Carpe diem

Carpe diem

donderdag 12 januari 2017

Sleutels

Sleutels en ik, we hebben een haat-liefde verhouding.
Omdat de grenzen tussen mijn en dijn steeds verder lijken te vervagen en je tegenwoordig zelfs je kunstgebit aan je kaken moet vergrendelen om te voorkomen dat je gereedschap uit je mond wordt gejat, leggen we overal sloten op en aan. De computer staat met een hangslot aan je bureau vastgenageld, een ASA slotje op je fiets voldoet niet langer als er niet minstens twee kettingen als back up meedoen aan de beveiliging van je tweewieler en een touwtje uit de brievenbus is definitief verleden tijd. Overal gaan dus sloten op en bij elk slot hoort een sleuteltje. Ik ben hedentendage in het gelukkige bezit van bijzonder veel sleuteltjes.




Om die sleuteltjes gemakkelijk toegankelijk te maken voor potentiële inbrekers hebben wij heel handig in de gang, direct naast de voordeur, een sleutelkastje hangen. En aan die sleuteltjes hebben wij - ook heel handig - een sleutelplaatje met daarop vermeld op welk slot dat sleuteltje past. Slim als ik soms kan zijn heb ik alle bestemmingen in het Nederlands geschreven omdat ik - minder slim als ik soms kan zijn - ervan uitga dat boefjes in Zweden geen Nederlands spreken. Google translate is  een oplossing maar als er op een sleutel 'garagedeur' staat dan kan een Zweedstalige crimineel wel vermoeden dat het hier om de 'dörr till garaget' gaat.
Het sleutelkastje heeft 10 haakjes en je kunt er, als je er wat moeite voor doet zeker 20 sleuteltjes in kwijt. Het aantal van 20 zijn we inmiddels ruimschoots gepasseerd en - erger nog - de sleutellabeltjes zijn bij lange na niet toereikend. De eerste sleutel die echt niet meer in het kastje paste, ook niet met grof geweld, en ook geen recht meer had op een eigen sleutellabeltje heb ik bovenop het kastje gelegd waarbij ik ongetwijfeld heb gedacht:"Als ik dat sleuteltje nu daar leg, dan raak ik hem niet kwijt want dan weet ik waar het is". Alle andere sleuteltjes die daarna kwamen heb ik onder de lamp, in het gangkastje, in het derde laatje links (oh daar ligt er al één, dan maar rechts), in mijn zomerjas, op de plank, in het vakje van mijn handtas of waar dan ook gelegd zodat ik ze altijd weer kon vinden. Nou dat klopt, vinden kan ik ze wel maar ik heb werkelijk geen flauw benul waar die sleutels van zijn.




In den beginne verstopte ik alle reservesleuteltjes ook nog op verschillende plekken. Dan had ik 16 sleutels gevonden en was het maar de vraag welke twee een paar vormden. Nu pak ik het slimmer aan; ik laat de twee of drie reservesleutels bij elkaar dus áls ik ze kwijtraak dan ben ik ze tenminste allemaal kwijt.




En dan zijn er natuurlijk ook nog de slotjes die door weer en verkeer volledig verroest zijn en hoog en breed op de schroothoop liggen en waarvan ik jaren later nog trouw de sleutels bewaar.




Mijn kinderen hebben een ongetwijfeld op-loyaliteit-gebaseerd vertrouwen in hun moeder en hebben een reserve-exemplaar van hun huissleutel  bij mij in bewaring gegeven maar omdat ook deze niet voorzien zijn van een labeltje, is het maar de vraag of ze ooit hun huis weer openkrijgen als ze hun sleutel zijn vergeten en denken de reservesleutel bij hun moeder te kunnen halen.






Helaas ben ik zelf het grootste slachtoffer van mijn eigen sleutelprullenboel.
Als geaard Hollander ben ik in het bezit van drie fietsen waarvan er één op het station in Stockholm staat zodat ik het laatste stukje naar mijn werk kan fietsen. Het is een oud besje - een erfstuk van mijn moeder - maar voldoet prima voor woon-werkverkeer. En als je mijn Peugeotje naast een gemiddelde Zweedse fiets zet dan is het een uiterst modern vervoermiddel waar menig Stockholmer jaloers op is. Ik moet dat stukje Hollandse nostalgie dus beschermen tegen onverlaten en er zitten dan ook twee sloten op.
Vorige week, op weg naar huis, liep ik enigszins gehaast - de trein zou al over 10 minuten vertrekken - de trap af en haalde alvast mijn fietssleuteltjes uit mijn jaszak. Dat deed ik wat onhandig en ze belandden met een zwierige zwaai op de grond en schoven daarna tussen de spleet van de trap en de muur. Ik luisterde met gespitste oren of ik die dingen een verdieping lager op de grond hoorde vallen. Ik verwijt mijn dierbare echtgenoot regelmatig van ouderdomsdoofheid maar zelf moet ik er blijkbaar ook aan geloven want het bleef angstig stil. Vol verwachting liep ik een verdieping naar beneden in de veronderstelling dat daar mijn fietssleuteltjes waren beland. Niet dus. Nog maar een trap naar beneden. Afijn, eenmaal in de kelder begreep ik dat ze in ieder geval niet op de trap lagen maar waar ze dan wel waren, was me een raadsel.
Ik liep terug naar de vijfde etage en plakte mijn wang tegen de muur van de trap om een blik in de spleet te kunnen werpen in de hoop daar te zien waar mijn sleutels waren beland. Ik kon recht naar beneden kijken maar die sleutels waren nergens te bekennen. "Gaat het, mevrouw", vroeg een welwillend jong van een andere afdeling die blijkbaar nog nooit zijn sleutels in een spleet van een trapgat had laten vallen. "Ik heb mijn sleutels laten vallen en kan ze nergens meer vinden", was het enige juiste antwoord. "Oh", sprak het jonge ding en liep door. En bedankt voor het helpen, snotneus.
Afijn, ik ben zeventien keer de trap op en af gelopen waarbij ik steeds harder ging twijfelen aan mijn volle verstand. Ik heb zelfs nog even in mijn zak gevoeld om zeker te weten dat ik het me niet allemaal ingebeeld had. Maar die krengen waren weg en bleven weg.
Eenmaal thuis trok ik optimistisch het sleutelkastje open en keek toen vertwijfeld naar de inhoud. Waar in deze chaos zou ik twee reservesleutels van mijn fiets vinden?
Voor de zekerheid heb ik de volgende dag alle sleutels - en er waren er best veel die voor fietssleutel zouden kunnen doorgaan - meegenomen naar mijn werk maar er was er geen één die paste.
Gelukkig ben ik redelijk lui van aard en om niet te hoeven bukken heb ik mijn fiets voor de dag des onheils niet aan het fietsenrek vastgeklonken maar alleen door mijn achterwiel getrokken. De fietsenmaker op de hoek was bereid om dat slot voor een godsvermogen open te zagen en na 10 minuten was mijn fiets weer up-and-running.
Om alle ellende in de toekomst te voorkomen heb ik dit keer een cijferslot genomen en meteen de code veranderd. Dus nu staat mijn fiets weer veilig in de stalling. Op een slot waarvan ik bij benadering de code niet meer weet.




Foto

zaterdag 17 december 2016

Dank u Sinterklaasje



Ik ben niet zo heel erg dol op kinderen maar nog minder dol ben ik op hun voorgeslacht. Veel ouders  en grootouders kunnen over niets anders dan de kunsten van de kleine wereldwondertjes praten en werkelijk alles komt op tafel als het nageslacht onderwerp van gesprek is; de kleur van de luierinhoud, de onweerstaanbare snotkussen, de grappige onthullingen in Sesamstraattaal waar niemand iets van verstaat behalve het voorgeslacht zelf, de kunsten op het klimrek waar tot vervelens toe naar gekeken moet worden, de zorgwekkende hoestjes die als de dokter niet heel snel ingrijpt zouden kunnen leiden tot een acute dubbele longontsteking en de fantastische schoolvorderingen waarbij niet geschuwd wordt de kleine donderstraal zo veel veren in de kont te steken dat hij bijna kan vliegen.

Zelf zijn wij inmiddels gezegend met twee achternakomelingen die te pas en te onpas de liefde van hun grootouders opeisen en die krijgen ze heus wel onvoorwaardelijk alleen schrijf ik daar niet maandelijks over in mijn blogs. Deze blog zijn jullie echter de Sjaak dus als je geen zin hebt in oma-gewauwel klap dan je laptop maar weer dicht en ga aardappels schillen of zo.

Het voordeel van de status van opa en oma is dat je je kleinkinderen ongegeneerd kunt verwennen zonder dat je je zorgen hoeft te maken over mogelijke gevolgen voor de opvoeding. Bij ons mogen Luca en Senna dus op de bank springen, twee minuten voor het eten nog een graai in de snoeptrommel doen, opblijven tot ze omvallen, een uur in bad zitten en tien keer het bad bijvullen met heet water, alle net-gezeemde ramen van oma wassen met een spons die bij elke zwaai in de aarde valt, koekjes bakken en de helft van het deeg zelf opeten en drankjes drinken die zo vol staan van de geur-, kleur en smaakstoffen dat een chemieontheffing niet misplaatst zou zijn.  We zingen liedjes over poep en kont en zetten de radio zo hard dat de katten drie dagen van huis blijven. En natuurlijk kopen we allerlei onpedagogisch speelgoed dat klauwen vol met geld kost en alleen maar die enkele keer gebruikt wordt wanneer de kinders over de vloer zijn.

Wij hebben vrienden met een winkel in buitenspeelgoed (ik heb beloofd wat reclame te maken dus bij deze; lekute.se) en ik ben daar inmiddels aan een knipkaart begonnen omdat ik vlak voor Sinterklaas er mijn derde skelter bestelde. Luca is vier dus dat is per saldo bijna één skelter per jaar. Mijn broertje had vroeger een skelter waar ik nooit op mocht en deze traumatische ervaring heb ik dus omgezet in aandelen van Berg Skelters Nederland BV. Al mijn kleinkinderen gaan op skelters rijden!

De skelter is op de markt uitgebracht als kerstmodel 2016 en geschikt voor mensen van 5 – 99 jaar, dus ik val in de doelgroep en mijn kleinkinderen binnenkort ook als ze maar op tijd hun melk drinken en niet onder een tram lopen dus het is een investering voor het leven. 

We hadden bedacht dat Sinterklaas die skelter bij ons in de garage zou zetten maar omdat Sinterklaas bij ons dit jaar op 3 december kwam en het het kerstmodel pas op 6 december op de markt kwam, hadden we een klein probleempje op te lossen. Maar vrienden zijn vrienden en de Molenkampjes zorgden er keurig voor dat het pakket – ongemonteerd, dat dan weer wel – op  2 december op de stoep stond.  

Quinta en Hjalmar zijn eindverantwoordelijk voor die twee koters dus het leek me niet meer dan redelijk dat één van de ouders een steentje zou bijdragen in de montage van het ding. Hjalmar is handig, Hjalmar is sterk, Hjalmar heeft allemaal handig gereedschap en Hjalmar ziet meestal in één oogopslag wat er moet gebeuren en dus kwam Quinta mij helpen.
Drie grote dozen pakten we ongeorganiseerd, ongecontroleerd en ongecoördineerd uit en toen alles door elkaar op de grond lag namen we eerst maar eens bakkie koffie met gevuld speculaas om maar vast in de sfeer te komen.


Verdwaasd zochten we naar de gebruiksaanwijzing maar die zat er helaas niet bij. Het kon toch niet moeilijk zijn en dus begonnen we enthousiast met het vastdraaien van allerlei bijgeleverde moeren en bouten op plekken waarvan wij dachten dat het moest. De vier wielen en het stuur hadden we rap op de goede plaats maar toen bleek dat we nog een groot aantal essentiele onderdelen over hadden leek dat toch niet zo’n goed plan

Gelukkig stuurden de Molenkampjes een montagefilmpje van de Berg trampbil Extra Sport BFR Red, Limited ”Christmas” Edition die op Youtube stond en in exakt 13 minuten en 14 seconden schijn je zo’n skelter in elkaar te kunnen flansen. Het filmpje zag er tamelijk idiootproof uit en dus werden de inmiddels aan elkaar geknoopte onderdelen weer losgeschroefd en werden de taken en verantwoordelijkheden verdeeld waarna we nogmaals aan de koffie en de gevulde speculaas gingen.

Ik ben blind en Quinta is kippig en daarom zou de één – met bril – het filmpje bekijken om  vervolgens de juiste instructies aan de ander geven. Ik moet zeggen, Jelle van Youtube had een ongekend hoge irritatiegrens en een eindeloos geduld want niet één keer schoot hij uit zijn slof, zelfs niet toen we voor de veertiende keer hetzelfde stukje film startte omdat we het niet eens voor elkaar kregen om het juiste onderdeel op de juiste manier in onze handen te houden. Van veel onderdelen vroegen we ons serieus af waarom Berg dat niet op hun assemblageafdeling in elkaar had gezet want als je bij het in elkaar zetten van een skelter moet beginnen met het demonteren van de kettingkast dan krijg je toch wel enigszins last van je Ikea-trauma.  

Lange tijd ging het goed en gingen we voortvarend te werk maar toen kwam het moment dat we een schroef moesten aandraaien in een buis waarvoor dommekracht werd vereist. Vreemd genoeg  ken je jezelf grotere krachten toe wanneer je een tijdje naar de ander hebt zitten kijken en dus wisselden we regelmatig van plek om het zelf nog eens te proberen maar hoe we ook draaiden en schroefden, het kreng ging er geen milimeter verder meer in. Een sterke adonis zou nu wel op zijn plaats zijn maar waar zijn sterke mannen als je ze nodig hebt?
Het had weinig zin om aan Quint te vragen ander gereedschap te halen want punt één heb ik geen flauw benul waarvoor je bijvoorbeeld een waterpomptang of Bahco kunt gebruiken en punt twee weet Quint bij benadering niet eens wat een waterpomptang of een Bahco is. Wij vallen in de categorie hamer en schroevendraaier, verder gaat onze technische kennis niet.
De spiksplinternieuwe boor- en schroefmachine kon nu wel eens van pas komen hoewel we Jelle niet één keer een schroef- dan wel boormachine in het Youtubefilmpje hebben zien gebruiken. Met alle kracht van mezelf en de schroefboormachine wist ik de schroef op zijn plaats te krijgen terwijl Quint aan de andere kant – voeten tegen de muur – tegenkracht gaf.  Zo, die gaat er nooit meer uit hoewel Jelle er op het filmpje beduidend minder moeite mee had.

Drie uur en achttien minuten later – de gevulde speculaas was al hoog en breed op  en we overwogen een fles Prosecco soldaat te maken – stond de skelter volledig geassembleerd in de kamer. De hoeveelheid restmateriaal dat geen plaatsje had weten te bemachtigen in de skelter probeerden we zo goed en zo kwaad als het ging te negeren. Het ding reed en daar ging het toch om. 











Eenmaal in elkaar wilde ik graag een proefrondje draaien maar op de één of andere manier was óf de skelter te groot óf mijn huiskamer te klein en zelfs de draaicirkel van het ding was groter dan de breedte van mijn huiskamer tussen muur en eettafel. Saillant detail, ook de breedte van de deur naar de gang en zelfs de gang stond niet in verhouding tot het speelgoed. Vrij vertaald: hoe krijgen we dat kreng naar buiten.
Hup door de tuindeur dan maar. Op zijn kant, gedraaid, ondersteboven, binnenstebuiten, met gedraaide wielen, met of zonder stuur. De Prosecco kwam goed van pas nu Jelle er de brui aan had gegeven. Sommige herinneringen sla je gewoon niet op en hoe we dat ding uiteindelijk buiten hebben we weten te krijgen kan ik helaas niet vertellen want ik heb het niet opgeslagen.

De kleintjes waren blij met hun kado maar het sneed me wel door mijn hart toen de hartediefjes, oma en mama totaal negerend, luid en duidelijk door de schoorsteen riepen:”Dank u wel, Sinterklaas”.









zondag 20 november 2016

Jong

Als ik om me heen kijk, en dat doe ik nog wel eens want ik heb een adelaarsblik, en ik zie al dat jonge grut om me heen, dan ben ik zo blij dat ik de vijftig gepasseerd ben. Het is gewoon bijna niet te doen, jong zijn in de hedendaagse maatschappij.


Neem nu die kleine koters van mijn oudste dochter, anderhalf en vier jaar oud. Schatjes, daar niet van, maar wat een ingewikkeld leven heb je als dreumes al.
Zodra je dat ene kaarsje op je verjaardagstaart hebt uitgeblazen, word je in een skipak gehesen en wacht je een veertigurige werkweek op het kinderdagverblijf, samen met al je lotgenoten die al schreeuwen en poepend de dag proberen door te komen.
Je ouders proberen met man en macht hun hypotheek bij elkaar te verdienen en ook de staatsruif wil graag een graantje meepikken uit het gezinsbudget dus part time een zakcentje bijverdienen is er in de Zweedse maatschappij niet bij. Vol aan de bak om de economie draaiende te houden. Je ukje acht uur lang onder je bureau parkeren als jij notulen aan het uitwerken bent is onbegonnen werk en dan is de kinderopvang best een uitkomst.
Tussen thuiskomen en naar bed gaan kleven ook nog wat uurtjes maar daar is tegenwoordig een handige oplossing voor; internet. Nog voordat zo'n uitvretertje kan lezen of schrijven weten ze al precies hoe een tablet of smartphone werkt en Luca surft als een volleerd IT-er over You Tube om alle filmpjes over 'tingelings' (spoorwegovergangen) te bekijken terwijl hij potverdrie nog niet eens zijn eigen naam kan spellen. Senna is nog niet zindelijk, kent drie woorden (papa, mama  en poes) maar weet in een oogwenk een fotoalbum op mijn telefoon te creeëren om daarna verlekkerd naar alle foto's in de cloud te gaan zitten kijken.
Onlangs zag ik op de sportschool een jonge moeder trainen met naast haar in de bak van de kinderwagen een hummeltje van grof geschat drie maanden die op haar buik op de telefoon van mams één of ander tekenfilmpje aan het bekijken was. Naast haar op de grond zat het oudere zusje van een jaar of twee op de tablet een spelletje te doen.  Niks mis mee natuurlijk maar ik persoonlijk geef de voorkeur aan knutselen aan de keukentafel samen met een mama-met-een-maatje-meer waarbij nog maandenlang de papiersnippers in je eten belanden. Of het bakken van verbrande pepernoten in juni.

Als het wurm eenmaal kan lezen en schrijven en naar school gaat, zijn sociale contacten onontbeerlijk en het verbaast me dan ook niet dat 75% van de zesjarigen een eigen mobieltje heeft om op die manier te kunnen faceboeken, timefacen, twitteren, instagrammen, bloggen en vloggen en wat al niet meer om 24 uur per dag sociaal te zijn. Geen wonder dat er nauwelijks nog tijd is om na schooltijd je been te breken op een klimrek, een scheur te vallen in je kin of een arm te breken bij het rolschaatsen.
Foutloos schrijven is inmiddels ook al niet meer leeftijdgebonden; jong of oud, niemand kan het.
´Me vriend hep me fiets opgehaalt en dat betekend dat me moeder me niet heeft gebragt'. Vraag een doorsnee puber wat er niet klopt aan die zin en hij/zij zal antwoorden dat het niet klopt dat zijn/haar vriend die fiets zou hebben opgehaald. Dat zou die vriend namelijk nooit doen want die 'zit' de hele dag op Facebook.

Vanaf een jaar of dertien gaat de vrouwelijke helft van puberend Zweden naar de sportschool om af te vallen terwijl de mannelijke helft juist naar de sportschool gaat om aan te komen. En sporten in een openbare ruimte is voor jong Zweden een opgave.
Jongens moeten spierballen tonen die ze niet hebben en dus wordt er getraind of hun leven ervan hangt. Kreunend en steunend trekken ze zichzelf op, squaten en boxen ze zich een ongeluk en hangen de zwaarste gewichten aan allerlei apparaten om vervolgens te vloggen hoe goed ze vandaag weer bezig zijn geweest.
Meisjes hebben eerst een uur nodig om zich volgens de laatste sportmode te kleden, liften drie keer een halter van een kilo om te voorkomen dat ze nog dikker worden door aanwassende spieren, checken ondertussen veertien keer hun status op Facebook en gaan dan terug naar de kleedkamer om het vege lijf weer in de oorspronkelijke staat terug te brengen.
Vorige week ging ik een uurtje sporten waar ik een groep giebelaars in de kleedkamer aantrof voordat ik ging sporten en toen ik een uur later terug kwam stonden ze er nog! Geen putje, geen rimpel, geen hangwang te bekennen en dan nog hebben ze een uur de tijd nodig om alles in te make up te kwakken. Ben je dan zo lelijk dat je een uur nodig hebt om alles toonbaar te maken aan de wereld? Met hun mobieltjes maken ze foto's van de achterkant van hun hoofd om te zien of hun haar daar ook de goede kant op groeit terwijl de kleedkamer er net zo uitziet als de slaapkamer van mijn jongste dochter.

Alle lezers onder vijftig vinden dit blogje gezeur, alle anderen glimlachen met een zweem van herkenning en zijn minstens net zo blij als ik. Been there, done it.

Afbeeldingsresultaat voor pubers


woensdag 2 november 2016

Attefall

Stefan Attefall was minister van huisvesting van 2010 tot 2014 en heeft in een vlaag van verstandsverlichting een wet aangenomen die - lekker origineel - naar hem is vernoemd. In die wet is geregeld dat je voor het bouwen van wat dan ook minder dan 25 vierkante meter niet langer een bouwvergunning nodig hebt maar dat je kunt volstaan met een melding aan de gemeente dat je iets gaat bouwen. Deze maatregel is vooral bedoeld om tegemoet te komen aan de wens van vele woningzoekenden op een nijpende woningmarkt om het bouwen van kleinere woningen te vergemakkelijken. In delen van Stockholm is de wachttijd voor een huurhuis inmiddels opgelopen tot 16 jaar dus er moest iets gebeuren. Dat klinkt in theorie dus als een goed plan maar zoals met alle plannen van ambtenaren ziet het er in de praktijk iets anders uit.


Quinta en Robin hebben we, toen de nood aan de man was, kunnen helpen met een koopflatje en ik mag hopen dat ze ons daar nog steeds dankbaar voor zijn. Maar nu Savannah op eigen benen gaat staan blijkt onze spaarrekening niet in verhouding te staan tot de aankoopprijs van een voor Savannah geschikt nestje.
Ze woont op dit moment in een huurcontainer op een plek die wij niet als veilig kunnen bestempelen. Ik zwengel geen discussie aan over immigratieproblematiek en asielzoekers maar op de één of andere manier lukt het Bromsnor in het hoge noorden nooit om daders van goepsverkrachtingen op te pakken en heeft vrijwel niemand van Savannahs buren een westerse voornaam (ik hoop dat ik mij discreet genoeg uitdruk voor mensen die hier licht over vallen).
Tel daarbij op dat Savannah een bijbaantje heeft bij de Ica waarbij ze vaak niet voor 23:00 uur thuis is en er niemand alarm slaat als ze onverhoopt om half 12 nog niet binnen is en mijn ongerustheid is compleet.
Alle ouders weten dat je vanaf het moment van samensmelten van ei- en zaadcel geen moment meer rustig slaapt en zeker niet als je niet weet waar het resultaat van die samensmelting uithangt.


Dus om met de gevleugelde woorden van de heer Olivier B.Bommel te spreken:"Tom Poes, verzin een list'.


Als ik de puzzelstukjes 'mijn schoonzoon heeft een klusbedrijf', 'ik heb een grote achtertuin', mijn dochter zoekt een veilige woonruimte' en 'de wet van Attefall' op hun plaats leg krijg ik plotseling een geweldige ingeving; we bouwen een Attefallshuisje in onze achtertuin waar Hjalmar een klus in zijn schoot geworpen krijgt en waar mijn  dochter een fijne stek krijgt om een tijdje veilig te kunnen wonen.
Tegen de tijd dat we Savannah eindelijk hebben weten uit te huwelijken en ze ergens anders gaat wonen, melden we ons bij AirBnB en verhuren we ons Attefalletje aan toeristen die Stockholm willen bezoeken.
Strak plan!!


Maar dan komt de praktijk van Attefall om de hoek krijgen.


Hjalmar ontwerpt mooie tekeningen van het huisje en we bekijken waar we ons nieuwe buurmeisje willen hebben. Bouwvergunning is niet nodig dus opsturen en beginnen lijkt mij. Daar denkt de gemeente Haninge echter wat genuanceerder over.


Allereerst hebben we een eindverantwoordelijke nodig die voor 600 euri 10 minuten naar de tekeningen van Hjalmar kijkt, hier en daar een opmerking en een aanvulling plaatst en dan verder doorgaat met zijn leven. Patrik heeft het echter druk en mailtjes aan hem gericht worden niet of nauwelijks beantwoord. Daar gaat dus al wat tijd inzitten.


Om aan te geven waar het bouwwerk gaat komen hebben we een een nieuwbouwkaart van de gemeente nodig die daar digitaal is opgeslagen en waar wij voor 270 euri een kopietje van kunnen krijgen. Het opsturen van dat kopietje kan 2-4 weken in beslag nemen. Wij hebben het ding na 3 weken binnen.


Hjalmar stalkt de electricieen, de loodgieter, de betonstorter, de graafmachinist en weet ik wie nog meer en uiteindelijk neemt dat ook weer een flinke tijd in beslag om overal antwoord op te krijgen.
Vattenfall moet aangeven waar de electriciteitsleidingen in de grond liggen, de gemeente moet aangeven waar waterleidingen in de grond liggen en niemand reageert.
Na veel gevloek en gezeur heeft hij al het papierwerk rond en stuurt de melding zowel digitaal als per post naar de gemeente. Postduiven lijden hier aan permanente vleugelrot dus op post alleen kun je  niet vertrouwen.
Na twee weken krijgen we antwoord van de gemeente dat de aanvraag is binnengekomen maar dat de cijfertjes op de bouwtekening wat klein zijn en dus moet er een nieuwe bouwtekening komen waar de cijfertjes wat groter zijn. Daar heeft hij tot 21 november de tijd voor.  Hjalmar stuurt dezelfde dag een een vergrootglas op. En nieuwe bouwtekeningen.


Omdat we tot 21 november de tijd krijgen om de rotzooi opnieuw in te sturen gebeurt er tot die datum niets. Daarna heeft de gemeente 8 weken de tijd om te beslissen of de melding goedgekeurd is.
Het goedkeuren van een melding duurt dus 8 weken en kost 800 euri, het afgeven van een bouwvergunning duurt 8 weken en kost 800 euri.
Ik zal wel simpel van geest zijn maar de vereenvoudiging van het proces om een paleisje tot 25 vierkante meter te bouwen is nog niet helemaal tot mij doorgedrongen.


De enige waar we tot nu toe echt vertrouwen in hebben is Hjalmar. Alle wanden zijn inmiddels klaar en liggen onder een dekzeil in de tuin. En die blijven daar liggen tot alle neuzen dezelfde kant op wijzen en iedereen gaat doen wat ie moet doen. Werken!


Heb je een klusbedrijf nodig dan kan ik er in ieder geval één warm aanbevelen.





















zaterdag 27 augustus 2016

Vastgeroest

De eerste waarschuwing krijg ik van Quint middels een foto die ze me appt vanuit de Ica. Voor haar staat een leuk jong ding op haar beurt te wachten, toffe spijkerbroek, kekke zwarte bontlaarsjes met bijpassend zwart donsjack met rond de capuchon een beige bontrandje (waarbij het dragen van bont hier, anders dan op Het Continent, nog steeds geen onderwerp van discussie is). Ik vermoed dat Quint de nieuwste versie van Fotoshop op haar telefoon heeft gezet en reageer niet.

Maar 's middags komt mijn lieve ega met de opmerking dat hij bijna omver werd gefietst door een bejaarde Dreestrekker die waarschijnlijk niets zag door de muts die over zijn ogen was gezakt. Ik vraag hem bezorgd of hij een duidelijk profiel kan geven want mocht het tot een aangifte komen dan is het altijd handig om te vertellen hoe de verdachte eruit zag. Een zwart-grijsgerande muts met bijpassende wollen sjaal, een zwarte duffel, skihandschoenen en een zwarte ribbroek. Ik geloof hem niet en beticht hem van liegen-op-klaarlichte-dag maar Ries blijft volhouden dat de beschrijving klopt.

De volgende dag ben ik echter zelf 100% getuige van vastgeroeste gewoontes. Ons buurmeisje, bijna twee jaar oud, speelt in de tuin. Schattige gele regenlaarsjes met Winnie de Poeh, een geel-blauwe regenbroek, en spiksplinternieuw Fleecejasje en een lief lichtblauw mutsje met pompoen. Het is god-hier-en-daar 8 augustus! Waarom doe je in hemelsnaam op 8 augustus een winterjas aan, een muts op, je handschoenen aan en een sjaal om je nek als het buiten ongelogen 22 graden is en er strenge waterrestricties gelden omdat het in 8 weken al niet geregend heeft.
Mijn hangbaskets hebben de strenge zomer dit jaar niet overleefd om de doodeenvoudige reden dat het té droog en té heet is. Mijn groene grasmat is niet langer groen maar geel en als deze hitte nog langer aanhoudt, overweeg ik kamelen te gaan houden.

Maar Zweden zijn erg traditioneel ingesteld en schakelen daarbij hun volle verstand, ook traditioneel, daarbij volledig uit. Traditioneel begint hier de herfst niet op 21 september maar op de eerste werkdag na de zomervakantie. Dat was dit jaar op 8 augustus - iedereen heeft traditioneel vijf weken vrij na Midzomer- en op 8 augustus kleed je je naar de maatstaven van het jaargetijde. De dag na de zomervakantie is het herfst en dus komen mutsen, wanten, sjaals en bontjasjes tevoorschijn. Dat de mussen van het dak vallen vanwege de hitte doet daar niets aan af. Je gaat toch niet in de herfst in je korte broek lopen?

Al jaren verbazen wij ons over de vastgeroeste gewoonte van de Zweden. Met Kerstmis, Pasen en Midzomer wordt altijd hetzelfde te eten; gehaktballetjes, 10 soorten ingelegde haring, aardappels, Kerst/Paas/Midzomermust (zelfde drank, andere naam), gevulde eieren, rode koolsalade, ham, noem maar op. In mijn ogen geen feestmaal maar rond deze hoogtijdagen is er niets anders te krijgen. Vastgeroeste gewoonte.

Ik heb een collega die elk jaar met haar echtgenoet een week naar het noorden gaat om paddestoelen te plukken. Waarom helemaal naar het noorden, hier zijn toch ook paddestoelen? Nee, ze gaat al jaren naar het noorden en kent daar de beste plekjes. Maar een paddestoel is toch een paddestoel? Maakt toch niet uit waar hij in Zweden groeit? Ja, dat wel natuurlijk maar ze doet dat nu eenmaal zo. Vastgeroeste gewoonte. Wat ze van die paddestoelen maakt? Niets want ze lust geen paddestoelen. Als ze ze geplukt heeft geeft ze die krengen weg aan eenieder die de moeite niet heeft genomen naar het bos af te reizen om paddestoelen te plukken.

Heel Zweden ligt twee weken in oktober volledig plat omdat mannelijk Zweden gaat jagen. 's Morgens in een pisdonker en steenkoud bos zitten wachten tot er wellicht een eland voorbijwandelt die geschoten kan worden. En omdat je daar met 20 man op één eland schiet is de kans dat jij degene bent die het beslissende schot heeft afgevuurd bijzonder klein. Iedereen die erover spreekt zegt dat ie altijd blij is dat ie weer naar huis kan maar toch gaan ze elk jaar weer in hun jagershutje zitten kleumen in het bos. Vastgeroeste gewoonte.

Ik vertik het om daaraan mee te doen. Als het 22 graden is dan loop ik in een korte broek, al is het december. En mijn zomervakantie valt ook niet in juli. Dit jaar valt mijn zomervakantie in september. Nog drie dagen werken en dan gaan mijn lief en ik een maandje toeren in de USA. Voor iedereen die daar zin in heeft houd ik een vakantieblogje bij op http://vantrigtopreis.blogspot.se/.
Alle anderen moeten even wachten op mijn schrijfsels tot we weer terug zijn.In de herfst.
Prettige vakantie!


vrijdag 29 juli 2016

Serieus


Deze week kwam ik toevallig op de site van Bol.com waar men recensies kan schrijven over boeken en mijn boeken kwamen er niet best vanaf. Niet informatief, niet serieus, het wemelt van de schrijf- en taalfouten, sarcastisch en geschreven door een zure blondine met weinig respect voor anderen. Ik neem zulke kritiek erg serieus en vanaf nu geen gein met mijn meer. Respectvolle blogjes met informatie waar anderen wat aan hebben gaan jullie nu krijgen. Dit is de eerste.
Over het openbaar veevervoer kan ik boeken vol schrijven maar ik beperk me – met moeite – tot af en toe een opmerking in een blogje. Maar omdat de overheid in al haar wijsheid en met een zak belastinggeld in de hand heeft besloten om de openbare infrastructuur in de regio Stockholm deze zomer opnieuw te verbeteren met alle gevolgen van dien besteed ik er nu maar eens een hele blog aan.

Wij wonen in een aardig buitenwijkje van Haninge dat gelegen is aan het spoor dat Nynäshamn verbindt met Stockholm en de rest van de wereld als je maar vaak genoeg overstapt. Deze lijn wordt intensief gebruikt door de vele forensen die in Stockholm werken maar helaas ruim onder de Balkenendenorm verdienen en daarom niet de pecunia hebben om de tol te betalen die geheven wordt om met de auto de stad in te mogen rijden.
Tussen Nynäshamn en Tungelsta ligt enkelspoor wat erop neerkomt dat treinen nooit op tijd rijden want iedereen wacht op elkaar om op dat stukje spoor te mogen rijden. De spoorlijn tussen Nynäshamn en Tungelsta is in 2012 in gebruik genomen maar de overijverige ambtenaren hebben destijds niet voorzien dat enkelspoor voor treinen die elk kwartier rijden met daar tussendoor ook nog goederentreinen vanuit de haven van Nynäshamn waarschijnlijk niet toereikend zou zijn. In eerste instantie besloot men om de kwartierdienstregeling te halveren zodat de trein voortaan twee keer per uur zou rijden op werkdagen en een keer per uur in het weekend. Op die manier zou de dienstregeling beter passen bij dat enkelspoortje. Helemaal niet meer rijden zou natuurlijk nog beter zijn maar ik maak die ambtenaren niet wijzer dan ze zijn en houd mijn mond.

Zoals gezegd werd al rap besloten dat er wat moest gebeuren en in 2014 werd begonnen met twee projecten: het bouwen van een megalomaan station i Tungelsta wat qua inwoneraantal in de buurt komt van Lutjehuizen (4 150 inwoners om precies te zijn) en het aanleggen van dubbelspoor tussen Tungelsta en Hemfosa (5 kilometer). Omdat de werkweek van een Zweedse bouwvakker uit vier werkdagen bestaat, is voor het aanleggen van de verbeteringen 4 jaar uitgetrokken. Ik zet daar geen uitroeptekens bij want ik houd niet van stemmingmakerij. Ik zou eerder zeggen: ’Realistisch en haalbaar”.

In de zomer van 2014 en 2015 werd de dienstregeling tussen Nynäshamn en Västerhaninge anderhalve maand stilgelegd zodat de bouwvakkers lekker konden doorwerken tijdens die vier dagen per week dat ze kwamen opdagen. Waarom Västerhaninge en niet Tungelsta? Geen idee maar beide zomers kon ik gelukkig op de fiets naar mijn werk omdat ik destijds in Haninge werkte.

Dit jaar is de dienstregeling zes weken opgeschort over een veel langer traject omdat er ook nog ergens voorbij Haninge een brug over het spoor moet komen. Dat houdt in dat reizigers van 13 stations van en naar Stockholm met bussen vervoerd moeten worden. En één daarvan ben ik.

Eerst fiets ik vijf kilometer naar de dichtstbijzijnde bushalte. Daar staan twee bussen te wachten om alla treinpassagiers met de bus naar Farsta te vervoeren. Om twee uur ’s middags gaat dat prima maar ’s morgens vroeg zijn er meer passagiers dan busplaatsen en komt het betere ellebogenwerk eraan te pas om een plaatsje te bemachtigen. Sommige passagiers trekken werkelijk alles uit de kast en douchen niet meer om met hun onverkwikkelijke body-odeur medepassagiers van het lijf te houden. Anderen nemen kinderen mee die ik persoonlijk zou kwalificeren voor drie dagen kelder op water en brood. Ik heb er al eens een bij zijn lurven gegrepen en vriendelijk doch beslist toegefluisterd: ”Solliciteer jij soms naar een heis voor je treiter?”

Ik ben nietsontziend en trek ondanks het schitterende zomerweer mijn bergschoenen aan om min of meer per ongeluk op blote tenen in sandaaltjes te balanseren. Ik heb al gezien dat mensen verschrikt opzij stappen en naar hun voet grijpen wat mij mooi de kans geeft om hun plaatsje in de rij in te pikken. Moet je maar geen sandalen aandoen in de bus, toch?

Op de één of andere manier zijn de rollatorbejaarden de bus al in. Zo snel als ze die bus in weten te komen, zo lang duurt het om op een stoel te ploffen en de doorstroming stagneert aanmerkelijk door de rollators die her en der in het gangpad gekwakt zijn. Waar gaan die pensionados trouwens ’s morgens om half 7 naar toe? Zijn ze vast aan het oefenen voor als het pensioen wordt afgeschaft en ze weer aan de bak moeten?

Als ik binnen ben, kunnen we wat mij betreft vertrekken maar ondanks het feit dat er geen levende ziel meer bij kan, blijft de bus wachten. Wachten op de bus uit andere godvergeten oorden zodat de passagiers uit die godvergeten oorden de bus naar Farsta vlak voor hun neus kunnen zien vertrekken. Want volgens mij heeft elke buschauffeur de uitdrukkelijke opdracht gekregen te vertrekken zodra hij andere bussen met mogelijke passagiers voor zijn bus in het vizier krijgt.

De reis Västerhaninge – Farsta duurt twintig minuten en gaat grotendeels over de snelweg die trouwens ook gedeeltelijk is afgesloten vanwege diezelfde brug die gebouwd moet worden. De bus moet dus óf vol in de remmen om een S-bocht op die snelweg te kunnen maken óf remt niet en neemt die bocht gewoon met 110 km/uur. Kun je bijkans een extra hypotheek afsluiten als je een bekeuring krijgt voor het niet dragen van een veiligheidsriem in je auto – of erger – een kind onder de twaalf jaar vervoeren zonder kinderstoeltje, rijden op de snelweg in een bus afgeladen met geïrriteerde passagiers die vermoeid aan de stangen hangen omdat er geen zitplaatsen meer zijn, is niet strafbaar en waarschijnlijk ook helemaal niet gevaarlijk. Bij de S-bocht vliegen alle medepassagiers van links naar rechts en brult één van die pokkekinderen nog wat decibellen meer omdat hij met zijn melktandjes op het handvat van een stoel is gevallen. Aansteller, ik zie geen bloed dus het valt reuze mee. En dat ene voortandje mis je heus niet.

De temperatuur in de bus loopt op. Anders dan in Nederland hebben we in Zweden dit jaar weer een erg warme zomer en zelfs mensen die dagelijks douchen beginnen te ruiken. Raampjes kunnen niet open en stadsbussen uit Zweden hebben geen airco. Zweet gutst uit allerlei porieën en nog voor de dag begonnen is heb ik al weer een bad hairday. Mijn buurvrouw stinkt tegen me aan maar doet net of ze niets ruikt. Zal ik een wind laten? Ik doe het niet want de geur zal verbleken bij wat mijn neus inmiddels binnendrijft.

Als we eindelijk in Farsta zijn aangekomen, perst iedereen zich zo snel mogelijk de bus uit om de trein naar Stockholm te kunnen zien vertrekken. Echt waar, er zit precies dertig seconden tussen de aankomst van de bus en het vertrek van de trein en ik heb dan ook in al die weken nog nooit meegemaakt dat iemand binnen die dertig seconden het fietspad afrende, de twee trappen naar beneden oversloeg, drie trappen naar boven rende, zich door de poortjes wist te wurmen, door de gang en de schuifdeuren vloog en net op tijd de trein wist te halen. Zelfs zo'n rollatorbejaarde is het nooit gelukt hoewel die op cruciale momenten met gemak Dafne Schippers en Usain Bolt achter zich weten te laten. Maar die poortjes nekt ze waarschijnlijk.

Nog een week, dan gaat als alles goed gaat de trein weer rijden. Niet op dubbelspoor want dat is pas in november 2017 af. Dat zei ik toch: 4 jaar.

Dit is m, de eerste serieuze blog zonder taalvouten. Er volgen er meer.


cartoon:forget the bus, go online




zaterdag 21 mei 2016

Projectassistent

In mijn nieuwe job als projectassistent bij de Stockholms landsting (SLL) heb ik het erg naar mijn zin. Een 40-urige werkweek met bijbehorend salaris en prettige arbeidsvoorwaarden zonder al te veel stress zorgen voor een aangenaam leventje. Naast mijn betaalde baan als projectassistent heb ik echter nog een functie. In mijn schaarse vrije tijd ben ik namelijk projectleider in huize van Trigt. Het is weliswaar een flinke stap naar boven in mijn loopbaan maar het is een functie waar ik nooit naar gesolliciteerd heb en ook niet voor betaald krijg. En secundaire arbeidsvoorwaarden komen al helemaal niet in dit plaatje voor.  Het ene project is nog niet afgerond of de volgende twee dienen zich al weer aan.

Mijn project 'Electriciteitskabeltje in de voortuin' is net afgerond maar de projecten 'feestkleding voor een bruiloft', 'SL zomerkaart' en 'Fiber voor sneller internet'  lopen nog volop. De projecten 'klimop als tuinbegrenzing' en 'Zeilen in de Zweedse wateren' staan even op een laag pitje maar zullen binnenkort ook weer worden opgepakt. Het project 'Halve marathon voor 50 plussers' heb ik terug gegeven. Daar werk ik nu al bijna drie jaar aan en ondanks intensieve inzet en ondersteunende diensten van derden kom ik niet verder dan fase 2. Daar moet een andere projectleider op gezet worden om het met succes te kunnen afronden.

Project 'Electriciteitskabeltje in de voortuin' 
Onze voortuin is vorig jaar in het project 'Tuin betegelen' voorzien van een prachtige klinkervloer. Auto's en boot staan kaarsrecht op de oprit, sneeuwschuiven is een fluitje van een cent en onderuitgaan op je fiets op losliggend grind is verleden tijd. Om het geheel te vervolmaken leek het ons mooi om bij de entree twee lampen te plaatsen die in de lange Zweedse winters wat licht in de duisternis zouden kunnen brengen. Ik ben zelf niet echt handig met aardedraden, nul fase en electriciteitscirkels dus liet ik een electricien komen die inschatte dat dat een klusje van hooguit twee uur was wat neerkwam op een kleine 80 euro. Hij begon enthousiast aan het klusje maar ontdekte al snel dat ons paleisje een electrische wanhoop bleek te zijn. De magnetron en de vaatwasser waren  op dezelfde groep aangesloten wat niet schijnt te mogen, de groepenkast klopte van geen kanten en de grootste fout - wat hij in zijn 40-jarige carriére als electriciteitscontroleur nog nooit had meegemaakt - het hele huis was ongeaard. Uiteraard moest dat allemaal hersteld worden en dus werd het klusje iets duurder. De ene dag kluste hij twee uur aan de stoppenkast en de andere dag nam hij een bevriend electriciteitsmannetje mee die er ook nog een kleine drie uur aan verspijkerde. De eerste factuur was goed voor 15 uur werk en bedroeg 900 euro. De tweede factuur - van het bevriende mannetje -  was goed voor 7 uur werk en bedroeg 400 euro.
Hoe meld je iemand op vriendelijke wijze dat hij niet helemaal spoort en de hik kan krijgen met al zijn gedeclareerde uurtjes. Uiteindelijk hebben we een gulden middenweg gevonden en kon ik dit project weliswaar met dik verlies, maar toch naar tevredenheid afronden.

Project 'Feestkleding bruiloft'
Eind juni zijn wij uitgenodigd voor een grootse bruiloft in jaren 50 stijl. Op onze leeftijd vallen de uitnodigingen voor bruiloften niet meer maandelijks op de deurmat en elk feestje grijpen we dan ook met beide handen aan want wij zijn, zoals jullie waarschijnlijk wel weten, echte feestbeesten. De gasten worden in jaren 50 stijl verwacht en hoewel ik zelf het levenslicht toendertijd nog niet aanschouwd had, vind ik de kleding nostalgisch mooi. Op internet vond ik een 'kleedje' dat prima bij mijn budget en stijl paste maar eenmaal afgeleverd bleek het jurkje toch zeker 20 kilo te klein. Tel daarbij op dat ik met mijn 1.87 toch al niet in de gangbare maten val en dan begrijp je al snel dat dit project gedoemd is te mislukken.
Op aanraden van een collega ging ik naar een boetiekje met vintage kleding en wonder boven wonder vond ik daar een blauwe stippel met onderrok die voor Zweedse begrippen vele malen te lang was maar in mijn geval precies mijn lelijke varkensknieën bedekte. Een oplossing voor de ballonkuiten is er helaas niet, anders dan de ogen sluiten als men mijn kant opkijkt.
Een hoofddeksel gaat ook lukken aangezien ik van een andere aardige collega een hoedje uit haar vintagecollectie mag lenen. Blijft over het kapsel en de schoenen maar dat zijn slechts details. Ik heb nog even overwogen om het voorgaande project (electriciteitskabeltje in de voortuin)  te integreren in dit project want met twee vingers in mijn eigen stopcontact heb ik al gauw een flinke toup op mijn hoofd maar daar zie ik bij nader inzien toch maar vanaf.
Voor Richard hebben we nog niets maar met een zwart leren jack, opgestroopte spijkerbroek en wit t-shirt is hij al snel het evenbeeld van de vlotte Tony uit Grease. Maar ook daar zal een pruik het geheel moeten afmaken want zijn haar is zo kort dat een fatsoenlijke vetkuif er niet inzit. Dit project is nog niet afgerond maar ik heb er alle vertrouwen in dat het tijdplan zonder vertraging gevolgd kan worden.

Project SL zomerkaart
Eenieder die denkt dat de Nederlandse Spoorwegen de meest waardeloze dienstverlener in het personenvervoer ter wereld is kan ik snel uit de droom helpen. De Zweedse Stockholms Lokaltransport (SL) wint met glans.
Op 29 april kocht ik een zomerkaart die mij het recht geeft om van 1 mei tot 31 augustus onbeperkt gebruik te maken van het openbaar vervoer in Stockholms Län. Er was betaald, het biljet was gedownload maar op de één of andere manier niet op  mijn kaart terecht gekomen. de eerste medewerker die ik daarover aansprak vond het meer mijn probleem dan het hare en was geenszins van plan om mijn probleem te uploaden naar haar voorraad.
De klantenservice zag dat er iets mis was gegaan maar kon niet zien waar en zou mij dezelfde middag terugbellen. Ik kan er lang en breed over uitwijden maar een dikke twee weken later had ik vele keren aan de telefoon gehangen zonder enige vooruitgang te boeken en al die tijd mocht ik mijn vervoerprobleem zelf oplossen. Afgelopen vrijdag was ik er goed klaar mee en stuurde een mailtje aan de Zweedse consumentenbond. Drie kwartier later kreeg ik een mail van de SL dat mijn geld zou worden teruggestort en weer een half uur later stond het geld op mijn rekening. Eind goed, al goed? Mooi niet, want wie betaalt mijn reiskosten voor de tijd dat ik niet over mijn kaart kon beschikken. De consumentenbond is er nog mee bezig maar ik krijg sterk de indruk dat de SL het aan hun kont zal roesten. Dat project loopt dus nog.
En oh ja, in de periode 28 juni - 8 augustus rijden er vanwege groot onderhoud geen treinen op het traject Tungelsta - Stockholm dus die zomerkaart is sowieso weggegooid geld.

Project 'Fiber voor sneller internet'
Ruim tweeënhalf jaar geleden kregen wij de mogelijkheid om ons aan te melden voor internet via fiber. Kosten 1800 euro maar dan zouden we ook supersnel internet krijgen. Ons internet was niet echt langzaam maar je moet met je tijd meegaan en dus meldden we ons aan. Binnen zes maanden zouden we beschikken over maar liefst 250 Mbit. Dat klinkt indrukwekkend snel en dus keken we vol verwachting uit naar de dag dat we over dat snelle internet zouden kunnen zoeven. De eerste maanden gebeurde er niets maar begin december 2013 kregen we een mailtje dat er nu niet gegraven kon worden vanwege mogelijke vorst. Het was 12 graden boven nul en ook de zes maanden daarvoor was het niet extreem koud geweest.
Zomer 2014 ging de eerste spade in de grond, nou ja, het was meer een graafmachine, en ruim een jaar hebben we in een bouwput gewoond. (zie mijn eerdere blog).
In december kregen we een mededeling dat men vergeten was om een vergunning aan te vragen om onder het spoor een kabel te mogen aanleggen en dus zou onze aansluiting op het open netwerk nog even op zich laten wachten.
Maar vorige week was het eindelijk zover en vierden wij eindelijk het heuglijke feit dat we werden aangesloten op snel internet. Maar nu blijkt onze modem achter een muurtje in de hal te staan waardoor we geen bereik hebben in de huiskamer. Ons internet is nog nooit zo traag geweest en ik overweeg serieus om wat postduiven aan te schaffen. Gelukkig is mijn bankrekening dan wel weer een stuk lichter. Er zijn twee oplossingen:
1. We gaan met zijn allen in de hal zitten internetten. Even inschikken want de tv moet er ook nog bij. Die ontvangt al die kanelen namelijk ook via datzelfde fiber.
2. We verplaatsen het modem richting huiskamer.
We hebben met hulp van een extra kabeltje het modem een stuk kunnen verplaatsen maar nu loopt die kabel dwars door het huis omdat deze te kort om netjes weg te werken in hoekjes en gaatjes.  Dit project loopt dus ook nog niet op zijn einde.

Even een korte samenvatting van mijn projecten 'Klimop als tuinbegrenzing'  en 'Zeilen in de Zweedse wateren'.
Mijn 125 klimopplantjes schijnen niet tegen de Zweedse zon te kunnen en zijn allen overleden.
De zeilboot ligt na veel vloeken en zuchten eindelijk in het water maar vanmiddag is bij het opzetten vann de mast de mastvoet afgebroken. En zeilen zonder mast is eigenlijk niet te doen.

Maar om dit blogje toch nog positief af te sluiten kan ik met trots melden dat de projecten 'Klaar met klieren (de schildklier inclusief oogziekte), 'Houd het kort' (installeren van een robotgrasmaaier) en 'Laat maar lopen' (een run van 10 kilometer die ik ondanks helse pijnen in mijn achillespees toch heb uitgelopen al was dat ruim 6 minuten langzamer dan vorig jaar met 1200 mensen die voor me en 34 mensen die na me over de finish kwamen. Gelukkig waren de medailles nog niet op) met succes heb kunnen afronden.

http://www.isbw.nl/ISBW/media/ISBW/Blogberichten/2ce52978-7f79-4216-90d6-3acec71b447b_projectleider.jpg