Carpe diem

Carpe diem

donderdag 2 februari 2017

Er is post!

Richard en ik hebben allebei een leuke baan maar we werken allebei voor een waardeloos bedrijf.

De SLL (Stockholms läns landsting = het regionale ministerie voor gezondheidsszorg in de provincie Stockholm) die maandelijks garant staat voor mijn salaris,  neemt beslissingen waarbij de simpele burger op zijn minst zijn wenkbrauwen fronst.
Stockholm heeft een aantal ziekenhuizen dat de ongelukkige burger een EHBO afdeling biedt bij ongelukjes die door de huisarts niet afgedaan kunnen worden om de doodeenvoudige reden dat de wachttijd voor een huisartsbezoekje gemiddeld 6 weken bedraagt. Lastig bij een blaasontsteking, ondoenlijk bij een arm uit de kom.

In november is een deel van het mastodont Karolinska Universiteitsziekenhuis geopend. Het ziekenhuis staat al een tijdje in de schijnwerpers omdat men heeft gemeend alle bouwfouten die gerenommeerde aannemers kunnen maken, in dat ene ziekenhuis te moeten verzamelen.
Op 18 november kwam de eerste patient en op 19 november lazerde de eerste metalen dakplaat van 5 bij 5 meter al van het gebouw. Geen gewonden gelukkig want om de burger met gezwinde spoed van een gipsje om een gebroken been te voorzien, is besloten om de EHBO van het oude Karolinska op te heffen en moet je voor snij- en schaafwonden naar één van de andere 6 ziekenhuizen die wel een EHBO hebben. En van die 6 akutziekenhuizen liggen er twee niet in de buurt van de stad Stockholm en worden er drie binnenkort gesloten vanwege verbouwingen. Eén ziekenhuis heeft zijn nieuwe EHBO afdeling kortgeleden geopend en wordt overspoeld door alle EHBO klantjes die elders niet meer terecht kunnen. De gemiddelde wachttijd op de EHBO bedraagt gemiddeld 22 uur maar dit zal rap oplopen als alle akutziekenhuizen gesloten zijn vanwege renovatie. Voor die werkgever werk ik dus.

Richard werkt voor Postnord en daar hebben efficient werken en het klant-is-koning principe ook nog niet helemaal de top van het bedrijf bereikt. Dat de burger ontevreden is over de leveringen van Postnord heeft het management ongetwijfeld uit de krant vernomen en om tegemoet te komen aan alle klachten zijn daar waarschijnlijk wat stagiaires op losgelaten. Maar tot echt oplossen van de klachten is het nog niet echt gekomen.Dit zijn mijn ervaringen:

In december bestelde ik wat poppenkleertjes in Nederland die al rap werden afgegeven bij een afhaalpunt bij ons in de buurt. Het had met groot gemak in mijn brievenbus gepast maar blijkbaar zien ze me graag bij dat afhaalpunt want ik kom er te pas en te onpas om bestelde frutsels op te halen die blijkbaar niet de binnenkant van mijn brievenbus mogen bekijken. Ik heb werkelijk moeten praten als Brugman om de Babybornkleertjes voor mijn schattige kleindochtertje mee te krijgen want de geadresseerde was Mw. van Trigt terwijl op mijn ID-kaart Patricia van Trigt staat. En wie kon bevestigen dat Mw. van Trigt dezelfde was als Patricia van Trigt? Dat weet je godhierendaar toch ook niet als je het in mijn brievenbus stopt? En ik verwacht niet dat een onbevoegde - in dit geval Mr. van Trigt - met die Babybornkleertjes aan de haal gaat.

Om toekomstige trammelant te voorkomen meldde ik het voorval aan mijn moeder die al sinds jaar en dag de van Trigtjes in Stockholm regelmatig voorziet van Hollandse lectuur in de vorm van de Margriet, Libelle, Plus en Elsevier met rond december vaak als extraatje een zak pepernoten en in de zomer een zak drop of een pak stroopwafels. Zulks mag uiteraard niet in verkeerde handen vallen en dus schreef ze met vaste hand op het eerstvolgende pakket dat dit bezorgd moest worden bij Q.M.M. van Trigt. Geen Richard van Trigt want Richard is een roepnaam en die staat niet op zijn ID kaart.
It kin mie de broek net bolje, zoals ze in Friesland zeggen en dus ging mijn moeder er in al haar onschuld vanuit dat die doos met inhoud op de juiste plek terecht zou komen: onze plek dus.
Maar al wat er kwam, geen blogjes van Youp, grootmoeders tips tegen voetwratten uit de Plus of prietpraat uit de Libelle. Maar wel een brief gericht aan Trigt. Geen voornaam en zelfs het adelijke deel was achterwege gelaten, alleen Trigt.
In de brief stond vermeld dat een pakketje uit Nederland binnen 5 dagen zou worden teruggestuurd als we niet onmiddellijk de klantenservice van Postnord zouden bellen.
Uit dat gesprek bleek dat Postnord er sinds kort nieuwe routines op na houdt. Omdat veel mensen overdag niet thuis zijn vanwege werk of andere beslommeringen gaan pakketjes die onverrichterzake zijn aangeboden terug naar het centrale verzamelpunt in Stockholm. Dan stuurt Postnord een sms of een mailtje naar de geadresseerde dat er een pakketje bezorgd moet worden en dan maak je een afspraak voor bezorging van maandag tot vrijdag tussen 08.00 en 16.00 uur.  Op mijn opmerking dat mensen dan nog steeds niet thuis zijn vanwege werk of andere beslommeringen kwam geen reactie. Je kunt ook zieken natuurlijk.
"En hoe weten jullie dan wat mijn telefoonnummer of mijn e-mailadres is zodat ik verwittigd kan worden dat de Plus onderweg is?", was mijn volgende logische vraag. "Dat moet de afzender dan wel op de doos zetten", was het simpele antwoord. Dus naast voornaam, achternaam, adres, postcode, woonplaats en land moeten ook mijn telefoonnummer en mijn e-mailadres staan zodat Postnord mij kan waarschuwen als Youp eraan komt? Ja, nieuwe routines en het werkt prima als iedereen zich eraan houdt.
Nu alleen de rest van de wereld nog even op de hoogte brengen van de nieuwe standaardprocedures van Postnord en het komt helemaal goed.

Sa ist en net oars, want as 't oars wie, wie t net sa!

 

donderdag 12 januari 2017

Sleutels

Sleutels en ik, we hebben een haat-liefde verhouding.
Omdat de grenzen tussen mijn en dijn steeds verder lijken te vervagen en je tegenwoordig zelfs je kunstgebit aan je kaken moet vergrendelen om te voorkomen dat je gereedschap uit je mond wordt gejat, leggen we overal sloten op en aan. De computer staat met een hangslot aan je bureau vastgenageld, een ASA slotje op je fiets voldoet niet langer als er niet minstens twee kettingen als back up meedoen aan de beveiliging van je tweewieler en een touwtje uit de brievenbus is definitief verleden tijd. Overal gaan dus sloten op en bij elk slot hoort een sleuteltje. Ik ben hedentendage in het gelukkige bezit van bijzonder veel sleuteltjes.




Om die sleuteltjes gemakkelijk toegankelijk te maken voor potentiële inbrekers hebben wij heel handig in de gang, direct naast de voordeur, een sleutelkastje hangen. En aan die sleuteltjes hebben wij - ook heel handig - een sleutelplaatje met daarop vermeld op welk slot dat sleuteltje past. Slim als ik soms kan zijn heb ik alle bestemmingen in het Nederlands geschreven omdat ik - minder slim als ik soms kan zijn - ervan uitga dat boefjes in Zweden geen Nederlands spreken. Google translate is  een oplossing maar als er op een sleutel 'garagedeur' staat dan kan een Zweedstalige crimineel wel vermoeden dat het hier om de 'dörr till garaget' gaat.
Het sleutelkastje heeft 10 haakjes en je kunt er, als je er wat moeite voor doet zeker 20 sleuteltjes in kwijt. Het aantal van 20 zijn we inmiddels ruimschoots gepasseerd en - erger nog - de sleutellabeltjes zijn bij lange na niet toereikend. De eerste sleutel die echt niet meer in het kastje paste, ook niet met grof geweld, en ook geen recht meer had op een eigen sleutellabeltje heb ik bovenop het kastje gelegd waarbij ik ongetwijfeld heb gedacht:"Als ik dat sleuteltje nu daar leg, dan raak ik hem niet kwijt want dan weet ik waar het is". Alle andere sleuteltjes die daarna kwamen heb ik onder de lamp, in het gangkastje, in het derde laatje links (oh daar ligt er al één, dan maar rechts), in mijn zomerjas, op de plank, in het vakje van mijn handtas of waar dan ook gelegd zodat ik ze altijd weer kon vinden. Nou dat klopt, vinden kan ik ze wel maar ik heb werkelijk geen flauw benul waar die sleutels van zijn.




In den beginne verstopte ik alle reservesleuteltjes ook nog op verschillende plekken. Dan had ik 16 sleutels gevonden en was het maar de vraag welke twee een paar vormden. Nu pak ik het slimmer aan; ik laat de twee of drie reservesleutels bij elkaar dus áls ik ze kwijtraak dan ben ik ze tenminste allemaal kwijt.




En dan zijn er natuurlijk ook nog de slotjes die door weer en verkeer volledig verroest zijn en hoog en breed op de schroothoop liggen en waarvan ik jaren later nog trouw de sleutels bewaar.




Mijn kinderen hebben een ongetwijfeld op-loyaliteit-gebaseerd vertrouwen in hun moeder en hebben een reserve-exemplaar van hun huissleutel  bij mij in bewaring gegeven maar omdat ook deze niet voorzien zijn van een labeltje, is het maar de vraag of ze ooit hun huis weer openkrijgen als ze hun sleutel zijn vergeten en denken de reservesleutel bij hun moeder te kunnen halen.






Helaas ben ik zelf het grootste slachtoffer van mijn eigen sleutelprullenboel.
Als geaard Hollander ben ik in het bezit van drie fietsen waarvan er één op het station in Stockholm staat zodat ik het laatste stukje naar mijn werk kan fietsen. Het is een oud besje - een erfstuk van mijn moeder - maar voldoet prima voor woon-werkverkeer. En als je mijn Peugeotje naast een gemiddelde Zweedse fiets zet dan is het een uiterst modern vervoermiddel waar menig Stockholmer jaloers op is. Ik moet dat stukje Hollandse nostalgie dus beschermen tegen onverlaten en er zitten dan ook twee sloten op.
Vorige week, op weg naar huis, liep ik enigszins gehaast - de trein zou al over 10 minuten vertrekken - de trap af en haalde alvast mijn fietssleuteltjes uit mijn jaszak. Dat deed ik wat onhandig en ze belandden met een zwierige zwaai op de grond en schoven daarna tussen de spleet van de trap en de muur. Ik luisterde met gespitste oren of ik die dingen een verdieping lager op de grond hoorde vallen. Ik verwijt mijn dierbare echtgenoot regelmatig van ouderdomsdoofheid maar zelf moet ik er blijkbaar ook aan geloven want het bleef angstig stil. Vol verwachting liep ik een verdieping naar beneden in de veronderstelling dat daar mijn fietssleuteltjes waren beland. Niet dus. Nog maar een trap naar beneden. Afijn, eenmaal in de kelder begreep ik dat ze in ieder geval niet op de trap lagen maar waar ze dan wel waren, was me een raadsel.
Ik liep terug naar de vijfde etage en plakte mijn wang tegen de muur van de trap om een blik in de spleet te kunnen werpen in de hoop daar te zien waar mijn sleutels waren beland. Ik kon recht naar beneden kijken maar die sleutels waren nergens te bekennen. "Gaat het, mevrouw", vroeg een welwillend jong van een andere afdeling die blijkbaar nog nooit zijn sleutels in een spleet van een trapgat had laten vallen. "Ik heb mijn sleutels laten vallen en kan ze nergens meer vinden", was het enige juiste antwoord. "Oh", sprak het jonge ding en liep door. En bedankt voor het helpen, snotneus.
Afijn, ik ben zeventien keer de trap op en af gelopen waarbij ik steeds harder ging twijfelen aan mijn volle verstand. Ik heb zelfs nog even in mijn zak gevoeld om zeker te weten dat ik het me niet allemaal ingebeeld had. Maar die krengen waren weg en bleven weg.
Eenmaal thuis trok ik optimistisch het sleutelkastje open en keek toen vertwijfeld naar de inhoud. Waar in deze chaos zou ik twee reservesleutels van mijn fiets vinden?
Voor de zekerheid heb ik de volgende dag alle sleutels - en er waren er best veel die voor fietssleutel zouden kunnen doorgaan - meegenomen naar mijn werk maar er was er geen één die paste.
Gelukkig ben ik redelijk lui van aard en om niet te hoeven bukken heb ik mijn fiets voor de dag des onheils niet aan het fietsenrek vastgeklonken maar alleen door mijn achterwiel getrokken. De fietsenmaker op de hoek was bereid om dat slot voor een godsvermogen open te zagen en na 10 minuten was mijn fiets weer up-and-running.
Om alle ellende in de toekomst te voorkomen heb ik dit keer een cijferslot genomen en meteen de code veranderd. Dus nu staat mijn fiets weer veilig in de stalling. Op een slot waarvan ik bij benadering de code niet meer weet.




Foto

zaterdag 17 december 2016

Dank u Sinterklaasje



Ik ben niet zo heel erg dol op kinderen maar nog minder dol ben ik op hun voorgeslacht. Veel ouders  en grootouders kunnen over niets anders dan de kunsten van de kleine wereldwondertjes praten en werkelijk alles komt op tafel als het nageslacht onderwerp van gesprek is; de kleur van de luierinhoud, de onweerstaanbare snotkussen, de grappige onthullingen in Sesamstraattaal waar niemand iets van verstaat behalve het voorgeslacht zelf, de kunsten op het klimrek waar tot vervelens toe naar gekeken moet worden, de zorgwekkende hoestjes die als de dokter niet heel snel ingrijpt zouden kunnen leiden tot een acute dubbele longontsteking en de fantastische schoolvorderingen waarbij niet geschuwd wordt de kleine donderstraal zo veel veren in de kont te steken dat hij bijna kan vliegen.

Zelf zijn wij inmiddels gezegend met twee achternakomelingen die te pas en te onpas de liefde van hun grootouders opeisen en die krijgen ze heus wel onvoorwaardelijk alleen schrijf ik daar niet maandelijks over in mijn blogs. Deze blog zijn jullie echter de Sjaak dus als je geen zin hebt in oma-gewauwel klap dan je laptop maar weer dicht en ga aardappels schillen of zo.

Het voordeel van de status van opa en oma is dat je je kleinkinderen ongegeneerd kunt verwennen zonder dat je je zorgen hoeft te maken over mogelijke gevolgen voor de opvoeding. Bij ons mogen Luca en Senna dus op de bank springen, twee minuten voor het eten nog een graai in de snoeptrommel doen, opblijven tot ze omvallen, een uur in bad zitten en tien keer het bad bijvullen met heet water, alle net-gezeemde ramen van oma wassen met een spons die bij elke zwaai in de aarde valt, koekjes bakken en de helft van het deeg zelf opeten en drankjes drinken die zo vol staan van de geur-, kleur en smaakstoffen dat een chemieontheffing niet misplaatst zou zijn.  We zingen liedjes over poep en kont en zetten de radio zo hard dat de katten drie dagen van huis blijven. En natuurlijk kopen we allerlei onpedagogisch speelgoed dat klauwen vol met geld kost en alleen maar die enkele keer gebruikt wordt wanneer de kinders over de vloer zijn.

Wij hebben vrienden met een winkel in buitenspeelgoed (ik heb beloofd wat reclame te maken dus bij deze; lekute.se) en ik ben daar inmiddels aan een knipkaart begonnen omdat ik vlak voor Sinterklaas er mijn derde skelter bestelde. Luca is vier dus dat is per saldo bijna één skelter per jaar. Mijn broertje had vroeger een skelter waar ik nooit op mocht en deze traumatische ervaring heb ik dus omgezet in aandelen van Berg Skelters Nederland BV. Al mijn kleinkinderen gaan op skelters rijden!

De skelter is op de markt uitgebracht als kerstmodel 2016 en geschikt voor mensen van 5 – 99 jaar, dus ik val in de doelgroep en mijn kleinkinderen binnenkort ook als ze maar op tijd hun melk drinken en niet onder een tram lopen dus het is een investering voor het leven. 

We hadden bedacht dat Sinterklaas die skelter bij ons in de garage zou zetten maar omdat Sinterklaas bij ons dit jaar op 3 december kwam en het het kerstmodel pas op 6 december op de markt kwam, hadden we een klein probleempje op te lossen. Maar vrienden zijn vrienden en de Molenkampjes zorgden er keurig voor dat het pakket – ongemonteerd, dat dan weer wel – op  2 december op de stoep stond.  

Quinta en Hjalmar zijn eindverantwoordelijk voor die twee koters dus het leek me niet meer dan redelijk dat één van de ouders een steentje zou bijdragen in de montage van het ding. Hjalmar is handig, Hjalmar is sterk, Hjalmar heeft allemaal handig gereedschap en Hjalmar ziet meestal in één oogopslag wat er moet gebeuren en dus kwam Quinta mij helpen.
Drie grote dozen pakten we ongeorganiseerd, ongecontroleerd en ongecoördineerd uit en toen alles door elkaar op de grond lag namen we eerst maar eens bakkie koffie met gevuld speculaas om maar vast in de sfeer te komen.


Verdwaasd zochten we naar de gebruiksaanwijzing maar die zat er helaas niet bij. Het kon toch niet moeilijk zijn en dus begonnen we enthousiast met het vastdraaien van allerlei bijgeleverde moeren en bouten op plekken waarvan wij dachten dat het moest. De vier wielen en het stuur hadden we rap op de goede plaats maar toen bleek dat we nog een groot aantal essentiele onderdelen over hadden leek dat toch niet zo’n goed plan

Gelukkig stuurden de Molenkampjes een montagefilmpje van de Berg trampbil Extra Sport BFR Red, Limited ”Christmas” Edition die op Youtube stond en in exakt 13 minuten en 14 seconden schijn je zo’n skelter in elkaar te kunnen flansen. Het filmpje zag er tamelijk idiootproof uit en dus werden de inmiddels aan elkaar geknoopte onderdelen weer losgeschroefd en werden de taken en verantwoordelijkheden verdeeld waarna we nogmaals aan de koffie en de gevulde speculaas gingen.

Ik ben blind en Quinta is kippig en daarom zou de één – met bril – het filmpje bekijken om  vervolgens de juiste instructies aan de ander geven. Ik moet zeggen, Jelle van Youtube had een ongekend hoge irritatiegrens en een eindeloos geduld want niet één keer schoot hij uit zijn slof, zelfs niet toen we voor de veertiende keer hetzelfde stukje film startte omdat we het niet eens voor elkaar kregen om het juiste onderdeel op de juiste manier in onze handen te houden. Van veel onderdelen vroegen we ons serieus af waarom Berg dat niet op hun assemblageafdeling in elkaar had gezet want als je bij het in elkaar zetten van een skelter moet beginnen met het demonteren van de kettingkast dan krijg je toch wel enigszins last van je Ikea-trauma.  

Lange tijd ging het goed en gingen we voortvarend te werk maar toen kwam het moment dat we een schroef moesten aandraaien in een buis waarvoor dommekracht werd vereist. Vreemd genoeg  ken je jezelf grotere krachten toe wanneer je een tijdje naar de ander hebt zitten kijken en dus wisselden we regelmatig van plek om het zelf nog eens te proberen maar hoe we ook draaiden en schroefden, het kreng ging er geen milimeter verder meer in. Een sterke adonis zou nu wel op zijn plaats zijn maar waar zijn sterke mannen als je ze nodig hebt?
Het had weinig zin om aan Quint te vragen ander gereedschap te halen want punt één heb ik geen flauw benul waarvoor je bijvoorbeeld een waterpomptang of Bahco kunt gebruiken en punt twee weet Quint bij benadering niet eens wat een waterpomptang of een Bahco is. Wij vallen in de categorie hamer en schroevendraaier, verder gaat onze technische kennis niet.
De spiksplinternieuwe boor- en schroefmachine kon nu wel eens van pas komen hoewel we Jelle niet één keer een schroef- dan wel boormachine in het Youtubefilmpje hebben zien gebruiken. Met alle kracht van mezelf en de schroefboormachine wist ik de schroef op zijn plaats te krijgen terwijl Quint aan de andere kant – voeten tegen de muur – tegenkracht gaf.  Zo, die gaat er nooit meer uit hoewel Jelle er op het filmpje beduidend minder moeite mee had.

Drie uur en achttien minuten later – de gevulde speculaas was al hoog en breed op  en we overwogen een fles Prosecco soldaat te maken – stond de skelter volledig geassembleerd in de kamer. De hoeveelheid restmateriaal dat geen plaatsje had weten te bemachtigen in de skelter probeerden we zo goed en zo kwaad als het ging te negeren. Het ding reed en daar ging het toch om. 











Eenmaal in elkaar wilde ik graag een proefrondje draaien maar op de één of andere manier was óf de skelter te groot óf mijn huiskamer te klein en zelfs de draaicirkel van het ding was groter dan de breedte van mijn huiskamer tussen muur en eettafel. Saillant detail, ook de breedte van de deur naar de gang en zelfs de gang stond niet in verhouding tot het speelgoed. Vrij vertaald: hoe krijgen we dat kreng naar buiten.
Hup door de tuindeur dan maar. Op zijn kant, gedraaid, ondersteboven, binnenstebuiten, met gedraaide wielen, met of zonder stuur. De Prosecco kwam goed van pas nu Jelle er de brui aan had gegeven. Sommige herinneringen sla je gewoon niet op en hoe we dat ding uiteindelijk buiten hebben we weten te krijgen kan ik helaas niet vertellen want ik heb het niet opgeslagen.

De kleintjes waren blij met hun kado maar het sneed me wel door mijn hart toen de hartediefjes, oma en mama totaal negerend, luid en duidelijk door de schoorsteen riepen:”Dank u wel, Sinterklaas”.