaak denk ik in stilte dat ik hem maar niet wijzer moet maken dan hij is terwijl het geld me aan alle kanten door de vingers glipt en mijn bankrekening harder zie slinken dan nodig is.
Ik zal dit blogje opvrolijken met twee voorbeeldjes maar neem van mij aan dat ik een boek kan vullen met al mijn doordachte besparingen waar ik zonder moeite twee leuke weekjes van had kunnen cruisen in de Zuidamerikaanse wateren.

Wij hebben een nieuwe auto besteld en die heeft winterslofjes nodig. Winterbanden bestellen bij de autodealer is water naar de zee dragen.  Die lui hebben geld zat en laten winterbandjes alsnog vier keer over de kop gaan. Dus googel ik een halve zaterdag op steekwoorden als 'goedkoop', 'winterbanden' en 'gemonteerd leveren' en uiteindelijk vind ik de goedkoopste die de bandjes gemonteerd en gebalanceerd aan huis bezorgt. Op het moment dat ik op de knop 'bestelling versturen' druk zie ik in flits dat mijn winkelmandje nog snel even wordt bijgevuld met 595 kronen vrachtkosten maar ophalen in Malmö maakt het allemaal niet goedkoper dus ik laat het maar zo.
Als mijn goudmijntje geleverd wordt - om de één of andere vage reden maar het zal wel geen kostenbesparende reden zijn, worden op dinsdag drie banden en op woensdag de resterende band gebracht  - zitten de banden uiteraard niet op de velg en zijn ze al helemaal niet gebalanceerd. Het mailtje met mijn klacht wordt wonderbaarlijk snel beantwoord. Ik vermoed dat het een tekstmalletje is dat ze bij iedere klant gebruiken met dezelfde klacht. De banden die ik gekozen heb horen niet bij de aktie 'compleet en klaar' en dus worden ze ook niet compleet en klaar geleverd. Er zijn helemaal geen banden die passen op de velg die ik heb uitgekozen die bij de aktie 'kompleet en klaar' horen en dus krijg ik losse velgen en losse banden. Monteren en balanceren kost 1300 kronen. Bij de concurrent waren velgen en banden samen weliswaar goedkoper maar daar was het monteren niet bij inbegrepen. Een uitstekend voorbeeld van penny wise pound foolish.

Ander voorbeeldje; onze boot. Dat bootje van ons is beslist geen verkeerde investering geweest, laat dat duidelijk zijn. Elk vrij uurtje hebben we afgelopen zomer doorgebracht op ons Trisje en inmiddels tuigen we ons pareltje -als het moet geblindoekt - flierefluitend op terwijl de wijn in mijn glas tinkelt en de zon op mijn hoofd pingelt (dichterlijke vrijheid).
Maar aan al het goede komt een eind dus ook aan zomers zeilweer en ons persoonlijke aandeeltje moet de kant op om de winterse omstandigheden in deze contreien te overleven. Onze haven biedt helaas geen winterplaats dus moet ik op zoek naar een alternatief. Er zijn twee mogelijkheden:
1. ik huur een boottrailer en laat de boot in onze tuin leggen; kosten 2500 kronen van haven naar huis en 2500 kr van huis naar haven in het voorjaar.
2. ik zoek een winterplaats in een andere haven en leg de boot daar neer tijdens de winter

Ik vind uiteindelijk een haven in Tyresö waar een winterplaats 2200 kronen kost en waar nog plek is. Een rekensom is snel gemaakt en dus wordt de winterplaats geboekt. Het is weliswaar een dag varen maar met een thermoskan koffie en overheerlijke aanmaaksoep komen we een eind. Een week voor de boot eruit gaat, zie ik dat de boot niet op bootbokken (stöttor) maar op een vaste bootsteun (vaggan) moet staan. Wij hebben uiteraard stöttor en geen vaggan. Een nieuwe vaggan kost meer dan 10 000 kronen dus dat is geen optie. Gelukkig vind ik iemand aan de andere kant van Stockholm die een vaggan heeft en die in zijn haven niet mag gebruiken en dus ruilen we om. Het hele gevaarte wordt met behulp van een bevriende ingenieur vastgesnoerd op ons aanhangwagentje en dwars door Stockholm naar Tyresö gereden. De kosten van deze hele exercitie zijn inmiddels opgelopen tot een kleine 4000 kronen (2200 kronen winterplaats, administratiekosten haven 400 kronen, lidmaatschap haven 1000 kronen, benzine boot en auto 250 kronen).
De dag voor ons pareltje eruit gehaald zal worden word ik gebeld door de havenmeester. Die vaggan die daar staat, of die van ons is. Ja, hoezo?  Die is niet goedgekeurd. De vaggan moet van het merk weet-ik-veel zijn en dat is die van ons niet. Gelukkig heeft de havenmeester nog wel een vaggan staan die we voor een vriendenprijsje mogen overnemen. Nou beste Åke, ik ben je vriendje niet en ik denk niet dat we ooit vriendjes gaan worden. Dus besteed ik vijfendertig telefoontjes aan allerlei dubieuze figuren met een boottrailer die mijn bootje alsnog van Tyresö naar huis kunnen vervoeren.

Om een lang verhaal kort te maken: de boot ligt in onze tuin, de boegreling is beschadigd en moet vervangen worden en ik was 4000 kronen rijker geweest als ik punt 1 gewoon had uitgevoerd en nooit op zoek was gegaan naar een goedkoper alternatief.

Was ik maar rijk en niet zo knap!







woensdag 7 oktober 2015

Ziek van de gezondheidszorg

Na ons rondje in Nederland in september is het weer pijnlijk duidelijk geworden hoe scheef het beeld is dat mijn medelanders hebben van paradijs Zweden. Hooggekwalificeerde gezondheidszorg en uitstekende behandelingen en therapieën waar de rest van de wereld graag een graantje van zou willen meepikken, is de algehele opvatting. Natuurlijk zijn er zeker landen in de wereld te noemen waar het slechter gesteld is met pleisters en hechtingen maar uit ervaring kan ik helaas vertellen dat de kwaliteit van de gezondheidszorg in Zweden ver onder het niveau van vele andere landen ligt. Ik weet uiteraard niet hoeveel en op welke manier er in onderzoek geïnvesteerd wordt, maar ik kan wel uit de doeken doen hoe de resultaten van zulke onderzoeken in praktijk worden gebracht. Niet.

Vorig jaar lag ik een weekje in het ziekenhuis in Stockholm vanwege wat probleempjes met een slagader. Het was die week vooral slecht gesteld met mijn portemonnee  omdat  het eten zo slecht was, dat ik  het niet aanraakte en elke avond met mijn ega het ziekenhuis uitsloop om  stiekum aan de overkant bij de Griek te eten. Zeven dagen heb ik er gelegen en niet één keer heb ik in het ziekenhuis gegeten. Beschimmeld brood bij het ontbijt, geen groente, geen fruit, melk over de datum, uitgedroogde kaas. Niets deed mij het water in de mond lopen. Is smerig koken soms goedkoper dan gezond koken?
Drie keer heb ik een dokter aan mijn bed gehad en niet één keer kon worden uitgelegd waarom het beter was dat ik in het ziekenhuis bleef. Eén nacht mocht ik naar huis om bij te slapen aangezien ik tijden wakker lag vanwege een snurkende en rochelende buurman maar ik moest me wel de volgende ochtend om 9 uur weer melden om weer in dat roestige, veel te korte ziekenhuisbed te kruipen. Waarom ik terug moest komen? Geen idee.
Het ziekenhuis is gebouwd in de tijd dat er nog nucleaire aanslagen van minder bevriende naties dreigden waardoor elk gebouw werd voorzien van atoomvrije kelders. De spoedeisende hulp van het ziekenhuis is gesitueerd in zo'n bomvrije kelder en samen met het totale onvermogen van artsen om hun spoedeisende patienten binnen acceptabele tijd te behandelen zorgt dat voor ellenlange rijen met bedden van patienten die trouw wachten tot een arts wil kijken wat ze mankeert. Ik heb eens 5 uur gewacht voordat een arts constateerde dat ik bij de verkeerde spoedeisende arts was ingedeeld en werd ik onderaan de wachtlijst van de juiste arts geplaatst. Ik ben naar huis gegaan.
De druk op die spoedeisende hulp is zo hoog omdat de wachttijd bij de huisarts 2-4 weken bedraagt maar soms wel oploopt tot 8 weken. Patienten worden dan doorverwezen naar de spoedeisende hulp. Ik belde 5 januari voor een afspraak bij de huisarts en kon 13 maart om 14.00 uur terecht.
Bij ontslag uit het ziekenhuis kreeg ik de opdracht om elk kwartaal die slagader te laten nakijken, bloedverdunners te slikken, geen lange vliegreizen te maken en mijn bloeddruk laag te houden.Mijn slagader is drie keer bekeken waarbij ik er twee keer zelf om heb moeten vragen, bloeddruk is niet één keer gemeten, zelfs niet toen ik daar specifiek om vroeg, en vragen over bloedverdunners en verre vliegreizen kan ik niet meer kwijt want ik ben blijkbaar niet meer onder controle van een arts.

Mijn schildklier - ook zo'n favoriet gespreksonderwerp - wordt in de gaten gehouden door een arts in het gerenommeerde Karolinska ziekenhuis. De eerste keer dat ik er kwam voor de radioactieve behandeling van mijn plaaggeest werd de activiteit gemeten met een soort telescoop en de resultaten werden ingevuld op een papiertje dat zo vaak was gekopieerd  dat de originele tekst niet meer te lezen was. Bij het interpreteren van de resultaten op dat papiertje trok mijn arts enthousiast haar mobieltje tevoorschijn om uit te rekenen hoeveel straling ik nodig had. Blijkbaar had haar mobieltje daar toch wat moeite mee want drie maanden later bleek mijn schildklier weer volop in dienst te zijn en had ik een tweede radioactieve behandeling nodig. Dit keer geen mobieltje maar een enorme innovatie in de vorm van een simpel excel spreadsheetje op haar computer die moest uitrekenen hoeveel straling ik moest krijgen. Jammer dat haar scherm steeds uitviel. En een cijfertje teveel in zo'n tabelletje en ik kan permanent een kamer boeken in zo'n atoombomvrije kelder. Als deze behandeling ook niet aanslaat is de enige oplossing een operatie om mijn kwelgeest het zwijgen op te leggen. Ik neem mijn eigen aardappelschilmesje maar mee.

Bovenstaande ervaringen hebben ertoe geleid dat ik niet het volste vertrouwen heb in de  Zweedse gezondheidszorg. Wij betalen geen zorgpremie in Zweden omdat de kosten van de gezondheidszorg worden gefinancierd via de belasting. En toch zou ik met alle plezier de premie betalen die mijn landgenoten in Nederland moeten betalen als ik daarmee de kundigheid, de service en de kwaliteit van de Nederlandse gezondheidszorg zou kunnen krijgen.








woensdag 5 augustus 2015

Onverwacht bezoek


Ik ben nuchter. En dan bedoel ik niet dat ik regelmatig aan de alcohol hang maar nu toevallig net even niet,  maar meer dat ik vrij sceptisch ben in alles wat niet te verklaren is. Ik sta – zeg maar – met mijn poten in de klei. Meneer Ogilvy is al jaren werkloos maar heeft nu zijn roeping als ’ medium’  gevonden en weet zijn inkomen leuk aan te vullen met het oplichten van goedgelovige nabestaanden. Van Jomanda horen we al jaren niets meer en flikkerende lampen en dichtklappende deuren zijn aan mij niet besteed. Kortom, het hiernamaals komt bij mij niet verder dan een feestje in de maag van een wurm die mij opgeknabbeld heeft in mijn kist nadat ik de geest heb gegeven en te ruste ben gelegd op een kerkhof.

In de loop der jaren is mijn volhardende ongeloof in meer- tussen- hemel- en- aarde redelijk op de proef gesteld, zeker ten tijde van onze hoteltijd. Een aantal voorvallen destijds kan ik nog steeds niet verklaren maar een beetje geest moet toch met wat meer komen dan voetstappen in een kelder, een horloge dat een eigen leven leidt, een uit zichzelf spelende wekkerradio of een dame in het wit die mijn zoon de stuipen op het ljif wist te jagen.

Deze zomer kregen wij goede vriend Bert een weekendje op bezoek. Als je mij beschouwt als nuchter dan zou je Bert kunnen beschrijven als geheelonthouder. Kom bij hem niet aan met verhalen over onverwachte verschijningen van overledenen, stemmen uit het hiernamaals of engeltjes op schouders. Voor alles is een verklaring en Bert zoekt door tot hij een verklaring gevonden heeft, zelfs als hij de waarheid daarmee geweld aandoet. Leven na de dood: bullshit.  Berts vrouw Marga, die wij ook goed kenden, is een kleine twee jaar geleden overleden. Direct na haar overlijden gebeurde er een aantal onverklaarbare dingen in Bert’s directe omgeving en om te bewijzen dat er echt niets is na de dood heeft hij een aantal mediums bezocht.  Sindsdien is Bert gaan twijfelen, ik niet.

Tijdens zijn bezoek aan ons liet Bert een ingesproken telefoongesprek aan ons horen over wat een medium tegen hem zei tijdens een sessie.  Wij (Richard, Savannah, Bert’s vriendin Louise en ik) luisterden ingespannen naar het telefoongesprek met het medium. Bij de passage waar het om ging gebeurde er echter iets vreemds. Zonder aanleiding leek de radio aan te springen waardoor we de bewuste passage uit het telefoongesprek niet meer konden horen. Uit de hoek naast de bank hoorden we een vrouwelijk stem uit de radio komen. Ik dacht dat het een journaallezer was, de anderen dachten meer dat het een reclame was. Wij hebben echter geen radio naast de bank staan dus moest die stem ergens anders vandaan komen. Mijn telefoon kon het niet zijn want die lag op tafel, Richard’s telefoon was zoals gewoonlijk leeg en andere telefoons waren niet in de buurt. Mijn computer stond op de grond maar toen ik die open deed zag ik dat die uit stond.
Ik vroeg verbaasd waar die stem vandaan kwam.
 ’Welke stem’, vroeg mijn ega.
‘Die stem uit de hoek’.
‘Ik hoor geen stem’
‘Je hoort die vrouw toch wel praten?’
‘Nee, ik hoor alleen een stem uit Bert zijn telefoon’
Wij hoorden allemaal een vrouwenstem praten dwars door het geluidsfragment heen,  behalve Richard.
De stem sprak Nederlands maar niemand verstond wat ze ze.  Na 10 seconden verstomde de stem en hoorden we niets meer.
Het geluidsfragment op Bert zijn telefoon was afgelopen.
Ik was nuchter maar beslist aan een borrel toe.
Niemand kon verklaren waar het geluid vandaan was gekomen en wat er was gezegd.

De volgende dag vertelde ik het voorval aan Quinta, die er niet bij was geweest. Zij is trouwe kijker van Ghost adventures en zij wist te vertellen dat geesten geen communicatiemiddelen hebben en hun energie om boodschappen door te geven uit electrische apparaten halen. Als er zo’n verschijning is geweest kun je er steevast vanuit gaan dat er een electrisch apparaat in huis de geest heeft gegeven – leuke woordspeling – en vervangen moet worden. Alles in huis leek het gewoon nog te doen dus dat lot leek ons te worden bespaard.

Tot ik ’s avonds onder de klamme lappen kroop en nog even op mijn tablet een boek wilde lezen, iets wat ik elke avond doe om de oogjes toe te krijgen. Het ding heb ik gekregen van mijn kinderen voor mijn 50e verjaardag, 14 maanden geleden en wordt niet erg intensief gebruikt. Echt slijten doet hij dus niet. Het beeld was zwart, het beeld bleef zwart. Hoewel ik zeker wist dat de batterij was opgeladen heb ik hem nog een nachtje aan het zuurstof gelegd maar helaas is het ding – uiteraard net buiten de garantie – zo dood als een pier.

Ik moet toch nog eens even aan Bert vragen of Marga haar aansprakelijkheidsverzekering nog geldig is. Het bonnetje heb ik nog!